Teun Schröder
28 oktober 2020, 11:22

Unilever goed op weg om plasticgebruik in 2025 te halveren

Unilever zegt ‘op schema’ te liggen met het halveren van ‘nieuw’ plastic in zijn volledige productportfolio in 2025. Dat kondigde de multinational gisteren aan in een plasticafval-update. Ondanks de coronacrisis blijven de targets onveranderd en zet het bedrijf sterk in op het gebruik van gerecycled plastic.

Adobestock microplastics

In het gisteren uitgebrachte persbericht presenteerde Unilever de vorderingen die het maakt om plasticgebruik te minderen. De multinational, eigenaar van onder andere Dove and Magnum, kondigde vorige jaar aan om vijf jaar lang het plasticgebruik jaarlijks met 100.000 ton te reduceren. Sinds die tijd startte het verschillende initiatieven om deze doelstelling te behalen.

Investeren in plasticonderzoek

Zo introduceerde het bedrijf nieuw verpakkingsmateriaal dat makkelijker gerecycled kan worden en verwijderde het plasticfolies van delen van de productenlijn. Daarnaast investeerde Unilever flink in onderzoek naar nieuwe duurzame businessmodellen die meer gebruik maken van herbruikbare en hervulbare verpakkingen. Zo werd er begin september nog 1 miljard euro apart gezet voor onderzoek naar fossielvrije schoonmaakproducten.

Consumentenafval wordt verpakking

In de plasticafval-update onthulde Unilever dat ongeveer 10 procent van de plasticverpakkingen, zo’n 75.000 ton, bestaat uit post-consumer recycled (PCR) plastic. PCR-plastic is kunststof dat wordt gemaakt van afval dat bij de consument ontstaat, zoals groen- papier- en verpakkingsafval. Wereldwijd is dit de grootste afvalstroom. Het Engels-Nederlandse bedrijf wil tenminste 25 procent PCR-plastic gebruiken in 2025.

Weg met wegwerpcultuur

Topman Alan Jope benadrukte dat de strijd tegen plasticvervuiling onverbiddelijk doorgaat ondanks de huidige crisis. “De wegwerpcultuur en het wegwerpbusinessmodel blijven onze planeet beschadigen. Ondanks alle uitdagingen moeten we dit probleem niet de rug toekeren. Het is cruciaal dat wij, en de rest van de industrie, stappen blijven zetten om plasticgebruik te minderen, zodat we overgaan op een circulaire economie. 

Bron: Unilever | Beeld: Adobe Stock

Op papier scoren pensioenfondsen beter op duurzaamheid, maar de praktijk blijft achter

In de jaarlijkse benchmark beoordeelt VBDO het verantwoord beleggingsbeleid van de vijftig grootste pensioenfondsen van Nederland. Samen zijn zij goed voor 92 procent van het beheerd vermogen met een totale waarde van meer dan 1.435 miljard euro.ABP scoort wederom het beste op duurzaamheidNet als vorig jaar scoort ABP het hoogst met een score van 4,3 uit een maximum van 5. ABP wordt gevolgd door BPF Bouw met een score van 4,0 en PME met een score van 3,9. Zaken als de dekkingsgraad hebben geen invloed op deze scores. "Wij kijken bij de beoordeling echt puur in hoeverre pensioenfondsen verantwoord beleggen. Daarvoor onderzoeken we onder andere in welke mate verantwoord of duurzaam beleggen terugkomt in hun beleid en in hoeverre dat beleid vervolgens wordt uitgevoerd", zegt VBDO-woordvoerder Olivier Hofman.Bekijk de complete ranking hier.Verschillende meetmethodesDat de meetmethode invloed heeft op de uitkomst van een onderzoek, weet elke onderzoeker. Dat verklaart ook waarom ABP in de beoordeling van VBDO hoog scoort, terwijl de Eerlijke Pensioenwijzer juist vandaag groot op de website zet dat ABP en Zorg en Welzijn in de verwoesting van de Amazone beleggen. Alle pensioenfondsen komen slecht uit dat praktijkonderzoek. En ook in het algemeen scoren de pensioenfondsen slecht op de Eerlijke Pensioenwijzer.Volgens Asha Khoenkhoen, woordvoerder bij ABP, heeft dat onder andere te maken met het insluitingsbeleid. “Het beleid dat wij voeren is dat wij niet direct een bedrijf uitsluiten op het moment dat die naar onze maatstaven niet duurzaam genoeg is.” In plaats daarvan wil ABP ervoor zorgen dat bedrijven duurzamer worden door met hen in gesprek te gaan. “Wij willen door onze invloed aan te wenden die bedrijven laten opschuiven richting duurzaam, want dan breng je verandering te weeg.”Hofman geeft ook een verklaring voor het verschil in beoordelingen: “Wij gaan niet in op waar je wel en niet in mag beleggen, maar wij kijken met name in hoeverre duurzaam beleggen zoals dat vanuit internationale richtlijnen is omschreven wel of niet wordt toegepast in beleid of uitvoering. We onderzoeken ook in hoeverre de fondsen daar vervolgens verantwoording over afleggen aan bijvoorbeeld hun deelnemers.” Uit het onderzoek van VBDO blijkt dat alle pensioenfondsen de laatste jaren verantwoord beleggen in meerdere mate meenemen in hun beleid. De kwaliteit van de doelstellingen verschilt wel sterk tussen de fondsen en mede daarom vindt de tekst in deze beleidsstukken niet altijd de weg naar de praktijk.Download de benchmarkGebrek aan kennis bij merendeel van de pensioenfondsbesturenOver de jaren heen neemt de gemiddelde totaalscore van de beoordeelde pensioenfondsen toe, omdat zij steeds meer aandacht hebben voor duurzaamheid. De totaalscore van dit jaar is echter lager dan die van vorig jaar. Dit komt door een aanpassing van de benchmark. VBDO past deze om de zoveel tijd aan om ervoor te zorgen dat de lat hoog blijft liggen. Zo zijn er dit jaar vragen toegevoegd over het kennisniveau van bestuurders en vragen over de implementatie van het beleid. Hieruit bleek onder andere dat bij 55 procent van de pensioenfondsen het bestuur geen aangetoonde kennis heeft van verantwoord beleggen.Wat ook opvalt is dat alle deelnemende pensioenfondsen zogenoemde ESG-factoren (environmental, social & governance factoren) opnemen in hun beleggingsovertuigingen, maar dat dit slechts bij iets meer dan 50 procent van de pensioenfondsen daadwerkelijk terug te zien is in hun beleggingen. In de benchmark doet VBDO een aantal algemene aanbevelingen aan de fondsen waarmee ze het gat tussen beleid en praktijk kunnen verkleinen. Een voorbeeld hiervan is het formuleren van een meerjarig plan voor de vertaling naar de beleggingsportefeuille, met daarin heldere, op wetenschap gebaseerde doelstellingen.Beleggen in lijn met doelstellingenABP is een voorbeeld van een pensioenfonds dat doelstellingen wel al vertaald naar de beleggingsportefeuille. Dat pensioenfonds heeft kortetermijndoelen voor de komende vijf jaar opgesteld en een visie richting 2050. “En dat zijn echt de kaders waarbinnen onze uitvoerder aan de slag gaat met beleggen. Dat strekt zich uit over de hele portefeuille. We focussen op bepaalde onderwerpen, maar bij iedere belegging moet een afweging worden gemaakt binnen de kaders die wij daarvoor opgeven.”Voor de komende vijf jaar focust ABP op drie thema’s: klimaat, behoud van natuurlijke grondstoffen en digitalisering. Khoenkhoen wijst erop dat deze thema’s ook gedeeltelijk overlappen. Zo kan technologie een rol spelen bij de ontwikkeling van duurzame energiebronnen en helpt zuinig omgaan met grondstoffen, bijvoorbeeld door in te zetten op circulariteit, bij het tegengaan van klimaatverandering. “Er liggen kansen om al deze zaken aan elkaar te verbinden en te versterken”, concludeert Khoenkhoen.Bekijk het beleid van ABPGrote pensioenfondsen versus de restVooral de grote pensioenfondsen scoren goed op verantwoord beleggen. Dat zorgt ervoor dat het totaal belegd pensioenvermogen relatief goed scoort wat duurzaamheid betreft. Op pensioenfonds niveau zien de cijfers er iets anders uit. “Als je naar de hele sector gaat kijken dan zie je dat er qua beleid al jaren een stijgende lijn in zit. Qua uitvoering zie je die lijn ook, maar die blijft wel nog wat achter”, zegt Hofman voorzichtig. Kortom, er blijft ruimte voor verbetering.Eerder was Angélique Laskewitz, directeur bij VBDO, te gast in de Green Leader podcast. Luister hoe zij duurzaam beleggen mainstream wil maken.   Afbeelding: VBDO