Rianne Lachmeijer 06 juni 2019, 07:57

Helsinki als ’s werelds duurzame proeftuin

In 2021 wil Helsinki ’s werelds beste proeftuin voor schone en slimme oplossingen zijn. “Als Finnen staan we bekend als pragmatisch. We willen niet te veel praten; we doen het gewoon.”

Adobestock 74891305

Aan het woord is Tiina Kähö, executive director bij Helsinki Metropolitan Smart & Clean Foundation. De stichting wil van metropoolregio Helsinki ’s werelds beste proeftuin maken voor slimme en schone oplossingen. Met als ultieme doel: de transitie maken naar een stad waarin de circulaire economie, ´s werelds slimste stadsenergieopwekking, emissievrije mobiliteit, een duurzame gebouwde omgeving en burgers met kennis over grondstoffen de norm zijn. Ook buurstad Lahti doet mee in die ambitie.

‘We leren nog elke dag’

“Dus we hebben een zware last op onze schouders gelegd”, concludeert Kähö opgewekt. Dat het een zware taak is, doet voor haar niets af aan de noodzaak. “We hebben systeemveranderingen nodig, die moeten heel snel plaatsvinden.”

Daarom wacht metropoolregio Helsinki de politieke besluitvorming niet af, maar gaat het aan de slag met de creatie van een ecosysteem waarin duurzame projecten kunnen gedijen. Publiek-private, cross-sectorale, internationaal schaalbare projecten die een antwoord bieden op klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Zoals een nieuw type luchtkwaliteitsmeetsysteem, lokale voedselproductie en een persoonlijk CO2-handelssysteem voor mobiliteit.

Lees ook: Helsinki: ‘CO2-neutraal in 2035’

De burger als basis

Om oplossingen te vinden voor de grote vraagstukken rondom klimaatverandering en grondstoffenschaarste voldoet de stroomlijning van huidige acties niet. Volgens Kähö bieden alleen cross-sectorale, publiek-private modellen een uitkomst. De modellen die Helsinki ontwikkelt, kunnen daarom ook in internationale context uitkomst bieden. Dat is tenminste het doel. “Het is uniek”, stelt Kähö. Projecten die aan deze strenge eisen voldoen, krijgen subsidie.

Er zijn een aantal uitdagingen die Kähö vaker tegenkomt, zoals een contrasterende mindset en een gebrek aan vertrouwen tussen de partijen. Om de verschillende partijen goed te laten samenwerken, wordt het oplossen van een stedelijk probleem centraal gesteld. De oplossing van het probleem moet nuttig zijn voor burgers. En alle partijen die nodig zijn om het op te lossen, worden betrokken. “We proberen met het publiek-private samenwerkingsmodel echt ontwrichtende oplossingen te bieden voor de mensen in Helsinki.” De naam van het model is dan ook: Public Private Partnership for the People.

In onderstaande YouTube-video presenteert Kähö het project.

De perfecte aanpak nog in de maak

Kähö benadrukt dat Helsinki de perfecte aanpak nog niet heeft. Momenteel probeert Kähö de projecten te systematiseren door de gemeenschappelijke elementen te vinden en deze te combineren waardoor succes daadwerkelijk meetbaar wordt. Ook zoekt zij manieren waarop succesvolle producten (internationaal) schaalbaar worden. “Ik hoop dat we de komende jaren antwoorden vinden.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie. Morgen lees je hier hoe Johannesburg de groeiende bevolking voedt. Of lees alvast over duurzame plannen in andere steden ter wereld:

Afbeeldingen: Adobe Stock

‘Technologische oplossingen houden stad van de toekomst leefbaar’

In een volle zaal in de Amsterdamse Zuiderkerk presenteren tien start-ups hun innovatieve ideeën; van co-living tot sensortechnologie die steden klimaatbestendiger maakt. De presentaties vormen de afsluiting van het programma Arcadis City of 2030 Accelerator, Powered by Techstars. Gemene deler van de zeer uiteenlopende ideeën is dat zij allen een oplossing bieden voor de uitdagingen die verstedelijking en klimaatverandering met zich meebrengen.Belang van innovatieVerschillende sprekers benadrukken de noodzaak van innovatie om de grote stedelijke uitdagingen van vandaag en morgen aan te pakken. Peter Oosterveer, CEO van Arcadis, stelt dat we de impact van de groei van 50 procent stadsbewoners naar 70 procent in 2050 niet moeten onderschatten. “Nu al verhuizen wekelijks drie miljoen mensen naar steden.” De druk neemt daarmee toe. Het vraagt bijvoorbeeld om goede infrastructuur, betaalbare woningen en meer scholen. “En dat alles op een duurzame manier”, aldus Oosterveer.  Arcadis bouwt mee aan de stad van de toekomst; een stad waar de kwaliteit van leven goed is. Om de stad leefbaar te maken en te houden ziet het bedrijf kansen in technologische oplossingen en innovatie. Arcadis onderscheidt enkele megatrends die bij elkaar komen en om gecombineerde oplossingen vragen: verstedelijking & mobiliteit; duurzaamheid & klimaatverandering; globalisering en digitalisering.Lees ook: ‘Het systeem moet 180 graden om’Koploper wordenOosterveer stelt dat de bouwsector niet goed scoort op digitale innovatie: één-na-laatste in een McKinsey rapport. Dat wil Arcadis veranderen, maar het bedrijf kan dat niet alleen. “Ik geloof er persoonlijk niet in dat verandering alleen van binnenuit komt; verandering wordt zeker ook geïnitieerd en gefaciliteerd door externe partijen”, zegt Oosterveer.Arcadis City of 2030 Accelerator​ start-upsCaala Cityflag  Etalyc  Iomob Kndrd  Mela  ModelMe3D  Pause  SensCity Urban Data Eye Daarom is Arcadis de samenwerking aangegaan met Techstars, een Amerikaanse onderneming die beginnende bedrijven helpt in de eerste fase van hun ontwikkeling. De combinatie van de kennis van Arcadis  met de ervaring van Techstars resulteerde in de selectie van tien start-ups. Deze start-ups kregen dertien weken om hun idee verder uit te werken en de businesscase aan te scherpen. Medewerkers van Arcadis fungeerden daarbij als mentor. Eén van die mentoren is de Nederlandse CEO van Arcadis: Gert Kroon. Hij begeleidde de Duitse start-up Caala. Deze start-up biedt een digitale tool die duurzaam ontwerpen van gebouwen makkelijker maakt. “Ik ben warm voorstander van deze jongens, maar ik ben natuurlijk niet objectief wat dat betreft.”Meerwaarde van een mentorAls mentor bracht Kroon de start-up in contact met de klanten van Arcadis. Zo toetste Caala of de markt interesse had in hun idee en daarmee de meerwaarde van hun idee. “Want dat is volgens mij een van de belangrijkste zaken: Dat je vooral niet iets innoveert waar vervolgens niemand op zit te wachten.”'Alleen al in Europa miljoenen gebouwen worden gerenoveerd'In eerste instantie richtte Caala zich vooral op nieuwbouw. Kroon raadde hen aan om ook naar renovatie te kijken, omdat dat een veel grotere markt is. Zo vraagt de energietransitie alleen al in Nederland om de verduurzaming van meer dan zeven miljoen huizen en één miljoen gebouwen. Deze huizen en gebouwen moeten in 2050 veelal goed geïsoleerd en duurzaam verwarmd zijn én voorzien worden van duurzaam opgewekte elektriciteit. Daarnaast krijgt de gebouwde omgeving in toenemende mate te maken met de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en extreme regen. Die uitdagingen stellen andere eisen aan het vastgoed en haar omgeving.Dat de start-up het advies van Kroon ter harte namen, blijkt uit de presentatie van CEO Philipp Hollberg. “Elke vier weken wordt het equivalent van de stad New York aan de wereld toegevoegd. Tegelijkertijd moeten alleen al in Europa miljoenen gebouwen worden gerenoveerd”, begint Hollberg zijn pitch. Een enorme opgave waar de start-up een oplossing voor biedt.Digitaal platform voor duurzaam designMet de toepassing van Caala kunnen architecten, vastgoedontwikkelaars of woningcorporaties hun ontwerp in een digitale omgeving aanpassen en direct zien wat die aanpassing oplevert op het gebied van bijvoorbeeld energie-efficiëntie en milieu-impact. Het gaat om een grote verscheidenheid aan opties die ontwerpers makkelijk kunnen toevoegen of verwijderen. Ook zien zij of hun ontwerp voldoet aan wet- en regelgeving. Kroon wil daar nog een kostenmodule aan toevoegen. Hij ziet kansen voor woningcorporaties die hun portfolio verduurzamen voor een succesvolle energietransitie, maar daarvoor beperkte middelen hebben. Caala helpt hen in de afweging ten aanzien van verduurzaming van het vastgoed en de nodige investeringen. “Dit zou fantastisch goed kunnen werken om het juiste besluit te nemen”, stelt Kroon.De meerwaarde van samenwerkingDe meerwaarde van de samenwerking voor Caala zit in het netwerk en de kennis die Arcadis hen biedt. Ook voor Arcadis is er meerwaarde. Vanwege de urgentie van de energietransitie neemt het bedrijf verantwoordelijkheid op dit thema. “Door ons te verbinden aan start-ups die niet gehinderd worden door bureaucratie kunnen we snelheid maken”, vertelt Kroon. “Bovendien dagen we onze mensen uit nieuwe ideeën te bedenken en na te denken hoe deze aan te pakken.”'Wij dagen onze mensen uit nieuwe ideeën te bedenken'Ook Arcadis klanten profiteren mee. “Wij koppelen dit aan onze BIM modellen en geven daarmee onze klanten extra waarde omdat we ook direct naar die milieu impact van duurzaamheidsmaatregelen kijken.” Als klanten hiernaar handelen levert dit ook maatschappelijke meerwaarde op, omdat de impact van gebouwen op het milieu vermindert of zelfs positief wordt.Als mentor van Caala spreekt Kroon vooral over die start-up. Maar ook de meerwaarde van de andere start-ups ontgaat hem niet. Elk van hen speelt in op (één van) de relevante trends van dit moment. Als het officiële programma is beëindigd, benadrukt Kroon dat de samenwerking tussen Arcadis, Techstars en start-ups verder gaat. Volgend jaar en het jaar daarna komen er nieuwe edities van het programma Arcadis City of 2030 Accelerator, Powered by Techstars, want er zijn nog veel kansen en uitdagingen om op te pakken. “Wij zien dat de wereld om ons heen in sterke mate digitaliseert en wij willen daaraan mee doen.”Lees ook: Publiek-private samenwerking maakt energietransitie betaalbaar: “We hebben geen tijd meer voor wantrouwen”Arcadis City of 2030 AcceleratorDe start-ups die naast Caala meededen aan het programma Arcadis City of 2030 Accelerator zijn: Cityflag, Etalyc, Iomob, Kndrd, Mela, ModelMe3D, Pause, SensCity en Urban Data Eye. Zij focussen op verschillende thema’s. Zo verbetert Cityflag de communicatie tussen burger en overheid. Etalyc maakt zinloos wachten voor rode stoplichten verleden tijd. Iomob ontwikkelt de Uber voor het openbaar vervoer: alle opties in één online omgeving. Kndrd speelt in op de huisvestingsopgave door samenleven met huisgenoten te optimaliseren. Mela versimpelt, versnelt en verbetert de verslaglegging voor werknemers in de industrie. ModelMe3D vergemakkelijkt gebiedsontwikkeling met een platform waarop alle stakeholders interacteren. Pause verbetert de werksituatie met persoonlijk meditatie-advies voor werknemers. SensCity biedt Software as a Service waarmee private en publieke partijen real time inzicht krijgen in klimaatveranderingsrisico’s. Urban Data Eye helpt bedrijven en instanties data zinvol in te zetten.Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Overige afbeeldingen: Arcadis