Chris Thijssen 01 december 2016, 07:01

Vlaamse voedingssector wil CO2-uitstoot fors verlagen

Fevia Vlaanderen, de federatie van de Vlaamse voedingsindustrie, stelt als doel om tegen 2030 CO2-uitstoot van de sector met 245.000 ton te verminderen.

Bread 1563305 1920

Dat meldt Fevia Vlaanderen in een bericht.

De beoogde CO2-reductie komt volgens de federatie overeen met een daling van 15 procent ten opzichte van 2014. Volgens Fevia Vlaanderen slaagde de Vlaamse voedingsindustrie er de afgelopen jaren in om zijn energieverbruik ‘drastisch’ terug te dringen.

CO2-reductie

“De Vlaamse voedingsindustrie heeft de voorbije jaren sterk ingezet op het reduceren van de CO2-uitstoot en het verhogen van de energie-efficiëntie. De sector realiseerde daardoor tussen 1990 en 2014 een CO2-reductie van maar liefst 34 procent”, zegt Jan Vander Stichele, voorzitter van Fevia Vlaanderen, in het bericht.

“Om de ambitieuze Vlaamse klimaatdoelstellingen te halen, die rond de 35 procent CO2-reductie ten opzichte van 2005 liggen, moeten we de inspanningen nog opdrijven. De Vlaamse voedingsbedrijven zullen dan ook hun steentje bijdragen met concrete acties.”

Voedselverspilling en circulaire economie

Met acht concrete actiepunten wil de federatie de uitstoot dit energieverbruik nog verder terugdringen. De actiepunten omvatten onder meer het integreren van energiezuinige technieken en hernieuwbare energie, engagement tonen op het gebied van voedselverspilling en actief bijdragen aan de circulaire economie.

“Voedselverlies beperken en actief bijdragen aan de circulaire economie zijn twee belangrijke pijlers van ons klimaatengagement”, zegt Nadia Lapage, secretaris-generaal van Fevia Vlaanderen, in het bericht. “Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld door nieuwe hoogwaardige toepassingen voor de nevenstromen te ontwikkelen. Zo kan draf (bierbostel, red.), een restproduct van de bierproductie, vezels en eiwitten aan brood toevoegen en cholesterolverlagend werken. De winnaar van de Fevia-innovatiewedstrijden toonde met zijn product Specornoos, een ijshoorntje op basis van broodresten, dat er nog tal van mogelijkheden zijn.”

Bron: Fevia Vlaanderen | Foto: public domain

Business check-up: Bio-afbreekbare verpakkingen

Business caseVoedselproducten zijn in grote getallen verkrijgbaar in verpakkingen, die uit plastic zijn vervaardigd. De plastic verpakking moet het voedselproduct langer vers houden en consumenten voorzien van onder andere voedingsinformatie. De inzameling, het sorteren en recyclen van de verpakkingen blijkt echter een grote uitdaging te zijn, waardoor het plastic op de stortplaats of in oppervlaktewateren belandt en zo zijn weg vindt naar de oceaan. Om dit probleem tegen te gaan, zoeken verschillende bedrijven actief naar oplossingen in verpakkingen die biologisch afbreken.Zo hebben Singaporese onderzoekers een verpakkingsmateriaal uit het extract van grapefruitzaden en het bio-afbreekbare polymeer chitosan ontwikkeld. Het polymeer is een afvalproduct dat afkomstig is van de garnalenindustrie. Ook in Cuba werken onderzoekers met duurzame verpakkingen van chitosan. Een eetbare beschermlaag van het polymeer op groenten en fruit zouden de producten na de oogst kunnen beschermen tegen ziektes en bederf.Naast biologisch afbreekbare materialen, bieden ook eetbare verpakkingen een oplossing tegen het plasticafval. Een goed voorbeeld is het gebruik van het dierlijke eiwit caseïne, dat in melk voorkomt, om eetbare plasticfolie te produceren. Dat doen Amerikaanse onderzoekers van de U.S. Department of Agriculture.Door de stof citruspectine aan het materiaal toe te voegen, zeggen de onderzoekers de structuur van de verpakking te verstevigen. Het doorzichtige en eetbare materiaal kan daardoor gebruikt worden als verpakking voor onder andere kaas of boter. Ook zien de wetenschappers mogelijkheden om caseïne te gebruiken als spraycoating om producten als mueslirepen of cornflakes te beschermen tegen bederf.SchaalbaarheidVolgens de onderzoekers van de U.S. Department of Agriculture zijn vergelijkbare materialen voor duurzame en eetbare verpakkingen al op de markt te vinden. Deze verpakkingen zijn gemaakt van zetmeel. De eetbare verpakkingen van zetmeel hebben echter niet de zuurstof-blokkerende eigenschappen die de verpakking van melkeiwit heeft. Door de toevoeging van citruspectine zou de verpakking van caseïne ook beter bestand zijn tegen hoge temperaturen.In de toekomst verwachten de wetenschappers vitaminen toe te voegen aan de eetbare verpakking, waardoor het duurzame materiaal bij kan dragen aan de gezondheid van consumenten. Wanneer kleinere eenheden van voedselproducten, zoals blokjes kaas of koekjes, met het eetbare materiaal worden verpakt, is een grotere verpakking van niet eetbaar materiaal vereist om de producten hygiënisch te houden. Dan komen de onderzoekers terug op het gebruik van plastic of karton.Een duurzaam materiaal dat biologisch afbreekt en geen plastic verpakking nodig heeft, gebruikt de Indiase start-up Bakeys bij het vervaardigen van eetbare lepels. De lepels zijn gemaakt van gierst, rijst en tarwe. Hiermee wil het bedrijf de hoeveelheid afval die wordt veroorzaakt door wegwerpbestek terugdringen. De lepel van Bakeys is sterk genoeg om te overleven in heet water, zoals bij het eten van soep of het drinken van thee. Volgens de start-up is het bestek daarnaast smaakvol, voedzaam en drie jaar houdbaar. Wanneer de lepels niet worden opgegeten en alsnog worden weggegooid, breken ze binnen 45 dagen af. In de natuur kunnen ze ook worden gegeten door dieren."Veel plasticsoorten zijn gelabeld als biologisch afbreekbaar, zoals boodschappentassen, maar ze breken alleen af bij een temperatuur van 50 graden Celsius en dat gebeurt dus niet in de oceaan"MilieuwinstUit onderzoek blijkt dat plastic verantwoordelijk is voor 60 tot 80 procent van de hoeveelheid afval die in de oceaan belandt. Plastic bevat chemicaliën die schadelijke effecten op de gezondheid teweeg kunnen brengen, zoals obesitas en een verhoogde kans op ziektes als kanker. Daarnaast breken de plastic deeltjes moeilijk af in de oceaan, waardoor ze het mariene ecosysteem beschadigen.Een onderzoeksrapport van de Verenigde Naties (VN) toont aan dat biologisch afbreekbare verpakkingen geen oplossing bieden voor het plasticafvalprobleem in de oceaan. “Het is goed bedoeld, maar fout”, zegt Jacqueline McGlade, hoofdonderzoeker bij het UN Environment Programme, in een interview met The Guardian. “Veel plasticsoorten zijn gelabeld als biologisch afbreekbaar, zoals boodschappentassen, maar ze breken alleen af bij een temperatuur van 50 graden Celsius en dat gebeurt dus niet in de oceaan. Bovendien drijven de plastics niet, waardoor ze zinken en niet worden blootgesteld aan UV-straling om te kunnen afbreken.”In 2014 werd er meer dan 311 miljoen ton plastic geproduceerd voor onder andere verpakkingen en industriële processen, beschrijft de VN in het onderzoeksrapport. Dit aantal zal volgens een onderzoeksrapport van de Ellen MacArthur Foundation in 2050 verviervoudigen, waardoor er meer plastic in de oceaan zal zijn dan vissen. Naast de ontwikkeling van duurzame alternatieven als eetbare verpakkingen, zouden er volgens de VN meer maatregelen moeten worden getroffen om de inzameling en verwerking van plastic efficiënter te laten verlopen om het plasticafvalprobleem effectief aan te pakken en het milieu te beschermen. Deze Business check-up is tot stand gekomen in samenwerking met Yara Noordewier. Foto: Hoofdafbeelding: NOAA Photo Library via Flickr, Creative Commons, In tekst-afbeelding: Wanna Be Creative via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)