Chris Thijssen 17 juli 2017, 09:11

VolkerWessels bouwt duurzaam hoofdkantoor en dc van Eosta

Eosta, distributeur van biologische groente en fruit, bouwt samen met VolkerWessels Vastgoed en VolkerWessels Logistics Development een nieuw hoofdkantoor en distributiecentrum in Waddinxveen. Het gebouw is ontworpen door Thomas Rau en wordt voorzien van verschillende duurzame elementen.

Shutterstock 676706578

Eosta bouwt het nieuwe pand van 19.500 vierkante meter met het oog op de snelle groei die het bedrijf doormaakt. In het gebouw wordt de werkwijze van de distributeur, die focust op transparantie en ecologische en sociale duurzaamheid, weerspiegeld.

Zonne-energie en ledverlichting

Zo krijgt het kantoor een open opzet. Verder bestaat de ambitie om zonnepanelen te plaatsen voor de opwekking van energie en krijgt het pand uitsluitend ledverlichting.

Daarnaast vangt het dak regenwater op voor hergebruik in de omliggende kassen van tuinders. Naar verwachting wordt het project halverwege 2018 opgeleverd.

Duurzaam vastgoed

“Wij zijn trots dit duurzame project te mogen realiseren”, zegt Marcel Schipper, directeur VolkerWessels Vastgoed. “De ambities van Eosta sluiten naadloos aan bij onze ervaring als duurzame en innovatieve ontwikkelaar.”

Eosta gaat het hoofdkantoor en distributiecentrum voor een periode van minimaal vijftien jaar huren van eigenaar Elof European Logistics.

Lees ook:

Bron: VolkerWessels | Foto: Shutterstock.com

EVIS (Engie): ‘Echte impact in de energietransitie met integrale oplossingen’

EVIS werd een half jaar geleden opgericht door Engie, om geïntegreerde en innovatieve oplossingen te bieden aan klanten in (vooralsnog) drie gebieden: smart area, smart building en smart industry. Door verschillende disciplines, innovaties en technieken te bundelen in één integrale oplossing, hoopt EVIS grotere slagen te maken in de transitie naar een duurzame samenleving.“Een integrale aanpak houdt in dat we heel veel vraagstukken, zoals energiebesparing, duurzame energieopwekking, mobiliteit en digitalisering, samenbrengen in één project”, vertelt Frenken (foto, links). “De klant klopt dan ook niet bij ons aan voor een bepaalde technologie of innovatie, maar vraagt om een eindoplossing.”Engie merkte dat steeds meer klanten naar een dergelijke aanpak op zoek waren, waardoor EVIS werd opgericht. Juist om deze klanten optimaal te bedienen.Integrale oplossingHoewel Frenken integraliteit als essentiële factor ziet in de energietransitie, zijn huidige structuren daar vaak nog niet op ingericht. Verschillende elementen voor, bijvoorbeeld, een duurzaam bedrijventerrein worden los van elkaar ingekocht en uitgevoerd. “Wij willen die zorg juist overnemen van klanten, door hoger in de keten te zitten en één integrale oplossing te bieden.”Ook voor Engie zelf is de focus op integrale oplossingen een interessante. Het bedrijf is van oudsher immers opgedeeld in verschillende disciplines en kolommen. Frenken: “Als je van oudsher georganiseerd bent in kolommen, is integraal werken geen voor de hand liggende reflex. Maar met de integrale aanpak van EVIS willen we die verticale kolommen juist horizontaal doorsnijden, om nóg succesvoller te zijn, zowel als bedrijf als in de energietransitie.”"Juist in projecten met een grote omvang kan je op integraal niveau impact maken"GebiedsontwikkelingDe aanpak van EVIS komt vooral goed tot zijn recht in gebiedsontwikkelingsprojecten. “Engie heeft de ambitie om leider te zijn in de energietransitie en Engie’s expertise, van energie tot services, zie je allemaal terug op gebiedsniveau”, legt Frenken uit. “Daar komen eigenlijk alle elementen bij elkaar, van slimme mobiliteit tot duurzame energieopwekking. Daarnaast komt de integrale aanpak beter tot zijn recht op een groot bedrijventerrein; juist in projecten met een grote omvang kan je op integraal niveau impact maken.”Een goed voorbeeld hiervan is bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard (zie hoofdafbeelding) in Ridderkerk. Engie sloot recentelijk een concessieovereenkomst voor de duurzame energievoorziening van dit terrein in de aankomende 25 jaar. Nieuw Reijerwaard heeft de ambitie om het duurzaamste bedrijventerrein van Europa te worden op het gebied van productie, distributie en levering van duurzame energie. Het terrein moet zelfs energiepositief worden, door middel van zonnepanelen, windturbines en duurzame koude- en warmteoplossingen. Frenken: "Dit project is precies waar we als bedrijf op inzetten: op integrale wijze aan de slag met de energietransitie, in samenwerking met lokale partijen en partners."SamenwerkingDie samenwerking is essentieel, weet Frenken. “We voeren projecten nooit alleen uit, maar altijd in samenwerking met anderen. Van start-ups tot overheidsinstanties en leveranciers”, zegt hij. “Engie is een breed georiënteerd bedrijf en heeft misschien negen van de tien puzzelstukjes zelf in huis om de beoogde oplossing te bereiken. Maar om een project echt compleet te maken, is samenwerking onmisbaar.”Zo kan een start-up bijvoorbeeld net dat stukje expertise bieden dat Engie mist. Hier staat tegenover dat een start-up door de samenwerking met Engie meteen op de kaart gezet wordt en onderdeel wordt van een groter geheel. Frenken: “Start-ups en corporates hebben elkaar veel te bieden. Wanneer je de expertise en flexibiliteit van start-ups combineert met de implementatiekracht van grote corporates, ontstaan er mooie dingen.”“Elke samenwerking is anders”, vervolgt de algemeen directeur van EVIS. “Soms gaan we de samenwerking aan met een externe partij, maar soms treden we enkel op als investeerder. Soms draaien we het om en brengen we een intern bedrijf juist naar buiten.”Dit laatste was het geval met e-nolis, een intern bedrijf van Engie, dat een slimme sofwaretool ontwikkelde om de echte energieprestaties van vastgoed inzichtelijk te maken: de Energy Navigator. Uit onderzoek van e-nolis bleek dat slechts 35 procent van alle panden presteert conform het toegewezen energielabel. Frenken: “Dat is een belangrijke tool, die we niet alleen voor Engie wilden houden. Daarom besloten we om e-nolis extern te zetten, wat samenwerkingen in de toekomst natuurlijk niet uitsluit.”"Er wordt nog te veel gefocust op één bepaalde toepassing, niet op de eindoplossing"EnergietransitieOok in brede zin ziet Frenken integraliteit als een sleutel tot succes, zeker in de energietransitie. Tegelijkertijd merkt hij op dat het nog niet genoeg wordt toegepast: “Er wordt erg gepolariseerd. Neem duurzame energieopwekking. Zonne-energie, windenergie, biomassa; het lijkt soms alsof je maar van één oplossing fan kan zijn, maar ze complementeren elkaar juist. Er wordt nog te veel gefocust op één bepaalde toepassing, niet op de eindoplossing. Maar daar gaat het juist om: wat wil je onder de streep bereiken?”Frenken heeft een achtergrond in de ruimte- en luchtvaart, sectoren die het bovenstaande perfect illustreren. “Het lanceren van een raket is zo erg aan het randje van wat mogelijk is, dat alles perfect op elkaar afgestemd moet zijn. Met andere woorden: als alle disciplines niet samenkomen, heb je ook geen eindproduct. Hetzelfde principe geldt voor de luchtvaart: als er niet wordt samengewerkt, komt een vliegtuig ook niet van de grond.”“In de duurzame energiesector is de drang er nog niet genoeg om samen te werken”, vervolgt hij. “Om dat te bereiken, moet er opener gepraat worden over de verschillende belangen van de betrokken partijen. Dan worden creatievere oplossingen mogelijk.” Tegelijkertijd is Frenken hoopvol gestemd: “Er zijn een aantal koplopers die de integrale aanpak al in de praktijk brengen.”Een goed voorbeeld hiervan is de realisatie van een groot, open warmtenet in Zaandam, dat gebruik zal maken van de restwarmte van het Amsterdamse Afval Energie Bedrijf. Frenken: “Een groot compliment aan alle partijen die meedoen. Hier zie je dat verschillende belanghebbenden, van gemeente tot woningcorporatie tot netbeheerder, in staat zijn om gezamenlijk een verduurzamingsslag te maken. Een mooi voorbeeld van organisatorische integratie.”“Nu het duidelijk wordt dat de doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord echt behaald moeten worden, wordt de integrale aanpak steeds urgenter”, besluit Frenken. “Dan kom je er al snel achter dat je gezamenlijk veel meer kan bereiken.”Foto's: Engie