Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 12 december 2019, 10:02

Hoe kan Nederland in de toekomst de wereld blijven voeden?

Nederland is de op één na grootste landbouwexporteur van de wereld, na de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research en Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Hiermee heeft Nederland een belangrijke rol in het voeden van de groeiende wereldbevolking. Maar hoe worden we nu wereldwijd de onbetwiste koploper op het gebied van gezonde én duurzaam geproduceerde voeding?

Tomaten

Volgens Marian Geluk, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI), zijn we in Europa reeds koploper. “Al zijn er natuurlijk ook bij ons nog volop uitdagingen. Maar als ik in Brussel ben, dan merk ik dat qua zelfregulering en onze wetgeving Nederland vooroploopt.” Ook wereldwijd loopt Nederland voorop met innovatieve, gezonde producten, meent Geluk. “Onze voedselproductie staat op een zeer hoog niveau.”

Babymelkpoeder

De kwaliteit van Nederlandse voedingsmiddelen staat internationaal in hoog aanzien, bevestigt Cor Pierik, projectleider milieupublicaties en woordvoerder bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “Als we bijvoorbeeld kijken naar de export van babymelkpoeder dan is dat de laatste tien jaar geëxplodeerd. Dat komt omdat het imago van Nederlandse babymelkpoeder – vooral in China en Hongkong – enorm hoog is.”

Ook de robotisering speelt een belangrijke rol, meent Pierik. “Door allerlei innovatieve technologieën kunnen producten worden gescreend. En ook de precisielandbouw neemt een hoge vlucht in Nederland: dat je ieder plantje op het juiste moment de juiste voedingsmiddelen en de juiste hoeveelheid licht geeft om zo optimaal mogelijk te kunnen groeien. Op die manier kun je een extra slinger geven aan de voedselveiligheid en gezondheid.”

Efficiënte productie

Volgens Pierik is Nederland wereldwijd nog niet helemaal koploper. “In ons land is behoorlijk ingezet op het produceren van duurzame voedingsmiddelen. Je ziet dat in supermarkten al veel voedingsmiddelen worden verkocht die een duurzaamheidslabel hebben. Je hebt wel een stuk of tien tot vijftien verschillende duurzaamheidslabels in de voedingsmiddelenwereld. En dat gaat best hard. Maar wanneer ben je koploper in de wereld? Dat is eigenlijk op het moment dat je voetafdruk van wat je produceert zo klein mogelijk is; dat het product de minste milieubelasting veroorzaakt.”

 “Onze voedselproductie staat op een zeer hoog niveau"

Volgens Pierik doet Nederland aardig zijn best om zo efficiënt mogelijk te produceren. “Dat zien we aan verschillende dingen, onder andere wanneer je kijkt naar hoeveel energie we vroeger in een eenheid stopten en hoeveel energie we er nu in stoppen. Gewone fossiele brandstoffen maar ook elektriciteit en gas. Dan zien we inderdaad dat de energie-efficiency toeneemt, en dat we ook steeds meer in staat zijn met zo weinig mogelijk milieubelasting onze landbouwproducten te produceren.”

Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid

Om de koppositie van Nederland op het gebied van een veiliger, gezonder en duurzamer voedselsysteem verder te versterken, moeten volgens Pierik verschillende maatregelen worden genomen. “Er zijn talloze knoppen waar je aan kunt draaien. Je moet ervoor zorgen dat de milieudruk beperkt blijft, dus dat de stikstofverliezen omlaag gaan. Dat de emissie van fijnstof wordt gereduceerd. Ook de uitstoot van broeikasgassen moet omlaag. Verder wil je dat er minder energie wordt gebruikt; dat men nog efficiënter gaat produceren. Je wilt dat er met minimale input van grondstoffen maximale landbouwproducten worden geproduceerd, dus je kijkt ook naar je grondstoffenbalans.”

Ook binnen FNLI spelen de thema’s veiligheid, gezondheid en duurzaamheid een grote rol, vertelt Geluk. “FNLI is een koepel waar negentien branches lid van zijn. Wij zijn de vertegenwoordiger en belangenbehartiger van de levensmiddelenindustrie in Den Haag maar ook in Brussel. Er is een enorme roep om transparantie in voedselketens, dus dat is ook gelinkt aan duurzaamheid. De drie belangrijkste duurzaamheidszaken binnen FNLI zijn Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), reductie van CO2 uitstoot en verpakkingsvraagstukken.”

Reduce, reuse en renew

Het mantra van verpakken is reduce, reuse en renew, aldus Geluk. “Dus hoe kunnen we verpakkingsmateriaal verminderen, hoe kunnen we ervoor zorgen dat het wordt gerecycled en hoe zorgen we ervoor dat we het op een goede manier kunnen gebruiken.” De grootste uitdagingen zijn plastics: “De plastic recycling is nog verre van voldoende en dat is een uitdaging voor iedereen. Voor degenen die materialen maken en voor de levensmiddelenindustrie die op dit moment nog verschillende plastics door elkaar gebruikt, wat de afvalscheiding veel moeilijker maakt.”

De grootste uitdaging is de recycling van plastics

Het is belangrijk dat we reduceren, maar plastic zal blijven bestaan, meent Geluk. “Daar ben ik van overtuigd. Het is een ongelooflijk nuttig en efficiënt verpakkingsmateriaal waarmee we verspilling kunnen voorkomen en waarmee we voedsel veilig houden. Je ziet de hernieuwbare plastics eerder terugkomen in non-food verpakkingen, want voedselverpakkingen staan natuurlijk rechtstreeks in contact met het levensmiddel. Daarvoor gelden hele strenge eisen. Die moeten we ook niet versoepelen, maar dat maakt het circulair zijn van plastic wel heel lastig”.

Verantwoord ondernemen

IMVO is eveneens een belangrijk dossier binnen FNLI. “IMVO gaat over verantwoordelijkheid in de internationale keten. Ben je bijvoorbeeld als Nederlandse ontbijtkoekbakker verantwoordelijk voor een leefbaar loon van een individuele kaneelboer in Sri Lanka? Uiteraard ben je niet rechtstreeks verantwoordelijk voor die ondernemer, maar je bent wel een speler in de keten, aldus Geluk.

Lees meer: Jaap Korteweg verkocht De Vegetarische Slager om de grootste slager ter wereld te worden

“En met een inkoopbeleid heb je enige impact; blijven misstanden in stand of kun je via je inkoop invloed uitoefenen zodat zaken veranderen? FNLI probeert daarom om zaken in de volle breedte aan te jagen in de industrie. Wij hebben tussen de vijfhonderd en zeshonderd leden. Daarmee vertegenwoordigen we – zeker qua omzet – een groot deel van de levensmiddelenindustrie. Er zijn wel een aantal witte vlekken moet ik eerlijk bekennen, want de branches van de vleesindustrie zijn niet aangesloten bij ons.”

Reductie van CO2 uitstoot

Het dossier klimaatbeleid richt zich met name op de uitstoot van broeikasgassen. De levensmiddelenindustrie wil 50 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. Geluk: “Dit kan onder meer door (nog verdere) energiebesparing en overschakelen op duurzame elektriciteit. Dit klinkt simpel, maar het is een enorme opgave. Dit kunnen we niet alleen. En het gaat natuurlijk ook over eiwittransitie, dus willen we zorgen voor een aantrekkelijk aanbod van plantaardige eiwitrijke producten.”

De levensmiddelenindustrie wil 50 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990

Vergeleken met andere landen doet Nederland het echt heel goed, aldus Geluk. “In het buitenland wordt vaak naar Nederland gekeken. Niet alleen hoe we produceren, maar ook hoe we met elkaar omgaan: het publiek-private overleg dat in Nederland plaatsvindt en lobbyorganisaties waar onder andere LTO, CBL en FNLI onderdeel van zijn. Ook in ketenverband loopt het in Nederland stukken soepeler dan in andere landen. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.”

Unieke prestatie

Dat Nederland de op één na grootste landbouwexporteur van de wereld is, is best uniek, vindt Pierik. “Ik kan niet anders zeggen. Nederland past qua oppervlakte ruim tweehonderd keer in de Verenigde Staten, die op nummer één staat, dus ons totale exportpakket van landbouwproducten is naar verhouding veel groter. De Nederlandse economie verdient bovendien behoorlijk aan die landbouwexport”, aldus Pierik.

Lees ook: Boeren over duurzame landbouw: “De waarde van voedsel moet omhoog”

In 2018 bedroeg dit ongeveer 45 miljard euro. De toegevoegde waarde van alle landbouwproducten die we exporteren is substantieel. “Als we kijken naar de totale Nederlandse economie dan is landbouw slechts 1,5 procent en het agrocomplex goed voor ruim 7,5 procent van de economie. En als je je dan realiseert dat de exportwaarde van landbouwproducten 90,3 miljard euro bedraagt, bijna 20 procent van het totale nationale goederenexport, dan is dat een bijzondere prestatie.”

Het moet wel enigszins worden genuanceerd, meldt Pierik. “Want we zijn natuurlijk ook wel een handelsland, dus van die 90,3 miljard euro worden ook wel wat landbouwproducten geïmporteerd en vervolgens doorgevoerd naar het Europese achterland. Het is dus niet zo dat van die 90,3 miljard euro export van landbouwproducten echt alles van Nederlandse bodem afkomstig is. Dat is nog weleens een misvatting. Voor de vuist weg is ongeveer 65 miljard euro export van producten van Nederlandse makelij.”

Auteur: Ingrid Rompa 

Beeld: Adobe Stock. 

Hoe stapeling van financieringen biodiversiteit interessant maakt voor boeren

Melkveebedrijf Riedstra en Hoving is het eerste bedrijf dat in aanmerking kwam voor deze financieringsvorm. “Ik denk dat je hier een hele goede aanzet mee geeft”, stelt boer Jappie Riedstra. Meer dan een miljoen planten- en diersoorten worden met uitsterven bedreigd. Dat concludeerde het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (Ipbes) begin mei. De biodiversiteit nam de afgelopen jaren tien tot honderd keer sneller af dan de afgelopen tien miljoen jaar het geval was. “Daar kan je verschrikkelijk depressief van worden”, zei ecoloog Louise Vet eerder in de Green Leader podcast. Met een negatieve toon kom je echter niet vooruit, stelt de voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).  “Hoe kunnen we dan toch samen verder komen?” Met optimisme en samenwerking, aldus Vet. Een goed voorbeeld daarvan vindt zij het Deltaplan biodiversiteitsherstel. Zij is onafhankelijk voorzitter van die stichting. “Waarin we dus die hele brede maatschappelijke coalitie bij elkaar hebben gebracht vanuit de ecologie. Vanuit de wetenschappers die het helemaal zat waren dat we al dertig jaar aan de kant staan, zeggend dat het allemaal slecht gaat met de wereld.” Het doel van de stichting: een groene Nederlandse ruimte creëren die een rijke biodiversiteit herbergt qua bodemleven, planten, insecten en boerenlandvogels. Dit toekomstbeeld wil de stichting in 2030 verwezenlijkt hebben.  Route naar biodiversiteitsherstel Negentien organisaties, waaronder kennisinstituten, bedrijven, banken en natuur- en milieuorganisaties zitten in de coalitie. Zij presenteerden vijf succesfactoren die bijdragen aan biodiversiteitsherstel. Het gaat om draagvlak en gedeelde waarden, stimulerende en coherente wet- en regelgeving, nieuwe kennis en innovatie, gebiedsgerichte samenwerking tussen alle grondgebruikers in een regio en het realiseren van nieuwe verdienmodellen. 'We proberen op deze manier een nieuw businessmodel neer te zetten'Een voorbeeld van een nieuw verdienmodel is de biodiversiteitsmonitor. FrieslandCampina, het Wereld Natuur Fonds en Rabobank ontwikkelden deze om duurzame melkveehouders financieel te belonen.“We proberen op deze manier een nieuw businessmodel neer te zetten”, zei Carin van Huët, directeur food & agri Nederland bij Rabobank daar eerder over. Melkveebedrijf Riedstra en Hoving is het eerste bedrijf dat na het invullen van de biodiversiteitsmonitor gestapelde financiering ontving. De pilot loopt in de provincie Drenthe om ervaringen op te doen met het belonen op basis van de biodiversiteitsprestaties. Hoe de beloning werkt De biodiversiteitsmonitor beoordeelt een onderneming op drie pijlers: functionele agro-biodiversiteit, landschappelijke diversiteit en diversiteit van soorten. De uitwerking van een vierde pijler, waarin het versterken van regionale biodiversiteit centraal staat, staat voor de vervolgfase op de planning.  Door middel van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) meet de monitor de invloed van een individueel melkveebedrijf op biodiversiteit binnen en buiten het boerenbedrijf. Het gaat bijvoorbeeld om het stikstofbodemoverschot, de ammoniak- en CO2-uitstoot en het percentage kruidenrijk grasland. Bekijk de Biodiversiteitsmonitor melkveehouderijDe 25 procent best-scorende Drentse boerenbedrijven krijgen van Rabobank een rentekorting op nieuwe leningen of herfinancieringen van maximaal € 1 mln, de zogenoemde planet impact lening. De provincie Drenthe draagt bij door duurzame melkveehouders te belonen met een jaarlijks bedrag van € 2.500 voor maximaal drie jaar. Tot slot steunt FrieslandCampina de melkveehouders door de melkprijs aan te passen.  Biodiversiteit op de boerderij Voor Jappie Riedstra van melkveebedrijf Riedstra en Hoving pakte de meting goed uit. Hij had van tevoren geen hoge verwachtingen, maar zijn bedrijf is de eerste onderneming die in aanmerking kwam voor deze financieringsvorm. “Op een aantal onderdelen scoorden we heel goed en daar was toevallig ook de beloning op.”  Door de deelname aan het project Duurzame Melkveehouderij Drenthe, voorafgaand aan de meting, besloot het melkveebedrijf Riedstra en Hoving 35 hectare van het grasland met klaver in te zaaien. Klaver neemt stikstof op. Daar kan het omringende grasland van profiteren. Zo kan de bemesting van grasklaver door de stikstofbinding veel lager zijn dan bij regulier grasland, schrijft boerderij.nl. Dat heeft een positieve invloed op de KPI stikstofbodemoverschot. De meting bracht ook nieuwe inzichten en uitdagingen met zich mee. Zo scoort het bedrijf minder goed op het percentage eiwit van eigen land. Daarbij gaat het erom hoe zelfvoorzienend het bedrijf is in voerproductie en hoe groot de impact op het landbeslag elders is. Deze impact wordt ook wel de voetafdruk genoemd. Zo hebben krachtvoergewassen zoals soja invloed op de biodiversiteit in de regio’s waar deze worden geteeld. Het percentage eiwit van eigen land verhogen blijft de komende jaren nog een uitdaging voor melkveebedrijf Riedstra en Hoving. Meerwaarde van stapeling Riedstra meldde zich aan voor het project Duurzame Melkveehouderij Drenthe, omdat hij nieuwsgierig was hoe zijn bedrijf zou scoren op het gebied van duurzaamheid. De biodiversiteitsmonitor maakt duurzaamheid tastbaar. “Je weet als ondernemer waar jouw bedrijf staat”, zegt Riedstra. Dat vindt hij een belangrijk voordeel aan de scan. Daarnaast werd hij getriggerd door het geldbedrag dat de provincie Drenthe eraan verbond. 'Je weet als ondernemer waar jouw bedrijf staat'Toch is het de stapeling van financieringen die de biodiversiteitsmonitor echt interessant maakt. "Voor die vijfhonderd euro ga je natuurlijk niet bewegen”, aldus Riedstra. Hij benadrukt dat de kracht van de stapeling van beloningen erin zit dat de verschillende partijen op dezelfde indicatoren sturen. Juist doordat ook FrieslandCampina en de Rabobank op dezelfde thema’s belonen, wordt het aantrekkelijk. “Als er maar genoeg partijen zijn die duizend euro in het potje doen, dan wordt het interessant.” Van Huët is zich daar ook van bewust: “Als je naar de sector kijkt is de stimulans vooral groot als we dit met meerdere partijen doen.” Voorbij de pilot-fase Riedstra zou een duurzaamheidsscan als deze aanraden aan collega’s. De meting kost wel geld, maar "dan heb je een heel goed beeld waar je bedrijf staat." Dat inzicht vindt hij een belangrijk pluspunt. Tegelijkertijd geeft hij aan dat hij verwacht dat alleen mensen die iets in duurzaamheid zien ervoor zullen kiezen om hun bedrijf door te laten meten. Na een succesvolle afronding van de pilot willen de betrokken partijen de biodiversiteitsmonitor landelijk uitrollen. Daarvoor is het noodzakelijk dat er voldoende partijen deelnemen aan de stapeling van de beloning. Daarnaast moet het systeem voldoende motiveren, zodat er een beweging op gang komt. Hiervoor is tijd nodig. Het instrument is in eerste instantie gericht op de melkveehouderij, de grootste agrarische landgebruiker in Nederland, maar er is er ook een voor de akkerbouw in de maak. Is dit dé manier om biodiversiteit te herstellen of is er meer nodig? Riedstra is voorzichtig met het doen van voorspellingen, maar zegt ten slotte: “Ik denk dat je hier een hele goede aanzet mee geeft.”Dit artikel maakt onderdeel uit van de themamaand Food & Health. Lees ook:Welk voedsel ligt er in de supermarkt van de toekomst? Boer zoekt ontwerper: Een creatieve blik op de toekomst van de landbouw Waarom algen de voedselindustrie gaan veroveren Afbeeldingen: Adobe Stock