Rianne Lachmeijer 09 november 2020, 08:38

Technologie en data als versnellers voor de energietransitie

Een laadinfrastructuur voor elektrische bussen, duurzame klimaatinstallaties voor scholen en aardwarmte voor de glastuinbouw; een technisch dienstverlener kan op veel manieren bijdragen aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Batenburg Techniek besloot daarom om haar projecten aan zes van deze zeventien doelen van de Verenigde Naties te koppelen. Het bedrijf gelooft dat technologie en data cruciaal zijn voor het versnellen van de energietransitie.

Thumbnail zonnepark bloemendaal p2 2

Net als veel andere bedrijven wil Batenburg Techniek bijdragen aan de circulaire economie en verduurzaming. Als technisch dienstverlener is het logisch dat het bedrijf ervoor kiest om daarbij te focussen op technologie. “Wij hebben nou eenmaal verstand van techniek”, zegt CEO Ralph van den Broek.

Honderd jaar geleden startte Piet Batenburg met de verkoop van elektrisch licht. Vanuit die basis groeide Batenburg Techniek uit tot het duizend-medewerkers-tellende bedrijf dat het nu is. De nadruk ligt op industriële automatisering, maar daarnaast levert het bedrijf ook industriële componenten en werkt het in de installatietechniek.

CO2-uitstoot verminderen

Verduurzaming begint vaak bij het verminderen van de CO2-uitstoot van de eigen organisatie. Daarom zet ook Batenburg Techniek daarop in. “Wij zijn stelselmatig bezig om die ieder jaar wat te verlagen”, aldus Van den Broek. Daarbij focust het bedrijf op de verduurzaming van haar mobiliteit en vastgoed. Zo onderzoekt Batenburg Techniek duurzamere vervoersopties en koopt het bedrijf zijn energie duurzaam in. De elektriciteit is bijvoorbeeld afkomstig van het windpark op de Slufterdam. “De CO2 die toch nog uitgestoten wordt, wordt door onze aandeelhouder VP Capital gecompenseerd in een bosbouwproject van WeForest en een sociaal project in Afrika”, vertelt Van den Broek.

Impact maken via de klanten

Om écht impact te maken, werkt Batenburg Techniek samen met klanten. De CO2-uitstoot van de eigen onderneming is namelijk relatief klein. De ambitie om impact te maken sluit aan bij die van aandeelhouder VP Capital. “Wij zijn actief in de energietransitie en in de digitalisering van industrie en tuinbouw. En dat zijn ook terreinen waarin zij graag investeringen willen doen om de transitie te versnellen.” Net als Batenburg Techniek heeft VP Capital een strategie, waarin de lange termijn centraal staat. “Zij denken net als wij in generaties”, aldus Van den Broek.

Die visie komt terug in de meest recente ESG-rapportage van VP Capital. Daarin ontwikkelt de aandeelhouder een methode om de impact te meten. Batenburg Techniek combineert die meting met de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Dit zijn zeventien doelen die het kompas naar een duurzamere wereld vormen. Zes daarvan selecteerde Batenburg Techniek: 2, 6, 7, 9, 11 en 12.

“Die zes hebben natuurlijk te maken met duurzame en betaalbare energie, duurzame steden en duurzame voedselproductie. We zijn gaan ranken om te bepalen welk deel van onze omzet we daaraan kunnen toerekenen. Dat was in 2019 ongeveer 46 procent van onze totale omzet”, legt Van den Broek uit. Het mooie van die rapportage vindt hij dat het duurzaamheid zichtbaar maakt door de vertaalslag naar de praktijk.

Batenburg Techniek wil de komende jaren het aantal projecten dat bijdraagt aan de SDG’s vergroten. Het motiveert om te focussen op projecten die daaraan bijdragen, en ook groeit de kennis van Batenburg Techniek daarover. Van den Broek verwacht dat daardoor steeds meer (nieuwe) klanten bij Batenburg Techniek aankloppen met eenzelfde soort vragen.

Bekijk de ESG-rapportage

SDG’s in de praktijk

Van den Broek noemt een aantal voorbeelden van projecten die het bedrijf koppelde aan de SDG’s. Zo vallen de aanleg van laadinfrastructuur voor elektrische bussen en duurzame klimaatinstallaties voor scholen onder SDG 11: duurzame steden en gemeenschappen. En het datamanagement van het Lets Grow platform voor de glastuinbouw – ook onderdeel van het bedrijf – schaart Batenburg Techniek onder SDG 2: geen honger, omdat door de groeiende wereldbevolking en de toenemende behoefte aan gezonde voeding de vraag naar slim telen groeit.

Het meest trots is Van den Broek op een project dat aansluit bij SDG 7: betaalbare en duurzame energie. Het gaat om het project Aardwarmte Vogelaer waarvoor het bedrijf samen met haar partners de Innovatie Award 2019 van Techniek Nederland won. “Dat ene project scheelt jaarlijks 17 miljoen kubieke meter aardgas en 30.000 ton CO2-uitstoot”, zegt Van den Broek trots. Wat maakt het project zo uniek?

Marktplaats voor warmte

Bij het project Aardwarmte Vogelaer wordt aardwarmte toegepast voor de verwarming van kassen.  

Het water wordt vanuit geothermiebronnen omhoog gepompt vanuit een diepte van 2.500 meter en overdragen naar diverse locaties in het Westland. Ook verbranden de tuinders geen aardgas meer voor de winning van CO2, omdat zij nu overtollige CO2 via een pijpleiding van haven- en industriegebied De Botlek krijgen.

Wat het project volgens Van den Broek nog interessanter maakt is dat zij een soort marktplaats creëerden waarbij de zeventien aangesloten bedrijven onderling geautomatiseerd warmte kunnen uitwisselen. “Met dit soort grote projecten maken we echt het verschil in de verduurzaming van de wereld”, aldus Van den Broek.

Het Project Aardwarmte Vogelaer ontving in 2019 de Innovatie Award van Techniek Nederland. In onderstaande YouTube-video komen Leon Lankester van Aardwarmte Vogelaer en Marcel de Pagter van Batenburg Techniek daarover aan het woord.

Andere route naar hetzelfde einddoel

Naast de glastuinbouw heeft Batenburg vooral klanten in de industrie, infrastructuur, utiliteit, energiesector en maakindustrie. Volgens Van den Broek is het doel van verduurzaming in alle markten hetzelfde. Het is veel meer de weg er naar toe die per markt verschilt. De sleutel ligt voor hem in de combinatie van digitalisering en de energietransitie. Daar speelt het optimaliseren van processen een belangrijke rol bij. De duurzaamste energie is immers de energie die niet nodig is. Daarnaast zet het bedrijf in op de algehele elektrificatie van de industrie en het gebruik van nieuwe energiebronnen zoals het eerdere voorbeeld van geothermie in de glastuinbouw. In een ander project mengt Batenburg Techniek waterstof bij in een bestaande gasketel. Iets waar al veel over gesproken wordt, maar wat nog weinig wordt toegepast, vindt Van den Broek.

Energietransitie

“Als je die energietransitie echt wil versnellen, dan moet je gewoon projecten doen”, zegt Van den Broek. Kortom, het in de praktijk bedenken van een oplossing. Hij is van mening dat er al heel veel technologie beschikbaar is. De enige uitdaging is de juiste techniek te kiezen en deze praktisch toepasbaar te maken. Daar probeert Batenburg Techniek klanten bij te helpen.

Het bedrijf focust daarbij niet op één techniek. “Ons vermoeden is dat er meerdere technieken toegepast gaan worden. Daar zal bijvoorbeeld waterstof een rol in spelen, maar aardwarmte ook. We proberen dus te kijken hoe we meerdere technieken verder kunnen brengen. “Daar geloven wij in. Gewoon doen, omdat je er dan achter komt dat het in de praktijk weer net even iets ingewikkelder is dan je theoretisch bedacht had."

Lees ook het interview met VP Capital-directeur Guus van Puijenbroek: 'Het vermogen om duurzame vooruitgang te versnellen' 

Afbeeldingen: Batenburg Techniek

De commissaris van de 21ste eeuw weet wat méér waarde creëert op de lange termijn

Tekst: Marleen Janssen GroesbeekHet boek dat me sinds ik met duurzaamheid bezig ben het meest indruk heeft gemaakt, is “The Living Company” van Arie de Geus uit 1997. De Geus werkte bijna 40 jaar voor Shell. Dat is gezien de reputatie van Shell misschien geen aanbeveling, maar ik geef hem graag het voordeel van de twijfel vanwege zijn visie op de rol van het bedrijf in de samenleving. En gezien de problemen waarin het olie-en gasbedrijf zich nu bevindt, hebben de Shell-collega’s zijn boek nooit gelezen. Want de stelling van de Geus is dat wil een bedrijf overleven het moet meebewegen met de ontwikkeling van de mondiale samenleving. En dat meebewegen kan alleen als het bestuur (het management en de commissarissen) oog hebben voor de toekomst en langetermijnwaardecreatie.De Geus schetst het onvermogen bij bedrijven om voor te sorteren op de uitdagingen van de toekomst, ‘zelfs als die toekomst al is begonnen’. Ook wijst hij op het feit dat een onderneming geen lang leven beschoren is als zij haar aandeelhouders en andere verstrekkers van financieel kapitaal boven de andere stakeholders, de verstrekkers van andersoortig kapitaal, stelt.Voor de Geus zijn de kenmerken van een lang levende onderneming: conservatief in financieren, gevoelig voor de wereld om haar heen, open voor nieuwe ideeën, en waardering voor mensen, niet alleen het vermogen of de activa. Kortom, hij schetst de kenmerken van een duurzame onderneming als we daar ook de (financiële) waardering van natuur, klimaat en biodiversiteit meenemen.Onderzoek meervoudige waardecreatieBij mijn onderzoek naar meervoudige waardecreatie en de rol van commissarissen komen de praktijkinzichten van de Geus goed van pas. Hij was een echte ervaringsdeskundige met zijn 38 jaar ervaring als Shell-manager in verschillende delen van de wereld. Zijn criteria voor continuïteit van een organisatie passen goed bij het model waar ik graag mee werk: het zes-kapitalenraamwerk van de International Integrated Reporting Council (IIRC). Dat model (klik hier voor een grotere weergave) weerspiegelt de manier waarop een organisatie meervoudige waarde creëert. De vermogensbeheerders en accountants achter de IIRC hebben het raamwerk ontwikkeld voor beursgenoteerde ondernemingen, maar studenten en docenten van de finance&control- en accountancy-opleidingen van Avans hebben via praktijkonderzoek al laten zien dat het ook goed werkt voor MKB-en familiebedrijven en niet-commerciële organisaties. In het model staan de missie en de visie (samen ook wel purpose genoemd) centraal. Daarbovenop komen de strategie en de kernactiviteiten. Met de governance, het risicomanagement, de prestaties en de vooruitblik hebben we het businessmodel dat de waarde berekent met zes soorten kapitaal. Naast het financiële kapitaal is er het geproduceerde, intellectuele, menselijk, sociaal (of netwerk) en het natuurlijk kapitaal. Die zes kapitalen worden gewaardeerd aan de voorkant van het bedrijfsproces (input), wat er mee gedaan wordt leveren output en outcomes op. En op basis daarvan kunnen we beoordelen hoe een bedrijf gepresteerd heeft ofwel waarde gecreëerd heeft voor de directe stakeholders (medewerkers, klanten, toeleveranciers, financiers) en de indirecte stakeholders (maatschappij, omgeving).Bewustwording van niet-finaciële risico'sWat steeds duidelijker wordt door het wereldwijde onderzoek dat gedaan wordt naar waardecreatie, is dat ondernemingen die werkelijk proberen te sturen op het creëren van meer soorten waarde dan alleen de financiële, ook meer oog krijgen voor waardecreatie op de lange termijn. De bewustwording over negatieve impact en financiële consequenties van niet-financiële risico’s spelen daarbij een grote rol. Dat laatste is een belangrijk aanknopingspunt voor commissarissen voor hun toezicht op langetermijnwaardecreatie. Ze moeten meer en diepgaander doorvragen naar voortgang en risico’s rond de andere vijf kapitalen. Nu hebben de meeste RvC’s wel een HR-commissaris en wordt er regelmatig overlegd met de Ondernemingsraad, maar verder dan het kapitaal dat de medewerkers vertegenwoordigen en de vinger aan de pols voor toekomstige talenten wordt er vaak niet gekeken. Mensenrechten is niet echt gespreksonderwerp voor de RvC, tenzij er een incident is. Datzelfde geldt voor natuurlijk kapitaal. De beschikbaarheid van grondstoffen is voor sommige sectoren een belangrijk thema, maar zelden in relatie tot de schade die het verkrijgen van grondstoffen betekent voor biodiversiteit en klimaat.De brede blik op risico’s en impact maakt dit model aantrekkelijk omdat de commissarissen ook kunnen zien of organisaties evenwichtig met hun kapitalen omgaan. Bijvoorbeeld veel financiële waarde creëren ten koste van menselijk en natuurlijk kapitaal. Tenminste als ondernemingen die dit model gebruiken in hun integrale jaarverslag goed in staat zijn om hun waardecreatie te laten zien. En daar moet nog veel gebeuren, zoals Karen Maas en ik onlangs in ons artikel “De rapportage van bedrijven over duurzame prestaties kan veel beter” in het economentijdschrift ESB lieten zien.Betrekken van CFO en commissarisWaar het management en de commissarissen nog steeds moeite mee hebben en waarom de rapportage tekortschiet, is het concreet maken van die meervoudige waardecreatie. Dat is niet zo vreemd omdat een andere inrichting van het systeem van management en control en het managementinformatiesysteem vereist. Hoewel er de afgelopen jaren vele mooie software-oplossingen op de markt zijn gebracht voor de inrichting van een boekhouding waar ecologische en sociale prestaties kunnen worden bijgehouden, is er nog weinig voortgang gemaakt met de integratie van de financiële en niet-financiële managementsystemen. Om dat voor elkaar te krijgen moet ook de CFO en zijn team intensiever betrokken worden bij het intern rapporteren van wat nu nog niet-financiële informatie heet. Daarnaast kan ook de Chief Risk Officer niet ontbreken bij het beter informeren van de RvC over de kans en impact van risico’s die nu nog geen financiële consequenties heeft, maar in de toekomst wel.Hoe gemakkelijk zou het zijn voor een commissaris om elk kwartaal niet alleen een update te krijgen van de omzet en de winst, maar ook van de vooruitgang bij het terugdringen van CO2-uitstoot, de fysieke schade van hevige weersomstandigheden en politieke onrusten, het aantal klachten over de activiteiten van de onderneming en de successen die het management boekt om inclusie en diversiteit te waarborgen in landen waar dat niet zo gemakkelijk is. Het zijn zo maar een paar voorbeelden. Wat een risico is of kan worden verschilt ook per sector en per regio.Luisteren naar de buitenwereldDoor de commissarissen meer en beter te betrekken bij het sparren en toezicht houden op niet-financiële prestaties, zijn we ook af van de discussie dat voor elk bijzonder thema er een aparte commissaris met kennis daarover moet komen: geen commissaris voor duurzaamheid of cybersecurity. Commissarissen hebben vanwege hun achtergrond en ervaring vaak een specialisme, maar in het toezicht moeten ze vooral een brede blik hebben en een goede maatschappelijke antenne. De commissarissen van de 21ste eeuw weten dat de uitdagingen voor de samenleving en hun organisatie groot zijn en dat zij hun ogen en oren open moeten houden om niet alleen de risico’s af te wenden, maar ook om kansen te signaleren. Dat betekent luisteren naar de buitenwereld. Alleen zo blijft, om met Arie de Geus te spreken, de onderneming levend en is de continuïteit gewaarborgd. BiografieMarleen Janssen Groesbeek is lector Sustainable Finance and Accounting bij Avans Hogeschool. Daar doet ze onderzoek naar meervoudige waardecreatie. Samen met Marlies de Ruyter de Wildt, managing partner van ByTrust, deed zij onderzoek naar het toezicht op cultuur, gedrag en reputatie. De resultaten van het onderzoek zijn gebundeld in een publicatie “Voorkom toezicht met een dode hoek”, onderzoek naar integratie van cultuur, gedrag en reputatie in de toezichtsroutine. NootNovember is door het Nederlandse vereniging van Commissarissen en Directeuren (NCD) uitgeroepen tot de maand van het commissariaat. Vier weken lang is twee keer per week een seminar met toonaangevende commissarissen of adviseurs en experts met hun visie op het vak van commissaris/toezichthouder. Samen met Nicolette Loonen verzorgt Marleen Janssen Groesbeek een webinar over Integrated Reporting. Zie ook: https://dagvanhetcommissariaat.nl/ Het BetoogDuurzaamBedrijfsleven waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: opinie@duurzaambedrijfsleven.nl. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op DuurzaamBedrijfsleven verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.