Marc Seijlhouwer 11 november 2020, 10:59

Scale-ups in Nederland: langer doorwerken met een exoskelet

Het klimaat is belangrijk, maar goed zorgen voor een ouder worden bevolking die langer moet doorwerken is ook onmisbaar in een duurzame maatschappij. Wat Skelex doet klinkt bijna te futuristisch om waar te zijn: het bouwt exoskeletten die mensen ondersteuning geven, zodat ze langer, veiliger en gezonder kunnen werken.

Car manuafacturing audi klein

Human 2.0, de nieuwe mens. Dat was het plan van de Indiaase Gaurav Genani, die in 2010 naar Nederland kwam. In India had hij bedacht dat hij zich wilde toeleggen op het sterker en beter maken van de mens. De kennis in Nederland, en specifiek bij de TU Delft, was voor hem de reden om hierheen te komen. Met een team van bollebozen sleutelde hij jarenlang aan het concept voor een exoskelet dat mensen kan ondersteunen in hun werk. Zo werd Skelex geboren.

Het idee achter de exoskeletten is maatschappelijk. We hebben in het westen te maken met vergrijzende bevolkingen. En als mensen ouder worden krijgen ze snel meer last van skelet- en spierproblemen. Vooral in zware beroepen: de bouw, zorg, defensie, auto-industrie. En hoewel de politiek druk discussieert over eventuele uitzonderingen voor zulke beroepsgroepen, verandert er voorlopig niks aan de gezondheidssituatie van de mensen die in die sectoren werken.

Geen motor in het skelet

Skelex bouwt exoskeletten zonder motor. Het systeem werkt met twee veren die zich aanspannen als je je armen naar beneden laat zakken. Als je vervolgens met de armen omhoog gaat, ondersteunt de veer je beweging. Zo kun je dus veel lang boven je hoofd werken, of dit nu statische of repetitieve werkzaamheden betreft. En dat is een uitkomst voor bedrijven en medewerkers. “Als je een zieke medewerker hebt, kost je dat een hoop geld”, vertelt European Sales Manager Ivar de Wit. “Dat kan je voorkomen met het exoskelet.”

Het is dus niet de bedoeling dat de werkgevers hierdoor minder mensen aannemen, omdat een medewerker met pak meer kracht heeft. “Meestal kijkt de ARBO- of bedrijfsarts mee, en dan gaat het goed. Het gaat om het behoud van de medewerker, zorgen dat mensen langer goed door kunnen werken.”

Daarmee zit dit bedrijf in een andere vorm van duurzaamheid dan veel anderen. Het gaat hier om duurzame arbeid. Nu wordt een zieke of oude werknemer vaak ingewisseld voor een jongere, die mag werken tot zijn of haar lichaam het opgeeft. Met de exoskeletten kan iedereen gezonder en langer doorwerken, zonder dat dat extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

Lees ook: Hoe bouwbedrijf Dura Vermeer zijn werknemers zo lang mogelijk gezond kan houden

Exoskeletten in de zorg

Voorlopig focust Skelex op de (scheeps)bouw, de constructie en de vliegtuig- en auto-industrie. De medewerkers moeten daar vaak repetitief en zwaar werk doen, dat makkelijker wordt met een exoskelet. Maar ook andere beroepsgroepen kunnen in de toekomst profijt hebben van zo'n pak. “In de zorg kan een echograaf, die vaak urenlang een echo-apparaat vast moet houden, hier baat bij hebben.” Ook in de agri-sector is er een grote groep die regelmatig urenlang boven de eigen macht werkt, zoals bij tomatentelers. Maar voor Skelex een nieuwe markt opgaat, kijkt het bedrijf of er aanpassingen nodig zijn. “In de zorg wil je bijvoorbeeld een makkelijk te ontsmetten versie, die misschien ook in het wit moet komen, om bij de uniformen te passen.”

Die flexibiliteit is het unieke aan Skelex, in vergelijking met andere bedrijven die exoskeletten bouwen. “Wij kunnen alle aanpassingen maken die mensen willen, om zo precies aan de wensen te voldoen. We zijn daarmee ook meer een ontwikkelingsbedrijf, terwijl anderen meer voor massaproductie gaan.” De aanpak heeft succes; de Amerikaanse Luchtmacht koos bijvoorbeeld al voor Skelex. “Dat maakt het zakendoen ook makkelijk; als het leger daar voor je instaat, hoef je jezelf iets minder fanatiek te bewijzen.” Over vijf tot tien jaar hoopt de Wit dat Skelex de nummer 1 exoskelletenleverancier is.

Advies voor andere bedrijven

Hoewel Skelex in een niche zit, denkt De Wit toch dat andere ondernemers van hem kunnen leren. Zijn tip: “Kies je partners met zorg, en zorg dat zij invloed hebben. Wij bedienen een hele nieuwe markt, niemand kent dit nog. En de bouw is bijvoorbeeld best conservatief. Maar door samen te werken met een leverancier van stukadoorsmaterialen, kunnen wij mensen overtuigen om ons skelet te proberen. Dat is volgens mij het geheim van succes: zorg dat je vertrouwde bedrijven om je heen verzamelt.”

Lees ook: Goedkoop exoskelet zorgt ervoor dat mensen weer kunnen lopen

Duurzaambedrijfsleven profileert de komende weken scale-ups: Nederlandse bedrijven die inmiddels de start-upfase ontgroeit zijn en door willen stomen naar de volgende levensfase. Wat drijft de mensen die er werken, hoe onderneem je duurzaam, wat brengt de toekomst en wat is het advies voor anderen? Wij zoeken het elke dag uit.

Beeld: Skelex

De toekomst van de scheepvaart: nieuwe brandstoffen vragen om transitie in de haven

De internationale scheepvaart is verantwoordelijk voor ruim twee procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Toch bevat het Klimaatakkoord van Parijs geen specifieke afspraken over de reductie van uitstoot voor deze sector. Wel zijn er afspraken gemaakt door de internationale scheepvaart organisatie (IMO) van de Verenigde Naties. De organisatie streeft ernaar om in 2050 nog maar de helft van de broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 2008. Verder wil de sector nog deze eeuw zeeschepen volledig emissievrij maken.Doelen van Port of AmsterdamPort of Amsterdam heeft zelf ook ambitieuze doelen opgesteld. In 2030 streeft het naar een reductie van 55 procent van alle broeikasgassen voor industrie en scheepvaart samen. Om deze doelstelling te halen heeft Port of Amsterdam onder andere een speciaal team opgericht: team Clean Shipping. Het team bestaat uit tien mensen, verspreid over de hele organisatie.“ We zien dat er met de klimaatplannen enorm veel werk op de scheepvaartsector afkomt”, vertelt Henri van der Weide tijdens een digitaal interview. Hij is beleidsadviseur divisie havenmeester van Port of Amsterdam en onderdeel van Clean Shipping. “En om deze plannen te realiseren hebben we een divers team en intensieve samenwerking nodig.”Peter Alkema, ook beleidsadviseur en onderdeel van Clean Shipping knikt instemmend. “Bij schone scheepvaart denken mensen al snel aan nieuwe brandstoffen en innovaties voor schepen. Maar er is natuurlijk een minstens zo grote rol weggelegd voor de havens. Om alle innovaties te faciliteren, moet er heel veel veranderen aan de infrastructuur en veiligheidsprocedures in het havengebied.”Lees ook: Slim balanceren op het elektriciteitsnet: ‘energie uitwisselen, zodat het licht blijft branden’Elektrificatie, waterstof en synthetische brandstoffenSteeds meer rederijen kijken naar andere brandstofvormen. “Voor de binnenvaart, de relatief korte afstanden, verwachten we een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektrificatie en waterstof”, denkt Alkema. “En voor de lange overzeese afstanden zijn methanol en ammoniak wellicht kansrijke opties. We denken dat op termijn duurzame synthetische brandstoffen een steeds grotere rol gaan spelen in de zeevaart.”Al deze nieuwe brandstoffen betekenen ook een volledig nieuwe infrastructuur, zoals nieuwe typen bunkerschepen om de nieuwe brandstoffen te leveren aan de schepen. “We doen nu al onderzoek naar de toepassing van nieuwe energiedragers in de haven zoals ammonia, waterstof en methanol”, vertelt Van der Weide. “De ambitie is namelijk om zoveel mogelijk verschillende brandstoffen te faciliteren. Maar voor zowel de havens, als de scheepsbouwers is dit een zeer kostbare aangelegenheid.”Lees ook: Amsterdam pompt 78 miljoen in duurzame werkgelegenheidObstakels en uitdagingen Niet alleen vraagt de energietransitie veel van het havengebied, ook voorspelt Van der Weide grote uitdagingen voor het ombouwen, het ‘retrofitten’, van de huidige scheepsvloot. “Je vervangt niet zomaar een scheepsmotor uit een zeeschip. Hiervoor zijn gigantische investeringen nodig.” Alkema haakt hierop in: “Daarnaast is het prijsverschil tussen fossiele en schone brandstoffen nog veel te groot. Er is nog bijna geen winstgevende businesscase te maken voor een retrofit. Hier ligt nog een grote taak voor de sector en overheden die met financiering en subsidie bij kunnen springen.”Samenwerking tussen haven en scheepvaartVolgens beide heren is in de toekomst samenwerking cruciaal voor de sector. “De scheepvaart en havenbedrijven hebben op het gebied van duurzaamheid jarenlang gescheiden trajecten gekend”, vertelt Alkema. “Maar nu zie je steeds meer gremia waarin de twee samenkomen. Dat heb je nodig.” Van der Weide merkt ook dat er van beide kanten een enorme welwillendheid is om te verduurzamen. “Dat is in het belang van veel rederijen. In de Noordzee en Oostzee gelden straks strenge regels voor minimale uitstoot van stikstoffen. Als schepen niet meer aan deze eisen kunnen voldoen, zijn ze ook niet meer inzetbaar in deze regio’s.” “De scheepvaart en havenbedrijven hebben op het gebied van duurzaamheid jarenlang gescheiden trajecten gekend.”De haven stimuleert verduurzamingPort of Amsterdam stelt zich in ieder geval proactief op in een sector waar veel verandert. Naast de oprichting van het team Clean Shipping, lopen er verschillende initiatieven om duurzaamheid te faciliteren, stimuleren en reguleren. Zo heeft de haven samen met Titan LNG in 2019 de FlexFueler001 gedoopt. Dit bunkerschip is in staat om schepen die elders afgemeerd liggen in de haven vol te tanken met vloeibaar aardgas (LNG), een brandstof die aan terrein wint. LNG veroorzaakt namelijk minder CO2-uitstoot en is voor de luchtkwaliteit veel schoner dan de traditionele zware stookolie. “We zien LNG echt als transitiebrandstof richting de fossiel vrije brandstoffen”, aldus Alkema.Lees ook: OV in Amsterdam krijgt miljoenen van overheid voor elektrisch vervoerKorting voor groenOok stimuleert de haven schone scheepvaart met prijsbeleid. Hiervoor maakt het gebruik van het internationale meetinstrument ESI, de Environmental Ship Index. Schepen krijgen korting op havengelden als ze technologie en brandstof gebruiken die de uitstoot van broeikasgassen vermindert. Specifiek voor cruiseschepen is er nog EBI, de Emission at Berth Index. Reders krijgen daarmee korting als ze maatregelen treffen om de uitstoot van cruiseschepen te verminderen op het moment dat ze aangemeerd zijn in de haven.En daarnaast is Alkema actief betrokken bij de Green Award, een internationaal milieukeurmerk voor de veiligheid en duurzaamheid van schepen. Met dit keurmerk kunnen schepen wederom korting op havengelden verdienen. “Oorspronkelijk was dit een keurmerk voor zeeschepen, maar samen met de Port of Rotterdam hebben we gekeken of dit we dit ook voor de binnenvaart konden organiseren. In de acht jaar dat we dit voor de binnenvaart monitoren, kregen al bijna 800 schepen het keurmerk Green Award.”Blik op de toekomstAl deze stimuleringsinstrumenten moeten eraan bijdragen dat de haven van Amsterdam één van de duurzaamste havens van Europa wordt. Alkema: “We gaan als haven echt grote stappen zetten. Met behulp van een rekenmodel, ontwikkeld door TNO, kunnen we onze voortgang constant monitoren. Hierdoor hebben we zicht op successen en zien we waar we kunnen verbeteren.”"In zo’n geval kunnen we echt een voorbeeld zijn voor andere internationale havens en Nederland op de kaart zetten.”Van der Weide: “Het zou fantastisch zijn als we over vijf jaar kunnen zeggen dat we op schema liggen met onze emissie-reductiedoelstellingen. Maar ik zou het net zo mooi vinden als we van een aantal projecten kunnen zeggen dat het geslaagd is. In zo’n geval kunnen we echt een voorbeeld zijn voor andere internationale havens en Nederland op de kaart zetten.”Beeld: Port of Amsterdam/Adobe Stock