Joyce de Thouars 04 juli 2018, 07:20

Zo helpt biophilic design bij verduurzaming kantoorgebouw

Bij de verduurzaming van gebouwen wordt vaak eerst aan besparingen op het gebied van energie en water gedacht. Maar duurzaamheid gaat ook over de mensen die in de gebouwen wonen en werken. Zij blijken baat te hebben bij een interieur dat ontworpen is op basis van biophilic design, met natuurlijke elementen in de hoofdrol.

Interface co2

Biophilic design zorgt ervoor dat mensen opnieuw verbinding maken met de natuur. En dat wordt met de toenemende verstedelijking en de tijd die mensen binnen doorbrengen steeds belangrijker. “Volgens onderzoek brengen mensen nu al meer dan 90 procent van hun tijd binnen door”, vertelt Jan Peter van Deutekom, product portfolio director bij tapijtfabrikant Interface. “En een recent Amerikaans onderzoek laat zien dat mensen gemiddeld 11 uur per dag digitaal bezig zijn.”

De toepassing van biophilic design gaat veel verder dan het plaatsen van planten in het interieur. Denk ook aan grote ramen met uitzicht op groen, het overzicht in een gebouw, muren begroeid met mos, tapijten met natuurlijke patronen en ruimtes waar mensen zich terug kunnen trekken.

Wat is nieuw aan biophilic design?

Het ontwerpen met natuurlijke elementen is op zichzelf niet nieuw. “Dat gebeurt al honderden jaren”, zegt Helmich Jousma, teamleader concept design bij Interface. “Maar de aandacht voor het positieve effect dat biophilic design op de mens heeft, dat is wel nieuw.”

Zo laten studies zien dat een hogere productiviteit en een lager werkverzuim door stress gerelateerd zijn aan een slim ontwerp van de werkruimte. “Bovendien komt het toepassen van biophilic design in kantoorinterieur ten goede aan de inspiratie en creativiteit”, voegt Jousma toe.

'Mensen in een werkomgeving met natuurlijke elementen scoren hoger'

Een groot internationaal onderzoek genaamd Human Spaces toonde enkele jaren geleden aan dat de productiviteit en het welzijn van mensen in een biophilic werkomgeving toeneemt. Het bleek dat deelnemers die in een omgeving met natuurlijke elementen werkten een 15 procent hogere score voor welzijn rapporteerden. De productiviteit bleek 6 procent hoger te liggen, en creativiteit zelfs 15 procent.

Jousma en zijn team zijn daarom de laatste jaren druk bezig met het maken van een vertaalslag, van de theorie van biophilic design naar kantoorinterieur. “Een voorbeeld van hoe dit zich vertaalt, is het overzicht in een kantoor. Vanuit de prehistorie houden mensen van overzicht: waar is mijn voedsel- en waterbron?”, legt Jousma uit. “In een kantoor kan je dat ook creëren door in een opslag duidelijk te hebben waar je moet zijn om informatie te halen, waar je koffie kan krijgen enzovoort.” Een ander voorbeeld is de natuurlijke behoefte van de mens om zich soms terug te trekken. “Op kantoor kunnen daar speciale ruimten voor ontworpen worden. Dat is heel goed voor de creativiteit.”

Waarom een slimme werkomgeving meer oplevert

Biophilic design draagt bij aan de verbetering van het welzijn en de productiviteit van werknemers. Dat maakt het ook vanuit een businessperspectief belangrijk om in te zetten op een slim en natuurlijk ontworpen interieur. “Ongeveer 90 procent van de bedrijfskosten zit in mensen. Dat maakt het de belangrijkste kostenpost van een bedrijf”, stelt Van Deutekom. De impact van verbeteringen aan het interieur kunnen daarom enorm zijn.

Merken de geïnterviewden zelf ook de impact van een slim ontworpen werkomgeving? “Ik heb niet gemeten of jij nu meer doet dan een paar jaar geleden”, grapt Van Deutekom tegen Jousma. Op andere locaties van het bedrijf zijn wel metingen gedaan. “Bij onze nieuwe showroom in Krefeld hebben we heel duidelijk welzijn naast de traditionele duurzaamheidsaspecten zoals materiaal en watergebruik meegenomen in ons onderzoek”, vertelt Jousma. Van Deutekom vult aan: “We hebben ook een nieuw verkoopkantoor in Parijs wat volgens de Well Building standaard is gebouwd, compleet met biophilic design elementen. Daar gaan we nog metingen uitvoeren maar de medewerkers zijn in ieder geval heel enthousiast.”

'Duurzaamheid wordt nog nauwelijks bij eindgebruikers meegewogen'

Nog niet veel bedrijven weten wat een duurzaam ontworpen werkomgeving kan opleveren. Vaak wordt onterecht verondersteld dat duurzaamheid meer geld kost. Een marktonderzoek van Interface wijst uit dat duurzaamheid nauwelijks bij eindgebruikers wordt meegewogen. “Dat is best frustrerend”, geeft van Deutekom toe. “In Nederland blijkt dat slechts 3 procent van de vloerbedrijven duurzaamheid belangrijk vindt bij de aanschaf van een vloer. Voor ontwerpers en architecten ligt dat op 20 procent.”

De cijfers verbazen Jousma omdat hij in zijn veld andere ervaringen op doet. “Ik merk tijdens alle ontmoetingen dat het wel degelijk leeft onder architecten en ontwerpers. Al zie ik wel verschillen. In Scandinavië is de interesse voor duurzaamheid bijvoorbeeld een stuk groter”, vertelt Jousma.

Vorig jaar heeft Interface DesignLAB opgericht om biophilic design meer bekendheid te geven. Het is een community voor ontwerpers en architecten, die inmiddels al verschillende panelsessies, discussies en workshops heeft gehad over het ontwerpen van ruimtes die positief zijn voor mens en planeet.  “Dat was ook erg interessant voor ons”, reflecteert Jousma. “Wij leren op deze manier namelijk wat er in de markt speelt en kunnen zelf input geven.”

Door de natuur geïnspireerde tapijttegels

Hoe komt biophilic design terug in de tapijttegels die de fabrikant maakt? “Dat komt terug door willekeurige patronen. Wij waren de eerste partij die het random design op de markt bracht”, stelt Van Deutekom. Behalve de positieve impact op het welzijn van mensen blijken dergelijke patronen ook andere duurzaamheidsvoordelen op te leveren.

Zo levert een tapijt met een willekeurig patroon van herfstbladeren bijvoorbeeld minder afval op. “Dat geldt voor de productieprocessen maar ook tijdens het leggen van het tapijt. Stukjes die je aan de zijkant afsnijdt kan je ook aan de andere kant gebruiken. Doordat het een bladerdek is maakt het geen verschil”, legt van Deutekom uit. Door het willekeurige patroon zijn de tegels ook makkelijk uitwisselbaar. “Dat is handig als een versleten of vuile tegel bijvoorbeeld vervangen moet worden.”

Duurzame materialen

De tapijttegels worden met duurzame grondstoffen ontworpen. “Meer dan de helft van de grondstoffen die wij gebruiken is biobased of gerecycled”, licht Van Deutekom toe. “Het doel is uiteraard om dit naar 100 procent te krijgen.”

Een voorbeeld van de gebruikte grondstoffen zijn garen uit visnetten van gemeenschappen uit de Filippijnen. Dit project is zo succesvol dat het wordt uitgebreid naar Zuid-Amerika. “En dan kijken we nog naar wat we met het afval van de plastic soep kunnen doen”, vervolgt Van Deutekom. “We zouden dit kunnen gebruiken voor de rug van de tegels maar daar zitten uiteraard wel technische complicaties aan.” Een andere gerecyclede grondstof die het bedrijf gebruikt is de folie die als tussenlaag van autoruiten wordt gebruikt. “Die kunnen we gebruiken als grondstof in onze tapijtrug. Dat is een mooie toevoeging aan de visnetten die we al gebruiken.”

Foto: Interface

‘Analoog aan het energieakkoord moet er ook een landbouwakkoord komen’

Het PBL presenteert het essay vandaag in Madurodam in Den Haag. Ruud Huirne, directeur Food & Agri Rabobank, Jacob Bartelds, vicevoorzitter LTO Nederland, Hester Maij, gedeputeerde van de provincie Overijssel, en Johan Verhagen, woordvoerder verkleining veestapel Schiermonnikoog, zijn hier onder andere bij aanwezig.Download hier het essayVerandering is lastig voor de boerDe Nederlandse landbouw heeft zich na de Tweede Wereldoorlog dankzij intensivering, schaalvergroting en kostprijsverlaging ontwikkeld tot een hoogproductieve, kennisintensieve en internationaal concurrerende sector. Daar staat tegenover dat voor een grote groep boeren het inkomen onder druk staat en dat de milieudoelen niet behaald worden.De afgelopen decennia zijn er allerlei maatschappelijke initiatieven ontplooid, commissies in het leven geroepen, innovaties gedaan en adviesrapporten verschenen om te zoeken naar oplossingen en nieuwe mogelijkheden. Maar op slechts een klein percentage van het landbouwperceel zijn alternatieve, duurzame vormen van landbouw van de grond gekomen."Er lopen talloze pilots over duurzame teelt”, zegt Joris Baecke, bestuurslid LTO Nederland. “Die kennis bereikt de boeren niet. Het ontbreekt ook aan een praktische vertaling, zodat boeren ermee aan de slag kunnen."LandbouwakkoordVolgens het PBL is het aanscherpen van de regelgeving, waardoor deze nog fijnmaziger en complexer wordt, in ieder geval geen goede oplossing. Maar wat dan wel? PBL-directeur Hans Mommaas: "Analoog aan het energieakkoord moet er ook een landbouwakkoord komen. Een platform met veel partijen moet met elkaar om de tafel om bindende afspraken te maken. De overheid is als eerste aan zet om dit platform van de grond te krijgen."Dit landbouwakkoord zal de overheid samen met het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en boerenorganisaties moeten ontwikkelen op basis van drie voorwaarden die in het essay worden genoemd. Belangrijk is dat er ook wordt aangegeven hoe de betrokken partijen de verduurzaming van de landbouw daadwerkelijk gaan verwezenlijken.  Voorwaarden voor het landbouwakkoordTen eerste vraagt een koerswijziging richting duurzame verdienmodellen voor boer en leefomgeving volgens het PBL om een breed gedragen toekomstbeeld. Dat vergt politieke onderhandeling over hoe het landschap, de voedselvoorziening en de natuur eruit moeten zien en wat we hiervoor overhebben.'Afspraken over nieuwe verdienmodellen moeten met de hele keten gemaakt worden'Schaalverkleining is volgens Ruud Huirne, directeur Food & Agri bij Rabobank, echter geen oplossing. “Schaalvergroting is een algemeen fenomeen en is niet specifiek een probleem voor de landbouw. In plaats van schaalverkleining moeten we voorlopers meer stimuleren, financieel, maar ook door hen minder regels op te leggen."Daarnaast is er helderheid nodig over de rol die ondernemers, banken, regio’s en de Rijksoverheid gaan vervullen. De landbouw is namelijk een complex geheel aan relaties, afhankelijkheden en contracten dat samenkomt op het erf van de boer. Hester Maij, gedeputeerde provincie Overijssel: "Afspraken over nieuwe verdienmodellen moeten daarom niet alleen met de boeren worden gemaakt, maar met de hele keten."Ten slotte stelt het PBL dat een koerswijziging alleen kan plaatsvinden met een nieuwe aanpak gericht op het ontwikkelen van andere verdienmodellen en het omgaan met verliezen. Met deze aanpak kan er volgens het PBL een nieuw wenkend perspectief voor de Nederlandse landbouw ontwikkeld worden waarin de Rijksoverheid een belangrijke rol zal vervullen.Lees verder:Minister: 'Alle landbouwgronden in 2030 duurzaam beheerd'​ Nederlandse boeren zien duurzame landbouw als oplossing Ruud Huirne: ‘Moderne boer is naast voedselproducent ook marketeer van duurzaamheid’ Bron: Planbureau voor de Leefomgeving | Foto: Adobe Stock