Rianne Lachmeijer 20 september 2018, 11:45

Volgens planning en binnen budget: de succesformule achter een geslaagde renovatie

“Verduurzaming prediken via beleid en zelf niks doen; dat kan natuurlijk niet,” zegt Joyce Nelissen, directeur financiën van provincie Limburg. Daarom nam de provincie Croonwolter&dros in de arm voor een grootschalige renovatie. Daarmee gaat het Limburgse provinciehuis van energielabel G naar B, binnen budget en op schema. Hoe kregen zij dat voor elkaar?

Gouvernement officiele foto croonwolterdros

Het Gouvernement aan de Maas is een in het oog springend complex van gebouwen met verschillende afmetingen en schuine daken. Hoewel verhuizen naar een duurzaam, nieuw kantoor makkelijker was, koos de provincie ervoor om het bestaande, karakteristieke complex te renoveren. En onder de voorwaarde dat de ‘winkel’ tijdens de verbouwing open moest blijven.

'Vanuit onze voorbeeldfunctie vinden wij het de moeite waard om te investeren in verduurzaming'

Op het gebied van milieu levert de renovatie direct veel op, het financieel voordeel zal de provincie op langere termijn terugzien. “Vanuit onze maatschappelijke- en voorbeeldfunctie vinden wij het waard om te investeren in verduurzaming en natuurlijk gaan we er van uit dat we over een aantal jaren de investering terugverdienen, maar dat heeft nou eenmaal wat tijd nodig”, aldus Joyce Nelissen, directeur provincie Limburg.

De vervolgstap is al in zicht: “Aanvullend aan dit project gaan wij aansluiten op het warmtenet dat hier aan de overkant van de straat ligt”, zegt John Albertz, clustermanager Facilitaire Dienstverlening bij de provincie. Nelissen vult aan: “Dan zijn we in feite klaar om nog die stap naar energielabel A te kunnen maken.” Voordat deze stap wordt gezet, worden eerst nog de laatste renovatiemaatregelen afgerond. “Op dit moment loopt het volgens planning, binnen budget en de mijlpalen worden gehaald”, zegt Nelissen.

Verbeterde werkomstandigheden

De 2.329 raampanelen in het Gouvernement zijn voorzien van drielaagse beglazing. Dit verbetert de isolatie waardoor het ’s zomers koeler blijft en ’s winters de warmte beter wordt vastgehouden. Daardoor zal het gebouw minder energie verbruiken voor verwarming en koeling. Daarnaast krijgt het gebouw nieuwe klimaatbeheersing met onder andere klimaatplafonds en ventilatiesystemen. 

Mede door deze toepassingen verbetert het binnenklimaat van het Gouvernement van klimaatklasse C naar B. “In de praktijk biedt dit een constante temperatuur van 20.5 graden Celsius", zegt Albertz. "In het verleden hadden we last van tocht. In de winter lag de temperatuur op maandagen 17 graden of lager en in de zomer onder de daken liep het op tot 40 graden of meer. Met andere woorden: de investeringen in de technische voorzieningen leiden er toe dat de arbo-omstandigheden state of the art zijn.”  

'Verduurzaming gaat verder dan klimaatbeheersing'

Ook ledverlichting met bewegingssensoren en kleinere spoelingen voor de toiletten maken onderdeel uit van de renovatie. “De verduurzaming gaat dus verder dan alleen een stukje klimaat”, aldus projectmanager Edwin Roijers van Croonwolter&dros, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de renovatie.

“Wat het project bijzonder maakt is dat we echt het optimum hebben gezocht, en gevonden, tussen werktuigbouw, elektrotechniek en bouwkundige aanpassingen. In dit project is naar voren gekomen dat een optimaal duurzaam gebouw een samenspel is van alle verschillende factoren.”

Volgens de provincie Limburg leidt de renovatie tot 20 procent besparing op gas, 70 procent op elektraverbruik en 5 procent op watergebruik. Daarnaast wordt een CO2-reductie van 25 procent gerealiseerd. De besparingen op gas en CO2 zullen wijzigen als de provincie daadwerkelijk op het warmtenet aansluit.

Lees ook: Gedateerd jaren ‘90 kantoor wordt duurzame smart building

Succesvolle samenwerking

De provincie Limburg en Croonwolter&dros gingen samen op zoek naar de beste oplossingen die binnen het budget van 17 mln mogelijk waren. Doordat Croonwolter&dros vanaf het begin bij het ontwerp was betrokken, konden zij hun expertise inzetten voor verbeteringen. Zo verving de technisch dienstverlener na doorrekening het originele plan van warmteopwekking via Maaswater door opwekking op basis van buitenlucht.

 'Als je het doet, doe het dan goed'  

“Het was prijstechnisch aantrekkelijker, maar ook in het onderhoud. In Rotterdam kan het anders zijn, maar bij zo’n Maaswater-systeem aan het begin van de Maas, waar de Maas Nederland binnenkomt, is een hoogwaterstand aannemelijk. En bij hoogwater kan de hele installatie onderlopen waardoor er bijvoorbeeld slik en modder inkomt en je dus heel hoge onderhoudskosten krijgt. Dus op die manier hebben we daar onze inbreng gehad.”

Om het karakter van het gebouw te behouden heeft Croonwolter&dros in overleg met de provincie de originele architect geraadpleegd: “want zeker dat gebouw is neergezet met een bepaald gedachtengoed.” Roijers vertelt dat Croonwolter&dros het beeld en de uitstraling van het gebouw wilden waarborgen. “De gangzones hebben we bijvoorbeeld niet aangepast, omdat daar een bepaald gedachtengoed achter zat, maar in de uitwerking hebben we het wel verder verduurzaamd door specifieke, grote, ronde armaturen in een led-uitvoering te maken.”

Lessons learned

Zowel Croonwolter&dros als provincie Limburg zijn tot dusver tevreden over het project. Voor andere kantooreigenaren die aan de slag gaan met verduurzamingen hebben zij een aantal tips. “Ik zou vooral willen adviseren om kritisch te zijn en blijven doorvragen”, zegt Nelissen. “In ons geval hebben we er miljoenen met elkaar uitgehaald door naar nut en noodzaak te kijken en het doel voor ogen te houden: verduurzamen. Hoe doen we dat op de meest goede, slimme en duurzame manier. En niet goedkoop, want dat is duurkoop. Dus we hebben echt die balans gezocht.”

Albertz vult aan: “Als je begint aan zo’n project dan wil je meestal het meest innovatieve, maar uiteindelijk hebben wij gekozen voor de bewezen technologie. Een systeem waarvan je weet dat het resultaat biedt. Dat heeft ons niet alleen geholpen in de kwaliteit die we nu hebben, maar ook op financieel gebied.”

“Als je het doet, doe het dan goed: met verstand”, vindt Roijers. Hij pleit voor een goed fundament van waaruit op termijn verdere verduurzaming zonder veel aanpassingen mogelijk is. Voor hem ligt dat goede fundament vaak in de kwaliteit van het afgifteapparaat zoals een klimaatplafond. “Die basis is hier gewoon, er ligt een heel gedegen fundament om verder te komen.”

Meer dan alleen gebouwverduurzaming

De duurzaamheidsambities van de provincie Limburg gaan verder dan alleen de verduurzaming van het provinciehuis. In het coalitieakkoord dat de provincie in 2015 sloot, is onder andere beleid op verduurzaming en energie geformuleerd. “Vanuit de politiek staat duurzaamheid al drie jaar dik op de agenda”, stelt Nelissen.

'Vanuit de politiek staat duurzaamheid al drie jaar dik op de agenda'

Zo heeft de Provincie enkele fondsen in het leven geroepen om het voor particulieren in Limburg aantrekkelijker te maken geld te lenen voor verduurzaming van hun huizen. Ook komt verduurzaming terug in het inkoopbeleid van de Provincie en bij renovaties van de andere kantoren. Inmiddels hebben dertien provinciale gebouwen minimaal klimaatklasse C en in een nieuw meerjarig onderhoudsplan worden alle elementen, die nog aan verduurzaming toe zijn, meegenomen.

In maart volgend jaar zijn er weer verkiezingen voor de Provinciale Staten, maar Nelissen verwacht dat dit geen impact heeft op de duurzaamheidsambities van de provincie. “Het thema is niet meer weg te denken. Denk daarbij ook aan het nationaal klimaatakkoord”, zegt de directeur. Wat de uitslag van de verkiezingen in maart ook zal zijn, één ding is zeker: De leden van de Provinciale Staten zullen dan zetelen in een duurzamer provinciehuis.

Lees verder: Directeur Croonwolter&dros: ‘Gebouwen gaan energie leveren’

Afbeeldingen: © PROVINCIE LIMBURG

"Exponentiële datagroei duurzame uitdaging voor ICT-sector"

Wat is in een woord de bijdrage die digitalisering levert en/of gaat leveren aan de transitie?Het zorgt voor een betere efficiency en daarmee energiebesparing in alle sectoren van de economie. Met behulp van ICT kunnen we bijvoorbeeld realtime het energieverbruik van machines monitoren. Een gedetailleerd inzicht in het verbruik is niet alleen een tool om mogelijk energie te besparen, het is ook een middel om het productieproces zelf te verbeteren. Neem zoiets als een waterzuiveringsinstallatie. Als voor dat proces geleidelijk het energieverbruik stijgt kan dat duiden op een pomp die moet worden schoongemaakt. Door in dit geval dus nauwkeurig het energieverbruik te monitoren kun je enerzijds besparen op energie en anderzijds het productieproces verbeteren. Daarnaast is ICT cruciaal voor het slim afstemmen van vraag op het steeds grotere aanbod van duurzame energie. Om in de waterwereld te blijven; het moment dat een gemaal wordt aangezet kun je afstemmen op het aanbod van duurzame energie. Door het toepassen van “slim malen” kan een deel van de vraag van het energieverbruik verschoven worden.In welke sectoren kan digitalisering het grootste verschil maken?Uit onderzoek van het Global e-Sustainability Institute (GeSI) blijkt dat de potentie bij de industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit het grootst is. Recent onderzoek in opdracht van RVO laat zien dat bij de industrie de combinatie van efficiënte elektrische aandrijving en digitalisering een CO2-reductie kan opleveren van 18 tot 26 procent. Daarnaast kan ook in de gebouwde omgeving nog veel winst behaald worden. Denk aan sensoren die meten waar in een kantoor mensen aanwezig zijn en daar vervolgens het energieverbruik op afstemmen. Voor de optimalisatie van logistieke systemen wordt al veel gebruik gemaakt van ICT, maar ook voor optimaal weggebruik is ICT onmisbaar.Digitalisering is dus een belangrijk middel in de transitie. Daar staat tegenover dat de ICT-sector zelf erg energie-intensief is. Wat doet de sector zelf?Allereerst heeft het genoemde GeSI-onderzoek aangetoond dat ICT bijna tien keer meer energie kan besparen dan de sector zelf gebruikt. Dat wil niet zeggen dat we als sector op dat vlak geen uitdagingen hebben. De verwachting is dat door de vestiging van nieuwe grote datacenters (oa Google, Microsoft, red.) het verbruik zal toenemen. Maar tot nu toe slaagde de sector er in om met behulp van efficiencyverbeteringen de energievraag nagenoeg stabiel te houden. Afgezet tegen een jaarlijkse datagroei van 40 procent is dat een knappe prestatie. In de Meerjarenafspraken die we met de overheid hebben vastgelegd zit de sector op koers. Al in 2015 heeft de sector de doelstellingen voor 2020 gehaald. Zo is 80 procent van het stroomverbruik van de sector duurzaam. De helft daarvan is in Nederland opgewekt. Ook het slimme gebruik van restwarmte van datacenters biedt veel duurzame kansen. Lees ook: ICT-sector heeft ambitieuze plannen voor energie-efficiëntie tot 2020Een jaarlijks datagroei van 40 procent, dat is gigantisch. In hoeverre is het beperken van het dataverkeer een mogelijkheid om die energiebehoefte iets te temperen? Beperken is lastig. Ik denk niet dat we tegen de consument kunnen zeggen: “We zitten aan ons datalimiet. U kunt nu even geen Netflix gebruiken. Wel is de technologie sterk in ontwikkeling om de datagroei te blijven ontkoppelen van energieverbruik. Voor de verdere toekomst is de toepassing van fotonica bijvoorbeeld veelbelovend. Daarnaast is er ruimte om het dataverkeer beter te spreiden. Welk datacenter pakt welke datastromen op. Of neem batch verwerkingen die je kunt plannen op een optimaal tijdslot. Bijvoorbeeld de verwerking van PIN-betalingen. Die hoeven niet in alle gevallen realtime verstuurd te worden, maar kun je ook prima ’s nachts verwerken. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden waarin data niet meteen nodig is. Hiermee is er een stuk flexibiliteit die op termijn een rol kan gaan spelen in het slim afstemmen van de vraag op het meer flexibele aanbod van energie.Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie. Lees volgende week meer over de kansen van digitalisering  in een interview met Marlous Agterberg, Research & Valorisation manager bij het KIN Center for Digital Innovation.Eerder verschenen in deze serie:Jeroen Cox, KPN: ‘Naast een flesje cola ook een pakketje uit de automaat' Jos Blom, Alliander: ‘Digitalisering gaat alle energievragers en -aanbieders met elkaar verbinden’ Afbeelding: Shutterstock