Advertorial DuurzaamBedrijfsleven.nl 03 februari 2020, 08:00

CO2-uitstoot terugdringen met stadshubs

Ga bij een willekeurig kruispunt in een Nederlandse stad staan. Binnen een paar uur tijd zie je waarschijnlijk meerdere voertuigen van verschillende logistieke bedrijven passeren. Maar hoeveel van die busjes en vrachtwagens zijn tot de nok toe gevuld? PostNL bedacht hiervoor een slimme en duurzame oplossing, waarmee goederenstromen in binnensteden efficiënt worden gebundeld.

Postnl zero emission

Met het groeien van de economie en de bevolking, groeit ook de goederenstroom in de Nederlandse stadscentra. Al die extra verkeersdrukte in de stad zorgt voor een toename van de CO2-uitstoot. De transportsector is zelfs verantwoordelijk voor 13,4 procent van de schadelijke emissies in Nederland. De overheid wil samen met het bedrijfsleven de uitstoot zo snel mogelijk terugdringen. Eind 2020 moet de CO2-uitstoot in Nederland met 25 procent zijn teruggedrongen ten opzichte van de uitstoot in 1990.

En dat is niet de enige factor waarop de logistieke sector moet verduurzamen. Ook de consument is steeds kritischer op de manier waarop goederen worden verpakt en vervoerd. Tegelijkertijd wil die niet inleveren op de snelheid waarmee bestellingen worden geleverd. Ondernemers kunnen er niet omheen: logistieke processen moeten zo duurzaam mogelijk worden ingericht. PostNL voelt zich hiervoor medeverantwoordelijk en introduceert daarom een nieuwe manier van goederenbezorging: met groene voertuigen vanuit stadshubs.  

Meer pakketjes, minder verkeer

Stadshubs zijn distributiecentra aan de rand van de stad waar goederen van verschillende leveranciers worden gebundeld, voordat ze de binnenstad in worden gebracht. Rogier Havelaar, directeur stadslogistiek bij PostNL, legt uit wat de gedachte achter deze hubs is: “Wil je écht de logistiek in steden veranderen, dan ontkom je er als overheid niet aan om een grote milieuzone af te kondigen. Wij vragen leveranciers die anders met een halfvol voertuig voor één of twee bezorgingen een stadscentrum in moeten, om hun goederen af te geven bij onze stadshub. Hier worden alle bezorgingen gebundeld, in één elektrische vrachtwagen of bakfiets geladen en zo emissie-vrij de binnenstad in gebracht.”

Dit levert verschillende voordelen op. Leveranciers zijn veel minder tijd en kosten kwijt aan het doorkruisen van steden, de verkeersdrukte neemt af en daardoor worden binnensteden veiliger en schoner. Ook handig voor de ontvanger: hij ontvangt één of twee bezorgingen per week, in plaats van versnipperde bezorgingen over de gehele week.

“Klanten vragen steeds vaker van ons dat we onze producten met zo min mogelijk milieu-impact leveren,” vertelt Jeroen de Groot, Channel Manager bij Canon Nederland. “Daarbij is het milieuvriendelijker maken van het transport een belangrijke factor.” Canon lanceerde kort geleden een nieuw product: CO2-neutraal geproduceerd papier. De volgende stap voor het bedrijf is het aanpakken van de logistieke processen. “De stadshub van PostNL speelt hier een belangrijke rol in. Zij leveren ons Black Label Zero papier emissievrij aan onze klanten.”

Benieuwd naar meer duurzame innovaties in de logistiek? Bekijk dan de nieuwste editie van Succes op bestelling.

Op weg naar duurzame stadslogistiek

Steeds meer ondernemers merken dus dat klanten verwachten dat bedrijfsprocessen duurzaam zijn ingericht. Eén van de eerste afnemers van de stadshubs is de Hogeschool van Amsterdam. Havelaar: “Het voordeel voor de Hogeschool van Amsterdam is dat alle leveranciers aan de rand van de stad leveren. Vanaf daar brengt één elektrische vrachtwagen alle spullen in één keer naar de hogeschool. Dat levert ook meer rust op bij de ontvangst van goederen, want in plaats van twintig busjes komt er nu één goedgevulde vrachtwagen per dag."

Dat vraagt uiteraard wel om een optimale afstemming tussen ondernemers en leveranciers en een gedeelde motivatie om duurzaam te leveren. PostNL adviseert ondernemers dan ook om in gesprek te gaan met leveranciers om gezamenlijk de meest geschikte samenwerkingsvorm te bepalen. Hiervoor heeft PostNL verschillende modellen ontwikkeld, zodat er altijd een passende vorm beschikbaar is.

Benieuwd welke vorm bij jouw onderneming past? Bekijk de mogelijkheden in de whitepaper over stadslogistiek.

Bron: PostNL

'De wereld gaat de klimaatdoelen van Parijs niet halen als we wachten op overheden'

In het Koninklijke Instituut voor de Tropen (KIT) spreekt Jane Ambachtsheer beleggers, medewerkers en andere genodigden toe. De nieuwjaarreceptie van BNPP AM vindt plaats in het gebouw dat omgedoopt is tot het ‘SDG House’. Ambachtsheer heeft haar duurzame ontwikkelingsdoelenbroche niet opgespeld. “Maar eigenlijk draag ik een SDG T-shirt.” Met haar kleurrijk-gestreepte shirt vormt zij een frisse verschijning tussen de overwegend donker-geklede aanwezigen.  Ambachtsheer opent haar presentatie met een reflectie op de recente klimaattop in Madrid. Voor haar was deze exemplarisch voor de huidige situatie. Terwijl bedrijven, beleggers en maatschappelijke partijen progressie tonen, bewegen overheden traag. “Vanwege de politieke uitkomst werd het over het algemeen niet als een zeer succesvolle COP gezien.” Desondanks blijft zij positief. “Ik kijk nog steeds hoopvol naar het volgende decennium.”Reden tot optimismeIn 2008 maakte de financiële crisis een einde aan de brede steun voor een klimaataanpak die de documentaire van Al Gore teweeg had gebracht. Ambachtsheer ziet Greta Thunberg de rol van Al Gore overnemen als boegbeeld voor klimaatactie. Tegelijkertijd benadrukt ze dat we sinds de documentaire An Inconvenient Truth al veel verder zijn gekomen. Met het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 is er, ondanks een tekort aan concrete acties, sprake van overheidssteun. De grootste vooruitgang ligt echter op economisch vlak: met de enorme kostendaling van hernieuwbare energie.“Met de publieke druk, enige overheidssteun en de economie aan onze kant kunnen we vooruit komen. Als overheden meer zouden sturen op prijs, dan zouden we nog sneller gaan, maar ik denk dat we door de verandering in de prijsdynamiek al veel meer kunnen dan eerder”, aldus Ambachtsheer.Wanneer de politiek in beweging komtHet is wachten op beleidsveranderingen, die er naar verwachting komen. Met het huidige beleid koersen we namelijk af op een temperatuurstijging van meer dan 3 graden, blijkt uit cijfers van Climate Action Tracker. Dat betekent dat overheden op een zeker moment in actie moeten komen, als zij klimaatverandering daadwerkelijk een halt willen toeroepen.Voor de financiële markten is het prettig om niet verrast te worden door ingrijpende beleidswijzigingen. Daarom maakte Principles for Responsible Investment (PRI) in samenwerking met anderen een inschatting van de ‘Inevitable Policy Response’ en de gevolgen daarvan. Zij verwachten onder andere dat in 2030 de vooroplopende landen het gebruik van steenkool afbouwen naar nul, extra CO2-beprijzing invoeren en dat deze landen in 2035 de verkoop van fossiel-aangedreven auto’s verbieden.Het is niet alleen in het eigen belang, maar ook in het belang van klanten dat financiële instellingen risico’s als beleidsveranderingen tijdig zien aankomen en daarop inspelen. Maar financiële instellingen kunnen meer doen dan dat. Zij kunnen ook actief aan een klimaataanpak bijdragen.De instrumenten van de investeerderBeleggers kunnen verschillende instrumenten inzetten om invloed uit te oefenen. Ambachtsheer geeft van elk van deze mogelijkheden een voorbeeld. Ten eerste kan een financiële instelling stemmen op aandeelhoudersvergaderingen. BNP Paribas Asset Management stemde afgelopen jaar vergeleken met andere grote investeerders opvallend vaak voor aandeelhoudersresoluties. Van de resoluties die Majority Action onderzocht, steunde de vermogensbeheerder meer dan 95 procent van de aandeelhoudersvoorstellen over thema’s als verbeterde openbaarmaking van emissies en reductieplannen, transparantie betreffende lobbyactiviteiten en bestuurshervormingen om verantwoording te verbeteren.'Onze grootste voetafdruk zit in de toeleveringsketen van bedrijven waarin wij beleggen'Ook kan een belegger in gesprek gaan met bedrijven. Dit wordt aangeduid met de Engelse term ‘engagement’. Zo verzochten BNP Paribas, Church of England en AP7 Aktiefond grote bedrijven uit Europa en de Verenigde Staten om hun lobbyactiviteiten te openbaren en na te gaan of de klimaatdoelen van de groepen waarbij zij aangesloten zijn aansluiten bij hun doelen. Eén van de bedrijven die vervolgens actie ondernam was Shell. De olie- en gasmaatschappij verlaat de lobbygroep American Fuel & Petrochemical Manufacturers (AFPM) vanwege uiteenlopend klimaatbeleid. Shell stelt dat het de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs ondersteunt. AFPM is de eerste van 19 industrieorganisaties waarvan Shell zijn lidmaatschap heroverweegt.Tot slot kan een belegger invloed uitoefenen middels haar investeringen: door bepaalde activiteiten wel te financieren of juist uit te sluiten. BNP Paribas Asset Management sluit bijvoorbeeld de tabaksindustrie uit. Ook belegt de vermogensbeheerder niet in kolencentrales.De geheime sausOm toekomstbestendig te beleggen, focust BNP Paribas Asset Management op drie kernthema’s. Deze ziet Ambachtsheer als “de geheime saus”. De financiële instelling refereert naar de thema’s als de drie E’s: ‘energy transition’, ‘environmental sustainability’ en ‘equality and inclusive growth’. In het Nederlands: energietransitie, milieuduurzaamheid en gelijkheid en inclusieve groei. “Drie thema’s waarvan wij denken dat het de voorwaarden zijn voor een toekomstbestendige economie en die ons de mogelijkheid bieden om op de lange termijn duurzaam rendement te leveren.”In september lanceerde de vermogensbeheerder een energietransitie-fonds. Voor opname in dat fonds beoordeelt de beheerder bedrijven met name op het deel van de omzet dat gelinkt is aan producten die bijdragen aan de energietransitie. Ook overweegt hij om ‘gelijkheid en inclusieve groei’ te laten reflecteren in een nog op te zetten beleggingsfonds. Daarbij kan de werkwijze op deze terreinen van bedrijven een factor zijn.Portefeuilles in lijn brengen met de klimaatdoelen is een grote uitdagingEind dit jaar wil BNP Paribas Asset Management actief de impact van fondsen meten op het gebied van watergebruik en ontbossing. Over deze zogenoemde voetafdruk gaat de vermogensbeheerder rapporteren. Nu al spreekt de organisatie samen met andere beleggers bedrijven aan op ontbossing. “Onze grootste voetafdruk zit in de toeleveringsketen van de bedrijven waarin wij beleggen”, aldus Ambachtsheer.De metingen uitbreiden, is de vervolgstap. “Landgebruik draagt voor ongeveer een derde bij aan de klimaatcrisis, maar ik denk dat minder dan 1 procent van de beleggingsinspanningen daarop gericht is. Het is daarom een onderwerp waar we zeker meer op moeten focussen om negatieve impact te verminderen en positieve impact te vergroten.”Tot slot draagt Ambachtsheer bij aan de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD) en het Carbon Disclosure Project (CDP). Collega Helena Viñes Fiestas zit in het team dat voor de Europese Commissie een classificatiesysteem voor duurzame beleggingen ontwikkelt.In onderstaande video bespreekt Ambachtsheer de uitdagingen.Opwarming beperken tot 1,5 graad CelsiusUiteindelijk wil BNP Paribas Asset Management ervoor zorgen dat zij met haar beleggingen eraan bijdraagt om de temperatuurstijging tot 1,5 graad Celsius te beperken. “Er is nog niet zo’n groot bewustzijn over het belangrijke verschil tussen een temperatuurstijging van 2 graden en 1,5 graad”, benadrukt Ambachtsheer. Zo betekent 2 graden meer dat bijna al het koraal sterft. Bij 1,5 graad beperkt de sterfte zich tot 70 tot 90 procent. Vandaar dat de vermogensbeheerder zich op 1,5 graad, in plaats van naar 2 graden, temperatuurstijging richt.Portefeuilles in lijn brengen met dit doel brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Ten eerste koersen slechts weinig bedrijven met hun bedrijfsvoering af op 1,5 graad opwarming. Ten tweede zijn de data en de methodologieën om de impact van bedrijven te meten nog niet optimaal. Ten derde levert het politieke klimaat uitdagingen op. “Dat is waarom we meer engagement toepassen op overheidsbeleid”, aldus Ambachtsheer. En ten vierde is de (bedrijfs)lobby voor het behoud van de huidige situatie sterker dan die voor een transitie.“Zo heb je de zogenoemde New Climate Economy, dat initiatief werd voorgezeten door een aantal presidenten en ex-presidenten. Zij keken naar de economische voordelen van de overgang naar een ‘low carbon economy’ en alle banen die dat oplevert. Deze uitkomsten zijn veel minder gepubliceerd en gepromoot dan de risico’s van de transitie.”‘De markt is op zoek naar kansen’Er zijn ook kansen, zoals technologische vooruitgang. En beleggers vragen ook vaker of het mogelijk is om een portfolio te bouwen dat in lijn is met een temperatuurstijging van maximaal 1,5 graad. “Er zijn al meer klanten die ons pushen om hier oplossingen voor te zoeken. Dat stelt ons in staat ons hierop te concentreren. Er is sprake van een zichzelf versterkend effect. Het draait om vraag en aanbod. En de markt is op zoek naar kansen.”Afbeelding: BNP Paribas (tekst), Adobe Stock (hoofd)