Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 24 juni 2020, 09:00

Investeerdersfamilie maakt duurzame vooruitgang openbaar

Als eerste familie-investeerder maakt VP Capital de duurzaamheid van zijn investeringen bekend. Een onafhankelijk bureau lichtte het complete portfolio door en analyseerde hoe de investeerder zijn duurzame impact kan vergroten. VP Capital wil de eigen bedrijven klimaatneutraal maken. Daarnaast realiseert de familie-investeerder door investeringen in innovaties een positieve impact. Op die manier wil VP Capital de duurzame vooruitgang versnellen.

Vp capital guus

Het rapport verschijnt vandaag en laat zien dat VP Capital in 2019 een kleine vooruitgang boekte ten opzichte van 2018. Het bedrijf scoort over haar hele portefeuille een 3,3 (in 2018 was dat een 3,1). Dat komt met name door een betere score bij Q Lite, investeringen in Accsys en Aquaporin en de deelname aan impactfonds Pymwymic. Het is een bescheiden vooruitgang, erkent VP Capital. In 2023 wil de investeerder dat de score op 4,5 uitkomt. 

Er bestaan vele methodes om duurzaamheid van individuele bedrijven of specifieke vastgoedprojecten te beoordelen. Met de vandaag gepresenteerde methode wordt echter het gehele vermogen beoordeeld. Van vastgoed, eigen bedrijven, private equity tot donaties. Met die aanpak wil VP Capital de impact over de hele breedte van haar portefeuille verbeteren.

Lees hier het duurzaamheidsrapport

Grotere vooruitgang

Die ambitie is ook de reden dat VP Capital consultancybedrijf MJ Hudson Spring inhuurde om het portfolio door te lichten. Op dit moment wordt maar een klein deel van het geld ingezet voor zogenoemde impact-investeringen. Dat zijn investeringen die een positieve invloed hebben op mens en milieu. In 2023 moet een vijfde van de investeringen aantoonbare impact hebben. 

Lees ook: Hoe textielbedrijf HAVEP duurzamer wil worden

Al volgend jaar verwacht de investeerder een grotere vooruitgang te rapporteren. “Een aantal grote impact-investeringen was pas in de loop van 2019 rond, en zal dus in het volgende voortgangsrapport staan”, vertelt Guus van Puijenbroek, directeur van VP Capital. “Maar ook door de verdere bijdrage van ons installatiebedrijf Batenburg zal de score stijgen. Zij spelen een belangrijke rol in de energietransitie.”

Lessen voor familie-investeerders

VP Capital is de investeringsmaatschappij van de familie van Puijenbroek. Transparantie is voor veel familie-investeerders een dilemma. Toch streeft VP Capital transparantie na. “We willen ons rapport delen met andere familie-investeerders. Die hebben een andere horizon dan klassieke private equity-bedrijven. Door kennis te delen kunnen we de versnelling van duurzame vooruitgang een extra impuls geven”, zegt Van Puijenbroek.

Ondertussen zal VP Capital zelf ook in gesprek gaan met de fondsen, goede doelen en bedrijven om te kijken hoe deze hun beoordeling kunnen verhogen. “We zien het als onze rol als aandeelhouder om duurzaamheid op de agenda te zetten en te bespreken.” Voor de bedrijven die onder het beheer van VP Capital vallen, zoals textielbedrijf HAVEP, betekent dat bijvoorbeeld dat ze in hun sector een duurzame koploperspositie moeten nastreven.

Lees ook ons interview met VP Capital-directeur Guus van Puijenbroek 

Bron: VP Capital | Afbeelding: VP Capital

Dit bedrijf liep 25 jaar geleden al voorop in duurzaamheid. Nu wil het klimaatverandering terugdraaien

Leren van de natuur doen mensen al heel lang. Ook de term biomimicry is niet nieuw. Al in 1997 gebruikte Janine Benyus het woord in haar boek ‘Biomimicry, innovation inspired by nature’. “Er zijn zoveel beproefde en geteste ideeën in de natuurlijke wereld die ons verder kunnen brengen dat je gek zou zijn als je er niet naar kijkt”, vindt Saskia van den Muijsenberg. Toch merkt de directeur en mede-oprichter van biomimicryNL pas de laatste jaren dat het in opleidingen terugkomt en dat bedrijven er meer mee aan de slag gaan. Wat is biomimicry?Bij biomimicry vormt de natuur de inspiratiebron. Het gaat erom de beste ideeën uit de natuur te imiteren om menselijke toepassingen te vinden en te verbeteren. Van den Muijsenberg benadrukt dat voor een succesvolle duurzame toepassing van het biomimicry-gedachtengoed drie kernelementen van belang zijn: ‘ethos’, ‘(re)connect’ en ‘emulate’. Ethos doelt op verantwoordelijkheidsgevoel, (re)connect benadrukt het feit dat mens en natuur met elkaar zijn verweven en emulate betekent dat het verder gaat dan het kopiëren van biologische fenomenen. Het vraagt om een proactieve aanpak met als onderliggende visie dat de mens op een duurzame manier in het leven op aarde past.Janneke Leenaars, duurzaamheidsmanager bij Interface, herkent dat gedachtengoed en licht het verder toe. “Het is van belang om als mensheid onze mindset te veranderen. Dat we van ego naar eco gaan. Dat wij niet blijven overheersen als mensheid, maar dat wij zien dat wij onderdeel zijn van de biodiversiteit en dat wij daarin wat te doen en laten hebben. Je kunt heel veel leren van de natuur, maar als je het niet op de juiste manier en met de juiste intentie inzet dan putten we uiteindelijk nog steeds de aarde uit.”Van ego naar ecoIn de jaren negentig kwam voor Interface-oprichter Ray Anderson het besef dat hij jarenlang met zijn financieel succesvolle bedrijf de aarde uitputte. Hij besloot de koers compleet om te gooien om geen negatieve impact meer op het milieu te hebben. Hij stelde een “eco-dreamteam” samen die hem hielp bij die verandering. Benyus was één van de mensen in dat team. Leenaars benadrukt hoe bijzonder de aanpak van Anderson was, helemaal in die tijd.Interface startte met de missie genaamd ‘Mission Zero’ en gaat nu verder met een vervolgmissie: ‘Climate Take Back’. Met deze vervolgmissie wil Interface bijdragen aan het terugdraaien van de opwarming van de aarde. In 2040 wil het bedrijf volledig klimaatpositief opereren. Dat betekent dat het bedrijf tegen die tijd meer koolstofdioxide vermijdt en uit de lucht haalt, dan dat het er met haar activiteiten inbrengt. Op die manier wordt het bedrijf CO2-negatief of dus klimaatpositief. Om dat doel te bereiken, formuleerde Interface vier pijlers. De eerste sluit aan bij de oude ‘Mission Zero’-missie: ‘live zero’. De andere drie zijn: ‘love carbon’, ‘let nature cool’ en ‘lead the industrial re-revolution’.Leren van de natuur"Hoe zou de natuur een tapijt ontwerpen?" Met die vraag stuurde Benyus ontwerpers het bos in toen Interface nog werkte aan de Mission Zero-missie. Het leverde een tapijt op waarbij de tegels allemaal van elkaar verschillen, maar gezamenlijk een harmonieus geheel opleveren. Dat heeft voordelen op het gebied van duurzaamheid: het snijverlies daalt van 4 naar 2 procent en in het productieproces neemt het aantal afgekeurde tegels af. “Je omarmt juist imperfectie”, zegt Leenaars. Dat maakt het makkelijker voor gebruikers om een enkele tegel te vervangen of te verplaatsen waardoor de vloer langer meegaat. Op financieel vlak was het ook een succes: “Anderhalf jaar na de lancering was dit de best-lopende collectie.”Afval als grondstofDe grondstof van de tegels was een ander aandachtspunt, omdat bleek dat juist daar veel impact lag. Nu vormen oude tapijttegels en zelfs visnetten de grondstof voor nieuwe tapijttegels. Dat lukte niet van de ene op de andere dag. “Het is natuurlijk niet zo dat het een recht pad is naar al die successen”, zegt Leenaars. Zo werd het project Net-works, waarbij men werkt met gerecycled garen van weggegooide visnetten, mede een succes doordat Interface kon leren van het project Fairworks. De tegels uit dit eerdere project droegen bij aan de missie om de impact op het milieu te verlagen, maar bleken niet te voldoen aan de klantverwachtingen.In een eerder interview met DuurzaamBedrijfsleven sprak Nigel Stansfield, CEO EMEA, van succesvol falen vanwege de lessen die het project opleverde. Lees het hier.Als onderdeel van de nieuwe missie onderzoekt Interface de mogelijkheden om planten als grondstof te gebruiken. Op die manier wordt CO2 een bouwsteen en kunnen de producten bijdragen aan het terugdraaien van de opwarming van de aarde.Met de vraag: “Hoe legt de natuur CO2 vast?”, kwam Interface uit op fotosynthese. Het proces waarbij planten en sommige bacteriën lichtenergie gebruiken om CO2 om te zetten in suikers die zij gebruiken om te groeien. Hierbij komt zuurstof vrij en wordt koolstof vastgelegd. Zolang planten niet vergaan blijft de  koolstof erin opgeslagen en komt er geen CO2 terug in de atmosfeer. “Dat betekent dat je in de toekomst producten hebt die meer koolstof in zich hebben opgeslagen dan wat het aan CO2 gekost heeft om ze te produceren”, vertelt Leenaars. Dit brengt de 2040 missie van Interface dichterbij: door de CO2-uitstoot van de productie te minimaliseren en grondstoffen te gebruiken die koolstof  vasthouden, wordt klimaatpositiviteit mogelijk.Lees ook: Hoe een vloerfabrikant klimaatverandering terugdraaitDe juiste vraag stellenBovenstaande voorbeelden tonen al aan dat vragen stellen een belangrijk onderdeel uitmaakt van de toepassing van biomimicry als businesscase. Wat is het probleem waar je als bedrijf een oplossing voor wil vinden? Soms is het zoeken naar de juiste formulering. Ook daar heeft Leenaars een voorbeeld van. “Hoe zou de natuur iets lijmen?”, was de beginvraag die uiteindelijk een nieuw lijmvrij installatiesysteem voor tapijttegels opleverde. In eerste instantie kwam Interface uit bij de gekko. Deze hagedis is door zijn speciaal gevormde pootjes in staat om zich op allerlei vlakken goed vast te houden. Zo kan hij zonder moeite ondersteboven op glas klimmen. Het imiteren van de gekko-techniek bleek kostbaar en ingewikkeld. Toen realiseerde de onderzoeksafdeling zich dat ze de vraag moesten herformuleren.“Hoe houdt de natuur een vloer bedekt?”, werd de vervolgvraag, met als antwoord: zwaartekracht. Daarop ontwikkelde Interface een manier om de tapijttegels niet aan de grond, maar aan elkaar te bevestigen. Door het gezamenlijk gewicht blijft het tapijt goed op zijn plek. Volgens Leenaars vermindert deze methode de ecologische impact met 90 procent ten opzichte van de vastlijm-methode. Verschillende tapijttegelfabrikanten volgden het voorbeeld, vertelt Leenaars trots. Zij gebruiken nu ook geen lijm meer. “Gedreven vanuit geen negatieve impact willen hebben, deden wij een innovatie die de hele industrie in beweging brengt. Dat vind ik mooi!”Fabriek als bosVan den Muijsenberg volgt de ontwikkelingen rondom biomimicry in het bedrijfsleven op de voet. Zij merkt dat langzaamaan meer bedrijven ermee aan de slag gaan. Zo benaderen verschillende bedrijven hun fabrieken als een bos. Zo doet niet alleen Interface dat, maar ook autofabrikant Ford. Dit ‘factory as a forest’-concept komt wederom uit de koker van Benyus. Het idee is dat bedrijven daarbij het lokale ecosysteem als referentie gebruiken. Zij meten welke ecosysteemdiensten dat gebied levert, bijvoorbeeld schone lucht, CO2-opslag en soortenrijkdom en onderzoeken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat hun fabrieksterreinen hetzelfde leveren. “Naast dat Interface tapijttegels maakt en Ford auto's produceert willen ze dat hun fabrieken functioneel gezien de plek van dat bos innemen”, legt Van den Muijsenberg uit. Om die reden plaatste Interface bij de fabriek in Scherpenzeel groene wanden en vijvers om water te reguleren, de omgeving te koelen en CO2 op te slaan. Planten halen immers CO2 uit de lucht en leveren zuurstof terug.'Niemand betaalt nu voor schone lucht, maar het is wel iets wat we allemaal willen'Het denken in ecosystemen kan nog groter. Op wijk- of stadsniveau bijvoorbeeld, zegt Van den Muijsenberg. “Dat zijn natuurlijk enorme Apollo-projecten”, geeft zij toe. Maar toch sluit zij niet uit dat mensen in de toekomst rekening houden met de ecosysteemdiensten die gebouwen of gebieden leveren. Om dit proces te versnellen startte Biomimicry-NL samen met een netwerk van Nederlandse organisaties en gemeenten Project Positive NL. Op die manier willen zij deze manier van denken en werken onder de aandacht brengen.Van den Muijsenberg kan zich goed voorstellen dat we bedrijven in de toekomst afrekenen op de schade die zij toebrengen of juist belonen voor de ecosysteemdiensten die ze leveren. “Niemand betaalt nu voor schone lucht, maar het is wel iets wat we allemaal willen. Dus ik kan me heel goed voorstellen dat daar een businessmodel aan te hangen is, waardoor bedrijven gestimuleerd worden om dat te gaan leveren.”Leenaars hoopt ook dat zoiets als ‘factories as a forest’, maar ook ‘cities as a forest’ de normale gang van zaken wordt. “Dat het bijna onlogisch is om het niet te doen.” Zij stelt zich voor hoe haar kleinkinderen zouden reageren als zij hen vertelt hoe steden er vroeger uitzagen: “Echt raar dat je alleen maar van die betonnen steden had met daarin een enkele plantenbak.”Natuurlijke toekomstRecent had Leenaars nog een discussie met iemand over de vraag of duurzaamheid duur is. Een mythe noemt zij dat. De discussie die zij had toont echter aan dat nog niet elk bedrijf met duurzaamheid aan de slag gaat. Hetzelfde geldt voor biomimicry. Waarom zetten bedrijven er nog niet allemaal op in? “Ik kan werkelijk geen enkel steekhoudend argument bedenken waarom je het niet zou willen doen”, zegt Leenaars.'Als mensheid hebben we er een potje van gemaakt'“Met 3,8 miljard jaar wijsheid van de natuur heeft het op zoveel fronten uitgewezen wijzer te zijn dan wij met alle mensen bij elkaar. De natuur heeft geen afval en doet alles met hernieuwbare energie. Wat dat betreft kun je zeggen dat wij er als mensheid maar een potje van hebben gemaakt. Er zit nog zoveel wijsheid in de natuur over hoe je een duurzame omslag kan maken als bedrijf.”Leenaars hoopt dat de huidige crisis bedrijven en overheden een extra zetje geeft om voor duurzaamheid te kiezen. “Ik hoop dat het oude denken letterlijk tot de oudheid gaat behoren.”Lees ook het eerdere interview met Saskia van den Muijsenberg: ‘Bedrijven zouden juist nu hun dienstverlening moeten verduurzamen’Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeeldingen: Biomimicry-NL en Interface