Bas Joosse 28 mei 2019, 08:57

Haven Amsterdam krijgt fabriek voor kunstgrasrecycling

Kunstgras kan nog niet volledig gerecycled worden. Het bestaat uit onderdelen als zand en rubber. Als het aan een groep kunstgras-bedrijven ligt, wordt kunstgras vanaf 2020 volledig gerecycled en hergebruikt. Het bedrijf GBN Artificial Grass Recycling (GBN-AGR) wil een recyclingfabriek bouwen in de Amsterdamse haven.

Adobestock kunstgras

GBN-AGR werkt voor de recycling samen met diverse andere partijen, waaronder TenCate Grass, wereldwijd één van de grootste leveranciers van kunstgras.

“TenCate Grass streeft ernaar het meest innovatieve en duurzame kunstgras te leveren met een zo klein mogelijke belasting voor het milieu. We zijn daarom verheugd om samen te werken met dé expert op het gebied van recycling GBN Groep. Met dit initiatief nemen we onze verantwoordelijkheid voor de hele kunstgrasketen, van productie tot verwerking tot hergebruik. Hiermee zetten we een eerste stap in wereldwijd circulair werken”, stelt Michael Vogel, CEO van TenCate Grass Group.

Circulair systeem

Met de recyclingfabriek ontstaat een circulair systeem. Het oude kunstgras wordt verwerkt tot nieuwe hoogwaardige grondstoffen, waar weer kunstgras van gemaakt kan worden. Volgens de partijen moet de fabriek in Amsterdam voldoende capaciteit krijgen om al aan de vraag te voldoen. De fabriek komt in het Westelijk Havengebied in Amsterdam, waar havenbeheerder Port of Amsterdam een circulair cluster wil vestigen.

Lees ook: Port of Amsterdam als circulaire hotspot

Duurzame productie

Naast de recycling van kunstgras worden ook duurzame alternatieven voor de ondergrond ontwikkeld. Zo produceert grondstoffenbedrijf Suez in samenwerking met een Zeeuwse bodemasopwekker Heros een grondstof uit huishoudafval. De grondstof Drainmix wordt in Amsterdam gebruikt om kunstgrasvelden mee aan te leggen.

Bronnen: GBN-AGR, TenCate Grass | Afbeelding: Adobe Stock

ING ontwikkelt model voor taxeren duurzaamheid

Volgens ING worden nu nog veel verschillende manieren gebruikt om de duurzame waarde van een gebouw te taxeren. “Bij een inventarisatie onder de tien grootste taxateurs van commercieel vastgoed in Nederland bleek dat iedereen daar een andere methode voor gebruikt, die vaak neerkomt op enkel het vastleggen van kenmerken, zonder daar een waarde aan te koppelen”, zegt Peter Göbel, directeur ING Real Estate Finance. Doordat er veel informatie ontbreekt en er geen standaard is, wordt er geen duurzame waarde aan een gebouw gekoppeld. Met het Duurzaamheidstaxatiemodel moet daar verandering in komen.EnergielabelHet kabinet eist dat alle kantoorgebouwen in 2023 minimaal energielabel C hebben. De Universiteit van Maastricht concludeerde twee jaar geleden al in een onderzoek voor ING dat kantoorpanden met energielabel C meer rendement opleveren ten opzichte van kantoorgebouwen die niet verduurzaamd zijn. De bank financiert sinds 2018 geen panden meer die geen verduurzamingsplan hebben.19 IndicatorenHet Duurzaamheidstaxatiemodel bestaat uit 19 objectieve duurzaamheidsindicatoren. De tien grootste taxatiebureaus van Nederland voeren nu ieder vijf taxaties uit, waarna feedback verzameld wordt. “Vooralsnog gaat het om een taxatiemodel voor kantoorpanden, maar als deze fase is afgerond wordt het model verder ontwikkeld voor taxaties van winkels bedrijfspanden en woningen”, stelt Göbel. Uiteindelijk moet de methodologie achter het model gedeeld worden met de andere Nederlandse banken. ING is niet de enige bank die de duurzaamheid van haar vastgoed beoordeelt, ook ABN Amro zet erop in. Die bank let bij het taxeren van vastgoed bijvoorbeeld op de gehele levenscyclus van objecten, exploitatiekosten, CO2-uitstoot en de economische levensduur. Ook worden zaken als grondgebruik, gebouwontwerp, bouwmaterialen en de locatie meegewogen.Lees ook: Waarom een bank zich druk maakt over de verduurzaming van de woningmarktBron: ING | Afbeelding: Adobe Stock