Teun Schröder
29 juli 2020, 08:30

De opmars van de laadpaal: ‘stimuleer stapsgewijze opbouw’

Nederland loopt voorop met de aanleg van laadpalen. Onlangs maakte de Rijksoverheid bekend 30 miljoen euro te investeren in een landelijk dekkend netwerk van laadpalen. Ook zijn bedrijven sinds kort verplicht om bij nieuwbouw of renovatie van hun pand met meer dan 10 parkeerplekken minimaal één laadpunt te plaatsen. De boodschap is duidelijk: ‘Dit is een ontwikkeling die alleen maar sneller gaat.’

Slimme laadpalen

Rob Biemans is verantwoordelijk voor ‘elektrische laadoplossingen’ bij Kenter. Het bedrijf levert energievoorzieningen, meetdiensten en elektrische laadoplossingen aan zakelijke partners. Door de toenemende vraag heeft het bedrijf een speciaal team opgezet voor elektrisch laden. Veel van deze bedrijven en organisaties hebben hun energievoorziening al geregeld via Kenter.

Opladen of snelladen heeft impact op deze energievoorziening. Biemans: “Steeds meer ondernemers kloppen bij ons aan met de vraag hoe ze de energievoorziening van hun bedrijfspand laten aansluiten op een vloot met steeds meer elektrische auto’s? Wij helpen ze aan een toekomstbestendige oplossing.”

Nieuwe wetgeving

De nieuwe wetgeving, die Biemans liever een ‘stimulans tot nadenken’ noemt, moet ondernemers aanzetten om te investeren in de laadinfrastructuur van hun pand. Sinds maart 2020 zijn bedrijven bij nieuwbouw of renovatie van hun pand met meer dan 10 parkeerplekken verplicht om minimaal één laadpunt te realiseren. 

Daarnaast moet voor één op de vijf parkeerplekken een ‘loze leiding’ worden gelegd, zodat er in een later stadium eenvoudig een laadpaal op aangesloten kan worden. In de toekomst komt daar nog een nieuwe maatregel bij: vanaf 2025 moeten alle bestaande bedrijfsgebouwen per 20 parkeerplaatsen ook verplicht een laadpaal plaatsen. “Elektrische mobiliteit en de bijpassende infrastructuur is een ontwikkeling van lange adem. Je moet een goeie gesprekspartner hebben die je stapsgewijs helpt met het uitbouwen van laadoplossingen”, zegt Biemans.

Lees ook: Overheid steekt 30 miljoen euro in laadpalen voor elektrische auto's

Meer laadpalen is niet beter

Het is niet een kwestie van simpelweg meer laadpalen plaatsen. “Wij komen liever met een meerjarenplan. Daarbij houden we constant rekening met de verwachte groei van elektrische auto’s bij een bedrijf”, vertelt Biemans. “Het is immers ook zonde om ineens veel te veel laadpalen te installeren. Het is namelijk wel een flinke investering.”

Om deze reden denkt Kenter in bouwblokken: hoe kunnen we een parkeerhaven zo inrichten dat laadpalen in de loop der jaren makkelijk op de aangelegde infrastructuur te ‘klikken’ zijn? Biemans: “Hier stuurt de wetgeving nu ook op aan door de aanleg van loze leidingen te verplichten. Dus als je gaat renoveren is het verstandig om de benodigde kabels alvast onder de stenen neer te leggen. Dan kun je eenvoudig meer laadpalen plaatsen als de elektrische vloot groeit.”

Zonnepanelen en slim laden

Biemans ziet dat steeds meer bedrijven proactief gericht zijn op duurzaamheid. “Zij gebruiken de nieuwe wetgeving als stimulans om een bredere visie te realiseren.” Ook merkt hij dat een groeiend aantal ondernemers hun panden uitrust met zonnepanelen. Vervolgens vragen zij aan Kenter hoe deze zonnepanelen stroom kunnen leveren voor de laadpalen op hetzelfde terrein. Slim laden is hier een handige toepassing voor. “Zo kun je laden op momenten dat de stroom beschikbaar, duurzaam en het goedkoopst is. Dit is niet alleen financieel interessant. We merken dat ondernemers het vooral heel leuk vinden om op deze manier over hun gebouw na te denken.”

Biemans verwacht dat slim laden uiteindelijk de norm gaat worden. “Overbelasting op het net is één van de grootste uitdagingen als je praat over opschaling van elektrisch vervoer. En het liefst wil je grote investeringen in het verzwaren van het elektriciteitsnet voorkomen. Vanuit de netbeheerder is het dan logisch om aan te sturen op laadfaciliteiten voorzien van slimme algoritmes, waarmee de capaciteit optimaal wordt benut.”

Openbaar vervoer op stroom

Capaciteitsbenutting wordt niet alleen belangrijk met het toenemend elektrisch particulier vervoer, Biemans ziet ook een interessante ontwikkeling bij mobiliteitsbedrijven, zoals taxi- en busmaatschappijen en de logistiek. “Deze partijen moeten echt gaan nadenken over hoe hun businessmodel verandert als ze overstappen op elektrisch. Gaan ze straks opportuun laden wanneer het nodig is, zoals er nu ook getankt wordt bij een tankstation? Of worden er depots gebouwd waarbij laden in de routeoptimalisatie verwerkt is? In dat geval moeten vervoerders nu al bedenken hoe ze hun energievoorziening gaan opzetten in de toekomst. Dat zijn interessante gesprekken.”

Lees ook: Elektrische vrachtwagen gaat dieseltruck op korte termijn vervangen

Elektrisch wordt goedkoper

Volgens Biemans leven we in een interessante tijd, waarin elektrisch vervoer elk jaar goedkoper wordt. “Voor het eerst benaderen we het punt waarop de totale kosten van een elektrische auto gelijk zijn aan die van een reguliere auto”, zegt Biemans. “De productiecapaciteit van elektrische autofabrikanten is gestegen, batterijen worden goedkoper en de opslag verbeterd. Door toenemende concurrentie en innovatie is een flinke prijsdaling ingezet.”

Daarnaast zijn volgens Biemans de onderhoudskosten van een elektrische auto lager, omdat elektrische voertuigen minder bewegende delen bevatten dan reguliere auto’s. “En de kosten voor elektrisch laden worden steeds lager door de beschikbaarheid van zelfopgewekte stroom. Met je eigen zonnepanelen kun je straks voor een tientje je auto volladen.”

Lees ook: De Zweedse autofilosofie: elektrisch, autonoom en klimaatneutraal

Laadpalen wildgroei

Biemans denkt dat het een goede zet is van de overheid om de regelgeving voor laadpalen stapsgewijs op te bouwen. “Op deze manier houd je mensen erbij, terwijl je tegelijkertijd ambitie stimuleert.” Biemans hoopt echter wel dat de overheid waakt voor landschapsvervuiling als gevolg van een wildgroei aan laadpalen. “We moeten ons afvragen hoe we willen dat ons landschap er over 20 jaar uitziet. Willen we voor elk huis een paal voor de deur? Hebben parkeerplaatsen straks allemaal verschillende laadpalen? Of kunnen we ontwerpen verzinnen waarbij laadpalen geïntegreerd zijn in het gebouw of de grond? In het geval van windmolens en zonneparken heeft bijna iedereen wel een mening over de esthetica. Ik zou het niet gek vinden ook op deze manier over onze laadinfrastructuur te gaan nadenken én het zo gezamenlijk te realiseren.”

Beeld: Adobe Stock, Kenter

Zonneparken en windparken aansluiten wordt makkelijker

Het Nederlands elektriciteitsnet behoort tot de betrouwbaarste ter wereld. Er wordt altijd een aanzienlijke reservecapaciteit aangehouden om te voorkomen dat de stroom uitvalt bij storingen of onderhoud. De keerzijde is dat het net nauwelijks nog ruimte heeft voor nieuwe energieprojecten, die wel hard nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Met name in gebieden waar veel ruimte is voor windparken en zonneparken, zoals Groningen en Drenthe, zit het net ‘administratief gezien’ vol. En nieuwe kabels aanleggen is duur en kost tijd.Dankzij een versoepeling van de normen kunnen er toch snel nieuwe energieprojecten bij komen. Het Financieele Dagblad meldt dat hier een wetsvoorstel voor in de maak is. Netbeheerders en ontwikkelaars vroegen al enige tijd om aanpassing van de wet, maar zitten ondertussen niet stil. Overal in het land worden innovaties pilots opgezet om het net te ontlasten en zo toch nieuwe windparken en zonneparken aan te kunnen sluiten. Wij zetten wat initiatieven op een rij.Het net ontlasten met waterstofIn het Friese Oosterwolde bouwt ontwikkelaar GroenLeven het grootste zonnepark van de provincie, terwijl er eigenlijk geen plek is op het elektriciteitsnet. Samen met netbeheerder Liander zetten zij nu een pilot op om het net te ontlasten met waterstofproductie. Een elektrolyser van 1,5 megawatt gaat draaien op momenten dat er veel aanbod is van zonne-energie. De partijen mikken op de zware mobiliteit als potentiële afnemers.Waterstof is niet het wondermiddel voor alle problemen, maar wel onderdeel van de oplossing, stelde COO Peter Paul Weeda van GroenLeven in een eerder interview met DuurzaamBedrijfsleven. De toekomst zit volgens hem in slimme combinaties. Dankzij een elektrolyser hebben zonneparken namelijk een kleinere aansluiting nodig. “Het is het samenspel van al deze technologieën en het efficiënt inrichten van het netwerk, waarmee we de energietransitie het meest vooruit helpen.”Cable Pooling: zon en wind op één aansluitingDoorgaans hebben windenergie en zonne-energie een aparte aansluiting. Terwijl er meestal minder zon is als de wind hard waait en andersom. Daarom zetten energiebedrijven in op cable pooling, een gecombineerde aansluiting van windparken en zonneparken die dicht bij elkaar liggen. Hierdoor worden aansluitingen optimaal en hebben we er dus minder nodig. Op Goeree-Overflakkee bouwt Vattenfall energiepark Haringvliet Zuid, dat bestaat uit zes windturbines, 124.000 zonnepanelen en twaalf zeecontainers met batterijen erin. In het najaar van 2020 moet het park operationeel zijn.Pieken uitsmeren met batterijenVolgens Philippe Verhoef en Raphael Janssens van ontwikkelaar Ecorus heeft elk zonnepark over drie jaar een vorm van energieopslag. Niet om alle geproduceerde stroom in op te slaan voor later gebruik, maar om de pieken in het stroomaanbod uit te smeren. In het klein past Ecorus dit toe in een pilot bij een appartementencomplex. De lift vraagt namelijk veel energie als deze in gebruik is, terwijl het complex voor de rest een lage energievraag heeft.'Met een relatief kleine batterij heb je een kleinere aansluiting nodig'“Zonder batterij heb je een grote en dure netaansluiting nodig voor een paar pieken per dag. Met een relatief kleine batterij, die stroom levert tijdens de pieken en tussendoor wordt opgeladen, heb je een kleinere aansluiting nodig”, vertelt Janssens. Dat voorbeeld kun je ook toepassen in het groot, op een zonnepark. “Zo haal je meer uit het bestaande elektriciteitsnet. Er is alleen nu geen incentive voor.”Lees meer:  ‘Over drie jaar heeft elk zonnepark een vorm van energieopslag’Afschakelen bij te veel aanbodDe businesscase voor batterijopslag is er nu nog niet, al komt die volgens Ecorus elk jaar dichterbij. Tot die tijd zien zij een snelle en goedkope oplossing in curtailment. Hierbij wordt een zonnepark (gedeeltelijk) afgeschakeld als er een overschot aan duurzame energie is. Bij windenergie gebeurt dat al, bij zon nog niet. Terwijl de SDE-subsidie niet draait als de energieprijzen negatief zijn, iets wat steeds vaker gaat gebeuren naarmate er meer duurzame energie op het net komt. Dat klinkt onwenselijk, want je gooit duurzame energie weg. Het alternatief is echter dat het hele zonnepark er niet komt.'De batterij van een gemiddelde Tesla kan een huishouden 1 à 2 weken van stroom voorzien'Elektrische auto als batterijElektrische auto’s kunnen prima gebruikt worden om stroomoverschotten tijdelijk op te slaan. Is de energievraag hoog, dan kunnen ze die stroom weer op het net zetten. In het Utrechtse project Smart Solar Charging doen ze onderzoek naar de potentie van dit systeem. “Vergis je niet, de batterij van een gemiddelde Tesla kan een huishouden 1 à 2 weken van stroom voorzien”, zegt projectleider Bart van der Ree.Lees meer: Hoe Utrecht de dubbelfunctie van elektrische auto’s optimaal benut20 tot 30 procent meer wind- en zonneparkenNaast deze pilots neemt ook de overheid nu dus maatregelen om de drukte op het elektriciteitsnet het hoofd te bieden. Gevolg van de wetswijziging is wel dat eigenaren van wind- en zonneparken geen 100 procent garantie meer hebben dat ze hun stroom altijd kwijt kunnen. Bij storingen en onderhoud krijgt de levering van stroom aan consumenten voorrang.Een groot nadeel is dit niet, want het alternatief is nu dat projecten helemaal niet kunnen worden aangesloten. Netbeheerder Enexis berekende dat er 20 tot 30 procent meer projecten kunnen worden aangesloten als het netwerk efficiënter wordt ingezet.Lees ook: Wordt Nederland het land van de zonne-energie?Bron: Financieele Dagblad