Teun Schröder
21 september 2020, 15:48

Rijkste procent wereldbevolking stoot dubbel zoveel CO2 uit als armste helft

De rijkste 1 procent van de wereldbevolking is verantwoordelijk voor meer dan twee keer zoveel CO2-uitstoot als de armste 50 procent. De helft van de mondiale uitstoot komt op rekening van de rijkste 10 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van Oxfam Novib, die de emissiegroei tussen 1990 en 2015 onderzocht.

Adobestock co2 energieopwek

Oxfam Novib en het Stockholm Environment Institute onderzochten de consumptie-emissies van verschillende inkomensgroepen in de periode van 1990 tot 2015. In deze vijfentwintig jaar is de wereldwijde jaarlijkse koolstofuitstoot meer dan verdubbeld. Uit het onderzoek komt naar voren dat de rijkste 10 procent van de bevolking, met een inkomen van meer dan 38.000 dollar per jaar (ongeveer 32.250 euro), verantwoordelijk is voor 52 procent van alle CO2-uitstoot tussen 1990 en 2015. De rijkste 1 procent, mensen met een inkomen van meer dan 109.000 dollar per jaar (92.500 euro), eisen 15 procent van de totale uitstoot op. De armste helft van de mensheid, zo’n 3,15 miljard mensen, zijn voor 7 procent verantwoordelijk.

Klimaatverandering is ongelijk verdeeld

Volgens Bertram Zagema, klimaatexpert van Oxfam Novib, laat het rapport zien dat klimaatverandering een probleem is van ongelijkheid. “Decennia van overheidsbeleid gericht op eindeloze economische groei, hebben ons aan de rand van een klimaatramp gebracht. Terwijl de overconsumptie van een rijke minderheid de klimaatcrisis verder aanwakkert, zijn het vooral de armen in ontwikkelingslanden die de prijs betalen."

Lees ook: Prinsjesdag 2021: kabinet toont teleurstellend gebrek aan visie, meer sturing nodig

Uitstoters hebben verantwoordelijkheid

Het rapport, genaamd ‘Confronting Carbon Inequality’ geeft aan dat er strenge maatregelen nodig zijn om de mondiale temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad Celsius, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. De onderzoekers schatten dat de rijkste 10 procent de komende tien jaar hun CO2-uitstoot met meer dan 90 procent moet verminderen om de doelen van Parijs te halen.

“De grootste veroorzakers, waartoe de meesten van ons in Nederland behoren, hebben de grootste verantwoordelijkheid om dit aan te pakken”, aldus Zagema. “En dat kan ook. Overheden moeten harde eisen stellen aan corona-steunpakketten voor bedrijven, waaronder het terugdringen van de CO2-uitstoot.”

CO2-belasting

Zagema pleit ervoor om inkomsten uit CO2-belastingen te investeren in koolstofarme sectoren, zoals de gezondheidszorg en het openbaarvervoer. Ook moeten er banen gecreëerd worden in een meer energie-efficiënte productie. Hierdoor worden emissies verminderd en armoede aangepakt, waardoor de economische ongelijkheid afneemt.

Lees ook: Hoe hoog de CO2 taks wordt weten we nog niet, maar hij komt er zeker

Totstandkoming cijfers 

De emissiewaarden uit het onderzoek komen voort uit de CO2-uitstoot van consumptie van goederen en diensten in een land. Dat is inclusief de emissies die zijn verwerkt in import en exclusief emissies uit export. Vervolgens werden de nationale consumptie-emissies verdeeld over individuele huishoudens. Tot slot werden de schattingen van de nationale consumptie door huishoudens – voor 117 landen van 1990 tot 2015 – gesorteerd in een wereldwijde verdeling naar inkomen.

Bron: Oxfam Novib | Beeld: Adobe Stock

De SDG’s als geraamte van je strategie: ‘als wij het kunnen, kan de rest het ook’

De kartrekker van dit initiatief is Diana Visser, directeur sustainability bij Corbion. Met haar team zorgde ze ervoor dat drie SDG’s volledig verweven zijn in de meerjarenstrategie van Corbion, Advance 2025. De nieuwe strategie geeft nog meer sturing aan de duurzaamheidsambities die het bedrijf al eerder uitsprak. Zo streeft Corbion naar het gebruik van 100 procent duurzame energie in 2030 en wil het nog dit jaar alleen maar volledig duurzame palmolie inkopen. Bovendien moet de CO2-uitstoot ten opzichte van 2016 in 2030, 33 procent lager zijn per ton product.Onderbouwde ambities“En we zijn goed op weg”, vertelt Visser. “Wat energie betreft zitten we al op 58 procent, terwijl de doelstelling voor dit jaar 50 procent is. Verder is 75 procent van onze palmolie al duurzaam en gaan we de 100 dit jaar absoluut halen.” Het doel om de CO2-uitstoot te verminderen is geaccordeerd door het Science Based Target Initiative. Dit betekent dat het in lijn is met de doelen van het Parijsakkoord. “We vinden het belangrijk om onze ambities te onderbouwen, bijvoorbeeld door life cycle assessments te maken. Zo meten we onze impact op mens en milieu. De volgende uitdaging is om ook de sociale impact te meten. Het is lastig, maar met behulp van een nieuwe methodiek kunnen we straks ook die kwantificeren.”Systematische aanpakDe SDG’s zijn ontwikkeld als leidraad voor de wereldwijde uitdagingen die de komende tien jaar opgelost moeten worden. En volgens Visser spelen bedrijven een cruciale rol bij de realisatie van oplossingen. “Er is heel veel innovatie nodig. We zien dat we met de producten en innovaties van Corbion goed kunnen bijdragen aan de SDG’s. In die zin was het dus eigenlijk heel logisch om deze in onze strategie te verwerken.”Corbion heeft drie SDG’s bij de strategie betrokken: [SDG 2] Geen honger, [SDG 3] Goede gezondheid en welzijn en [SDG 12] Verantwoorde consumptie en productie. Waarom koos het bewust voor deze drie doelen? Visser: “Voor onze 2025-strategie hebben we het hele productportfolio van Corbion onder de loep genomen. Vervolgens keken we op basis van wetenschappelijke studies welke producten bijdragen aan mens en milieu, bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid, gezondheidszorg of verminderde milieubelasting.” En zodra inzichtelijk is welk product aan welke SDG linkt, kun je volgens Visser uitrekenen welk deel van je omzet bijdraagt aan die SDG. “Uit deze methode kwam naar voren dat  al 59 procent onder één of meerdere van de drie gekozen SDG’s valt.”Mes snijdt aan twee kantenCorbion heeft niet alleen gekeken naar de positieve bijdrage die hun portfolio levert. Visser nam ook bedrijfsactiviteiten onder de loep die mogelijk een negatieve impact op het klimaat hebben. “Natuurlijk produceert ook Corbion CO2 en afvalstromen”, vertelt Visser. “Maar in plaats van weg te kijken, brengen we deze stromen juist in kaart zodat we weten waar we kunnen verbeteren.” Voor een aantal gebieden had het biotechconcern al doelen gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van CO2-reductie en duurzame energie. “Maar door systematisch naar onze mogelijke negatieve impact te kijken – eigenlijk dezelfde exercitie die we bij de positieve effecten uitvoerden – hebben we onszelf weer nieuwe doelen gesteld. Zo hebben we het tegengaan van ontbossing, wat valt onder SDG 15, nu ook in onze strategie opgenomen.”Meten, weten, doelen stellenVisser is ervan overtuigd dat het belichten van de positieve impact minstens zo belangrijk is als het in kaart brengen van je verbeterpunten. “Als iedereen alleen maar inzoomt op de goeie kanten van hun activiteiten, schuilt het gevaar erin dat sommige SDG’s worden vergeten. Daarnaast motiveren wij klanten om hun eigen ecologische afdruk te verminderen. Hiervoor moeten wij uiteraard het goede voorbeeld geven.”In de toekomst hoopt Visser de strategie nog verder in lijn te brengen met de SDG’s. Nog meer wetenschappelijk onderbouwd en met nog meer meetbare resultaten. “Je kan bijvoorbeeld uitrekenen hoeveel CO2 je als bedrijf vermijdt per product. Of je kunt meten hoeveel voedselverspilling je precies tegengaat en hoeveel voedsel wordt beschermd tegen bederf en ziekteverwekkers. Dat zijn echt de stappen die we in de toekomst door moeten zetten: meten, weten, en daar vervolgens targets op zetten.”Goed voorbeeld doet volgenUiteindelijk wil Visser laten zien dat een organisatie economisch kan groeien, terwijl het tegelijkertijd een positieve impact op mens en milieu maakt, zonder voorbij te gaan aan de punten waarop het bedrijf kan verbeteren. “En ik hoop dat we andere bedrijven hierin mee kunnen nemen”, zegt Visser. “Stel jezelf de vraag waar je de meeste positieve impact maakt en waar negatieve. Als je dit weet, kan je je verder specialiseren.” Verder raadt Visser aan om vooral eens ergens te beginnen en niet alles tegelijk te willen doen. “Je kan wel eindeloos gaan analyseren, maar op een gegeven moment moeten de handen uit de mouwen.”Volgens Visser is het ook cruciaal dat andere aanhaken; de doelen van Corbion kunnen alleen gerealiseerd worden als klanten en leveranciers zich hier ook voor gaan inzetten. “We zijn een multinational, maar niet per se een groot bedrijf. Toch laten we zien dat een bedrijf van onze grootte wel degelijk veel impact kan maken. En als wij het doen, waarom zou de rest het dan niet kunnen?”Beeld: Corbion / Adobe Stock