Jaime Donata 26 mei 2020, 17:31

Hoe duurzaam is de Nederlandse mossel?

Vanaf deze week liggen de eerste mosselen weer in de winkels. Maar hoe duurzaam is de mosselvangst in Nederland eigenlijk? Duurzaam Bedrijfsleven sprak een aantal experts over de uitdagingen van de Nederlandse mosselsector.

Adobestock 238994135

Met de mosselveiling in het Zeeuwse Yerseke is Nederland een van de Europese spelers in de internationale mosselhandel. Ook de Zeeuwse mossel is internationaal befaamd tot ver buiten onze landsgrenzen. Maar wat veel mensen niet weten is dat de Zeeuwse mossel meestal niet in Zeeland is geboren, maar in de Waddenzee. “Met de bouw van de Deltawerken werd flink ingegrepen in getijden, waardoor grote kweekgebieden voor de mossel verdwenen. De Zeeuwse mosselkwekerijen werden hiervoor gecompenseerd met kweekruimte op de Waddenzee,” legt Wouter van der Heij van de Waddenvereniging uit.

Erwin Bastemeijer, werkzaam bij Neeltje Jans, een duurzaam Zeeuwse mosselbedrijf en kwekerij bij de Stormvloedkering, bevestigt dit: “Van alle mosselproducenten, veelal gevestigd in Yerseke, zijn er maar twee die uitsluitend Zeeuwse mosselen verpakken. Deze mosselen zijn herkenbaar aan het keurmerk Zeker Zeeuws op de verpakking. Dit keurmerk garandeert de consument dat de mossel een streekproduct is.”

Lees ook: Deze machine maakt duurzame mosselkweek makkelijker

Hoe duurzaam is de mosselvangst in Nederland?

Volgens Bastemeijer – die zelf zo duurzaam mogelijk zeebanket probeert te vermarkten – ligt het er maar net aan welk uitgangspunt je neemt, als je iets wil zeggen over de duurzaamheid van mosselen: “Wanneer je de CO2 uitstoot per kilo product als uitgangspunt neemt, zijn mosselen een veel duurzamere keuze dan vlees. Met minder dan 1 kilo CO2 uitstoot per kilo hebben mosselen een veel kleinere klimaatimpact dan Nederlands rundvlees waarbij 1 kilo gelijkstaat aan 20 kilo CO2.”

Ook qua overbevissing zijn mosselen ook een hele goede keuze. De voedselconversieverhouding is optimaal. Mosselen hebben geen voer nodig om te groeien: ze zetten algen om in proteïne. Dat betekent echter niet dat elke mossel even duurzaam is. Soms komt de Zeeuwse mossel namelijk uit het buitenland, en moet hij met vrachtwagens naar Zeeland. Bastemeijer: “Het importeren van buitenlandse consumptiemosselen naar de Oosterschelde om daar te verpakken als 'Zeeuwse mosselen' is iets waar ik al jaren tegen pleit. Alleen al het vervoer heeft een impact op het milieu. Maar belangrijker is de impact die vreemde schelpen hebben op het ecosysteem."

Invasieve schelpdieren

Tijdens het importeren van mosselen uit Engeland, Ierland en Duitsland liften ook andere levende organismen mee. Deze komen terecht in het nationaal park Oosterschelde en verstoren daar het oorspronkelijke ecosysteem. Bastemeijer: “Neem de Oesterboorder, een grote alikruik die als verstekeling is meegekomen met buitenlandse mosselen uit Ierse en Engelse wateren. Daar hebben wij hier nu al vijf jaar last van. Hij boort door de schaal van jonge oesters in de Oosterschelde en de Grevelingen.”

Of neem de geïmporteerde Creuze: deze Japanse oester kwam nooit eerder voor in de Oosterschelde en overwoekert hier nu de dijken. Erwin: “Noem het vervuiling tussen aanhalingstekens. Mosselen kunnen nog wel groeien, maar je kunt het water niet meer in zonder stevige schoenen – en er is wel een verstoring gaande in de voedselkringloop. De schelpdieren eten allemaal algen.”

Bodemzaadvisserij

Volgens de Waddenvereniging is er nog een duurzaamheidsvraagstuk binnen de Nederlandse mosselkwekerij: de manier waarop mosselzaad wordt geoogst. Van der Heij: “Mosselen planten zich voort en vormen daarbij natuurlijke mosselzaadbanken. Kwekers schrapen deze mosselbanken op van de bodem met metalen korren en strooien het zaad uit op hun kweekpercelen in de Waddenzee. In de jaren '90 waren deze natuurlijke mosselbanken in de Waddenzee bijna helemaal weggevist. Door de beschermingsmaateregelen die toen zijn genomen door de overheid zitten we nu weer op het oorspronkelijke niveau.”

Goed nieuws, maar de traditionele manier van bodemzaadvisserij is tot op de dag van vandaag een issue. De natuurlijke mosselbanken op de Waddenzee kunnen gezien worden als de koraalriffen van Nederland. In de zeewieren op de mosselbanken worden eitjes afgezet door allerlei jonge vissoorten en naast talloze schaaldieren is het ook de natuurlijke biotoop voor de paling.

Convenant

Om de natuurlijke mosselbanken op de Waddenzee te beschermen is in 2008 een convenant gesloten tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, PO Mosselcultuur (de branchevereniging voor mosselvisserij) en de Coalitie Wadden Natuurlijk. De doelstellingen waren ambitieus: in 12 jaar tijd naar een 100 procent bodemzaadvisserijvrije mosselkweek.

Lees ook: Hoe een kanon voor zalm de populatie op peil houdt

Misschien iets te ambitieus, denkt Angelo Kouwenhoven, als Senior Beleidsmedewerker Kustvisserij bij het ministerie betrokken bij het Convenant: “Al na drie jaar werd duidelijk dat het alternatief voor het opschrapen van bodemzaad op dit moment te duur is om als mosselkweker te concurreren op de internationale markt. Mosselzaad vroegtijdig opvangen als het nog in het water rondzweeft is een complex proces, waarbij dure installaties aan te pas moeten komen. De kosten die vijf keer hoger zijn kunnen niet worden doorberekend naar de consument. De winst-verliesrekening kan wel wat omlaag worden gebracht bij grote hoeveelheden mosselzaad, maar daar moeten dan ook kwalitatief betere kweekpercelen voor beschikbaar komen waarvoor op dit moment geen ruimte is in onze kustgebieden.”

Hoe verder?

Volgens Kouwenhoven, die de afgelopen maanden betrokken is geweest bij gesprekken over hoe verder te gaan met het convenant, zitten we nu op 35 procent van de geplande afbouw van de bodemzaadvisserij: “Het convenant loopt dit jaar af en we zitten nu met allerlei partijen om tafel om te kijken hoe we verder gaan. We willen de natuur beschermen, maar ook niet onze nationale mosselsector uit de markt prijzen. Dus het is het afwegen van verschillende belangen. De NGO's willen het liefst morgen naar een 100 procent afbouw van de bodemzaadvisserij. Maar als je het hebt over duurzame mosselvangst, dan heb je het ook over het behoud van onze internationale concurrentiepositie op de Franse en Belgische markt.”

De gesprekken lopen deze zomer op hun eind. Wat als de partijen er samen niet uitkomen? Kouwenhoven: “Ik hoop en verwacht wel dat we gezamenlijk een werkbare toekomstagenda vinden. Het alternatief zou zijn dat we met het ministerie op basis van eigen beleid allemaal losse vergunningen moeten gaan uitgeven aan individuele mosselkwekerijen. Maar een situatie die ruimte laat voor allerlei bezwaren en procedures, is voor niemand aantrekkelijk.”

Lees ook: Zo kunnen we oneindig duurzame vis eten

Beeld: Adobe Stock

Zon-, wind- en golfenergie opwekken met één apparaat in Griekenland

Deze zomer komt er een proefinstallatie bij de noordkust van Kreta in Griekenland. Daar wil Sinn testen welke zonnepanelen het best werken op het drijvende platform dat het bedrijf de afgelopen vijf jaar ontwikkelde. Zonnepaneelbouwers mogen zich aanmelden voor de proef.Het platform bestaat uit een heleboel drijvers met een veer erin. Deze veer stuitert op en neer door de golfslag, en via een dynamo wekt het platform energie op. De golfturbines zijn gemaakt van eenvoudige onderdelen en zijn volgens de makers bestand tegen de ruwe omstandigheden op zee. De aanslag van zout en het geweld van golven hebben weinig invloed op de werking van de drijvers, en zelfs als er een stuk gaat is hij eenvoudig en goedkoop te repareren.Lees ook: Nieuw ontwerp brengt golfgenerator stap dichterbijKleine windmolens en zonnepanelenHet probleem: het platform wekt in zijn eentje relatief weinig energie op. Daarom werkt Sinn aan een alles-in-één-platform, waarbij er kleine windmolens op de hoeken van het platform staan en de rest van het oppervlak vol ligt met zonnepanelen. In theorie kan een platform daarmee een groter vermogen bereiken (hoe hoog is afhankelijk van de soort zonnepanelen, windmolens en golfturbines). Dan is een platform, dat 12 bij 12 meter is, misschien genoeg om een dorp van stroom te voorzien.De grootste pluspunten van zo’n systeem: modulariteit en eenvoud. Als je meer stroom nodig hebt, is het eenvoudig om een extra platform vast te koppelen en meer elektriciteit op te wekken. Daarnaast moeten alle onderdelen robuust en repareerbaar worden. Omdat de platforms niet ver van de kust hoeven te liggen, is reparatie ook makkelijker dan bij offshore windparken.De woeste zeeEnige voorwaarde is dat Sinn geschikte zonnepanelen en kleine windturbines vindt. Deze moeten, net als de golfturbines, tegen de zoute zee kunnen. Ook moeten ze heel blijven als het platform - dat meedeint met de zee - hoge golven te verduren krijgt. Of dat gaat lukken, moeten de tests in Griekenland deze zomer uitwijzen.Lees ook: Drijvend zonnepark bij Zwolle is het grootste van EuropaBron en beeld: SINN Power