Sanne Bode 22 april 2019, 14:17

IKEA: op weg naar duurzaamheid 2.5

IKEA kan als grote, internationale retailer een enorme impact op verduurzaming hebben. Dat blijkt wel uit het succes van de LED-lamp, die sinds zijn introductie meer dan 319 miljoen keer over de toonbank is gegaan. Maar tegelijkertijd zet het bedrijf ook vol in op het circulair maken van zijn eigen businessmodel met klimaatpositief als stip op de horizon.

Ph143250 ikea start verhuur meubels aan jongeren

Het is een indrukwekkend wapenfeit. IKEA koos ervoor om sinds 2015 alleen nog maar LED-lampen in zijn verlichtingsassortiment aan te bieden. En niet zonder succes: met de verschuiving maakte de retailer de lamp in één klap voor iedereen betaalbaar waardoor er inmiddels honderden miljoenen zijn verkocht. Een simpele berekening laat de impact van deze keuze zien. “Als de 91 miljoen LED-lampen die in 2018 verkocht zijn allemaal gloeilampen vervangen, dan levert dat een besparing op die gelijk is aan het elektriciteitsverbruik van zo’n 800.000 huishoudens,” stelt Alberic Pater, duurzaamheidsmanager bij IKEA.

Gedurfde keuzes

Het voorbeeld van de LED-lamp laat zien dat het bewust aanbieden van bepaalde producten een enorme milieu-impact kan hebben. Dit sluit aan bij de visie van IKEA op ‘gezonder en duurzamer leven’. Het is een van de pijlers uit de duurzaamheidsstrategie, waarbij de focus ligt op een beter dagelijks leven voor zoveel mogelijk mensen, met respect voor de planeet. Om dit uit te voeren moeten er soms gedurfde keuzes gemaakt worden. “De LED-lamp bleek een succes maar we hebben destijds ook getwijfeld over hoe het zou lopen”, bekent Pater.

Ook in de eetgelegenheden van IKEA – jaarlijks goed voor een miljardenomzet wereldwijd – worden vooruitstrevende keuzes gemaakt. Het introduceren van een vegetarische hotdog bijvoorbeeld, die goedkoper wordt aangeboden dan de klassieke en populaire vleesvariant (red. jaarlijks verkoopt IKEA meer dan 100 miljoen hotdogs). De tot nu toe bekende cijfers wijzen wederom op een succes. Zo verorberden consumenten in het eerste half jaar sinds de lancering 5 miljoen vegetarische hotdogs. En hoe vertaalt dat zich naar duurzaamheidswinst? “Het is een vleesvervanger voor de consument én het heeft impact op de CO2-uitstoot. De uitstoot per kilogram vegetarische hotdog is namelijk zeven keer lager dan die van de klassieke hotdog”, zegt Pater. Hij voegt daaraan toe: “De volgende stap is een 100 procent plantaardig softijsje dat in Nederland in midden april wordt geïntroduceerd. In 2019 zullen we nog meer plantaardige gerechten in onze restaurants introduceren.”

'Onze blik is gericht op duurzaamheid 2.5: een circulair businessmodel'

Er zijn ook voorbeelden die minder opvallend zijn, maar wel bijdragen aan het inspireren tot en mogelijk maken van duurzaam en gezond leven. In totaal zijn er meer dan 500 betaalbare producten die als ‘duurzaam’ bestempeld zijn. “Een heel simpel voorbeeld is een stoompaninzet waarmee groenten en aardappelen gelijktijdig en toch gescheiden van elkaar gekookt worden”, noemt Pater. “Dat is geen technologisch hoogstandje maar wel een stap in de goede richting omdat er zo minder energie verbruikt wordt.” De omzet uit de duurzame producten moet twee keer zo snel groeien dan die van het overige assortiment. En daar blijken geen ingewikkelde marketingtrucs voor nodig. “Duurzaamheid is niet per se een trigger voor elke klant. Soms loont het beter om een hele grote bak LED-lampen neer te zetten met een lage prijs erboven dan om een duurzaamheidslabel te gebruiken”, vertelt Pater.

Duurzaamheid 2.5

De duurzame ambities van de retailer reiken echter veel verder. Het bedrijf wil in 2030 klimaatpositief zijn. En de weg daar naartoe is circulair. “Geen eenvoudige uitdaging maar wel een hele leuke”, vindt Pater. De eerste successen op de tweede pijler van de duurzaamheidsstrategie, circulair en klimaatpositief, zijn al geboekt. “In 2018 realiseerden we in Nederland een energiebesparing van 39 procent ten opzichte van 2010. Dat kregen we voor elkaar door over te stappen op LED-verlichting en zelf energie op te wekken. Op onze daken liggen nu ongeveer 30.000 zonnepanelen en dat moeten in de komende jaren 50.000 worden”, verklaart Pater.

Ook worden er stappen gezet op het gebied van afval en verspilling. Zo wordt 85 procent van het eigen afval gescheiden en gerecycled; in sommige gevallen zelfs tot nieuwe IKEA-producten. Een voorbeeld is een deurmat die van verpakkingsplastic uit de winkels is gemaakt. Tegelijkertijd wordt in de restaurants voedselverspilling aangepakt. “Nederland was een van de eerste landen waar we in alle winkels bijhouden hoeveel voedsel er dagelijks wordt weggegooid. Door de verkregen kennis en data slim te gebruiken hebben we kunnen voorkomen dat er 65.000 maaltijden per jaar in de prullenbak belanden”, licht Pater toe.

Alhoewel Pater trots is op de behaalde resultaten ziet hij het ook als een soort ‘duurzaamheid 1.0.’ “Successen realiseren op het verminderen van energieverbruik en afval is relatief eenvoudig. Onze blik is echter gericht op duurzaamheid 2.5: een circulair businessmodel.” Pater benadrukt: “Dat is een complete omslag.” Door de levensduur van producten te verlengen en kringlopen te sluiten kan de CO2-uitstoot van de retailer aanzienlijk worden teruggebracht. Het energieverbruik van een product is namelijk vaak verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de CO2-uitstoot. De doelstelling op CO2-uitstoot is niet mis: de absolute hoeveelheid emissies moet in 2030 met 70 procent verlaagd zijn ten opzichte van 2016.

Lees ook: ‘Ikea begint met leasemodel voor meubelen’

Trial en error

IKEA bestaat al 75 jaar en voert vanuit die historie een lineair businessmodel. “Daardoor verloopt de transformatie naar een circulair businessmodel bij ons trager dan bijvoorbeeld bij startups. Die zijn vaak vanaf de oprichting al circulair en kunnen snel inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Een grote organisatie zoals IKEA heeft meer tijd nodig om die verschuiving te maken. De frisheid en snelheid van jonge startups inspireert ons en hebben wij nodig om de overgang naar een circulair business model te versnellen. We kunnen het ons dan ook niet meer veroorloven om niet meer buiten de deur te kijken”, reflecteert Pater.   

'Ingeleverde deuren krijgen een tweede leven door ze weer als tweedehands te verkopen'

De retailer is zelf ook al flink aan experimenteren om vorm te geven aan een toekomstig circulair businessmodel. Zo loopt er momenteel een pilot voor het verhuren van meubels aan jongeren in Amsterdam. IKEA heeft daarvoor vier meubelpakketten samengesteld die twee jaar lang voor € 20 tot € 30 per maand te huur zijn. De pilot loopt goed maar levert ook lessen op. “Een van de opties is dat klanten het meubelstuk aan het einde van de verhuurperiode kunnen kopen. Eigenlijk wil je dat niet omdat het dan eigenlijk een traditionele leaseconstructie is. Het doel is juist om de levensduur van het product te verlengen”, noemt Pater als voorbeeld.

Een andere proef die eraan komt is gericht op het verlengen van de levensduur van de populaire PAX-kasten. “Klanten kiezen meestal deuren die ze na een paar jaar weer willen veranderen omdat bijvoorbeeld het interieur op de schop gaat. In de pilot gaan we kijken wat het oplevert als klanten hun oude kastdeuren inleveren en korting krijgen op nieuwe deuren. De ingeleverde deuren krijgen een tweede leven door ze weer als tweedehands te verkopen”, vertelt Pater. En zo zijn er talloze andere mogelijkheden om de levensduur van producten te verlengen. “Denk aan een dienst waarbij klanten na een aantal jaren een andere hoes kunnen uitkiezen voor hun bank, waardoor deze weer een poos meegaat.” Wat uiteindelijk telt bij alle pilots zijn de mogelijkheden voor opschaling. Dit is volgens Pater een absolute voorwaarde. “IKEA is voor de massa. Het is pas interessant als een pilot opgeschaald kan worden en ook voor honderdduizend klanten werkt.”

Sociale impact

Naast alle duurzame initiatieven die IKEA op weg helpen naar een circulaire toekomst, is ook het sociale aspect sterk verankerd in de cultuur en waarden van IKEA. Het bedrijf heeft ‘eerlijk en gelijkwaardig’, als derde pijler in haar duurzaamheidsstrategie opgenomen. Daarmee wil het bedrijf in 2030 een positieve sociale impact hebben op iedereen in de waardeketen: van IKEA-medewerkers tot aan medewerkers van leveranciers en de gemeenschappen waarin zij leven. “Dit kan best een uitdaging zijn omdat de doelstellingen moeilijk te kwantificeren zijn”, geeft Pater toe. “Maar dat betekent niet dat er geen stappen worden gezet.”

'In 2030 willen we een positieve sociale impact op iedereen in de waardeketen hebben'

De meest zichtbare stap is de opname van producten van sociale ondernemers in het assortiment van IKEA. De sociale ondernemers zetten zich in voor het milieu en hebben maatschappelijke ambities rondom het aanpakken van armoede of het verbeteren van de positie van minderheden. “Een voorbeeld is de samenwerking met I-did, een sociale werkplaats waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken”, zegt Pater. “Twee jaar geleden maakten zij een collectie met placemats en onderzetters waarbij oude textielrestanten van IKEA werden hergebruikt. Binnenkort starten we een nieuwe samenwerking met hen voor gerecyclede viltproducten van ons eigen textiel restafval.”

En zo snijdt het mes aan twee kanten. Met de duurzaamheidsstrategie moeten uiteindelijk zowel de planeet als de mens erop vooruitgaan. Er is nog veel werk aan de winkel om de doelstellingen van 2030 te behalen maar IKEA is op de goede weg. “We zitten in een transformatie van massa consumptie naar massa circulariteit. Alle stappen tussen het productontwerp en het einde van de levenscyclus van onze producten willen we verduurzamen. En daarin nemen we de klant volledig mee”, besluit Pater. 

Lees meer over Ikea en duurzaamheid: 

Beeld: IKEA

Duurzame designstoel van gerecycled aluminium

De ontwerper Tom Dixon is gespecialiseerd in interieurproducten en in het bijzonder in metalen designs zoals meubels, verlichting en accessoires. Zo ontwierp Dixon in 2018 de meubelserie voor Ikea onder de naam Delaktig. Londen is de thuisbasis van de Britse ontwerper, maar daarnaast heeft hij ook vestigingen in New York, Tokio, Los Angeles en Hongkong.Design for recyclingHet samenwerkingsproject tussen topontwerper en Hydro begon eind 2018 en ontstond toen Dixon met het idee kwam om een stoel te ontwerpen die licht, robuust en recyclebaar was. Het doel van de samenwerking was om tot betere materiaalkeuzes te komen, waarbij de nadruk ligt op duurzaamheid en de end of life fase, oftewel de recyclingfase. Experts van Hydro adviseerden de ontwerper onder andere over de oppervlaktebehandeling en het ontwerp van de designstoel. Dixon: “Ik vind het heel belangrijk dat verschillende industrieën elkaar ontmoeten. Duurzaamheid speelt een cruciale factor in mijn ontwerpen en dat is één van de redenen waarom ik met aluminium werk. Door ideeën en kennis uit te wisselen kunnen we mooie dingen ontwerpen.”Volgens Hydro wint aluminium steeds meer aan populariteit onder industriële vormgevers vanwege de duurzame voordelen van het materiaal. Het Noorse energie- en aluminiumconcern wilt de designsector verder stimuleren om te ontwerpen met de nadruk op recycling. Daarom zijn zowel Hydro als Dixon deze maand aanwezig op de designweek in Milaan om de stoel van gerecycled aluminium te presenteren. Met die gedachte steunt Hydro ook Norwegian Presence, de Noorse tentoonstelling op de designweek in Milaan waar duurzaamheid en circulair ontwerpen een belangrijke rol spelen. Hydro heeft nauw samengewerkt met de betrokken designers; van de tekentafel tot de productie van de prototypes die in Milaan worden gepresenteerd. Aluminium als duurzaam materiaalHydro werkt samen met klanten uit alle sectoren om circulaire oplossingen mogelijk te maken. “Aluminium is toepasbaar in verschillende segmenten zoals in de transportsector, maar kan ook worden toegepast in meubilair, luchtmasten en boten”, vertelt Jean-Marc Moulin, sustainability director bij Hydro. Ondanks dat aluminium een duurzaam materiaal is, bestaan daar nog altijd veel misverstanden over. Moulin legt dit uit: “driekwart van het aluminium dat ooit is gemaakt, wordt nog steeds gebruikt. Het is licht, sterk en volledig recyclebaar. Hydro produceert meer dan 70 procent van het aluminium met behulp van hernieuwbare energiebronnen, waardoor de CO2-voetafdruk laag is.” Desondanks streeft het bedrijf naar nog een hogere mate van recycling om een circulaire economie te bevorderen. “We willen bij Hydro alle stappen in de keten verduurzamen: van delving tot aan de recycling ervan, zodat we echt duurzaam omgaan met onze grondstoffen”, zegt Moulin.Download de infographic over aluminiumKennisoverdracht Binnen het bedrijf speelt de kennisoverdracht een grote rol. Niet alleen met ontwerpers maar ook met klanten uit andere segmenten worden daarom regelmatig workshops georganiseerd om zowel op de technische aspecten als de duurzame kant van aluminium in te gaan.Volgens Moulin gaat de kennisoverdracht twee richtingen uit. “Enerzijds adviseren wij onze klanten over bijvoorbeeld het productonderhoud, de technische aspecten van een product of de combinatie van aluminium met andere materiaalsoorten. Anderzijds hebben we veel kennis over circulariteit en de end of life fase van aluminium, waardoor we onze klanten ook daarin kunnen adviseren.”Moulin ziet dat klanten steeds meer bereid zijn om mee te werken aan een circulaire economie en denkt dat de samenwerking met Dixon daaraan kan bijdragen. “De meeste klanten willen graag verduurzamen, maar ze hebben meestal nog een extra duwtje in de rug nodig om hun bedrijf ook daadwerkelijk te verduurzamen.”Beeld: Hydro en Wim Muylaert | Infographic: IvoGraphics.