Hidde Middelweerd 04 juni 2019, 14:19

“Ik ben meer van de evolutie dan de revolutie”

Lot van Hooijdonk is sinds 2014 wethouder van Utrecht en maakt zich al jaren hard voor meer fietsen in de stad, meer ruimte voor groen en de opkomst van gasvrije wijken. De positie van wethouder bekleedt ze niet voor niets: “De overheid kan verandering in gang zetten en makkelijk maken, door het speelveld zo in te richten dat goed gedrag beloond wordt.”

Green leader lot van hooijdonk

Van Hooijdonk zou zichzelf niet zo snel bestempelen als een Green leader. “Ik prijs me vooral gelukkig met mijn situatie”, legt ze uit. “Ik ben wethouder van een progressieve stad, met een hoogopgeleide bevolking. In de Utrechtse politiek is daarnaast veel draagvlak voor duurzaamheid en de energietransitie. Met andere woorden: optimale omstandigheden om  iets voor elkaar te krijgen.”

Hier en nu versus daar en later

Als wethouder van energie, mobiliteit en (sinds kort) groen houdt Van Hooijdonk zich elke dag met duurzame vraagstukken bezig. Het doel: een duurzamer Utrecht, terwijl de kwaliteit van leven daar niet onder lijdt of zelfs verbetert. “Die twee kun je niet loskoppelen van elkaar: ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van leven verbetert in een duurzamere economie en samenleving. De grote uitdaging is om mensen mee te nemen in dat verhaal.”

We hebben als mens moeite met vraagstukken die ver in de toekomst liggen, stelt Van Hooijdonk. Ze herinnert zich een recent radio-interview, met een wetenschapper die onderzoek doet naar de ecologie in het poolgebied: “Hij zei dat hij in paniek was. Dat vind ik echt heel erg. Maar vervolgens bedankt de radiopresentator hem voor het interview en gaan we met z’n allen weer over op de orde van de dag.”

Het hier en nu weegt vaak toch zwaarder dan een ver-van-mijn-bed-show als klimaatverandering. En dat is ook begrijpelijk, benadrukt Van Hooijdonk. “Maar het is wel een lastig spanningsveld: als wethouder moet je je daartoe verhouden en onderzoeken welke stappen je binnen die omstandigheden wél kan zetten.”

Misschien is dat maar goed ook, vervolgt ze: “Ik ben meer van de evolutie dan de revolutie. We staan aan de vooravond van fundamentele veranderingen en die moet je geleidelijk in gang zetten. Als je dat stapje voor stapje doet, opereer je in het hier en nu en maak je de verandering behapbaar voor betrokkenen. Maar tegelijkertijd heb je het oog op de toekomst.”

Fietsen, deelauto’s en gasvrije wijken

In de afgelopen jaren zijn er behoorlijk wat van dat soort stapjes gezet in Utrecht. Van Hooijdonk speelde bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het introduceren van deelauto’s in de stad en is druk bezig met het leggen van de basis voor een stad zonder gas. Daarnaast breidt ze als wethouder mobiliteit het fietsnetwerk uit. Een passieproject, stelt ze: “De fiets is een wondermachine, er zitten geen nadelen aan. Het is gezond, het emancipeert mensen en biedt een oplossing voor het groeiende ruimtebeslag van onze mobiliteit. De fiets mag van mij op een voetstuk staan.”

Van Hooijdonk is dan ook blij met het feit dat het aantal fietsers in Utrecht gestaag toeneemt en vermoedt dat de inspanningen van de gemeente daar een rol in hebben gespeeld. Utrecht is tegenwoordig bijvoorbeeld het thuis van de grootste fietsenstalling ter wereld. Onder het treinstation is ruimte voor 12.500 fietsen en daar maken Utrechters inmiddels goed gebruik van. “Dat is wat je wil: dat mensen gebruik maken van de dienst die je aanbiedt. Het creëert zelfs meer vraag:  meer mensen pakken de fiets, omdat het simpelweg de fijnste optie is.”

Hetzelfde hoopt van Hooijdonk te bereiken met deelsystemen, zodat de auto steeds minder onderdeel uitmaakt van het straatbeeld. Het gaat daarbij om het doorbreken van routines, vertelt ze: “Men moet uiteindelijk denken: ‘Waarom heb ik nog een auto voor de deur staan?’ Dat kan alleen als je betere opties aanbiedt. Ik geloof dat dat kan. Deelsystemen, waarbij je toegang hebt tot verschillende (elektrische) auto’s, bakfietsen en ov-abonnementen, kunnen je een rijker mens maken dan het bezit van een auto.”

Marktmeester van het speelveld

Dergelijke trendbreuken ontstaan niet zomaar. Consumenten, bedrijven en overheden hebben allen een belangrijke rol in dergelijke transities te spelen. De belangrijkste rol is echter weggelegd voor overheden, vindt Van Hooijdonk. “Idealiter is de meest duurzame keuze, levensstijl of businesscase ook het meest lonend”, zegt ze. “Maar momenteel is dat totaal niet zo. Overheden kunnen daar verandering in brengen.”

Zo is virgin materiaal vaak nog goedkoper dan gerecycled materiaal en betalen consumenten de hoofdprijs voor duurzame voedingsmiddelen. “Ondernemers die een duurzame oplossing naar de markt brengen, hebben vaak een slechtere businesscase”, voegt Van Hooijdonk toe. “Je kunt het bedrijven en consumenten dus niet kwalijk nemen dat ze zich volledig rationeel gedragen. Ze opereren in een systeem waar het loont om winstgedreven te zijn. Dan kan je niet verwachten dat ze ineens optreden als duurzame koplopers.”

De overheid heeft echter de kracht om verandering in het systeem te brengen. Van Hooijdonk: “Overheden zijn de marktmeesters, die het speelveld bepalen waarbinnen bedrijven en consumenten opereren. Die kunnen dus de juiste prikkels inbouwen, die goed (en duurzaam) gedrag belonen.”

Stimuleren van duurzame stadslogistiek

Momenteel maken overheden nog te weinig gebruik van deze kracht, vindt Van Hooijdonk. Het was voor haar reden genoeg om zich in 2013 kandidaat te stellen als voorzitter van GroenLinks. “Ik vond dat er een sterke, groene partij nodig was om dat speelveld te veranderen. Die rol werd nog te weinig gepakt.”

Van Hooijdonk werd geen voorzitter van de partij, maar kort daarna volgde de kans om wethouder van Utrecht te worden. “Ik twijfelde in eerste instantie maar heb hem toch gegrepen, om precies dezelfde reden”, zegt ze. “Ook in de stad heeft de overheid de kracht om het speelveld anders in te richten.”

De Utrechtse wethouder werkte de afgelopen jaren hard aan een voorbeeld daarvan, waar een collega-wethouder mee verder is gegaan. Om emissievrije bevoorrading van de binnenstad te stimuleren, voerde Utrecht een systeem in waarbij vervuilende voertuigen minder lang in de binnenstad mogen rondrijden dan emissievrije voertuigen. Met andere woorden: bedrijven met emissievrije voertuigen in hun vloot, hebben meer businesskansen in de Utrechtse binnenstad. “Zo stimuleer je milieuvriendelijkere alternatieven en compenseer je de hogere kosten die daar vooralsnog mee gepaard gaan”, legt Van Hooijdonk uit. “Zo schep je dus een ondernemersklimaat waar duurzaamheid loont.”

Landelijke politiek?

De ambitie om dit ook op landelijke schaal op te pakken, heeft Van Hooijdonk niet. “De enige reden waarom ik het zou overwegen, is uit plichtsbesef, maar niet vanuit persoonlijke ambitie”, besluit ze. “Ik zit goed op mijn plek in Utrecht, want ook hier moet het gebeuren. En als we op stadsniveau kunnen laten zien dat iets werkt, kan dat ook voorbij Utrecht impact hebben.”

Informatieplicht energiebesparing: “We kijken nu naar het laaghangend fruit”

“Met ICT-oplossingen kunnen we voor andere sectoren veel impact maken, maar we moeten natuurlijk ook zelf onze verantwoordelijkheid nemen als het gaat om efficiënt omgaan met energie. Dat doen we al jaren met de grotere energiegebruikers binnen de ICT-sector in het zogeheten MJA-3 convenant. Wat je nu ziet, is dat de informatieplicht energiebesparing op een veel grotere groep bedrijven van toepassing is, ook in onze achterban. Alle bedrijven die meer dan 50.000 kilowattuur of 25.000 kubieke meter aardgas verbruiken, krijgen hiermee te maken. Ze moeten laten zien welke energiebesparende maatregelen ze genomen hebben.”Welke maatregelen kunnen dat zijn?“Er zijn in totaal negentien lijsten met ’erkende’ maatregelen. Daarvan zijn er twee met name relevant voor onze sector. Dat is een lijst voor kantoren en een lijst voor datacenters. De aangesloten datacenters zijn al grotendeels actief in het MJA-3 convenant, dus we hebben ons nu vooral gericht op de maatregellijst voor de kantoren. Veel ICT-dienstverleners hebben of huren een kantoorgebouw. Qua maatregelen moet je denken aan alles dat een gebouw efficiënter maakt, dus bijvoorbeeld dubbele beglazing, isolatie of de zuinigheid van de verwarming, tot en met het gebruik van apparaten, zoals printers of ICT-apparatuur. Ook daar zijn maatregelen voor opgesteld.”Zit een ICT-bedrijf of datacenter snel aan de grens van 50.000 kilowattuur of 25.000 kubieke meter aardgas?“Een datacenter zal het zeker snel halen en een middelgroot ICT-bedrijf komt er ook wel snel bij in de buurt. Het heeft alles te maken met hoe groot je kantoor is en of je er ook serverruimtes hebt staan. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gaf in een webinar aan dat je vanaf 1.500 vierkante meter kantoorgebouw rond die grens zit, normaal gesproken. Meestal heeft een bedrijf enkele tientallen medewerkers voordat ze bij die grens komen. Er zijn heel veel kleinere ICT-bedrijven voor wie deze informatieplicht dus niet geldt; we richten ons dan ook op de grotere bedrijven en het midden- en kleinbedrijf voor wie dit wel relevant is.”Welke maatregelen nemen ICT-bedrijven nu vooral?“Als ik kijk naar de maatregelen die bij ons in de sector veel impact gehad hebben, dan zie je dat er bij telecomnetwerken veel bespaard is. Datacenters hebben op het gebied van koeling al flinke slagen gemaakt. Dit ging om grote besparingen bij grote verbruikers, waardoor de doelen van het MJA3-ICT convenant voor 2020 al in 2015 waren gehaald. Waar we nu naar kijken, is het laaghangend fruit bij grote -en middelgrote bedrijven; is je gebouw goed ingeregeld, zijn er goede isolatiemogelijkheden, werkt je verwarming efficiënt? Dat zijn de type maatregelen die bij gebouwen nog een flinke besparing kunnen opleveren. Omdat het bij gebouwen om veel kleinere getallen gaat dan bij een datacenter of een telecomnetwerk, zijn de absolute getallen ook veel kleiner.”De informatieplicht energiebesparing:Is opgenomen in het energieakkoord; Moet 18,5 petajoule energie besparen; Geldt voor ongeveer 125.000 bedrijven; Het webinar van Nederland ICT en RVO is online terug te kijken. Kijk het webinar terugKrijgen jullie als branchevereniging veel vragen van bedrijven hierover?“Bij de voorbereiding op ons webinar konden mensen ook vragen indienen. Die zaten in eerste instantie nog op het niveau van ‘vallen we onder de informatieplicht?’ en ‘ben ik degene die de melding moet doen?’ Er waren ook vragen van bedrijven met meerdere gebouwen, of bedrijven die door een andere uitzonderingsgrond niet hoeven te voldoen aan de informatieplicht. Typische huurders-eigenaarssituaties. Vragen over de maatregelen zelf waren er weinig, dat komt ook doordat het om een informatieplicht gaat. Je informeert de overheid over de maatregelen op de maatregellijst die je al genomen hebt. Het is niet zo dat je op 1 juli al die maatregelen al uitgevoerd moet hebben. Voor sommige maatregelen mag je namelijk aansluiten bij een natuurlijk vervangingsmoment. En voor andere maatregelen word je wel geacht om deze direct te nemen, omdat ze zich ook direct terugverdienen. Maar de nieuwe informatieplicht is informerend: het gaat echt alleen om het doen van de melding.”De deadline van 1 juli nadert, ligt de ICT-sector op koers?“Dat is een interessante vraag; dat wordt pas echt duidelijk op 2 juli, de dag na de deadline. Het is ook niet inzichtelijk voor de overheid wie al een melding gedaan heeft, dus zowel het bedrijfsleven als de overheid wacht met spanning af. Op 2 juli wordt voor de eerste keer in de database gekeken. Wij doen er van onze kant in ieder geval alles aan om hier de aandacht op te vestigen. Ook proberen we zaken helder te krijgen die voor onduidelijkheid zorgden, zoals bijvoorbeeld de vraag wie aan deze informatieplicht invulling moet geven.”Als een bedrijf op 2 juli niet voldoet aan de informatieplicht, wat zijn dan de gevolgen?“Dan voldoe je als bedrijf niet aan de regelgeving. Dat is denk ik niet wat je moet willen. Vandaar ook ons advies om na te gaan wie aan deze verplichting moet voldoen, ook als de eigenaar dat is. Daarna is het vanaf 2 juli aan het bevoegd gezag: dat zijn de gemeenten en de regionale omgevingsdiensten. Die zullen als eerste gaan kijken welke bedrijven zich nog niet gemeld hebben en daarnaast bij de bedrijven die wel aan de verplichting hebben voldaan, wat die dan gemeld hebben. Op het moment dat er nog veel maatregelen bij bedrijven op ‘niet genomen’ staan, zullen ze daar contact mee opnemen om te zorgen dat dat alsnog gedaan wordt.”Welke gouden tip geef jij bedrijven?“De tip is in ieder geval om vast te stellen of je onder de informatieplicht valt en in dat geval te voldoen aan de nieuwe regelgeving en voor 1 juli die lijst met maatregelen langs te lopen. Op het moment dat je de maatregellijst langsloopt, zie je welke maatregelen je al wel of niet genomen hebt en wat je in jouw situatie nog kunt doen. De maatregelen zijn geselecteerd op het criterium van vijf jaar terugverdientijd, dus ze besparen de ondernemer geld.Een veelvoorkomende situatie is dat je als ICT-bedrijf niet de enige huurder bent van een pand. Dan is het altijd even de vraag wie aan de informatieplicht moet voldoen. De overheid zegt nu duidelijk: als het gaat om een gebouw met meerdere huurders, dan moet de verhuurder het initiatief nemen om de informatieplicht te melden aan de overheid. De verhuurder komt dan wel bij jou als huurder terug over bepaalde maatregelen die genomen moeten worden of het maken van afspraken.De eerste stap is uitzoeken of je boven die grens zit en of jij ook aan de informatieplicht moet voldoen. Dan kom je ook in gesprek met de verhuurder en kun je bespreken wie welke maatregelen gaat nemen.”Lees ook ons eerdere interview met Jeroen van der Tang over de bijdrage van digitalisering aan de verduurzaming van de samenleving: "Exponentiële datagroei is de duurzame uitdaging voor ICT-sector"Portretafbeelding: Nederland ICT | Hoofdafbeelding: Adobe Stock