Joyce de Thouars 07 juni 2019, 16:30

Food empowerment in Johannesburg

Aquaponics

Het voeden van de groeiende wereldbevolking is een enorme uitdaging. In Johannesburg moeten ‘food
empowerment zones’ en aquaponics-projecten een oplossing bieden.

In 2050 moet Zuid-Afrika volgens het World Wide Fund for Nature 50 procent meer voedsel produceren om een geschatte bevolking van 73 miljoen mensen te voeden. Alhoewel Zuid-Afrika op dit moment beter op de Global Hunger Index scoort dan andere Afrikaanse landen zijn zaken zoals ondervoeding, een tekort aan voedingsstoffen of juist obesitas een probleem in het land.

Voedselzekerheid, waarbij mensen op elk moment fysieke en economische toegang hebben tot voldoende veilige en voedzame levensmiddelen, hangt van verschillende factoren, zoals beschikbaarheid en productiviteit. In de stad Johannesburg leidt echter een extreme inkomensongelijkheid tot voedselonzekerheid. Lagere inkomensgroepen hebben bijvoorbeeld geen middelen om vers fruit en groenten te kopen, of hebben onvoldoende toegang tot voorzieningen, zoals elektriciteit en water. Een ongezond dieet waarbij men onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt is het gevolg.

Food empowerment zones

Al sinds 2013 zet de Food Resilience Unit, een initiatief van het gemeentebestuur en het ministerie van Sociale Ontwikkeling, volop in op het tegengaan van ondervoeding in verschillende gemeenschappen. Daarin is community empowerment een van de sleutels tot succes. Concreet betekent dit dat kwetsbare gemeenschappen gestimuleerd worden om hun eigen voedsel te verbouwen. De standslandbouw moet de voedselonzekerheid oplossen en tegelijkertijd een boost geven aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid. In eerste instantie gebeurde dit in tuinen, maar binnen vier jaar ontstonden er zogenoemde food empowerment zones.

Extra inkomsten

In totaal zijn er vier food empowerment zones in de stad. Het zijn grote boerderijen die samen met private partners zijn opgericht. Elke boerderij is opgedeeld in percelen van minimaal een tot twee hectares, welke aan opkomende agrariërs worden toegewezen. Daarnaast is er een restaurant, een markt en een plek waar afval voor voedsel kan worden ingeruild. De grootste boerderij is de Eikenhof Farm, dat op een stuk land van 270 hectare uit 32 coöperaties bestaat. Een evaluatie van de projecten toont dat de impact op bewoners positief is. Bewoners die hun eigen voedsel verbouwen en verkopen ervaren meer voedselzekerheid en verdienen extra inkomsten. Daarnaast zorgt het voor een toename in de consumptie van kwaliteitsproducten.

Aquaponics

Er wordt niet alleen op food empowerment zones ingezet om de voedselzekerheid te verbeteren. Aquaponics (viskweeksysteem waarbij de afvalstoffen van de vissen worden gebruikt als plantenvoeding) wordt ook door sommige partijen ook als een oplossing gezien. De gemeente opende vorig jaar oktober een nieuwe faciliteit die aquaponics toepast in het township Soweto. Het doel is om schoolkinderen met een hoog risico op ondervoeding van de juiste voeding te voorzien.

Op 225 vierkante meter kan jaarlijks 2 ton aan groenten en bijna 1 ton aan zoetwatervissen gekweekt worden. De techniek levert volgens de gemeente tienmaal zoveel vis en groenten op dan traditionele methoden, terwijl er tot 90 procent minder water wordt gebruikt. Behalve het tegengaan van ondervoeding en bevorderen van de voedselzekerheid, moet de facitliteit ook voor werkgelegenheid zorgen. 

Kijk onderstaande video voor meer informatie over het project:

 

Bron: FAO, eNCA  | Foto: Adobe Stock

Planbureaus: brede CO2-prijs kan gunstig zijn voor kosten

Over de vorm en hoogte van een CO2-prijs, is de laatste maanden veel te doen. Diverse politieke partijen willen een eigen vorm van belasting invoeren. Het kabinet maakte deze week bekend in ieder geval een minimumprijs te willen instellen voor bedrijven die energie opwekken en vallen onder het ETS-regime. Een CO2-beprijzing voor de industrie wordt nog uitgewerkt.Lees ook: Een CO2-belasting of CO2-beprijzing: zo kan het eruit zienIn het rapport maken het CPB en PBL onderscheid tussen een variant waarin een CO2-beprijzing komt voor de hele economie en een andere variant waarbij alleen de industrie belast wordt. In de industrie-variant worden alleen de bedrijven die onder de Europese ETS-regels vallen, belast.Bedrijven weten vaak zelf goed hoe ze hun CO2-uitstoot op de meest efficiënte manier moeten beperken, stellen de planbureaus. “Daarbij zullen vervuilers al hun mogelijkheden verkennen, zoals het direct verminderen van emissies via bestrijdingstechnologie, vervanging van vervuilende fossiele brandstoffen of het vervaardigen van andere producten”, schrijven ze.Met een uniforme CO2-prijs komt er volgens het PBL en CBS minder druk te liggen op sectoren waar de uitstootreductie relatief duur is, zoals de gebouwde omgeving. In sectoren waar bedrijven internationaal actief zijn, bijvoorbeeld de chemische sector, komt wel meer concurrentie vanuit het buitenland, omdat de prijs om in Nederland gevestigd te blijven, hoger wordt.'CO2-weglek'De planbureaus concluderen dat een uniforme CO2-prijs wel zal leiden tot ‘CO2-weglek’, een situatie waarbij bedrijven die veel CO2 uitstoten, vertrekken uit Nederland. Dat scheelt CO2, maar heeft vanzelfsprekend ook negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid.  Subsidies op schone technologieën kunnen de kosten voor bedrijven omlaag brengen, omdat ze minder CO2 uitstoten. Hiermee kunnen ook de weglek-effecten beperkt worden.  Investeringen nodigBeide bureaus geven in het rapport ook een waarschuwing: kostenefficiëntie is nuttig, maar niet voldoende voor de omslag naar een emissievrije economie. De CO2-beprijzing moet dienen als een continue prikkel voor bedrijven om te verduurzamen, maar uiteindelijk moet de emissie naar nul. Daarvoor zijn investeringen in schone technologieën nodig. De overheid kan hier een belangrijke rol in spelen.  Bron: Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving | Afbeelding: Adobe Stock