Redactie Change Inc. 08 december 2020, 17:43

Chemelot: duurzame grondstoffen zorgen voor groene chemie

Het Zuid-Limburgse Chemelot is een van de grootste chemische industriecomplexen van Europa. Er worden veel fossiele grondstoffen als olie en aardgas gebruikt. “Toch kan Chemelot in 2050 volledig duurzaam en circulair zijn.”

Chemelot

De rol van de chemische industrie is voor Chemelot-directeur Loek Radix onomstreden. “De maatschappij heeft de producten vanuit de basischemie nodig, nu en in de toekomst. Basischemie is het begin van vele economische waardeketens, zoals plankton dat is binnen voedselketens. Kunstmest, kleding en medicijnen, het kan allemaal niet bestaan zonder de grondstoffen die de chemie produceert.” 

Twee uitdagingen  

Alleen zijn er volgens Radix twee ‘probleempjes’ die moeten worden opgelost. Ten eerste moeten de fossiele grondstoffen, die als input voor de chemische fabrieken dienen, vergroenen zodat automatisch ook de producten groen zijn. En ten tweede moeten alle chemische processen geëlektrificeerd worden en gevoed met duurzame elektriciteit.  

Die twee uitdagingen zijn enorm omvangrijk, maar kunnen volgens Radix zeker worden opgelost. Op dit moment worden er op Chemelot nog veel fossiele grondstoffen gebruikt: ruwweg 1 miljard kubieke meter aardgas en circa 4 miljoen ton nafta (‘raffinaderijbenzine’) per jaar. Het elektriciteitsverbruik zit op circa 2 miljoen megawattuur per jaar.  

“Toch kan Chemelot in 2050 volledig duurzaam en circulair zijn”, aldus Radix over de missie van Chemelot. “Daarvoor moet nog veel werk verzet worden, en daar zijn we druk mee bezig.” 

Klimaatneutrale chemiesite  

De Chemelot-directeur voelt zich gesteund door minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat, die de basisindustrie tot ‘cruciale sector’ heeft verklaard. In zijn ‘visie op verduurzaming’ benadrukt Wiebes de onmisbare rol van de chemiesector in Nederland, en stemt hier mede het economisch beleid op af. Het Nederlandse kabinet heeft de ambitie om ‘the place to be’ te zijn voor toekomstige duurzame basisindustrieën.  

Radix is vastbesloten om van het chemiecomplex Chemelot in Zuid-Limburg zo’n ‘place to be’ te maken. Met de ambitie van het Nederlandse kabinet moet Chemelot die positie kunnen behouden en zelfs verstevigen. Chemelot is een zeer internationaal georiënteerde chemiesite; ongeveer 90 procent van alle producten die daar worden geproduceerd, is bestemd voor de export.  

Chemelot is volgens Radix als geen ander gepositioneerd voor de transitie naar een circulaire, duurzame en volledig klimaatneutrale chemiesite. Vanuit de historie van het terrein zijn de ruim zestig fabrieken op het Chemelot-terrein in hoge mate geïntegreerd. Het product van de ene fabriek, is grondstof voor de andere fabriek. Op die manier gaat relatief weinig energie verloren, en is de efficiency hoog. Integratie en nauwe samenwerking zijn de sleutelwoorden om duurzaamheid en circulariteit te kunnen realiseren.  

Sabic en Plastic Energy 

Als voorbeeld noemt Radix de nieuwe fabriek, die de chemiebedrijven Sabic en Plastic Energy gaan bouwen op het terrein van Chemelot. Deze nieuwe fabriek, die in 2021 in bedrijf gaat, zal plastic afval chemisch recyclen. Plastic Energy ontwikkelde voor deze samenwerking een speciale technologie waarbij plastic afval in een zuurstofvrije omgeving wordt gesmolten en afgebroken tot zogenoemde pyrolyse-olie. Deze uit plastic afval afkomstige olie wordt door Sabic als grondstof ingezet in de naftakraker en omgezet in etheen en propeen. 

Plastic afval wordt op deze manier dus omgezet in nieuwe hoogwaardige grondstoffen. Met als circulair resultaat dat plastic kan worden geproduceerd van gerecycled plastic in plaats van nafta. “Deze vernieuwing leidt tot minder afvalverbranding en biedt een milieuvriendelijker alternatief voor het verwerken van gemengd plastic afval.”  

Unilever is in dit geval vanaf de start actief betrokken geweest bij de ontwikkeling, omdat deze plastics kunnen worden gebruikt als verpakkingsmateriaal voor voedingsmiddelen. Radix is trots op deze ontwikkeling, die de fossiele nafta overbodig maakt en door een circulair alternatief wordt vervangen.  

Om deze en andere technologieën grootschalig te kunnen toepassen moet veel gebeuren. De benodigde opslagcapaciteit en recycling van plastic afval, huishoudelijk afval en biomassa vraagt op termijn om ruimte, die Chemelot zelf niet heeft. Fabrieken waar recycling plaatsvindt, worden bij voorkeur niet op Chemelot gebouwd, en dat kan ook elders. Waarna, na het recycling-proces de hernieuwbare grondstoffen zoals pyrolyse-olie via bestaande pijpleidingen, via het water, via het spoor, schip of via de weg naar Chemelot getransporteerd worden. 

Vervanging van aardgas en nafta  

Chemelot vormt een knooppunt van verschillende typen infrastructuren: pijpleidingen, snelwegen, waterwegen, treinrails en elektriciteitsleidingen. Die infrastructuur speelt een belangrijke rol in de duurzaamheidstransitie, want de pijpleidingen zijn niet alleen nodig voor het aanvoeren van de eerder genoemde pyrolyse-olie, maar ook voor de vervanging van die andere belangrijke grondstof: aardgas.  

Nafta en aardgas zullen langzaam maar zeker vervangen worden door duurzame alternatieven. Chemische processen hebben warmte nodig, waarvoor nu vaak aardgas wordt verbrand. In de toekomst zullen hoge temperaturen nodig blijven voor vele chemische processen, alleen zal dit (duurzame) elektrische warmte zijn. Om die reden zal het elektriciteitsverbruik tot 2050 ongeveer verviervoudigen.  

Onmisbare schakel in de oplossing  

In de klimaatdiscussie vormt Chemelot niet alleen het probleem, Chemelot is  volgens Radix een ‘onmisbare schakel in de oplossing’. Op vele fronten zoekt Chemelot de samenwerking op met bedrijven, instellingen en overheden om de ambities waar te maken. Denk daarbij aan infrastructuur en de levering van voldoende groene stroom, maar ook het zekerstellen van een ‘level playing field’ in Europa en in de wereld. “Voor een chemiesite die 100 procent van zijn producten op de wereldmarkt afzet, is dat laatste geen detail om te veronachtzamen”, besluit Radix. 

Rijkste Europeanen stoten veel meer CO2 uit dan de rest, vooral door vliegen en grote auto’s

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib. De stichting keek naar de inkomensverdeling in verschillende Europese landen, en zette deze af tegen de CO2-belasting van het consumptiepatroon van de inkomensgroepen. Hoewel de midden- en onderklasse in absolute zin meer CO2 uitstoten, is er per hoofd van de bevolking veel meer CO2 afkomstig van de rijken.Het was al langer bekend dat de rijken meer consumeren en dus meer CO2 veroorzaken. Maar dit onderzoek laat zien dat de rijken tussen 1990 en 2015 meer zijn gaan uitstoten, terwijl andere groepen minder uitstoten. Hoewel de CO2-uitstoot afnam in deze periode, kwam dat dus niet dankzij de rijke mensen.Lees ook: Europa op weg naar klimaatdoelstelling, maar Nederland moet harder zijn best doenEnergieverbruik voor het huisVan vliegreizen en nieuwe, grote auto’s tot het kopen van meer elektronica of speelgoed - in alles zorgen de rijken voor meer uitstoot. Oxfam keek ook welk deel van de consumptie het meest bijdroeg aan de voetafdruk van Europeanen. Voor de rijken is dat transport, voor de armen is dat elektriciteits- en warmtegebruik in huis.Dat betekent niet dat armere mensen meer energie gebruiken in huis dan rijken. “Hoewel dat zeker zou kunnen, omdat zij vaak in oudere en dus minder goed geïsoleerde huizen wonen, hebben we dat niet onderzocht”, vertelt Madelon Meijer, duurzaamheidsexpert bij Oxfam Novib. “Maar bij hen is verwarming en stroom in huis een groter aandeel van de voetafdruk, omdat ze minder vliegen en in kleinere auto’s rijden - als ze al een wagen hebben.”Veel duurzame stroom in NederlandWie de rijkste 10 procent zijn, verschilt per land. In Nederland valt iedereen die meer dan 71.000 euro per jaar verdient bijvoorbeeld in de hoogste 10 procent. Toch doet Nederland het qua uitstootverschillen nog relatief goed. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat wij relatief veel duurzame stroom hebben. Daardoor zijn ook grootverbruikers nog duurzaam. Hetzelfde geldt voor landen als Frankrijk (dat veel kerncentrales heeft) en Duitsland.Om het verschil in uitstoot tussen arm en rijk op te lossen moeten klimaatmaatregelen en nivillering hand in hand gaan, denkt Meijer. “We hebben als mensheid  maar een beperkt CO2-budget. Voor dit nog resterende budget moet je lastige keuzes maken. Maar moet je dan tegen de armste 50 procent zeggen dat ze hun huis niet meer kunnen verwarmen? Of moet je voorkomen dat de rijken een tweede vliegvakantie naar Thailand maken?” Door financiële prikkels, ver- en geboden kan Europa zowel de lasten als de CO2-uitstoot eerlijker verdelen, denkt zij.Lees ook: Er moet een strategie voor een duurzaam Europa komen, vinden CEO'sBron: Oxfam Novib | Beeld: Adobe Stock