Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 06 juni 2019, 09:01

Afvalbarometer Suez: meer voorlichting over recycling nodig

Qua afvalscheiding en recycling doet Nederland het goed, maar er is ruimte voor verbetering. Vooral door meer voorlichting kunnen mensen geholpen worden om hun afval nog beter te scheiden.

Adobestock afval op straat

Deze conclusie trekt grondstoffenbedrijf Suez in de Afval Barometer. Voor de barometer is aan mensen gevraagd waar zij welke afvalsoort weggooien. Het gaat dan bijvoorbeeld om spaarlampen, eierschalen, wijnglazen, schroeven en spijkers of een kassabonnetje. Volgens Suez werd een wijnglas het vaakst verkeerd beoordeeld; dit hoort in het restafval en niet in de glasbak. Ook plastic speelgoed en theezakjes worden vaak verkeerd weggegooid.

Met voorlichting kan nog veel bereikt worden. Slechts één op de zes Nederlanders weet wat er na inzameling met het afval gebeurt, blijkt uit het onderzoek van Suez. “Met de juiste voorlichting kunnen we samen nog meer bereiken. Door te laten zien dat je zeep kunt maken van koffiedik en gieters van gebruikte wasmiddelflessen, worden we ons meer bewust van de waarde van afval. Door afval goed te scheiden, kunnen we het namelijk steeds opnieuw gebruiken. En sparen we de schaarse grondstoffen van de aarde”, stelt Annie de Loijer, directeur marketing bij Suez.

Hergebruik

Het grondstoffenbedrijf hergebruikt al diverse grondstoffen. Zo wordt bijvoorbeeld uit restafval de ondergrond Drainmix gemaakt, waarmee onder andere kunstgrasvelden aangelegd kunnen worden. Ook worden van gerecycled karton festivaltenten en afvalcontainers gemaakt.

Uit het onderzoek blijkt dat 99 procent van de ondervraagden minimaal één afvalsoort gescheiden aanbiedt van het restafval. Vooral papier en karton en glas worden gescheiden ingeleverd; respectievelijk 91 en 85 procent van de Nederlanders scheidt de afvalsoort.

Meer glasbakken nodig

Hoewel glas één van de afvalsoorten is die het vaakst gescheiden ingeleverd wordt, moet er nog meer glas gerecycled worden. Van alle glazen verpakkingen die in Nederland op de markt gebracht worden, moet volgens recyclingafspraken 90 procent gerecycled worden. Dat percentage wordt nog niet gehaald. Het Afvalfonds Verpakkingen krijgt van de Inspectie Leefomgeving en Transport tot eind 2021 de tijd om 800 extra glasbakken te plaatsen.

Bronnen: Suez, Inspectie Leefomgeving en Transport

Helsinki als ’s werelds duurzame proeftuin

Aan het woord is Tiina Kähö, executive director bij Helsinki Metropolitan Smart & Clean Foundation. De stichting wil van metropoolregio Helsinki ’s werelds beste proeftuin maken voor slimme en schone oplossingen. Met als ultieme doel: de transitie maken naar een stad waarin de circulaire economie, ´s werelds slimste stadsenergieopwekking, emissievrije mobiliteit, een duurzame gebouwde omgeving en burgers met kennis over grondstoffen de norm zijn. Ook buurstad Lahti doet mee in die ambitie.‘We leren nog elke dag’“Dus we hebben een zware last op onze schouders gelegd”, concludeert Kähö opgewekt. Dat het een zware taak is, doet voor haar niets af aan de noodzaak. “We hebben systeemveranderingen nodig, die moeten heel snel plaatsvinden.”Daarom wacht metropoolregio Helsinki de politieke besluitvorming niet af, maar gaat het aan de slag met de creatie van een ecosysteem waarin duurzame projecten kunnen gedijen. Publiek-private, cross-sectorale, internationaal schaalbare projecten die een antwoord bieden op klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Zoals een nieuw type luchtkwaliteitsmeetsysteem, lokale voedselproductie en een persoonlijk CO2-handelssysteem voor mobiliteit.Lees ook: Helsinki: ‘CO2-neutraal in 2035’De burger als basisOm oplossingen te vinden voor de grote vraagstukken rondom klimaatverandering en grondstoffenschaarste voldoet de stroomlijning van huidige acties niet. Volgens Kähö bieden alleen cross-sectorale, publiek-private modellen een uitkomst. De modellen die Helsinki ontwikkelt, kunnen daarom ook in internationale context uitkomst bieden. Dat is tenminste het doel. “Het is uniek”, stelt Kähö. Projecten die aan deze strenge eisen voldoen, krijgen subsidie.Er zijn een aantal uitdagingen die Kähö vaker tegenkomt, zoals een contrasterende mindset en een gebrek aan vertrouwen tussen de partijen. Om de verschillende partijen goed te laten samenwerken, wordt het oplossen van een stedelijk probleem centraal gesteld. De oplossing van het probleem moet nuttig zijn voor burgers. En alle partijen die nodig zijn om het op te lossen, worden betrokken. “We proberen met het publiek-private samenwerkingsmodel echt ontwrichtende oplossingen te bieden voor de mensen in Helsinki.” De naam van het model is dan ook: Public Private Partnership for the People.In onderstaande YouTube-video presenteert Kähö het project.De perfecte aanpak nog in de maakKähö benadrukt dat Helsinki de perfecte aanpak nog niet heeft. Momenteel probeert Kähö de projecten te systematiseren door de gemeenschappelijke elementen te vinden en deze te combineren waardoor succes daadwerkelijk meetbaar wordt. Ook zoekt zij manieren waarop succesvolle producten (internationaal) schaalbaar worden. “Ik hoop dat we de komende jaren antwoorden vinden.”Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie. Morgen lees je hier hoe Johannesburg de groeiende bevolking voedt. Of lees alvast over duurzame plannen in andere steden ter wereld:Zo beschermt de hoofdstad van Ecuador de biodiversiteit in de stad Sidewalk Toronto: een community Singapore: hotspot voor duurzame innovatie Melbourne: Duurzame oplossingen tegen klimaatverandering Afbeeldingen: Adobe Stock