Hidde Middelweerd 22 december 2019, 14:13

Waarom algen de voedselindustrie gaan veroveren

Zijn algen in de toekomst een vast onderdeel van ons dieet? Als het aan Corbion ligt wel. De micro-organismen zijn rijk aan essentiële voedingsstoffen en hebben bijzonder veel potentie op het gebied van duurzaamheid. De grote vraag is alleen: wanneer veroveren ze de markt? Corbion weet daar alles van, want het biotechconcern brengt meerdere algenproducten nu al met succes naar de markt: “Het is pionieren.”

Corbion algen

Corbion’s algenavontuur ging twee jaar geleden van start toen het TerraVia overnam, een producent van algen-ingrediënten uit Californië. Corbion ontwikkelde sindsdien verschillende algenproducten en bracht die met succes op de markt. Maar als het aan het biotechconcern ligt, is dat pas het begin. Met een beetje geluk komen er in de aankomende jaren steeds meer algenproducten bij.

Algen en suiker

De keuze om algen-ingrediënten aan het toch al uitgebreide productportfolio van Corbion toe te voegen, kwam niet uit de lucht vallen. Dat zit zo: algen kunnen op twee manieren groeien. Op zonlicht en CO2 (net als planten), maar ook op suikers. Het is die tweede manier die algen zeer interessant maakt voor Corbion. Het voedingsconcern heeft namelijk al decennialang ervaring met het produceren van melkzuur uit suikers. Die kennis komt goed van pas bij de productie van algen.

“Suikers omzetten in ingrediënten voor de voedselindustrie doen we al heel lang”, vertelt Marc den Hartog, executive vice president Innovation Platforms bij Corbion. “We snappen dus heel goed wat er op microniveau gebeurt en hoe je dat beïnvloedt. Maar we weten óók hoe je dat proces op industriële schaal uitvoert, zodat het ook economisch interessant wordt.”

Focus op de voedselindustrie

De toepassingen voor algen zijn heel breed. “Alles wat momenteel van petroleum gemaakt wordt, kan je in principe ook van algenolie maken”, vertelt Jill Kauffman, head of global market development for Algae Ingredients bij Corbion. “Duurzamere varianten van plastics en brandstof behoren dus ook tot de mogelijkheden en dat maakt het een hele interessante grondstof.”

Corbion richt zich vooral op toepassingen voor de voedselindustrie. Dat is niet voor niets. “Die markt is er klaar voor”, aldus Kauffman. “Algenproducten sluiten perfect aan bij een aantal belangrijke trends in de voedselindustrie, zoals de toenemende vraag naar plantaardige ingrediënten. Maar denk ook aan de groeiende vraag naar gezondere en duurzaam geproduceerde producten. Algen kunnen aan al die wensen voldoen.”

Den Hartog vult aan: “Algen zijn een alternatief voor ingrediënten die minder duurzaam zijn of vanwege schaarste onder druk staan. Voedselbedrijven die hun waardeketen willen verduurzamen, komen daarom al snel bij algen uit.” Algen zijn bijvoorbeeld rijk aan omega 3-vetzuren. Daardoor kunnen ze een interessante vervanger van visolie zijn, dat door overbevissing onder druk staat. Andere algensoorten zijn juist rijk aan plantaardige vetten. Die kunnen bijvoorbeeld palmolie vervangen, dat door ontbossing een steeds minder aantrekkelijke grondstof wordt.

Een duurzaam productieproces

Duurzame potentie genoeg dus. Maar algen zijn dar alleen als ze ook daadwerkelijk duurzaam geproduceerd worden. Corbion richtte het productieproces daar dan ook op in. “We groeien onze algen bijvoorbeeld zo dicht mogelijk bij de bron, om het aantal transportkilometers terug te dringen”, zegt Den Hartog. Corbion’s algenfabriek is te vinden in Brazilië, slechts 30 kilometer verwijderd van een grote en gecertificeerde suikerrietplantage . De algen ‘eten’ de suiker afkomstig van deze plantage en zijn op die manier in staat om razendsnel te groeien.

Om het productieproces nog duurzamer te maken, worden de resten van het suikerriet, zoals de stengels en de bladeren, gebruikt voor de opwekking van warmte en elektriciteit. “De volledige fabriek draait dus op groene energie”, aldus Den Hartog. “De suikerrietplantage levert daarmee niet alleen de grondstof voor het productieproces, maar ook de energie. Zo houden we de CO2-voetafdruk klein.”

Duurzamer visvoer

Corbion’s eindproduct gaat naar de klant, die er vervolgens duurzame impact mee kan maken in de eigen sector. AlgaPrime DHA, een algenpoeder dat Corbion levert aan diervoederbedrijven, laat zien hoe dat werkt. Kauffman: “Bedrijven in die snelgroeiende sector waren al een tijdje op zoek naar een plantaardig alternatief voor visolie. Met AlgaPrime DHA hebben ze dat gevonden.”

“Voer voor kweekvissen moet hoge concentraties omega 3 bevatten, want dat is goed voor zowel de vis als de consument”, legt Kauffman uit. “Momenteel maakt de sector om die reden veel gebruik van wild gevangen vis, die in de vorm van visolie en -meel aan kweekvissen gevoerd wordt. Veel bedrijven in de aquacultuursector willen daar vanaf. Bij dergelijke vis is het namelijk moeilijk te traceren of het wel duurzaam gevangen wordt en of daarbij geen mensenrechten geschonden worden.”

“Maar bij AlgaPrime DHA weten klanten precies waar het vandaan komt én hoe we het produceren”, vervolgt ze. “Daar komt bij dat slechts één ton AlgaPrime DHA ongeveer veertig ton wilde vis vervangt. En het is heel betaalbaar: een zalmfilet van 100 gram wordt slechts één eurocent duurder wanneer je visolie vervangt door AlgaPrime DHA.” Een no-brainer dus. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het algenpoeder ontzettend goed ontvangen werd en de vraag razendsnel toeneemt.

Gezondere kookolie

Een ander algenproduct dat Corbion succesvol op de markt bracht, is een kook- en bakolie op basis van algen. De olie, genaamd Thrive, ligt nu in de Amerikaanse supermarkten en is een stuk gezonder dan zijn concurrenten. “Thrive bevat veel minder onverzadigde vetten en is daarom aantoonbaar gezonder voor hart en hersenen”, vertelt Den Hartog. “Het wordt zelfs aanbevolen door de American Heart Association, als gezonder alternatief voor andere oliën.”

Voor degenen die hun schoenen al aan hebben om naar de supermarkt te rennen, Thrive is helaas nog niet op de Europese markt verkrijgbaar. “Goedkeuringsprocessen voor nieuwe ingrediënten zijn nu eenmaal moeizaam en complex”, verklaart Den Hartog. “Het duurt daarom zeker nog een paar jaar voordat we Thrive op de Europese markt kunnen introduceren.”

Verandering kost tijd

Dit illustreert meteen de belangrijkste uitdaging waar Corbion momenteel mee te maken heeft. “We behoren tot een heel klein clubje van bedrijven dat algenproducten op grote schaal naar de markt brengt. Met andere woorden: het is pionieren”, legt Den Hartog uit. “Dat kost tijd. Als je een nieuw product van het laboratorium naar de markt brengt, moet je nu eenmaal door een opschalingstraject heen. Daar komen veel uitdagingen bij kijken, zoals die goedkeuringsprocessen.”

Daarnaast is acceptatie is een belangrijke uitdaging. En ook dat kost tijd. Kauffman: “Algenproducten zijn nieuw en zijn daarom soms duurder. De (duurzame) voordelen moeten dus zwaarder wegen dan de eventuele meerprijs. Ik heb daar bij algen alle vertrouwen in. Met AlgaPrime DHA laten we nu al zien dat het kan.”

Voedsel van de toekomst?

Corbion ziet dan ook volop mogelijkheden voor de toekomst. Het bedrijf heeft bijvoorbeeld al een kleine productielijn voor algeneiwitten in bedrijf. “Ook dat product sluit volledig aan bij de huidige trends in de voedselindustrie”, zegt Den Hartog. “Er is steeds meer behoefte aan plantaardige eiwitten ; algen kunnen daar een belangrijke rol in spelen. In de aankomende jaren willen we ook die markt duurzaam en gezond algenalternatief bieden.”

Kunnen we algen dan bestempelen als het voedsel van de toekomst? Zeker. De kans is nu al aanwezig dat de zalm op je bord met algenvisvoer gevoerd is. En in de Verenigde Staten wordt nu al gebakken met algenolie. Dat neemt in de aankomende jaren alleen maar toe, verwacht Den Hartog. “Algenproducten worden een goede toevoeging aan het palet van ingrediënten waar de voedingsindustrie nu al mee werkt”, besluit hij. “Een nieuwe tool in de toolbox, zeg maar.”

Kauffman sluit zich daar volledig bij aan: “De markt groeit nu al razendsnel. Dit wordt een onmisbaar onderdeel van het wereldwijde voedselsysteem.”

In onze themamaand Food & Health belichten we verduurzaming in alle stappen van de keten: van boer tot bord. Houd onze website en nieuwsbrief in de gaten voor nieuws, achtergrondartikelen en podcasts over dit thema. 

Afbeeldingen: Corbion, Jill Kauffman, head of global market development for Algae Ingredients bij Corbion (in tekst boven), Marc den Hartog, executive vice president Innovation Platforms bij Corbion (in tekst onder)

Een hotdog of groene salade; hoe verkoop je gezond en duurzaam gedrag?

Over de invloed van een ongezond eetpatroon op aandoeningen als diabetes en hart- en vaatziektes bestaat weinig twijfel. Ook wordt de invloed van ons eetpatroon op het milieu steeds duidelijker. Toch vindt de consument het vaak lastig om gezondere keuzes te maken.Joline Beulens, hoogleraar epidemiologie van leefstijl en cardiometabole ziekten aan Amsterdam UMC, kijkt daarom niet naar het individu, maar naar de omgeving. Haar team doet onderzoek naar nudging: het stimuleren van bepaalde keuzes, zonder het alternatief weg te nemen. “Je verandert iets in de keuze-architectuur: de manier waarop een bepaalde keuze wordt aangeboden ten opzichte van het alternatief", legt Beulens uit.“Voedingsdeskundigen proberen al jaren om mensen individueel hun gedrag te laten aanpassen. Toch vallen veel mensen na verloop van tijd terug in oude patronen. Toen besloten wij: als je gezond gedrag wilt bevorderen, dan moet je ook echt naar de omgeving kijken.” Haar onderzoeksgroep richt zich daarom specifiek op de effecten van nudging in het stimuleren van gezonde keuzes.Nudging in de supermarktGezonde producten meer schapruimte geven, opvallender maken of posters ophangen waarop groenten gepromoot worden: het zijn allemaal vormen van nudging die in supermarkten kunnen worden toegepast. Sommige nudges richten zich op de sociale norm. “Bijvoorbeeld door aan te geven dat 80 procent van de klanten elke dag twee stuks fruit eet”, noemt Beulens. De informatie-nudge, zoals een logo voor bewuste of gezonde keuzes, richt zich meer op de voorlichting over gezondheid en duurzaamheid.Supermarkten zien dergelijke nudges als een kans om gezonde en duurzame keuzes te bevorderen, ziet Jennifer Muller, manager duurzaamheid bij Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). De branchevereniging vertegenwoordigt alle grote supermarktketens en groothandels in Nederland en is in verschillende coalities actief bezig met het thema gezonde en duurzame voeding. Het onderzoek ‘Transparant, gezond & duurzaam’ is daarvan een voorbeeld. Daarin werkt 95 procent van de Nederlandse supermarkten samen met de Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen University & Research. “Enerzijds richt het onderzoek zich op wat de consument drijft om duurzame en gezonde keuzes te maken en anderzijds op hoe supermarkten de consument daarin kunnen ondersteunen. De invloed en effectiviteit van logo’s en inrichting van schappen zijn daar voorbeelden van”, legt Muller uit.Lees ook: 'Voedselonderwijs nodig voor duurzamer en gezonder voedingspatroon'KeuzevrijheidToch blijft het vaak bij kortlopende pilots met relatief kleine nudges, stelt Beulens. “In de supermarkt zie je zoveel aanbod en reclame voor ongezonde producten, dat zijn eigenlijk nudges de andere kant op. Alles lijkt erop ingericht om juist de ongezonde keuze makkelijker te maken. Het is moeilijk om een goede keuze te maken als de alternatieven veel prominenter aanwezig zijn.” In het onderzoek van Beulens wordt daarom samengewerkt met supermarktketens om de gezonde keuze ook tot de makkelijkste keuze te maken.“Keuzevrijheid voor de consument staat bij supermarkten hoog in het vaandel”, zegt Muller. Toch ziet zij steeds meer een verschuiving naar een gezond en duurzaam aanbod. Zo verruilen supermarkten de ongezonde producten bij de kassa steeds vaker voor non-food producten of gezonde alternatieven. “Je moet daarbij naar de bredere context kijken. Bij experimenten met fruit bij de kassa bleek bijvoorbeeld dat dat niet werd verkocht. En weggooien leidt dan weer tot voedselverspilling.”Lees ook: Supermarkt zonder fossiel plastic: 'Kwestie van wilskracht'Beulens sluit zich aan bij het argument voor keuzevrijheid, maar vindt dat retailers verder moeten gaan dan ze nu doen. “Ik denk dat er grotere veranderingen nodig zijn in het voedselaanbod. Als je op een aanbod van 20 procent iets nudget en 80 procent blijft hetzelfde, dan kun je je afvragen of dat voldoende is om verandering teweeg te brengen.”Of nudging beter werkt dan het ongezonde aanbod helemaal weglaten, kan Beulens niet zeggen. “Het idee van nudging is juist dat je de keuze niet wegneemt, dus dat hebben wij nooit getest. Ik geloof erin dat mensen waarde hechten aan hun keuzevrijheid en dat verbieden daarom niet werkt. Mensen hebben het recht om soms keuzes te maken die minder gezond zijn. Het is dus deels een ethisch vraagstuk, maar ik denk ook dat het effectiever is als er iets te kiezen valt.”VerleidingOok meubelgigant IKEA, die in haar restaurants een breed publiek aantrekt, zet sterk in op een gezond en duurzaam aanbod zonder het alternatief weg te nemen. “Twee dingen zijn voor ons cruciaal: smaak en betaalbaarheid. Als het niet aantrekkelijk en betaalbaar is voor iedereen, dan werkt het niet”, vertelt Marcel Ruttgers, country food manager bij IKEA. Daarom is 80 procent van het plantaardige aanbod in het restaurant goedkoper dan de alternatieven met vlees.IKEA breidt het aanbod van plantaardige producten gestaag uit. De Indiase korma en Thaise curry bevatten bijvoorbeeld pulled oats, op basis van haver. “Die leveren zelfs meer eiwitten dan vlees.” Door samples uit te delen aan gasten probeert IKEA hen te verleiden om voor plantaardige alternatieven te kiezen. “Zonder met de vinger te wijzen, want we zijn er voor een breed publiek. Sommige mensen willen zichzelf trakteren als ze bij ons komen eten. De Zweedse balletjes en de hotdog zijn iconische IKEA-producten waar we trots op zijn, dus die zullen we ook behouden.”Verdere ontwikkeling van het aanbod zal volgens Ruttgers altijd in de richting van gezond en duurzaam voedsel zijn. Dat betekent ook dat de promotie van de IKEA-restaurants zich vooral richt op gezonde en duurzame opties. Dat dat werkt, blijkt uit de populariteit van de veggiedog, het alternatief voor de hotdog. “Hoe meer we die promoten, hoe meer ze verkocht worden. Het aandeel is de laatste anderhalf jaar verdubbeld, ik verwacht dat we over een paar jaar meer veggiedogs verkopen dan hotdogs.”Lees ook: IKEA over circulariteit: 'De hele organisatie werkt naar een circulair businessmodel toe'Voor en achter de schermenOok supermarkten proberen hun klanten steeds meer te verleiden met gezonde producten. “Winkels nemen de consument mee in waar een product vandaan komt en hoe je het lekker kunt bereiden. Het aardappel, groente en fruitschap staat in steeds meer winkels prominent vooraan, zodat de consument bij binnenkomst een aantrekkelijk schap met groente en fruit ziet. En supermarkten promoten vaker seizoensgroenten, een gezonde en duurzame keuze die vaak ook nog eens voordeliger is”, vertelt Muller.Toch vinden de grootste veranderingen achter de schermen plaats. Zo ondertekende het CBL het Akkoord Verbetering Productsamenstelling, dat tot doel heeft de zout-, vet- en suikergehaltes in producten te verminderen. Muller: “Zo maken we het aanbod in de breedte gezonder, zonder dat het duurder wordt.”Het ideaalplaatje?Keuzevrijheid is voor Beulens, Ruttgers en Muller essentieel; toch nemen zij hun verantwoordelijkheid om duurzame en gezonde keuzes te stimuleren. Wat is volgens hen het ideaalplaatje? De supermarkt zou volgens Beulens meer ruimte moeten geven aan versproducten. Ook moet de verhouding gezond – ongezond worden omgedraaid. “Nu valt het grootste deel van het aanbod niet binnen de Schijf van Vijf, dat zou andersom moeten zijn.”Muller ziet die ontwikkeling nu al: “Het aanbod in supermarkten wordt steeds gezonder en duurzamer en de consument vraagt er vaker naar. Die trend zal zich in de toekomst verder doorzetten.”Voor Ruttgers is het ideale IKEA-restaurant geen toekomstmuziek; het opende dit najaar haar deuren in Amsterdam. Het is wereldwijd een van de eerste IKEA-restaurants met een free flow-concept: gasten kunnen bij verschillende ‘stations’ hun product naar wens uitkiezen. Het concept moet gasten inspireren om te kiezen voor gezond en duurzaam. Zo heeft het restaurant een saladebar, smoothiebar en grillstation, waar naast de steak en zalm ook een plantaardige burger wordt geserveerd. Allemaal vers bereid onder het oog van de gast. “De klantervaring staat centraal en die gaat veel verder dan het aanbod.”​Dit artikel is onderdeel van de themamaand Food & Health, waarin we trends en innovaties laten zien die het voedselsysteem verduurzamen. Lees hier wat je verder kunt verwachten.Foto: de saladebar in het restaurant van IKEA in Amsterdam. Door producten vers te bereiden wil IKEA gasten stimuleren duurzame en gezonde keuzes te maken.Beeld: CBL, IKEA