Rianne Lachmeijer 23 december 2020, 09:00

‘Een alternatief voor de biomassa-installatie? Dat zou doodzonde zijn’

Biomassa staat ter discussie. Terwijl politiek Den Haag neigt naar het afschaffen van subsidies en de Sociaal Economische Raad (SER) maant tot voorzichtigheid, blijft ‘laagwaardige’ biomassatoepassing de komende jaren een rol spelen als transitiebrandstof. Deze miniserie belicht drie organisaties die bio-grondstoffen inzetten voor het opwekken van elektriciteit of warmte: een startup, een biomassa-installatie en een gemeente. Deel 2 van de serie: de biomassa-installatie in het Brabantse Goirle.

Biomassa Foto: Adobe Stock

Deze lente laaide de discussie in de gemeente Goirle op over de biomassa-installatie van Van Puijenbroek, waarmee duurzame investeerder VP Capital, haar eigen kantoor, de fabriek van het werkkledingbedrijf HAVEP en het nabijgelegen verzorgingshuis verwarmt. Nu de fabriek binnenkort verhuist wil VP Capital de installatie ook inzetten voor het verwarmen van de nieuwe woonwijk die op het fabrieksterrein zal verrijzen. Stijn van den Brekel, fractievoorzitter van de SP, diende in de gemeenteraad een motie in om een verbod voor de biomassa-installatie af te dwingen, maar andere fracties gingen daar niet in mee. “Destijds was het erg duurzaam. We kunnen nu niet zeggen dat ze er mee moeten stoppen”, citeert het Brabants Dagblad Mark van Oosterwijk van lokale partij PAG.

Discussie over biomassa

De discussie in Goirle past binnen de landelijke discussie over biomassa. Waar eerst positief over deze manier van verwarmen werd gesproken, dreigt het nu in het verdomhoekje terecht te komen. “Dat doet zeer”, zegt Winfried Rooswinkel. Als projectmanager bij de biomassa-installatie werkt hij al ruim tien jaar aan de optimalisatie van de installatie om ervoor te zorgen dat de mensen in het verzorgingshuis geen moment zonder warm water of verwarming zitten. “De ene biomassa is de andere niet”, benadrukt hij. “Wij willen ook eigenlijk niet vergeleken worden met die grote biomassacentrales. Ons systeem is echt circulair.”

Resthout uit het landgoed

Veel biomassacentrales gebruiken houtpellets als brandstof. Over de herkomst van die pellets ontstaat nu vaak onrust. Worden er oerbossen voor gekapt? En waarom halen we die pellets per boot uit verre oorden met alle uitstoot die daarbij komt kijken? Wat is daar duurzaam aan? De installatie van VP Capital draait niet op dit soort pellets. “Wij halen onze brandstof naast de deur uit het bos”, vertelt Rooswinkel. Hij doelt op het landgoed Gorp  Roovert. Van dit bos van 700 hectare wordt jaarlijks maximaal 10 hectare gekapt en herplant. Alle houtmassa die verstookt wordt groeit elk jaar weer aan.  

Lees alle afleveringen uit de korte serie over biomassa: 

  1. “De snelheid waarmee bossen in Afrika op dit moment verdwijnen is werkelijk angstaanjagend”
  2. ‘Een alternatief voor de biomassa-installatie? Dat zou doodzonde zijn’
  3. “Ik denk dat mensen terecht zorgen hebben over biomassa” 

Bij duurzaam bosbeheer hoort tussenkap, legt Rooswinkel uit. Het resthout dat dit oplevert, vormt de grondstof voor de energiecentrale. “En dat levert voor ons voldoende materiaal op om die biomassa-installatie in bedrijf te kunnen houden.”

Het hout wordt na de kap op stam opgeslagen in het bos; na enkele weken wordt het versnipperd en onder een overkapping opgeslagen, hier kan het hout verder drogen. “Wij onderhouden, slepen en versnipperen niet  het hele jaar door”, vertelt Rooswinkel. “Wij proberen dat te concentreren in een aantal weken per jaar. Dat is meestal twee keer per jaar, waardoor het heel efficiënt gebeurt.” Vanwege de herplant in het bos spreekt hij van een circulair systeem en een biomassa-installatie die voor 97 procent CO2-neutraal is. Die zeer beperkte uitstoot zit bijvoorbeeld in de trekker die in een koude winter twee à drie keer per week naar het bos 4 kilometer verderop rijdt om een nieuwe lading houtsnippers te halen.

Investeringen in de fabriekspijp

Als Rooswinkel ’s winters naar zijn werk fietst en een openhaardlucht ruikt, schrikt hij soms. “Dat zal onze ketel toch niet zijn?” Nee, gelukkig rook hij de schoorstenen van woningen in plaats van de ketel. In principe kun je de ketel immers niet ruiken, omdat er veel is geïnvesteerd in de ketel en de schoorsteen waardoor de verbranding efficiënter is en minder uitstoot oplevert.

Er zijn wettelijk-bepaalde grenswaarden waaraan een biomassacentrale moet voldoen wat CO2-, fijnstof- en stikstofuitstoot betreft. Volgens Rooswinkel zit de biomassa-installatie in Goirle ruim onder die grenswaarden. Zo is er een speciale installatie die bij een bepaalde rookgastemperatuur ureum injecteert. Dit bindt stikstof waardoor er minder van die stof in de lucht terechtkomt.

‘Een alternatief voor de biomassa-installatie? Doodzonde’

Rooswinkel is positief over deze kleinschalige toepassing van biomassa als brandstof. Hij ziet ook kansen voor andere plekken in Nederland. “Er zijn veel meer landgoederen en bosgebieden in Nederland waar je dit circulaire systeem kunt toepassen.” Ondanks zijn vertrouwen in deze vorm van biomassatoepassing en de kwaliteit van zijn biomassa-installatie, weet hij niet wat de toekomst brengt. Zodra de textielfabriek verdwijnt, moet de grond bouwrijp gemaakt worden. Pas dan kan met de bouw van de woningen worden gestart. Dan zijn we twee jaar verder. Hoe de biomassa-discussie zich dan heeft ontwikkeld, blijft gissen. “Anders moet je naar een alternatief, maar dat zou in onze ogen doodzonde zijn.”

Een aantal jaar geleden, toen de meningen over biomassa nog heel anders waren kwam er een bus vol burgemeesters op bezoek, herinnert Rooswinkel zich. Hij leidde hen rond op het terrein. Hij hoopt dat deze mensen zich zullen inzetten voor het behoud van de installatie. “Die nodigen we nog een keer uit”, concludeert hij.

Advies van groeiende bedrijven, voor zowel de grote corporaties als de kersverse startups

Voor Anja Scheltens, manager marketing & communicatie bij Yumeko, is duurzaamheid vooral iets voor bedrijven. “Ik geloof dat de oplossing voor veel problemen uit het bedrijfsleven moet komen. De politiek volgt later wel.” ‘Haar’ bedrijf Yumeko, dat duurzaam textiel maakt, wil dan ook andere bedrijven inspireren. “Het opzetten van een duurzaam businessmodel was een uitdaging, maar het is gelukt en we willen graag laten zien dat het kan, om anderen te inspireren – zodat ook zij sociale ondernemingen starten.”De klant blijft koningOm succesvol te zijn als duurzaam bedrijf moet je natuurlijk zo groen mogelijk opereren. Maar ondertussen moet je ook een goed bedrijf zijn, waar de klant koning is - net als bij ‘gewone’ bedrijven. “Voor ons is die klantervaring juist heel belangrijk; we willen iedereen zo goed en snel mogelijk helpen,” zegt Moniek Haaring, COO bij laadpaalmaker Blue Current. Daarnaast kan het helpen om niet te veel uit te besteden. “Omdat we alles zelf doen, kunnen we ook heel snel aanpassen. Dát is onze kracht.”Lees ook: Een duurzame leider zijn leer je al jongZelf doen is leuk, maar is niet alles, vindt Wouter Muis, CEO van de duurzame paddenstoelenkweker GRO. Samenwerking helpt bij schaalvergroting. Maar: kies je partners zorgvuldig. “Als je alles zelf wil doen komt daar vaak niet het beste product uit. En je moet anderen ook wat gunnen. Misschien worden de marges daardoor kleiner, maar uiteindelijk zorgen goede partners er wel voor dat je snel kunt groeien.”Dat is ook het advies van Skel-ex, een bedrijf dat exoskeletten bouwt om mensen langer gezond te laten werken. “Kies je partners met zorg, en zorg dat zij invloed hebben. Wij bedienen een hele nieuwe markt, niemand kent dit nog. En de bouw is bijvoorbeeld best conservatief. Maar door samen te werken met een leverancier van stukadoorsmaterialen, kunnen wij mensen overtuigen om ons skelet te proberen. Dat is volgens mij het geheim van succes: zorg dat je vertrouwde bedrijven om je heen verzamelt,” zegt European Sales Manager Ivar de Wit.VisieOnze premier mag er dan wars van zijn, voor veel scale-ups is visie de belangrijkste bron van goede bedrijfsvoering. iwell, een bedrijf dat batterijen levert, wil bijvoorbeeld Nederland duurzamer maken met een unieke kijk op batterijen. “Maar je moet ook een vertaalslag maken naar hoe je die visie van dag tot dag kan toepassen. Te veel bedrijven zijn bezig met de toekomst óf met vandaag, maar maken geen verbinding tussen hun visie en wat je daar vandaag al aan kan doen”, zegt Vincent Ruijter, algemeen directeur van iwell.Aan de andere kant moet je, volgens de CEO van deelscootbedrijf Felyx, je niet te veel laten meesleuren met de waan van de dag. “Werk niet in, maar áán je bedrijf. Je loopt het risico meegezogen te worden in de dagelijkse beslommeringen, maar dan verlies je de toekomstvisie. Neem dus goede mensen aan die het werk kunnen doen, zodat jij genoeg tijd hebt om te denken waar je bedrijf straks heen moet,” zegt Quinten Selhorst van Felyx.Advies voor corporatesKleine bedrijven kunnen en moeten volgens Joost Rietveld, Managing Director van Too Good To Go, ook samenwerken met grote bedrijven. En ze moeten focus bewaren. Rietveld: “Het kan verslavend zijn om een missie te hebben, en dus al je tijd in het bedrijf te stoppen. Maar pas op dat je het niet te ingewikkeld maakt: blijf bij je oorspronkelijke missie, hou het simpel.” En als je als klein bedrijf echt impact wil hebben: “Werk samen met grote bedrijven. Niet met een wijzend vingertje, maar met een high five.”Veel scale-ups komen net uit de start-upfase en hebben dus volop advies voor deze sector. Maar ook de grote jongens kunnen ervan leren, want vaak is duurzaamheid bij corporates een stroperig proces. F-fort, een adviesbureau voor duurzaamheid, ziet het elke dag. En oprichter Jordie van Berkel-Schoonen stelt ze gerust: “Als het om duurzaamheid gaat is er niets fout om te doen, maar niets doen is wel fout. Dus zorg dat je er niet alleen maar over praat, niet alleen maar kennis inwint; probeer echt iets te doen met je ambities, dat is het begin van duurzame verandering.”Lees ook: Bedrijfsleven wil wel veranderen, maar weet vaak niet hoeBeeld: Adobe Stock