Emma Rotman 08 juli 2020, 10:46

SER over biomassa: “De vraag is niet óf, maar waar, wanneer, hoeveel en hoe lang”

Biomassa is onmisbaar voor de transitie naar een CO2-neutrale en circulaire economie in 2050, maar moet wel duurzaam en zo hoogwaardig mogelijk worden ingezet. Vandaag presenteert de Sociaal-Economische Raad een advies aan het kabinet om daar invulling aan te geven. Onderdeel daarvan is een beslisboom om te bepalen welke toepassingen hoogwaardig zijn, zoals materialen, en welke laagwaardig, zoals elektriciteit.

Biomassa

In het rapport spreekt de SER niet langer van biomassa, maar van duurzame biogrondstoffen. “Die term geeft beter aan waar we over praten: gewassen, bomen, dierlijke producten, planten, algen”, stelt Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad en kroonlid van de SER. Door te spreken over biogrondstoffen in een CO2-neutrale, circulaire economie en niet enkel over biomassa als energiebron moet er een einde komen aan de gepolariseerde discussie die nu gevoerd wordt. “Biomassa heeft een negatieve connotatie en doet geen recht aan de brede discussie.”

Opbouw, ombouw en afbouw

De SER geeft richtlijnen voor hoogwaardige toepassingen van biogrondstoffen. Ook adviseert het hoe sectoren die nu biogrondstoffen gebruiken als overbrugging zo snel mogelijk over kunnen stappen op andere energiebronnen. Ten slotte geeft het tips om laagwaardige toepassingen af te bouwen. Bij hoogwaardige toepassingen kan je denken aan materialen en grondstoffen gemaakt van biomassa. Voor overbruggingstoepassingen, bijvoorbeeld zwaar wegtransport, kan biomassa ingezet worden zolang duurzame alternatieven (zoals waterstof) er nog niet zijn. Laagwaardige toepassingen (biomassa verbranden om stroom te maken) worden afgebouwd.

Voor Marjolein Demmers van Natuur & Milieu geeft het rapport goed aan hoe biomassa in de toekomst kan worden ingezet: zoveel mogelijk als materiaal, zo min mogelijk als energie. “Grootschalige toepassing voor biomassa voor energie en warmte past niet in de fase waarin de energietransitie zich bevindt.” Wel moet het kabinet zorgen dat de vraag niet veel groter wordt dan het aanbod van duurzame biomassa. “Het ontbreken van een bovengrens is wat ons betreft een gemis in dit rapport.”

Lees ook: PBL: 'Biomassa onvermijdelijk voor de energietransitie'

Beslisboom

De SER stelde een beslisboom op waarmee het kabinet kan beoordelen of een toepassing hoog- of laagwaardig is. Die beslisboom bevat een aantal vragen:

  • Hoeveel biogrondstoffen zijn er nodig? En kan die vraag verminderd worden?
  • Is de biogrondstof voldoende duurzaam?
  • Zijn er alternatieve hernieuwbare en betaalbare opties?
  • Is de toepassing voldoende duurzaam?

Volgens Nijpels is het te gemakkelijk om biomassa af te wijzen als niet eerst deze vragen gesteld worden. “Met deze beslisboom is het voor het kabinet bijna een eitje om vast te houden aan het duurzaamheidskader.” Wel moet de politiek nog een aantal afwegingen maken, bijvoorbeeld over fair share: hoeveel biogrondstoffen mag Nederland internationaal gezien gebruiken?

Duurzaamheid biomassa

De biogrondstoffen moeten gegarandeerd duurzaam zijn, stelt de SER. Om dat te kunnen garanderen, moeten de duurzaamheidscriteria allereerst in Europese wetgeving worden opgenomen. Ten tweede moet er gecontroleerd worden of die criteria worden nageleefd. Dat kan met behulp van private certificeringsschema’s.

De SER weet dat er een toenemend wantrouwen bestaat jegens dergelijke partijen. “Daarom moet de overheid toetsen of het wel goed zit met die private certificeringsschema’s. Als er dan nog steeds zorgen zijn, bijvoorbeeld wanneer onduurzame praktijken aan het licht komen, dan moet de overheid daar onderzoek naar doen en met gepaste maatregelen komen”, legt kroonlid Katrien Termeer uit.

Het kan zijn dat de criteria tot gevolg hebben dat er te weinig duurzame biogrondstoffen voorhanden zijn. Als dat zo is, dan is het niet de bedoeling dat het kabinet de criteria naar beneden bijstelt, benadrukt Termeer. “Het is dan belangrijk te kijken hoe je aan meer duurzame biogrondstoffen kunt komen. Of je moet het gebruik ervan beperken.”

Lees ook: RWE: 'Biomassacentrales essentieel om de klimaatdoelen te halen'

Betrouwbare overheid

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat nam het rapport in ontvangst. Zij keek hier naar eigen zeggen halsreikend naar uit. “Dit rapport zorgt voor minder polarisatie in het debat. Zorgvuldig is het kernwoord; we moeten zorgvuldig omgaan met biomassa. We moeten ook consistent zijn: we kunnen niet voor energie andere criteria gebruiken dan voor bijvoorbeeld chemie. We moeten onder de streep zorgen dat biomassa bijdraagt aan de doelen in het klimaatakkoord.”

Voor ondernemers die juist hadden ingezet op houtige biomassa voor elektriciteit is de conclusie dat die toepassing wordt afgebouwd een teleurstelling. Welke boodschap heeft Van Veldhoven voor hen? “Wij willen een betrouwbare overheid zijn, die partner is in die transitie. Dat betekent dat je samen kijkt naar investeringen en investeringszekerheid. Je moet recht doen aan een conclusie dat iets onder de streep te weinig oplevert, dus je zult dan van koers moeten wijzigen. Maar je moet ook oog hebben voor bedrijven en werknemers die werkzaam zijn in zo’n sector. Dat is ook een aanbeveling die de SER doet. En met de sluiting van de Hemwegcentrale heeft het kabinet ook al laten zien een partner te willen zijn in die transitie.”

'Geen afbouw zonder alternatieven'

De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) is blij met het advies. Biogrondstoffen zijn tot zeker 2030 nodig om de klimaatdoelen te halen, stelt de organisatie in een persbericht. “De SER benadrukt terecht dat het klimaat vraagt om afbouw van fossiele grondstoffen en om opbouw van duurzame energie. Er kan geen afbouw van duurzame biogrondstoffen plaatsvinden, zonder opbouw van andere duurzame alternatieven. Het is winst dat de SER die relatie zo nadrukkelijk benoemt,” zegt directeur Olof van der Gaag.

Dat de duurzaamheidseisen worden aangescherpt is volgens de NVDE een goede zaak. “Dit vraagt forse extra inspanningen van de sector. Die heeft  wel voldoende investeringszekerheid nodig om daarmee aan de slag te kunnen”, stelt Van der Gaag. Daarnaast wil de branchevereniging dat het Planbureau voor de Leefomgeving de mogelijkheden en kosten voor versnelling van de alternatieven analyseert.

Lees ook: NVDE: '75 procent duurzame elektriciteit in 2030 is haalbaar'

Bron: SER | beeld: Adobe Stock

Sociale huur is voorloper met energiezuinige woningen

Dat blijkt uit de jaarlijkse marktmonitor van de non-profitvereniging Stroomversnelling, die corporaties en projectontwikkelaars vroeg hoeveel nul-op-de-meterhuizen zij realiseren. Voor de totale nieuwbouw zal dit jaar minimaal 5,7 procent geen energierekening meer hebben. Het aantal bestaande woningen dat een nul-op-de-meterrenovatie krijgt is kleiner. Renovatie is duurder dan nieuwbouwDat renovatie achterloopt, komt door de hogere kosten; het kost meer geld om een bestaand huis beter te isoleren, en een warmtepomp en zonnepanelen te geven, dan om deze dingen in een nieuw huis te plaatsen. Daarnaast is de renovatiemarkt voor bouwers minder interessant, omdat de marges kleiner zijn. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt in de bouw kiezen ontwikkelaars en corporaties hier niet voor. Lees ook: Deze banken maken een goede businesscase voor duurzame woningenDit terwijl de renovatiemarkt veel groter is dan de nieuwbouwmarkt. Uiteindelijk hoopt Stroomversnelling dat de groei van nul-op-de-meter in de nieuwbouwmarkt ook de renovatiewereld helpt. “De innovaties en infrastructuur die nu ontstaat voor nieuwgebouwde huizen kan ook uitkomst bieden voor de renovatiemarkt”, vertelt Ivo Opstelten, directeur bij Stroomversnelling. Vruchten plukken van duurzaamheidOpstelten is optimistisch over de nieuwe cijfers. “Vooral in nieuwgebouwde sociale huur zie je dat de tijd van early adopters voorbij is. Vanaf nu zal nul-op-de-meter steeds populairder worden. En daar zullen ook andere sectoren profijt van hebben.” Dat de sociale huur vooroploopt, ligt vooral aan de energieprestatievergoeding (EPV) die de regering in 2016 invoerde. Deze zorgt ervoor dat de woningcorporaties de vruchten kunnen plukken van duurzame maatregelen. Anders zouden de huurders de baten hebben (geen of een veel lagere energierekening) terwijl de verhuurder de kosten moest dragen. Helaas zorgt deze regeling in de particuliere sector nog niet voor een grote groei van energiezuinige huizen. “We hebben minder zicht op die sector, omdat we de enquête vooral naar corporaties en projectontwikkelaars sturen”, vertelt Opstelten.Op de koopmarkt is de EPV niet van toepassing, maar ook daar zijn problemen met de verdeling van kosten en baten. Als je betaalt voor renovatie van je huis, en het vervolgens verkoopt, dan is het niet zeker dat je alle kosten terug wint door een voldoende hogere verkoopprijs. “Daar moet ook een oplossing voor worden gevonden”, zegt Opstelten. “Dan moeten er regels komen voor een objectgebonden financiering, die overgaat naar de volgende eigenaar bij verkoop.” De markt werkt namelijk (nog) niet zo dat een huis met nul-op-de-metervoorzieningen precies zoveel meer kost als de extra waarde van de voorzieningen bij verkoop. CoronacrisisDe cijfers voor 2020 hebben betrekking op geplande woningen. Een deel zal mogelijk niet dit jaar afkomen. De coronacrisis speelt daarbij ook een rol, vooral voor renovaties. “Dan moeten er mensen over de vloer komen, en dat is niet altijd gewenst in deze tijden. Bij nieuwbouw is dat een minder groot probleem.” Toch denkt Opstelten dat het totaal aantal nul-op-de-meterwoningen dit jaar hoger uit zal vallen dan in de monitor staat. Niet alle marktpartijen zijn aangeschreven en een deel van de aangeschreven partijen reageerde niet, terwijl ook daar mogelijk een aantal energiezuinige huizen op de planning staan. Lees ook: Hoe verwarmen we straks 7 miljoen woningen?Bron: Stroomversnelling | Beeld: Adobe Stock