Rianne Lachmeijer 28 juli 2020, 09:12

De veranderende rol van de verzekeraar: Centraal Beheer helpt bedrijven bij verduurzamen

Steeds meer bedrijven willen verduurzamen. Ondernemers die de daad bij het woord voegen, komen echter de nodige obstakels tegen: van keuzestress tot brandrisico’s. Terwijl sommige verzekeraars de kop in het zand steken, wil Centraal Beheer ondernemers juist helpen hun duurzaamheidsplannen waar te maken. “Als je als verzekeraar ervoor kiest om vanwege de risico’s niet meer te verzekeren, laat je de ondernemer aan zijn lot over en los je de problemen niet op. Dat is juist wat we bij Centraal Beheer wel willen”, zegt directeur Jack Hommel.

Adobestock 157428613 energietransitie zonnepanelen laadpalen risico verzekeraar kleiner

De Nederlandse overheid wil van het aardgas af en overstappen op hernieuwbare energie. Ook in het bedrijfsleven groeit het besef dat we op een andere manier met energieopwekking en -gebruik moeten omgaan. Ondernemers die met de energietransitie aan de slag gaan, komen echter obstakels tegen. Eén daarvan is de verzekerbaarheid van duurzame energie-oplossingen. Zo meldde Het Financieele Dagblad eind vorig jaar dat sommige verzekeraars zonnepanelen niet meer verzekeren vanwege brandgevaar.

Verzekeraar Centraal Beheer kijkt daar anders naar. “Als je als verzekeraar ervoor kiest om vanwege de risico’s niet meer te verzekeren, laat je de ondernemer aan zijn lot over”, vindt Jack Hommel, directeur bij Centraal Beheer Bedrijven. “En je lost de problemen niet op. Dat is juist wat we bij Centraal Beheer wel willen.” Daarom pleit hij voor een andere aanpak.

Energietransitie in Nederland

Jaarlijks komen er meer zonnepanelen op Nederlandse daken. Niet alleen particulieren, maar ook bedrijven kiezen ervoor. In 2019 werd voor het eerst meer zonne-energie opgewekt door bedrijfsgebouwen dan door woningen. Bij bedrijven steeg het percentage met 59 procent tegenover een stijging van 39 procent bij woningen. Het totaal opgesteld vermogen groeide daarmee met 49 procent ten opzichte van 2018 tot een totaal van 6.874 megawatt, schrijft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Om een idee te geven: een megawatt vermogen kan volgens energieleverancier Essent ongeveer 1.000 huishoudens tegelijkertijd van elektriciteit voorzien.

Een andere duurzame ontwikkeling is de toename van het aantal laadpalen in Nederland. Eind 2019 waren er bij elkaar meer dan 50.000 publieke en semipublieke laadpunten. Daarnaast schat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat er nog 150.000 laadpalen op particuliere opritten staan. Op het gebied van laadinfrastructuur is er geen ander land met dezelfde dichtheid aan laadpunten als Nederland, stelt de RVO.

Goede ontwikkelingen zou je zeggen, maar de plaatsing van al die apparatuur brengt risico’s met zich mee. Televisieprogramma Kassa bracht deze lente een item over de gevaren van brandende elektrische auto’s in parkeergarages. En het jaar ervoor voerde TNO een inventarisatie uit naar brandgevaar bij zonnepanelen naar aanleiding van berichtgeving in 2018. Die risico’s blijven niet onopgemerkt bij verzekeraars.

Primaire taak van een verzekeraar

Risico’s inschatten en de mogelijke schadekosten berekenen zijn belangrijke dingen die een verzekeraar doet, maar verzekeren gaat verder dan dat. Daar weet Jack Zuidweg alles vanaf. Als business partner vastgoed en duurzaamheid bij Centraal Beheer houdt hij zich onder andere bezig met de nieuwe uitdagingen die opkomen in een veranderende markt. Naast het signaleren van risico’s vallen ook het delen van kennis en tot praktische oplossingen komen om vastgoed te verzekeren onder zijn verantwoordelijkheid. Dat de wereld verandert is niet nieuw, maar het tempo waarin de veranderingen plaatsvinden gaat aantoonbaar omhoog, benadrukt Zuidweg.

Die veranderingen hebben invloed op verzekeraars. Zo leveren brandbare dakisolatie en de combinatie van verschillende leveranciers bij de aansluiting van zonnepanelen risico’s op. Daarom verplichten sommige verzekeraars ondernemers om eerst hun brandbare dakisolatie te vervangen. Pas dan willen de verzekeraars het pand met zonnepanelen verzekeren. “Dan komt die businesscase om zonnepanelen aan te schaffen niet meer rond”, weet Zuidweg. En dat sluit niet aan bij de rol die Centraal Beheer voor zichzelf ziet, zegt hij. “We willen juist bijdragen aan de verduurzaming van Nederland.” Daarom kiest de verzekeraar voor een andere aanpak. “Dan komt de ondernemerszin bij ons bovendrijven, waardoor wij zeggen: ‘Oké, we bieden een goede set voorwaarden aan, geven een reële premie en gaan leren en verbeteren op basis van de ervaringen die we opdoen.’ Daar ben je ook verzekeraar voor”, vindt Zuidweg.

Ondanks dat Centraal Beheer het liefst werkt met historische data om risico’s te kunnen analyseren, moet zij ook inspelen op de veranderingen in de maatschappij en de veranderende wensen van klanten. “Onze klanten verduurzamen. Als wij een relevante partij willen zijn, dan moeten we daarin mee”, zegt Zuidweg. Hommel beaamt dat Centraal Beheer daar een rol in wil spelen. “Wij willen een persoonlijke verzekeraar zijn die proactief bijdraagt aan de groei van de onderneming en de ondernemer. Niet alleen verzekeren, maar er ook echt toe doen.” Dat sluit aan bij de coöperatieve gedachte waarmee moederbedrijf Achmea tweehonderd jaar geleden is opgericht. “De kern van verzekeren is solidariteit: het helpen van klanten om risico’s het hoofd te bieden die ze zelf niet de baas kunnen. Het oplossen van problemen hoort daarbij.”

Méér dan verzekeren

Centraal Beheer – vanaf 1995 onderdeel van Achmea – schakelt al sinds de oprichting in 1909 direct met ondernemers. De afgelopen vijf tot tien jaar merkt de verzekeraar uit de gesprekken met ondernemers dat er drie thema’s spelen: duurzame inzetbaarheid van personeel, bedrijfscontinuïteit en groei en duurzaamheid.

Eén van de problemen waar ondernemers tegenaanlopen als zij zonnepanelen en laadpalen willen plaatsen, is de vraag wie ervoor in te schakelen. “Er zijn inmiddels honderden aanbieders en er zit veel kaf onder het koren”, stelt Hommel. Als verzekeraar weet Centraal Beheer precies welke aanbieders zich aan de normen houden en kwaliteit leveren. En bij wie het weleens misgaat. Hetzelfde geldt voor laadpalen. Deze expertise wil de verzekeraar gaan delen. Dat is niet alleen in het belang van de klant, maar ook in het belang van Centraal Beheer zelf. Want niemand is gebaat bij de schade die in brand vliegende zonnepanelen of laadpalen veroorzaken. Vandaar dat de verzekeraar ook inzet op advies. “Wij zien onszelf als een partner die meehelpt bij het bedenken van oplossingen voor de problematiek waar je bij verduurzaming tegenaan loopt”, zegt Hommel.

Centraal Beheer bundelt daarbij de krachten met andere bedrijfsonderdelen binnen Achmea, maar ook met andere verzekeraars. Bijvoorbeeld via het Verbond van Verzekeraars. Gezamenlijk adviseren zij de overheid over de beste voorwaarden waaronder zonnepanelen of laadpalen geplaatst kunnen worden. Ook zoekt Centraal Beheer de verbinding met de andere Achmea merken. “Wij zien onszelf als een verbinder van onze klanten met de expertise van alle Achmea-onderdelen.”

Binnen Centraal Beheer leren de teams die voor bedrijven en particulieren werken ook van elkaar. Zo verzekert Centraal Beheer Bedrijven veel Verenigingen van Eigenaren. Om hen te helpen met verduurzaming vertaalt de afdeling nu een tool naar de zakelijke markt die de collega’s van de particuliere afdeling ontwikkelden. Volgens Hommel is het een eenvoudige scan die laat zien of een woning geschikt is om zonnepanelen op te leggen. “Zo ja, dan kun je als particulier via ons met een paar klikken een betrouwbare partij vinden die dat dan ook bij jou kan komen installeren.”

De toekomst is duurzaam

Zuidweg benadrukt dat de duurzame koers niet zonder hobbels is. Toch is dit voor hem de enige juiste weg. Ook denkt hij dat het uiteindelijk voordeel oplevert. “Wij doen heel veel kennis op in dat traject. Door bepaalde materialen te verzekeren en in bepaalde projecten te stappen, leer je als verzekeraar veel over de risico’s en de ontwikkelingen. Daar kan je weer op voorsorteren. Dus het is voor ons ook heel waardevol, omdat je weet dat verduurzaming straks gewoon ‘business as usual’ is.” Hij kijkt met veel enthousiasme naar de toekomst. “We zitten echt in de transitieperiode.”

Hommel verwacht dat – net als Achmea – veel verzekeraars het thema duurzaamheid omarmen. Ondanks de risico’s. Hij wijst erop dat er nog van alles op verzekeraars gaat afkomen: van zelfrijdende auto’s tot enorme windparken. Dat duurzaamheid het nastreven waard is, staat voor hem buiten kijf. We moeten zuinig zijn op de aarde, stelt Hommel. “Er is er maar een van; dus daar kun je maar een keer goed mee omgaan.”

Lees ook: Hoe bouw je de stad van de toekomst?

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeeldingen: Centraal Beheer

CO2-afvang als oplossing voor minder aardgas in de glastuinbouw?

Door vloeibare CO2 als grondstof voor de glastuinbouw in te zetten, vermindert Twence de CO2-emissie met 3.600 ton. Voor de glastuinbouwsector levert dit een flinke besparing op van aardgasgebruik. Bedrijven gebruiken de geleverde CO2 om bloemen en planten in de kas te laten groeien. Twence wil het product in de toekomst ook inzetten voor andere hoogwaardige toepassingen, bijvoorbeeld in de bouwsector, levensmiddelenindustrie, chemie en in duurzame brandstoffen.Vloeibare CO2In 2014 introduceerde Twence de eerste installatie ter wereld die CO2 afvangt uit de rookgasreiniging van de afvalenergiecentrale en dit omzet naar natriumbicarbonaat (beter bekend als bakpoeder). Dit gebeurt als volgt: Twence reinigt de rookgassen, en filtert de CO2 eruit met een oplosmiddel. De CO2 wordt vervolgens vloeibaar gemaakt, zodat het product makkelijker te vervoeren is naar klanten als de glastuinbouwsector. Dankzij deze CO2 hebben deze bedrijven geen aardgas meer nodig. Twence verwacht de huidige kleine installatie, die 3.600 ton CO2 oplevert, op te schalen naar zo’n 100.000 ton.AVRSinds augustus vorig jaar vangt ook AVR de CO2-uitstoot van zijn afvalenergiecentrale in Duiven af. De afvalverwerker nam vorig jaar één van de grootste CO2-afvanginstallaties van de Europese afvalsector in gebruik, die zo’n 100.000 ton CO2 per jaar kan afvangen. Dit staat gelijk aan zo’n 25 tot 30 procent van de totale CO2-uitstoot van de afvalcentrale in Duiven. AVR heeft ambitieuze toekomstplannen: op één van de locaties is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om in de toekomst 500.000 ton CO2 per jaar af te vangen.AVR levert de afgevangen CO2 aan glastuinbouwbedrijven in de omliggende regio’s. Hierover zegt Michiel Timmerije, directeur energie en reststoffen bij AVR, in een interview met Duurzaam Bedrijfsleven: “Dat levert glastuinbouwbedrijven een forse CO2-besparing op, die van oudsher gebruik maakt van fossiele bronnen, zoals aardgas, om CO2 te produceren. Maar wie gebruik maakt van onze CO2 kan zijn aardgaskraan in principe dichtdraaien.”AVR heeft ambitieuze toekomstplannen: op één van de locaties is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om in de toekomst 500.000 ton CO2 per jaar af te vangen.Afvalenergiebedrijven belangrijke potentiële bronDennis Medema, themaspecialist energie bij Glastuinbouw Nederland, laat weten dat de organisatie al meer dan vijf jaar in overleg is met afvalenergiebedrijven om CO2 aan de glastuinbouw te leveren. “We trekken hier gezamenlijk in op. Dat heeft mede geleid dat AVR in Duiven, maar ook Twence en HVC, nu ‘pilots’ hebben draaien. Ook andere afvalenergiebedrijven zijn actief bezig om te kijken naar CO2-afvang.”Volgens Medema zijn extra CO2-bronnen voor de glastuinbouw een randvoorwaarde voor de energietransitie in de glastuinbouw. “Zonder extra CO2 wordt het heel lastig om ook bijvoorbeeld restwarmte- en aardwarmteprojecten van de grond te krijgen en verder energie te besparen.”Medema ziet in afvalenergiebedrijven een belangrijke potentiële bron van CO2, omdat er over het land een goede spreiding is van deze bedrijven en het aanbod en de vraag van de glastuinbouwsector goed matchen. “De leveringszekerheid en de betrouwbaarheid is hoog en we zien bij beide sectoren een enorme drive om hier werk van te maken.”Verduurzaming glastuinbouwsectorDe glastuinbouw staat de komende jaren voor een flinke uitdaging. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de glastuinbouw in 2030 ongeveer 2 megaton extern geleverde CO2 nodig heeft om de reductiedoelstelling te kunnen realiseren. Om deze ambitie te realiseren is energiebesparing nodig en een omschakeling van het gebruik van aardgas naar alternatieve warmtebronnen en extern geleverde CO2.Met name ‘s zomers gebruiken tuinders CO2 om planten en bloemen te laten groeien. Veel tuinders voorzien in hun CO2-voorziening door dit zelf te produceren met aardgasgestookte warmtekrachtkoppeling (WKK). Daarnaast wordt er op dit moment ongeveer 0,7 megaton CO2 geleverd door externe partijen. Om het gebruik van aardgas terug te dringen en de gestelde ambities te behalen, is er meer extern geleverde CO2 nodig, zo schrijven minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en minister Wiebes van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer op 20 juli jl. Hierin wordt genoemd dat de glastuinbouwsector zich de komende jaren moet richten op het stimuleren van hernieuwbare warmte, restwarmte, elektrificatie, energiebesparing en het stimuleren van externe CO2-levering en het terugdringen van aardgasgebruik.Onvoldoende stimulansDe prikkels daarvoor zijn op dit moment echter niet optimaal, doordat CO2-levering aan de glastuinbouw niet als een vorm van CO2-reductie telt. Dit betekent dat een ETS-bedrijf dat CO2 levert aan de glastuinbouw nog altijd ETS-rechten moet inleveren voor deze emissies.Voorlopig is daar nog een prima businesscase voor, schrijven de ministers in de brief aan de Tweede Kamer. Maar in de nabije toekomst komen er boetes op de uitstoot van CO2 én komen er subsidies voor CO2-reductie. Het leveren van CO2 aan kassen telt volgens de regels nog als uitstoot, waardoor de betrokken partijen buiten de boot vallen en de businesscase voor dit doel in gevaar komt.Lees ook dit artikel: Kabinet experimenteert met opslag en levering van CO2 aan kassenBron: Twence, Glastuinbouw Nederland, DuurzaamBedrijfsleven, Rijksoverheid.