Emma Rotman 31 december 2019, 12:30

COO Engie: 'Traditionele aanbesteding zet rem op energietransitie'

De energietransitie moet sneller om de opwarming van de aarde te beperken. Technische dienstverleners kunnen de projecten echter nauwelijks aan vanwege tijdrovende aanbestedingen en een tekort aan technisch personeel. Volgens Hans Boot, COO van Engie Nederland, is co-creatie de sleutel tot versnelling.

Energietransitie co creatie

De energietransitie gaat volgens Boot veel te langzaam. “Met het mislukken van de klimaattop COP 25 wordt de kans steeds groter dat we afstevenen op 3,5 graad opwarming. We moeten echt veel sneller de omslag maken naar duurzame energie. Er moeten rendabele oplossingen komen voor energieopslag om de fluctuaties in wind- en zonne-energie op te vangen.” Volgens Boot is dat niet alleen belangrijk om de opwarming van de aarde te beperken, maar ook om voldoende aanbod van energie te garanderen. “Grote centrales worden uitgefaseerd, duurzame energiebronnen moeten dit op tijd kunnen opvangen.”

De energietransitie vraagt om aanpassingen aan de gehele energie-infrastructuur. Zo moeten netbeheerders duizenden middenspanningsstations aanpassen voor de aansluiting van duurzame energiebronnen. “Dat deden ze eerst zelf, maar inmiddels moeten ze dit steeds vaker uitbesteden. Alliander laat dat onder andere over aan Engie”, vertelt Boot.

Schaarste aan personeel

Door een schaarste aan personeel in de technische dienstverlening zien veel partijen zich genoodzaakt om werkzaamheden uit te besteden. Volgens Boot zijn er veel projecten waarvoor maar één aanbieder beschikbaar is. “Belangrijke projecten lopen daardoor flinke vertragingen op.”

Het gebrek aan technisch personeel remt de transitie naar een duurzame samenleving. Want naast de energietransitie moet ook de gebouwde omgeving worden verduurzaamd en de infrastructuur aangepast aan de mobiliteit van de toekomst. “Als het aanbod aan technische dienstverlening achterblijft, dan heeft dat effect op het halen van de klimaatdoelstellingen en op de economie.”

Tijdverslindende tendertrajecten

Voor een uitdaging van deze omvang zijn er geen eenvoudige oplossingen. Toch ziet Boot een mogelijkheid om meer schot te krijgen in bouwprojecten en zo de duurzame transitie te versnellen. In plaats van de traditionele tendertrajecten pleit hij voor contractvormen waarin co-creatie en duurzame samenwerking centraal staan. “Wat traditioneel vijf jaar kost, blijkt soms ook in anderhalf jaar te kunnen.”

'Wat traditioneel vijf jaar kost, blijkt soms ook in anderhalf jaar te kunnen'

In een traditionele aanbesteding gaan opdrachtgevers de markt op met een bestek waar verschillende partijen op inschrijven. Boot: “De opdrachtgever kiest er één waarmee hij of zij in zee gaat en de rest wordt bedankt. Voor grote projecten duurt zo’n tendertraject al snel een paar maanden. Het levert de partijen die niet winnen niets op, terwijl die er wel veel tijd, capaciteit en geld in stoppen.”

Opdrachtgevers stellen zich bovendien vaak niet flexibel op wanneer zij een bestek maken, vindt Boot. Hoe complexer het project, hoe moeilijker het is om alle hobbels te voorzien. “Er zijn nog steeds opdrachtgevers die vinden dat je vooraf alle mogelijke wijzigingen in het contract moet opnemen. Risico’s worden daarbij te gemakkelijk over de schutting gegooid. Op een gegeven moment wordt het zo complex, dat soms niemand meer weet hoe het verder moet.”

Co-creatie

Dat kan allemaal veel slimmer, vindt Boot, door projecten in co-creatie te ontwerpen. Opdrachtgever en aannemer bepalen samen de scope van het project op basis van de functionele eisen van de opdrachtgever. Pas daarna spreken zij een vaste prijs af. Een gezamenlijke projectmanager overziet het project. “Op die manier houdt de opdrachtgever de kosten in de hand, hij kan het project helemaal vormgeven en er ontstaat geen discrepantie tussen de aanbesteding en de uitvoering. Je lost alles direct met elkaar op.”

Daarnaast pleit Boot voor duurzame samenwerkingen, in plaats van steeds maar weer opnieuw inschrijven op aanbestedingen. “Als projecten worden uitgevoerd door elkaar steeds opvolgende partijen, dan heeft dat zijn weerslag op de kwaliteit van projecten. Dan krijg je installaties die niet optimaal functioneren. Langetermijnrelaties passen bij deze tijd.”

Rijkswaterstaat, een van de opdrachtgevers van Engie, lanceerde in 2013 bijvoorbeeld project DOEN.  Daarbij staan partnerschap en eerlijk geld voor eerlijk werk centraal. De opdrachtgever maakt daarbij eerst een shortlist van aanbieders op basis van referenties, daarna volgt een weging op samenwerkingscompetenties. Opdrachtgever en aannemer bepalen gezamenlijk de scope; prijs is niet het bepalende criterium bij de keuze. De renovatie van de Heinenoordtunnel bij Rotterdam wordt bijvoorbeeld op deze manier aangepakt.

Met de gebruiker aan tafel

In de ideale situatie wordt de gebruiker bij het hele proces betrokken, zowel in het aanbestedingstraject als in de uitvoering. Nu leggen gebruikers vaak hun wensen neer bij een aanbesteder, die de wensen vertaalt in eisen. In een dergelijke driehoeksverhouding ontstaan nog wel eens misverstanden, weet Boot. "Die kunnen gemakkelijk weggenomen worden als de gebruiker als volwaardige partij aan tafel zit."

Dat is extra belangrijk in grootschalige projecten op meerdere locaties tegelijk. De samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), waarbij Engie het onderhoud van meerdere gebouwen uitvoert, laat volgens Boot zien dat het ook kan. “Op landelijk niveau zitten we met het RVB om de tafel, maar op elke specifieke locatie doen we dat ook met onze lokale mensen, lokale gebruikers en centrale projectorganisatie van de klant. Dat werkt daar nu heel goed.”

Duurzame bouwteams

Ook wanneer Engie wel deelneemt aan een traditionele tender, zoekt het bedrijf de co-creatie actief op. Bouwconsortium FourCare is daarvan een voorbeeld. Naast Engie nemen technisch dienstverlener Unica en bouwbedrijven Trebbe en Van Wijnen deel aan dit project. Afgelopen zomer leverde het bouwteam de nieuwbouw van het Amphia ziekenhuis in Breda op. Dit gebouw vult gemiddeld 85 procent van de energiebehoefte in met duurzame energie uit warmte- en koudeopslag (WKO). Dat zorgt voor een CO2-reductie van 80 procent ten opzichte van het bestaande gebouw.

Lees ook:

Bijzonder aan dit project was dat de bouwtermijn niet is overschreden en het bouwconsortium binnen het budget is gebleven. “We functioneerden als één organisatie, met universele werkkleding, een gezamenlijke keet en gedeelde verantwoordelijkheid voor opbrengsten en realisatie. Daardoor was het mogelijk om snel knopen door te hakken over wijzigingen in het bouwproces”, verklaarde Johan van Baardwijk, markt directeur healthcare bij Engie in een eerder interview. Bouwteam FourCare heeft de smaak te pakken, want inmiddels wordt ook het Radboud UMC in Nijmegen verduurzaamd. 

Beeld: schets van het nieuwe hoofdgebouw van het Radboud UMC

Pay per use

Er is nog een reden dat Boot voorstander is van co-creatie. Bedrijven hebben hun gebouwen, gebieden en energiesystemen steeds minder vaak in eigen beheer. Ook Engie blijft steeds vaker zelf eigenaar van installaties en rekent af naar gebruik. “Dat is voor de opdrachtgever een hele ontlasting, want die heeft dan niets op de balans staan. Aan de andere kant is het dan nog belangrijker om de aannemer meer vrijheden te geven en alleen functionele eisen te ontwerpen.”

'Co-creatie maakt de techniekbranche aantrekkelijker'

Als aanbieder is Engie in die projecten vaak haar eigen opdrachtgever. “In Nieuw Reijerwaard werken wij bijvoorbeeld aan een energieneutraal gebied, waarin we een DC-net (gelijkstroom, red.) aanleggen zonder dat er nog klanten zijn. Wij bedenken en investeren, als er klanten zijn sluiten we ze aan en zij betalen voor het gebruik.”

Samen iets moois bouwen

Duurzame samenwerkingen, co-creatie: is de markt daar wel klaar voor? Volgens Boot mogen partijen wel wat sneller in beweging komen. “Er zijn nog veel partijen die het in mijn ogen te traditioneel aanpakken. En het is de vraag of die partijen het redden in de toekomst. Want aanbieders zijn nu in de positie om keuzes te maken en zij zullen niet snel kiezen voor opdrachtgevers met onredelijke eisen.”

Co-creatie zorgt volgens Boot niet alleen voor efficiëntere inzet van arbeid; het maakt de branche ook aantrekkelijker. “Er kiezen inmiddels weer meer mensen voor techniek, al duurt het even voordat dat effect heeft op de arbeidsmarkt. Maar ik denk dat deze verschuiving zeker helpt. Dat je samen iets moois bouwt dat voor iedereen betaalbaar is én bijdraagt aan een energieneutrale samenleving.”

Lees ook:

Beeld: Engie

87 miljoen euro voor groene transportoplossingen

Minister van Veldhoven (Milieu en Wonen) trekt € 34,5 mln uit voor transportprojecten die gunstig zijn voor het klimaat en de luchtkwaliteit. Kansrijke Nederlandse transportinnovaties, die nog niet op de markt zijn, kunnen met deze subsidie versneld van de grond komen. Daarnaast dragen betrokken bedrijven € 47 mln bij en doet de Europese Unie € 5,9 mln in de kas. Daarmee komt de totale investering uit op ruim € 87 mln, verdeeld over 43 projecten in Nederland. Het gaat vooral om machines en voertuigen, die op waterstof of batterijen draaien, en om de laadinfrastructuur.Goed voor klimaat en bedrijfslevenVolgens verantwoordelijk minister Stientje van Veldhoven bieden de subsidies kansen voor bedrijven om te innoveren. “De innovatie van nu is het exportproduct van morgen. Het is mooi om te zien wat voor mooie projecten met deze subsidie worden ontwikkeld. Deze innovaties zijn interessant voor Nederland, maar ook andere landen worstelen met luchtkwaliteit en het schoner maken van bouw en verkeer.”Projecten van Nederlandse bedrijvenDe helft van deze projecten zijn batterij-elektrische innovaties. Iets minder dan de helft zijn projecten gebaseerd op waterstofinnovaties en een klein deel gaat naar de toepassing van hernieuwbare biobrandstof. Enkele voorbeelden zijn: Schepen op waterstof, uitstootvrije bouwmachines, schone bezorgwagens om boodschappen rond te brengen en verwisselbare accu’s voor pizza-bezorgscooters. Ook wordt nieuwe laadinfrastructuur gerealiseerd, zoals zeven nieuwe waterstofstations. Die moeten komen in Roosendaal, Utrecht, Nieuwegein, Amsterdam, Dordrecht, Barneveld en Den Helder.Zware bouwvoertuigen zonder uitlaatgassen in de stadEen project is afkomstig van transportbedrijf Vlot Logistics uit Rotterdam, dat is gespecialiseerd in zeer zwaar en groot transport. Het bedrijf wil met zusterbedrijf Breytner een zware kraanwagen en oplegger voor stenen ontwikkelen dat op stroom rijdt in plaats van op diesel. Eigenaar Rokus Vlot: “Voor deze voertuigen met een gewicht tot maximaal 50 ton, waarmee we overal tussen de huizen rijden, is geen duurzaam alternatief op de markt. Iedereen zegt dat het niet kan om dit soort voertuigen uitstootvrij te maken. Veel te duur en ingewikkeld. Maar we staan in de startblokken en gaan het gewoon doen.”Lees meer: Overheid investeert miljoenen in waterstof en brandstofcellenBijzonder aan het project is dat er ook mobiele snelladers bij zitten. Daarmee kunnen de kraan- en stenenwagens hun batterij opladen tijdens het laden en lossen, waardoor ze ondanks hun gewicht een grote actieradius hebben. De eerste omgebouwde wagens die dus zowel tijdens het werk als tijdens het rijden geen uitlaatgassen uitstoten, komen in 2020 op de weg.Waterstofstations, betonmixers en vrachtwagens in 2017In 2017 ging een vergelijkbare subsidieronde van start. Die leverde 33 projecten op, met een totale investering van € 76 mln. Van dit geld zijn onder andere een elektrische betonmixer ontwikkeld, rijden schone vrachtwagens rond die supermarkten bevoorraden en is een systeem ontwikkeld waarmee de pakketbezorging in Rotterdam uitstootvrij plaatsvindt. Ook werden met dit geld de eerste waterstofstations gerealiseerd. De bedoeling is om met de aankomende ronde de techniek weer een stap verder te brengen.Klimaatakkoord Het kabinet wil de CO2-uitstoot in 2030 gehalveerd hebben ten opzichte van 1990. Het transport is verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de CO2-uitstoot. In het Klimaatakkoord staan tal van afspraken om deze uitstoot terug te dringen, die niet alleen goed zijn voor het klimaat, maar ook kansen bieden voor het Nederlandse bedrijfsleven.Lees ook dit artikel: Extra geld in 2020 voor ondernemers die investeren in circulaire economieBron: Rijksoverheid | Beeld: Adobe Stock