Chris Thijssen 26 januari 2017, 07:00

Voedselsector ondertekent Green Deal voor minder verspilling

Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) ondertekent donderdag namens de supermarkt- en foodservicesector de Green Deal ‘Over de Datum’. Daarmee werkt de sector aan een vermindering van voedselverspilling door de consument.

Shutterstock 128797129

De Green Deal wordt ondertekend tijdens de Nationale Voedseltop, die donderdag in Den Haag plaatsvindt. Naast het CBL zetten staatssecretaris Van Dam, minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu, FNLI, de Nederlandse Zuivel Organisatie en Wageningen University & Research hun handtekening.

Volgens de partijen die de Green Deal ondertekenen, hebben consumenten moeite met de interpretatie van de verschillende datumaanduidingen op verpakkingen van voedsel.

Houdbaarheidsdatum

Zo weet slechts 38 procent van de consumenten het verschil tussen ten minste houdbaar tot (THT) en te gebruiken tot (TGT), stelt het CBL. 16 procent van de consumenten zou voedsel dan ook direct na de THT-datum weggooien. In 2013 verspilde de consument circa 47 kilo per persoon, zo’n 800 miljoen per jaar.

Een goede omgang met houdbaarheidsdata op voedingsmiddelen door consumenten kan 14 kilo aan voedselverspilling per persoon per jaar voorkomen, stelt het CBL op basis van onderzoek van bureau CREM. Dat komt neer op in totaal 238 miljoen kilo per jaar. Alle inspanningen moeten leiden tot minimaal een halvering van de totale voedselverspilling door de consument in 2025.

Communicatie

Supermarkten willen consumenten volgens het CBL beter informeren over de betekenis van en de omgang met houdbaarheidsdata. Daarnaast zijn supermarkten bereid om via hun communicatiemiddelen tips te geven over het bewaren en bereiden van voedsel.

Het bureau roept zijn leden daarnaast op om THT-data niet korter vast te stellen dan nodig, voor optimaal behoud van kwaliteit. Bovendien roept zij haar achterban op om daar waar de Europese regelgeving dit toestaat, geen houdbaarheidsdatum op een verpakking te zetten, tenzij daar een uitlegbare reden voor is.

Voedselverspilling

De supermarkt- en foodservicesector richt zich volgens het CBL ook op het terugdringen van de voedselverspilling binnen de eigen organisaties en de voedselketen in zijn geheel.

Bron: Centraal Bureau Levensmiddelenhandel | Foto: Shutterstock.com

JCDecaux: ‘Circulaire bushokjes vinden elders tweede leven’

“JCDecaux biedt gemeentes verschillende producten en diensten. Ons meest bekende product is de Abri, een wachtvoorziening bij een bushalte”, vertelt Joris Duindam, strategic development manager bij JCDecaux. “In plaats van dat steden allemaal zelf apart investeren in soms vele honderden bushokjes, doet JCDecaux dat. Deze Abri’s bieden wij, inclusief hoogwaardig beheer en onderhoud, voor een lange periode aan in ruil voor het recht op reclame-exploitatie op deze objecten.”Na een contractperiode van tien tot vijftien jaar worden de producten grondig nagekeken en waar nodig gereviseerd. Duindam: “Zo vervangen we bijvoorbeeld verouderde technologie. Denk hierbij aan de vervanging van TL-verlichting door LED. Het bushokje blijft eigendom van JCDecaux en kan opnieuw worden ingezet in een andere stad.”Volgens Duindam leidt dit circulaire concept van JCDecaux tot gebruik van duurzame materialen en hoogwaardig onderhoud van meubilair in tijdloze ontwerpen. Het concern werkt bijvoorbeeld samen met gerenommeerde architecten als Philip Cox en Norman Foster, van wie de laatste onder andere verantwoordelijk is voor het ontwerp van ’s werelds duurzaamste luchthaven in Mexico. Door zulke samenwerkingen aan te gaan, zegt JCDecaux zijn duurzame straatmeubilair wereldwijd toegankelijk te maken.Levenscyclus verlengenWanneer het stadsmeubilair van JCDecaux Nederland aan het eind van een contractperiode wordt teruggenomen, gaat het naar een depot in Almere voor revisie. Het stadsmeubilairbedrijf heeft hierbij de ambitie de levenscyclus van zijn producten te verlengen. “We willen voorkomen dat de restwaarde van onze producten in de prullenbak belandt”, zegt Willem Duvekot, technisch directeur bij JCDecaux. De bruikbare onderdelen van teruggekomen stadsmeubilair past het concern zoveel mogelijk toe bij de revisie van andere producten en waar mogelijk bij het maken van nieuwe producten.Duvekot: “Wanneer meubilair nog voldoende bruikbare onderdelen bevat die wij zelf niet meer kunnen gebruiken, bijvoorbeeld omdat een gemeente de voorkeur geeft aan een ander model, dan gaan deze naar onze interne marktplaats voor herbruikbare onderdelen. Deze marktplaats is wereldwijd toegankelijk voor alle dochterondernemingen van de JCDecaux Groep. De onderdelen komen zo terecht in een circulatiesysteem waarvan vestigingen in meer dan 75 landen gebruikmaken. Het kan dus zomaar dat onderdelen van het bushokje bij u om de hoek na een contract naar een andere stad of buurland reizen.”Hoogwaardig hergebruikVolgens de technisch directeur komt het ook voor dat straatmeubilair tijdelijk in het depot wordt opgeslagen door wegwerkzaamheden of gebiedsontwikkeling. “De objecten worden ook dan waar nodig gereviseerd. De spullen worden dan dus als nieuw weer in de steden geplaatst, met optimale kwaliteits- en veiligheidsnomen,” aldus Duvekot.Wanneer onderdelen echt niet meer geschikt zijn voor hergebruik, worden ze gerecycled. Dat gebeurt onder meer met bepaald glas of metaal, maar ook met alle buitenreclame-posters. “Deze bieden we aan een bedrijf aan dat het papier hoogwaardig recyclet voor schrijfblokjes en boeken.”Duurzame innovatiesHet feit dat JCDecaux zelf verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van zijn straatmeubilair draagt volgens Duindam bij aan de ontwikkeling van circulaire verdienmodellen en productinnovaties. “Binnen het bedrijfsconcept van integraal haltebeheer zal een exploitant meebewegen met technologische ontwikkelingen en de wensen die in de loop der jaren in slimme steden ontstaan. Het is immers eenvoudiger eigen meubilair aan te passen en door te ontwikkelen.”“Een ander voordeel van ons concept is dat we zelf in de hand hebben dat onze producten er verzorgd bij staan. Dit is relevant voor adverteerders die hun posters graag in een goed verlicht, heel en schoon bushokje willen zien. Daarbij kunnen we binnen dit dienstenmodel meer investeren in duurzame materialen, zodat we meubilair na de concessie nogmaals kunnen inzetten en we verspilling reduceren.”Ook ziet JCDecaux kansen de leefbaarheid in steden te vergroten met de inzet van circulaire producten. “De concentratie van mensen in steden is de ideale voedingsbodem voor circulaire innovaties. Gebruik wordt meer en meer los gezien van bezit van middelen en we zullen meer met elkaar gaan samenwerken”, zegt Duindam.TotaaloplossingDe strategic development manager geeft aan dat JCDecaux zijn plek in de steden steeds meer met andere dienstverleners deelt. Een voorbeeld is de installatie van kleine antennes van telecomproviders op Abri’s met als doel de prestaties van het 4G-netwerk te versterken. Een ander voorbeeld zijn luchtkwaliteitssensoren, die JCDecaux op reclamepanelen in Utrecht heeft geplaatst.Het is mogelijk dat gemeentes er toch voor kiezen zelf bushokjes te kopen en het beheer en de reclame-exploitatie apart in de markt te zetten. Duindam: “Dit leidt echter tot een wirwar aan betrokken partijen, minder snelle service in de publieke ruimte en bovendien een hele berg schroot aan het eind van het contract. We zien dat wereldwijd steeds meer gemeentes onze visie delen en juist stimuleren om met één partij hergebruikt meubilair in te zetten.”Foto's: JCDecaux (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)