Paul van Liempt 27 november 2020, 12:00

Leiders die nooit meer willen afschuiven en wegkijken

De verhoren over de toeslagenaffaire bij de belastingdienst maken duidelijk dat in complexe tijden echt samenwerken gewenst is. Wie nu leiding geeft moet alle partijen bij het proces betrekken, zodat wegkijken en afschuiven verleden tijd is. Hoe doe je dat?

Column paul van liempt

Ontluisterend hoe de oud-bewindslieden Lodewijk Asscher, Frans Weekers en Eric Wiebes niets zeiden te weten over de harde fraude-aanpak bij Toeslagen. Niets van de zerotolerance-benadering en de selectie per groep op risico's. Asscher had geen idee, Weekers had het over een leemlaag bij de Belastingdienst waar je niet doorheen komt en Wiebes bekende dat hij vooral in een donker hoekje zat te werken, op zoek naar het lichtknopje.

Even ontluisterend waren de hoge ambtenaren die de schuld afschoven en zich zonder enig ethisch besef op 'het systeem' beriepen. Alsof individuele verantwoordelijkheid te veel was gevraagd. Ze hadden kunnen luisteren naar de onlangs overleden ict-pionier (hij voorspelde in de vorige eeuw het telewerken vanuit huis) en oud Capgemini topman Chris van Breugel, die bij zijn beslissingen altijd oog had voor wie hij het deed.

Visionair met prioriteiten

Capgemini had onder zijn leiding als eerste Nederlands bedrijf een eigen netwerk in gebruik genomen gebaseerd op internettechnologie. Tegen de Volkskrant zei hij in 1995: "Het scheelt het bedrijf honderdduizenden memo's en brieven, een kostenpost van een miljoen gulden per jaar, maar belangrijker is dat de opgebouwde kennis voor iedereen in een databank beschikbaar wordt." Een visionair, die ook zijn prioriteiten op een rij had. En begreep dat dit dé manier was om iedereen bij je plannen te betrekken.

Voormalig aandelenanalist Willem Schramade schreef het boek Duurzaam Kapitalisme. Over financiële instellingen die duurzaam beleggen, maar in zijn ogen niet veel meer doen dan voldoen aan de regels, wat volgens hem in Trouw neerkomt op "een verschrikkelijke afvinkcultuur." In zo'n omgeving kun je makkelijk wegkijken bij kritische vragen en je verschuilen achter het systeem mocht er iets misgaan. Hij constateert ook dat een gebrek aan samenwerking funest is. De afdeling duurzaam beleggen functioneert los van de portfoliomanagers, die de beleggingsbeslissingen nemen. Volgens Schramade zijn het silo's die een andere taal spreken. De managers letten vooral op indexen, op bepaalde percentages rendement die gehaald moeten worden: "Toch maar in Google gaan, anders halen we de index niet."

Sociale en ecologische zaken meewegen

Zijn boodschap: zet de eilandjes met verschillende achtergronden bij elkaar. Leidinggevenden moeten een klimaat scheppen waarin naast de financiële visie ook de sociale- en ecologische kijk moet worden meegewogen. Het is een beslissende verandering, die bedrijven die de tijdgeest snappen nu ook toepassen. Hij denkt dat KLM in afgeslankte vorm, met een serieuze prijs op het vervuilende vliegen, veel winstgevender kan zijn. Als voorbeeld van succesvolle bedrijven die sociale en ecologische waarde meewegen noemt hij Philips en DSM.

In een opiniestuk over de voedseltransitie bewijst de president van DSM Nederland Edith Schippers zijn gelijk. Hoe Nederland kampioen innovatie in agri-voedsel kan blijven? Schippers roept op tot een samenwerking die tot nu toe nooit echt op gang kwam, maar in deze tijd het tij mee heeft: "Overheid, boeren, voederfabrikanten, wetenschap, technologie en industrie moeten de handen ineenslaan. Met wetenschap als oplossing." Een mooie blauwdruk voor bedrijven en overheden die niet meer willen wegkijken en afschuiven.

‘Met huidige mate van plasticrecycling halen we milieudoelstellingen niet’

De Nederlandse milieudoelstellingen op het gebied van circulariteit en (plastic)recycling liegen er niet om. In de Transitieagenda Kunststoffen staat bijvoorbeeld dat alle kunststofproducten in 2050 volledig circulair moeten zijn. De tussentijdse ambities zijn ook niet voor de poes: in 2030 (over tien jaar) moet 41 procent van al het plastic uit gerecycled materiaal bestaan.Die doelstelling is momenteel volstrekt onhaalbaar, stelt Stijnen: “De hoeveelheid plastic die wordt ingezameld voor recycling is simpelweg te beperkt.”Inzameling van long-life plastics schiet tekortVooral long-life producten worden nog te weinig ingezameld, stelt hij, terwijl betere recycling dáárvan juist onmisbaar is voor het behalen van de gestelde doelstellingen. “Maar liefst zestig procent van alle plastics wordt toegepast in long-life producten, zoals autobumpers of raamkozijnen”, aldus Stijnen. “Die producten gaan uiteraard langer mee dan plastic verpakkingen, maar aan het einde van hun levenscyclus verdwijnt het overgrote deel (zo’n 85 procent, red.) in de verbrandingsoven. Dat is doodzonde.”Lees ook: Beter recyclebaar hard plastic in de maak bij de TU/ePlastic verpakkingenDe inzameling en recycling van plastic verpakkingen is overigens ook verre van optimaal, maar daar werd de afgelopen jaren wel vooruitgang geboekt. Ruim de helft van alle plastic verpakkingen wordt momenteel gerecycled en dat percentage neemt nog steeds toe, aldus Stijnen. “Elke consument komt plastic verpakkingen in de supermarkt tegen, veel gemeenten hebben inmiddels een recyclestructuur voor plastic afval en de plastic soep in oceanen spreekt tot de verbeelding”, verklaart hij.Te weinig prikkelsJuist omdat de recycling van plastic verpakkingen de goede kant op gaat, is het zaak om de pijlen te richten op het circulair maken van long-life plastics. Tot nu toe zijn de prikkels om daarmee aan de slag te gaan echter beperkt. Ter vergelijking: voor elke kilo plastic die verpakkingsproducenten op de markt brengen, wordt 60 eurocent gereserveerd voor het inzamel- en recycletraject. Voor long-life plastics bestaan dergelijke regelingen niet.“Je ziet wel dat sommige fabrikanten van plastic kozijnen en buisleidingen het heft in eigen handen nemen en producten na gebruik weer innemen, maar de politiek komt vooralsnog onvoldoende in beweging.”Ketens sluitenStijnen pleit er dan ook voor om de Producentenverantwoordelijkheid, die nu al geldt voor de verpakkingsindustrie, uit te breiden naar álle consumptiegoederen (ongeacht het materiaal waaruit ze bestaan). Als alle producenten hun steentje bijdragen aan het inzamelen en verwerken van afvalproducten, kunnen materiaalketens immers veel effectiever gesloten worden.“Denk bijvoorbeeld aan een structuur waarbij producenten minder hoeven te betalen als hun producten goed recyclebaar zijn of als er recyclaat in wordt toegepast”, zegt Stijnen. “De overheid moet dit faciliteren. Op die manier kan de verduurzaming van niet-verpakkingen ook een impuls krijgen.”Lees ook: Dit wonderplastic is oneindig recyclebaarBron: PlasticsEurope | Afbeelding: Ivan Radic via flickr.com, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)