Chris Thijssen 06 april 2017, 15:50

Leer van druivenschillen wint innovatieprijs van H&M

Leer gemaakt van druivenschillen en -stengels. Deze innovatie is door de H&M Foundation beloond met een geldbedrag van € 300.000. Ook een Nederlandse innovatie won een prijs.

Shutterstock 125458919

Dat maakt de H&M Foundation bekend in een persbericht. De stichting riep het publiek onlangs op om te stemmen op de vijf geselecteerde finalisten voor de Global Change Award, een jaarlijkse innovatiewedstrijd op het gebied van duurzame kleding. Op basis van de publieksstemmen zou de H&M Foundation een geldbedrag van € 1 mln verdelen over de finalisten.

Duurzame kledingindustrie

Het idee van de Italiaanse ontwerper Rossella Longobardo voor het maken van leer van druivenschillen en -stengels, werd door het publiek gekozen als winnaar. Behalve een geldbedrag van € 300.000 krijgt de ontwerper ook toegang tot een eenjarige innovatie-accelerator.

In een reactie zegt Longobardo in een volgende stap te willen overschakelen van een pilot naar daadwerkelijke productie op industriële schaal. Doel is volgens de ontwerper het opstarten van een ‘groene en diervriendelijke revolutie’ binnen de leerindustrie.

Zonne-energie

Op de tweede plaats eindigde een concept van ontwerpers uit de Verenigde Staten en Zwitserland, waarbij met water, plantaardig afval en zonne-energie afbreekbaar nylon wordt geproduceerd in plaats van met olie. Deze innovatie is beloond met een geldbedrag van € 250.000.

Biotextiel van koeienmest

De drie overige inzendingen eindigden gelijk, en ontvangen elk een geldprijs van € 150.000. Een van deze innovaties komt van de Eindhovense ontwerper Jalila Essaïdi, die koeienmest kan omzetten in duurzaam biotextiel. Vorig jaar toonde de ontwerper al een modecollectie gemaakt van dit textiel.

Essaïdi deelt de derde plaats met een innovatie waarbij denim wordt geverfd met hergebruikt denim en met de inzending van een RFID-draad in kledingstuk, die inzichtelijk maakt van welke materialen een kledingstuk is gemaakt.

Bron: H&M Foundation | Foto: Shutterstock.com

Energie-intensieve industrie gaat megabesparing toch realiseren

Dat schrijft minster Henk Kamp van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Lange tijd leek het erop dat de energie-intensieve industrie deze doelstelling niet zou gaan halen. De bedrijven liepen daarmee het risico dat de regering via wetgeving de afspraken uit het energieakkoord moest gaan afdwingen. De betrokken industriepartijen weten dat met het pakket in extremis te voorkomen.Kamp: “Met het Energieakkoord uit 2013 heeft het kabinet, samen met alle betrokken maatschappelijke partijen, een belangrijke stap in de energietransitie gezet. Met de uitvoering van het Energieakkoord liggen we goed op koers, maar de energie-intensieve industrie bleef nog achter. Met dit akkoord nemen ook zij uiteindelijk hun verantwoordelijkheid om te komen tot een forse energiebesparing.”Een door de industrie zelf gesloten akkoord heeft voor Kamp de voorkeur boven verplichtende maatregelen vanuit de overheid. “Dit besparingsakkoord past het beste in de aanpak die we met de partijen van het Energieakkoord beogen en toont aan dat alle partijen van het Energieakkoord gecommitteerd blijven aan het uiteindelijke doel ervan: een duurzame energievoorziening in een CO2-arme samenleving.”FlexibiliteitDe energie-intensieve bedrijven hebben in het akkoord individuele besparingsafspraken gemaakt die optellen tot totaal 9 Petajoule. Dit staat gelijk aan een hoeveelheid gas en elektriciteit die verbruikt wordt door 135.000 huishoudens. Haalt een bedrijf  zijn individuele doelstelling niet, dan is het bedrijf verplicht tot het voldoen van een financiële sanctie. Onderling kunnen bedrijven wat ze meer besparen of te weinig, uitruilen.Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW: “De afspraken van dit akkoord geven de bedrijven de flexibiliteit en ruimte om te zorgen dat de doelen uit het Energieakkoord gehaald worden.”De verplichting van besparing van 9 Petajoule vloeit voort uit het Energieakkoord. Hierin was een totale energiebesparingsdoelstelling van 100 Petajoule opgenomen.De energie-intensieve sector omvat bedrijven uit onder meer de raffinageindustrie, chemische industrie en de metaalsector. Deze bedrijven zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik en de totale uitstoot van CO2 in Nederland.Het voorstel van de industrie is positief beoordeeld door het Energieonderzoek Centrum Nederland, (ECN). Het plan zal verder worden afgestemd met de partijen van het Energieakkoord.Kamp wijst in zijn brief op het voorbeeld van Tata Steel. Het bedrijf streeft verbetering van energie-efficiëntie na in haar warmbandwalserij op haar vestiging in IJmuiden. Tata Steel vervangt twee energieslurpende ovens door ovens die werken volgens een ander principe. Dit is een investering voor de lange termijn, waarbij strategisch ingezet wordt op CO2- en energiebesparing en niet op korte termijn financieel rendement, aldus de minister.Bron: Rijksoverheid | Foto: Zhao jian kang/Shutterstock