Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 06 juni 2019, 15:01

Een groene toekomst voor de stad: nieuw wooncomplex op Zuidas geeft het voorbeeld

In de stad van de toekomst is veel aandacht voor groen. Dat is zelfs mogelijk op de Zuidas in Amsterdam, zo blijkt bij een nieuw wooncomplex voor ouderen met een zware zorgvraag. Het duurzaam vergroenen van het gebouw en de leefruimte wordt bij Zuidoever in alle facetten doorgevoerd.

Zuidoever aerial 1 totaal copyright tangram

Zuidoever is de eerste locatie van De Oevers, een nieuw concept voor wonen, welzijn en zorg van de Amsterdamse zorgorganisatie Cordaan. Het wooncomplex opent naar verwachting in het vierde kwartaal, met 53 stadsappartementen voor ouderen met dementie of lichamelijke klachten. Een duurzame leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt voor Zuidoever. Het wooncomplex krijgt een rijke variëteit aan groen, dat zich onder meer manifesteert in een belevingstuin, een wintertuin, groenwanden in het gebouw en groendaken.

“Een heel bijzonder project”, aldus Jorrit Zwart, adviseur bij hoveniersbedrijf Koninklijke Ginkel Groep. “Vanwege de Zuidas, maar ook door de architectuur van het gebouw en de mensen die er komen wonen. En natuurlijk omdat groen zowel buiten als binnen een prominente plek heeft. Het is een mooie uitdaging om met een groene leefomgeving bij te dragen aan een fijnere tijd voor de bewoners.”

Tussenklimaat

Waar Koninklijke Ginkel Groep zich richt op het technische ontwerp voor het groen, focust tuinarchitect Robert Broekema zich vooral op de esthetische aspecten. In dat kader is de wintertuin met glazen overkapping zeer opvallend. De overkapping zorgt voor een tussenklimaat, zodat bewoners er vrijwel het hele jaar terecht kunnen voor ontmoeting en activiteiten. Het tussenklimaat is qua groenvoorziening best spannend, beaamt Zwart. “De opgave is om planten te selecteren die dat aankunnen. Planten die geschikt zijn voor het niet-geconditioneerde binnenklimaat, maar er ook tegen kunnen als in de zomer de deuren open gaan. Dan heb je echt plantenkennis nodig.”

Koninklijke Ginkel Groep en Robert Broekema pakken de beplanting van de wintertuin samen op. “We kiezen voor rustige beplanting”, aldus de tuinarchitect. “Geen palmen voor een mediterrane sfeer, maar wel grote, structuurvolle bladeren en verschillende kleuren die het geheel interessant maken. In bakken waar het kan, komt hogere beplanting die voor verbinding tussen de begane grond, de eerste en de tweede verdieping zorgt.” “Het wordt een spectaculair aanzicht”, verwacht Zwart.

Belevingstuin

Zuidoever is bestemd voor twee doelgroepen: mensen met lichamelijke klachten (somatiek) en mensen met dementie. Ook in het ontwerp van de tuin is daar rekening mee gehouden. “De Oevers heeft mij gevraagd omdat ik warme, vriendelijke tuinen maak”, zegt Broekema. “Dat is belangrijk voor de toekomstige bewoners van Zuidoever. Mensen met dementie komen over het algemeen heel weinig buiten. Wij proberen dat te veranderen, door er een belevingstuin van te maken met geur, kleur en water. Er komen vlinderstruiken, we doen veel met bessen en vruchten, er zijn krentenboompjes en boerenjasmijn die mooi bloeien en andere beplanting die erg geurt. Door het plaatsen van een aantal kleinere terrassen en zitjes kunnen mensen, al dan niet met bezoek, lekker buiten zitten.

Zuidoever stimuleert de bewoners straks ook om in beweging te blijven. Broekema: “Er komt een jeu-de-boulesbaan en door begeleidingsverlichting kunnen mensen ’s avonds nog even door de tuin lopen.” De tuin speelt in op de behoefte aan geborgenheid en veiligheid, aldus de tuinarchitect. “Dat realiseren we door middel van verschillende groenstructuren, de bestrating, verlichting en de afgesloten tuin. Mensen kunnen er dwalen zonder het gevoel te hebben dat ze vast zitten.” De tuin is zo ontworpen dat er veel te beleven valt, vult Zwart aan. “Het water in de tuin geeft een aangenaam geluid, de beplanting zorgt voor prikkeling en er is bijvoorbeeld een tafel met planten waar bewoners met hun handen doorheen kunnen.”

Lage Energie Prestatie Coëfficiënt

Niet alleen groen maar ook erg duurzaam zijn de groendaken van Zuidoever. Iets waar de gemeente Amsterdam veel belang aan hecht. “De daken zijn zo functioneel mogelijk gemaakt, inclusief zonnepanelen”, vertelt Broekema. “Er zullen niet veel mensen komen. Ook al omdat oudere mensen over het algemeen behoefte hebben om te ‘aarden’. Het voelt voor hen gewoon goed om zo laag mogelijk bij de grond te zijn.” Om een groendak tot zijn recht te laten komen, is voldoende ‘opbouw’ een eerste randvoorwaarde, zegt Zwart. “Hoe groter de planten, hoe hoger de opbouw van het pakket moet zijn om het groen te laten groeien. De kunst is om de constructie zo te maken dat het dak het gewicht van het groen aan kan.”

De isolatie van de daken draagt in grote mate bij aan de lage Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) van Zuidoever. Zwart: “Een groendak zorgt ervoor dat een gebouw opwarmt tot 25 à 30 graden, in plaats van 70 of 80 graden. In de zomer koelt het beter, in de winter isoleert het beter.” Een waterbufferingssysteem zorgt ervoor dat hemelwater gedurende langere tijd op het dak blijft en langzaamaan opgenomen wordt door het groene dakpakket. Via open goten stroomt het overige water langs de wintertuin naar beneden, waar het uiteindelijk uitkomt in een wadi die het water op natuurlijke manier zuivert. Het ‘lopende water’ heeft behalve een stukje beleving voor de bewoners nog een neveneffect, vertelt Broekema. “Het houdt de verkeersgeluiden uit de omgeving weg, net zoals de wintertuin dat doet.”

Effect op de leefomgeving

In tegenstelling tot de groendaken zullen de groenwanden in het gebouw wel in het oog springen. Broekema: “De groenwanden bij de entree vormen het visitekaartje van Zuidoever. Zodra je binnenkomt ben je meteen in de juiste setting.” De aanleg en het onderhoud van de groenwanden luisteren heel nauw, aldus Zwart. “We hanteren een systeem waarbij we kijken naar de omstandigheden, de gewenste uitstraling van de groenwand, de bladstructuur, de hoeveelheid water die nodig is om de wand jaarrond groen te laten zijn, goede afvoer, et cetera.” Groenwanden hebben een gunstig effect op de leefomgeving, vertelt de adviseur van Koninklijke Ginkel Groep. “Doordat de planten water verdampen, raakt de lucht minder droog en is het er prettiger vertoeven.”

Een andere blikvanger is een groen ‘lint’ over het gebouw. Zwart: “Deze begint op de begane grond en gaat als een soort koker over het gebouw heen. Klimplanten overgroeien de  structuur van het lint, dat vanuit veel posities zichtbaar zal zijn.”

Verbinding tot één geheel

Zuidoever wordt het groenste wooncomplex voor ouderen in Amsterdam, is de overtuiging van Broekema. “Er zijn groene daken, balkons met beplanting, spectaculaire groenwanden, een heel natuurlijke wintertuin en uiteraard de buitentuin. We behandelen deze plekken verschillend, maar vormen ze wel tot een geheel. Een eis van het architectenbureau – Tangram Architekten – was dat de wintertuin de tuin zou verbinden met de leefruimtes op de begane grond en de verdiepingen. Onder meer door hoge beplanting in de wintertuin wordt het groen als het ware omhoog gezogen.”

Nu de nieuwbouw van Zuidoever in volle gang is en de voorbereidingen voor de groenvoorzieningen zijn getroffen, nadert het moment om de plannen te realiseren. Zwart kijkt uit naar het eindresultaat. “Het wordt een heel bijzondere plek.”

Auteur: Kees van Delft | Hoofdafbeelding: Tangram | Portretafbeeldingen: Koninklijke Ginkel Groep en Robert Broekema 

BlueCity’s aantrekkingskracht op grote bedrijven groeit

Afgelopen week presenteerden Engie, ABB, Technische Unie en Legrand samen met BlueCity nieuwe circulaire producten die binnen twee jaar de markt op kunnen: circulaire noodverlichting en elektrische infrastructuur ‘as a service’.De presentatie van de circulaire prototypes is het resultaat van een 150 dagen durend traject, genaamd Living Lab Bouwstof. Bart van der Zande van BlueCity is een van de initiatiefnemers van dit Living Lab. “De circulaire economie is een onderwerp waar we met zijn allen enorm inspirerend en theoretisch over kunnen vertellen, maar de volgende stap is om het ook daadwerkelijk te doen”, aldus Van der Zande. “In de praktijk merk je pas waar je tegenaan loopt, wat de problemen zijn, waar de kansen liggen en hoe je daar slimme oplossingen voor vindt.”BlueCity biedt circulaire inspiratieIn BlueCity vinden de grote bedrijven de juiste inspiratie om met circulariteit aan de slag te gaan. In het voormalige Tropicana vestigden zich sinds 2013 de eerste circulaire pioniers van de stad. Dat begon met een bedrijfje dat oesterzwammen kweekt op koffiedrab, gevolgd door een pop-up restaurant, een lokale brouwerij en een houtwerkplaats. Nog meer ondernemers sloten aan, Gunter Pauli, grondlegger van het gedachtegoed van de blauwe economie kwam op bezoek en BlueCity groeide uit tot een serieuze hub, compleet met eventlocatie en programmering.Lees ook: Holland Circular Hotspot: circulaire economie als exportproduct“Dat ondernemende karakter van de kleine bedrijven blijft de kracht”, stelt Bart van der Zande. “Daarnaast zoeken ook de grotere bedrijven BlueCity op. Er is een groeiende welwillendheid om met circulariteit aan de slag te gaan. Omdat het wordt gevraagd in de markt. Omdat bedrijven zich ermee willen onderscheiden. Of omdat ze inzien dat het keihard nodig is.” Met het Living Lab Bouwstof biedt BlueCity een antwoord op die groeiende behoefte door ze te helpen echt aan de slag te gaan. Binnen een afgesproken tijd, 150 dagen, wordt toegewerkt naar een concrete circulaire propositie.Circulaire noodverlichtingOp initiatief van BlueCity en partner Engie startten Engie, ABB en Technische Unie een Living Lab waarin werd gewerkt aan circulaire noodverlichting. Gerben Achterberg nam namens ABB deel aan het Living Lab. “Het gaat eigenlijk niet zozeer om het product op zich”, nuanceert hij, “maar om het gebruik van de circulaire noodverlichting.” Want als het aan deze bedrijven ligt, wordt de noodverlichting aangeboden als een dienst: veilig vluchten ‘as a service’. Het product wordt niet meer verkocht aan de klant, maar blijft eigendom van de ontwikkelaar, leverancier en technisch dienstverlener. Zij zorgen voor de levering, de installatie, het onderhoud en de retourstromen.Het service-principe vraagt om een goede samenwerking tussen de verschillende partijen in de keten. ABB ontwikkelt producten, Technische Unie is de logistieke partner en Engie de technisch dienstverlener. Ariane van Dijk was namens Technische Unie betrokken bij het Living Lab Bouwstof: “In de samenwerking zit de meerwaarde. Wanneer zie je nu drie ketenpartijen zo intensief samenwerken aan een gezamenlijke propositie? Dat is best bijzonder. Het traject heeft enorm veel plezier en enthousiasme opgeleverd. Mensen raakten geïnteresseerd in elkaars werk. We leerden elkaars organisaties en werkprocessen kennen en de daarbij horende belangen en obstakels. Dat werkt stimulerend en constructief.”Legrand, specialist in elektrische infrastructuur, nam ook deel aan het Living Lab Bouwstof. Dit bedrijf koos ervoor om met de inspiratie en begeleiding van BlueCity een circulaire propositie te ontwikkelen voor een busbar. Dit is een spanningsrail in een gebouw waarvandaan op een eenvoudige manier stroompunten kunnen worden afgetakt, door gebruik te maken van aftakkasten.Circulaire eigenschappenDoor het ‘as a service’-principe ontstaat de kans om de levensduur van de producten te verlengen, bijvoorbeeld door onderdelen alleen te vervangen wanneer dat nodig is. En de materialen terug te nemen en te hergebruiken. “Negentig procent van de busbars is nog prima te gebruiken als een gebouw wordt gesloopt. Die kunnen zo weer ons magazijn in. Die overige tien procent kunnen we repareren of refurbishen”, aldus Lion Van Nuenen. Volgens Gerben Achterberg is hergebruik van materialen nog redelijk nieuw in de installatiebranche. “In de interieursector worden vaker materialen gerecycled. Maar deze branche is voornamelijk nog gericht op het verkopen van nieuwe producten.”Volgens Van Dijk van Technische Unie vraagt het ‘as a service’-principe veel van de rol van een logistieke dienstverlener. “We gaan ook retourstromen op gang brengen. Dat betekent: niet langer alleen maar van A naar B, maar ook terug én naar andere diensten, zoals een overslagpunt of een tussenstation met specialisten die producten kunnen ‘refurbishen’ of recyclen.”Bij het ontwikkelen van een circulaire propositie is het belangrijk dat een product zich ervoor leent. “We kozen de busbar, onder andere omdat het relatief eenvoudig te demonteren is”, vertelt Lion van Nuenen. Diezelfde eigenschappen heeft de noodverlichting. Gerben Achterberg: “Een armatuur bestaat uit een behuizing, printplaat, een lichtbron en een batterij. Elementen van het product zijn eenvoudig te vervangen of te vernieuwen. Het wordt anders wanneer componenten ingewikkeld zijn verlijmd.”Strategische sessies als startNog voordat daadwerkelijk aan het prototype werd gesleuteld, startte Living Lab Bouwstof in BlueCity met een aantal strategische sessies. Hierbij schoven de beslissers van de bedrijven aan tafel. “Een cruciale eerste stap”, weet Lion van Nuenen van Legrand. “Je kunt in een hoekje van je bedrijf wel ‘even lekker gaan innoveren’, maar als je verder niemand binnen je organisatie meekrijgt, dan is het verloren tijd.”Daarna volgden de designsprints van een week waarin de deelnemers hun productideeën verder brachten en testten bij potentiële klanten. “Klanten zijn kritisch op greenwashing”, ervoer Van Nuenen. “Ze zijn in het verleden overspoeld met icoontjes en groene stickertjes. Je moet dus echt met een goede oplossing komen om ze enthousiast te maken.”In bewegingNaast Van der Zande van BlueCity heeft Simone van Tongeren van Engie het Living Lab Bouwstof vormgegeven. Volgens Van Tongeren heeft de Living Lab methode goed gewerkt bij de deelnemende bedrijven: “Je merkt dat zo’n manier van werken mensen in beweging brengt”, stelt Simone van Tongeren. “En dat is ook nodig als we er beweging in willen houden.” Ze tempert de verwachtingen over de financiële businesscases. “Niet ieder product is meteen rendabel. In onze lineaire economie hebben we een optimum bereikt, waarbij we de werkprocessen heel efficiënt hebben ingericht. En we zeer efficiënt kunnen produceren. Maar de wereld verandert, en de economie ook. We hebben niet in een keer dat nieuwe optimum bereikt, daar zullen we opnieuw naartoe moeten groeien.”Toch zijn zowel Legrand als Engie, ABB en Technische Unie hoopvol over de marktpotentie van de busbar en de noodverlichting. Achterberg van ABB: “Er zijn veel voordelen voor de klant. Die hoeft alleen te betalen voor het gebruik, hoeft geen voorinvestering te doen, heeft geen onderhoud en geen onvoorziene hoge kosten voor reparatie.” Ook bij klanten van Legrand valt het verhaal goed. “We nemen het serieus. We willen er binnen korte termijn twee tenders mee te winnen.”Afgelopen maandag presenteerden de bedrijven hun circulaire proposities. Van Tongeren: “Het is nu zaak de producten verder te ontwikkelen zodat ze daadwerkelijk op de markt komen. Daarin moeten we streng blijven. Bij Engie investeren we veel in de ontwikkeling van duurzame innovaties. Het is niet een kwestie van gezellig innoveren. Aan producten die geen waarde bij de klant en Engie opleveren, hebben we niks.”Het Living Lab Bouwstof van BlueCity krijgt een vervolg. Ook andere grotere bedrijven krijgen de kans om binnen de zwembadmuren en tussen de circulaire pioniers de weg naar een circulaire economie te versnellen. “Niet door erover te vertellen, maar door het te doen”, besluit Van der Zande.AUTEUR: MATTHIJS TIMMERS, PARTNER DE DUURZAAMHEIDSRAPPORTEURS | Afbeelding in tekst: Mark Bolk, BlueCity | Hoofdafbeelding: Adobe Stock