Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 24 november 2020, 17:24

Klimaatpositieve stoelen gemaakt van hennep en hars

Shutterstock 775382476

Meubelfabrikant VepaDrentea presenteert vandaag een stoel gemaakt van volledig biologisch restmateriaal. De stoel bestaat uit hennep en hars. Beide materialen zijn biologisch en recyclebaar. Met de productie wordt volgens de meubelfabrikant meer CO2 opgenomen dan uitgestoten, waarmee het meubel klimaatpositief is.

Het Nederlandse meubelmerk zegt de meest duurzame stoelen ter wereld te hebben ontwikkeld. Plantics ontwikkelde een soort hars waardoor de hennepvezels aan elkaar blijven kleven. Dat materiaal is gebaseerd op een ontdekking van UvA-onderzoeker Gadi Rothenberg, die in zijn zoektocht naar een biobrandstof uit afvalmateriaal per ongeluk stuitte op kleverige hars.

Lees ook: CO2-heffing voor afvalsector helpt Nederland niet op circulair te worden

Gepattenteerde stoelkuip

Hennep groeit zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen, heeft weinig water nodig en wordt in Nederland verbouwd. Ook neemt het CO2 op en zijn de vezels heel sterk. Om die redenen is er voor dat materiaal gekozen. "Hoewel de kuipen in de natuur volledig afbreekbaar zijn, breken we ze liever niet af. Dat is zonde en onnodig. De kuip wordt vermalen en daarna opnieuw geperst. Met dezelfde kwaliteit en eindeloos opnieuw. Wij zijn het enige bedrijf ter wereld waarbij dit mogelijk is zonder dat er nieuwe grondstoffen worden toegevoegd," zegt Janwillem de Kam, directeur van VepaDrentea. 

Lees ook: Ikea gaat ook in Nederland gebruikte meubels terugkopen om milieuvriendelijker te worden

Subsidie voor energie-innovatie

Het onderstel van de stoel bestaat uit PEFC-gecertificeerd hout, wat betekent dat het hout afkomstig is uit duurzaam beheerd bos dat in stand blijft. Het stalen onderstel is gemaakt van gerecycled staal. De stoelen zijn zo gemonteerd dat ze makkelijk uit elkaar te halen zijn voor hergebruik. Het duurde in totaal twee jaar om de biologische en recyclebare stoelkuip te ontwikkelen, die mede daarom gepatenteerd is. Het project kreeg subsidie voor energie-innovatie van het ministerie van Economische Zaken. Als je uitgekeken bent op de stoelen wil VapaDrentea ze graag weer terug om te hergebruiken. 

Lees ook: Proef in Utrecht met herbruikbare koffiebekers 

Bron: VepaDrentea | Beeld: Shutterstock (niet de stoelen waar het om gaat) Foto 2: VepaDrentea

Datagestuurd laadpalenproject in Utrecht van start

De gemeente Utrecht wil elektrische autogebruik stimuleren. Om dat te doen, moet je niet pas reageren als iemand een elektrische auto heeft gekocht. Je moet juist de kar trekken, merkte wethouder Eelco Eerenberg (D66). Want het kon soms na aanschaf van een elektrische auto wel acht maanden duren tot de laadpaal in de publieke ruimte werd geplaatst. “Toen we constateerden dat de oude aanpak niet meer werkte, bedachten we dat datagestuurde plaatsing misschien een optie kon zijn.”De gemeente ging vervolgens via een aanbesteding op zoek naar een partner die niet alleen laadpalen wilde plaatsen, maar ook met de gemeente aan het laadpalenplan wilde werken. Engie ontwikkelde vervolgens een model zodat het gebruik van laadpalen in de toekomst kan worden voorspeld. “We gebruiken de data van de 750 laadpalen die al in Utrecht staan om te kijken welke vaak bezet zijn, en waar dus behoefte is aan meer laadpalen. Bovendien hoeft het plaatsen niet meer aanvraag per aanvraag,” zegt Matthijs Kok, ontwikkelaar elektrisch vervoer bij de gemeente Utrecht.Lees ook: Rookpalen op stations worden laadpalen voor fietsenPrestatievergoedingOm te garanderen dat er op tijd voldoende laadpalen zijn, hebben Engie en de gemeente afspraken gemaakt over de maximale laadpaalbezetting. In sommige buurten mogen de palen niet meer dan 80 procent van de tijd bezet zijn. Engie voorspelt waar behoefte kan ontstaan naar laadpalen, en plaatst ze op tijd bij. Gebeurt dat niet, krijgt het bedrijf een boete. Ook kan Engie een boete krijgen als de laadpalen vaak kampen met storingen.Anderzijds krijgt Engie een bonus als het de ev-rijder op een locatie buiten de openbare ruimte kan laten laden, zoals bijvoorbeeld op een bedrijventerrein in de avonduren. Zo wil de gemeente het aantal laadpalen op straat beperken. Engie financiert de laadpalen en de elektrische rijders betalen voor de stroom die ze aftappen. “Afgesproken is dat we vier jaar lang laadpalen mogen plaatsen, en daarna nog zes jaar de energie van de laadpalen verkopen,” zegt Roberto Balzarelli van Engie.Lees ook: Noord-Holland en Rotterdam willen meer zonnepanelen boven parkeerplaatsenAltijd een laadpaal voor de elektrische rijderOp 23 november is de eerste Engie-laadpaal in de Utrechtse grond geplaatst. Het komende half jaar zullen er nog 300 laadpalen bijkomen in de stad, om in 2025 uiteindelijk plek te hebben voor 25.000 elektrische auto’s. “Zodat er altijd een laadpaal is als de e-rijder dat nodig heeft,” zegt wethouder Eerenberg. Beide partijen in dit project merken wel dat er door corona minder behoefte is aan laadpalen, maar verwachten dat de groei blijft. Het gaat alleen wat langzamer.Engie wil ook het laadpaalkleven aanpakken. “Uit onderzoek blijkt dat boetes niet werken. Positieve stimulering is wel een effectieve vorm van gedragsbeïnvloeding,” zegt Balzarelli. “Dus gaan wij de bewoners een bericht sturen als de auto vol is, en vragen we vriendelijk of ze deze zouden willen verplaatsen.” Dat gebeurt alleen overdag tussen acht uur ’s ochtends en negen uur ’s avonds.Lees ook: Onderzoek: tekort aan laadpalen dreigt, maar datagedreven beleid biedt hoopBuurtbewonersWethouder Eerenberg merkt dat veel buurtbewoners blij zijn dat de gemeente het laadpalenbeleid aanpakt en via een kaart laat zien waar de palen komen. Dan weten de buurtbewoners waar ze aan toe zijn. “Maar er is ook een groep bewoners die bang is dat ze hun eigen dieselauto niet meer kwijt kunnen als er veel elektrische laadplekken zijn.” Bewoners kunnen op hun beurt bezwaar maken als er een laadpaal wordt geplaatst op een plek waar ze het niet mee eens zijn. Maar volgens de wethouder zijn veel bewoners vooral blij dat de laadpalen geplaatst worden wanneer daar behoefte aan is.Niet op de NieuwegrachtEnkel aan de rand van de binnenstad worden nog laadpalen bijgeplaatst, maar in de binnenstad zelf niet. “We hebben met de stedenbouwers gezeten, en het is echt zonde om bijvoorbeeld de Nieuwegracht ermee vol te zitten,” licht Kok toe. “Dat past niet in het historische straatbeeld.” Wellicht dat andere oplossingen, zoals inductieladen of de lantaarnpaal die fungeert als laadpaal in de toekomst uitkomst kunnen bieden. En dan moet de netbeheerder ook met een compactere meter komen. Wethouder Eerenberg hoopt dat er vanzelf opties ontstaan die er beter uitzien dan een laadpaal, “Want we moeten zuinig zijn op de openbare ruimte in de stad.” Voor Engie is het voorspelmodel een investering die op termijn zijn vruchten zal afwerpen. Balzarelli: “We hebben contact met andere grote steden in het land en zien dat ook daar behoefte is aan datagestuurd plaatsen.” Het zou mooi zijn als de elektrische bolidebezitter straks in geen enkele stad meer hoeft te wachten op een laadpaal.Lees ook: Zonne-auto uit Eindhoven laadt andere auto's en apparaten opHoofdfoto: Shutterstock | Foto2: Engie