Emma Rotman 22 oktober 2019, 09:27

Waarom data onmisbaar zijn voor de circulaire economie

Leaseconstructies en deelconcepten schieten als paddenstoelen uit de grond. Van wasmachines tot fietsen; alles lijkt geschikt voor een circulair businessmodel waarbij de leverancier eigenaar blijft van het product en het na gebruik terugkrijgt voor hergebruik of recycling. Voor low-interest producten kan dat een uitdaging zijn. Hoe krijg je materialen terug die voor jouw bedrijf van waarde zijn, maar die je klant net zo makkelijk weggooit? Data maken het mogelijk om elk product dat naar een klant gestuurd wordt, ook weer terug te krijgen.

Data circulair kaart

Palletbedrijf IPP, onderdeel van Faber Halbertsma Group, maakte ruim twintig jaar geleden al de stap naar een circulair businessmodel. Het bedrijf besloot niet langer pallets te produceren en te verkopen voor eenmalig gebruik, maar ze in eigen bezit te houden. Na gebruik door de klant haalt IPP de pallets op in de markt, sorteert en repareert ze en stuurt ze door naar de volgende klant. De pallets worden gerepareerd en bewaard in lokale depots verspreid door heel Europa. In het kantoor van IPP in Eindhoven is dan ook geen pallet te bekennen. Wel vind je er computers, medewerkers met headsets en datasheets.

“Toen ik hier begon, dacht ik eerlijk gezegd ook even: waar zijn ze nou?” lacht Stan Wilbers, manager business analysis bij IPP en PRS. Toch ziet hij het liefst zo min mogelijk pallets en zo veel mogelijk data. Timing is daarin essentieel. “Hoe langer een pallet ergens stil ligt, hoe groter de kans dat die uit de pool verdwijnt. Mensen maken er meubels van, gooien ze in de kachel; je kunt een pallet natuurlijk voor allerlei dingen gebruiken. Maar ze blijven ons eigendom en we moeten ze terughalen om zo'n circulair systeem te laten werken. Correcte en tijdige data helpen ons om dat te bereiken.”

'Producten zoals pallets hebben geen waarde als ze stil liggen'

Circulair en lucratief

De klanten van IPP zijn voornamelijk bedrijven uit de FMCG (Fast Moving Consumer Goods). Zij gebruiken de pallets om hun producten naar retailers te sturen en geven aan het palletbedrijf door wanneer ze welk aantal pallets naar welke retailer sturen. Maar de retailers spelen een net zo belangrijke rol in het pooling systeem. IPP wil namelijk van hen weten wanneer en hoeveel pallets er opgehaald kunnen worden. Hoe sneller IPP de pallets ophaalt, hoe sneller ze ingezet kunnen worden bij de volgende klant.

Het model onderstreept hoe een circulair businessmodel ook lucratief kan zijn. “Essentieel in dit systeem is dat we zo min mogelijk pallets kwijtraken en dat ze zo vaak mogelijk worden gebruikt, dus dat de rotatiesnelheid zo hoog mogelijk ligt. Ze hebben geen waarde als ze stil liggen”, vertelt Wilbers. “Wat we bovendien willen voorkomen is dat we nieuwe pallets moeten aanschaffen, terwijl er ergens bij een klant of retailer ongebruikte pallets liggen waar wij niet van weten. Dat is zonde van de grondstoffen.”

Lees ook: Circulair is trending. Maar hoe krijg je de keten in beweging?

Het maximale uit elke vrachtwagenrit

De snelheid waarmee IPP die data ontvangt zorgt er mede voor dat de rotatiesnelheid van pallets zo hoog mogelijk is en er geen pallets verloren gaan. Tegelijkertijd wil het bedrijf het aantal transportbewegingen zo laag mogelijk houden. Data maken dat mogelijk. Door helder te hebben waar, wanneer en hoeveel pallets IPP kan ophalen en hoeveel pallets de volgende klant waar en wanneer nodig heeft, haalt het bedrijf het maximale uit elke vrachtwagenrit. Wanneer er bijvoorbeeld op één locatie onvoldoende pallets liggen voor een volle vrachtwagen, zorgt de planningsafdeling van IPP dat die vrachtwagen ook meteen twee locaties in de buurt aandoet.

'Data-analyse zorgt ervoor dat wij kansen kunnen signaleren'

Nog mooier is het echter als klanten van IPP de pallets bij de retailers zélf mee terugnemen. “Wanneer zij hun producten afleveren rijden ze niet met een lege vrachtwagen terug, maar met onze pallets. Daardoor hoeven wij er niet speciaal naartoe. Je schrapt zo een hele transportbeweging”, zegt Wilbers.

Een andere manier om lege transportkilometers te voorkomen is de samenwerking die het bedrijf heeft met Danone. Danone exporteert per trein waterflesjes van Frankrijk naar Engeland op pallets van IPP. Voorheen reed de trein leeg terug naar Frankrijk; inmiddels liggen daar gebruikte pallets van IPP in. “Data-analyse zorgt ervoor dat wij dergelijke kansen kunnen signaleren. Vervolgens is het aan het lokale management, in samenwerking met de assetmanagers, om initiatieven op te zetten. Zij weten wat er mogelijk is voor lokale klanten en retailers”, legt Wilbers uit.

Netwerk optimaliseren

Zo min mogelijk transportbewegingen en toch zo veel mogelijk pallets ophalen zorgt soms echter ook voor afwegingen. “In België komt de buurtsupermarkt bijvoorbeeld nog veel voor, waar we dan af en toe twee pallets op kunnen halen. Dan is het de vraag of we daar speciaal een vrachtwagen naartoe moeten sturen, of niet. Ook die afweging is data-gestuurd”, zegt Wilbers. IPP weet dan ook precies vanaf hoeveel pallets een rit de moeite waard is; dat wil zeggen, wanneer het een duurzame én rendabele zet is.

Visueel maken

Door alle data visueel te maken wordt in één oogopslag duidelijk waar de pallets zich bevinden. Per land volgt IPP bij welke klant de pallets worden aangeleverd, waar de klant ze vervolgens naartoe stuurt en wanneer IPP ze daar weer kan ophalen.

De visualisatie helpt ook om het werk en de doelstellingen voor verschillende afdelingen inzichtelijker te maken. “Als ik alleen de getallen laat zien, dan leeft het minder. Door de bewegingen van de pallets op de kaart te laten zien, wordt het voor veel mensen een stuk tastbaarder. Mensen realiseren zich dan sneller waar het systeem hapert en wat mogelijke oplossingen zijn.”

Een voorbeeld daarvan is het bepalen van de locatie van de opslag-depots. “Je ziet meteen waar de zwaartepunten van collecties liggen. Daar wil je dan ook een depot hebben om pallets te repareren en op te slaan, anders zijn de transportkilometers te hoog. We kunnen een depot natuurlijk niet van de ene op de andere dag verplaatsen. Maar we kunnen wel een grote klant of retailer benaderen om bij hen op locatie een depotfunctie te organiseren, zoals de sortering”, vertelt Wilbers.

Data in de toekomst

IPP wordt steeds meer data-driven en breidt zijn diensten ook steeds verder uit. Wilbers onderzoekt dan ook hoe het bedrijf het gebruik van data kan uitbreiden met bijvoorbeeld ‘smart pallets’. “Als we elke pallet kunnen uitrusten met een tracker, dan hoeft de klant niets meer aan ons door te geven en kan er in principe geen enkele pallet meer verloren gaan. Dan ga je richting blockchain en dat is echt nog ver van ons bed, maar we doen wel pilots met bijvoorbeeld Intermarché (Frans warenhuis, red)." De kosten van een dergelijk model zijn nog een uitdaging, want de kostprijs van de trackers staat niet in verhouding tot de prijs van een pallet. “We moeten dan door de hele keten heen die buy-in hebben.”

Met behulp van trackers zou IPP ook andere soorten data kunnen aanbieden. “Voor klanten die met bevroren voedselproducten werken kunnen we bijvoorbeeld temperatuurmeters inbouwen. Daardoor kun je de temperatuur in de koelwagen nauwkeuriger afstellen en kun je monitoren of er temperatuurverschillen zijn geweest.”

Een tracker in elke pallet is nog toekomstmuziek, maar IPP doet wel steekproeven. “Ook daarmee kun je al achterhalen of er pallets terechtkomen op voor ons onbekende plekken. Dan heb je toch weer een locatie ontdekt waar je kunt collecteren.”

Lees meer:

Hoofdbeeld: AdobeStock | In tekst beelden: Faber Halbertsma Group

Elektrisch en zelfrijdend: de toekomst van mobiliteit volgens Renault

ToekomstvisieRenault onderscheidt mobiliteit in twee vormen; personal mobility en mobility services. Personal mobility is de vorm van mobiliteit die we nu kennen, waarbij iedereen een eigen auto heeft. Renault ziet echter, met name in de stad, mobility services als de toekomst. Mensen hebben dan in de stad geen eigen auto meer, maar maken volledig gebruik van deelauto’s. Een concept dat al bekend is van bijvoorbeeld autodeelbedrijf Fetch of Car2Go.Lees ook: Car2Go krijgt vervolg in AmsterdamElektrisch en zelfrijdendRenault voorspelt dat de auto’s van de toekomst elektrisch en zelfrijdend zijn. Zo wil de autofabrikant meer mensen met minder auto’s vervoeren. Wanneer mensen een auto bezitten, gebruiken ze hem immers niet de hele dag en elke geparkeerde auto neemt kostbare stadsruimte in beslag.EZ-go: auto voor iedereenDe EZ-go is volgens Renault een auto voor iedereen. Grote ramen en naar elkaar gerichte stoelen doen eerder aan publiek transport dan aan een auto denken. Dat is ook precies waar Renault op doelt. Grote ramen zorgen voor een veilig gevoel, net zoals in bijvoorbeeld een metro. Het vervangen van conventionele deuren met één grote deur aan de voorkant moet ervoor zorgen dat de auto voor iedereen toegankelijk is. Van den Acker vergelijkt de auto van de toekomst met een vliegtuig van nu. Passagiers vliegen namelijk ook niet zelf, maar zijn bezig met elkaar, werk of entertainment.EZ-pro: schoon alternatief voor 'last-mile delivery'In een wereld waarin steden steeds drukker worden en de hoeveelheid online bestellingen groeit, richt Renault zich vooral op de zogenaamde 'last-mile delivery'. De EZ-pro moet een schoon en autonoom alternatief bieden voor commerciële voertuigen in de stad. De EZ-pro rijdt in een treintje van maximaal 5 pods, geleid door één chauffeur. Deze chauffeur, door Renault omgedoopt tot ‘conciërge’, bestuurt niets. Hij houdt slechts overzicht, bezorgt pakketjes die extra zorg nodig hebben en kan tijdens het rijden werken.De pods zijn modulair en daardoor geschikt voor verschillende toepassingen. Zo richt Renault zelf een pod in voor pakketbezorging, waarbij men met een ontgrendelings-app een kluisje kan openen om zelf het pakketje te pakken. Ook presenteert Renault een pod die ingericht is als koffietentje.EZ-ultimo: autodelen in stijlOok presenteert van den Acker de EZ-ultimo; hetzelfde deelconcept, maar dan met een premium tintje. Geïnspireerd door een appartement in Parijs met veel ruimte en mooie materialen maakt Renault deze auto op afkoop beschikbaar voor particulieren of bedrijven. Zo ziet van den Acker de EZ-ultimo gebruikt worden door dure hotels om hun gasten op te halen bij het vliegveld, of door mensen die in stijl op een gala aan willen komen.Waarom conceptmodellen?Volgens van den Acker moeten we nog ruim 15 jaar wachten voordat we technologieën zoals deze op de weg gaan zien. Regelgeving, overheden, steden en technologie zijn nog niet zover. Waarom presenteert Renault dan toch deze modellen?Van den Acker ziet in dat we bepaalde aspecten, zoals de vierkante wielen van de EZ-pro, niet in de productie terug gaan zien. Deze auto’s zijn immers ontworpen zonder rekening te houden met regelgeving. Na verschillende crash-tests en het toevoegen van bijvoorbeeld airbags ziet de auto er wezenlijk anders uit. Volgens Van den Acker zijn de conceptmodellen voor autofabrikanten een manier om te kunnen dromen en een toekomstvisie te presenteren.Lees ook: Dutch Design Week 2019: 8 redenen om naar Eindhoven af te reizenFoto: Renault Media