Fitria Jelyta 25 oktober 2016, 18:15

‘Multinationals moeten duurzamer ondernemen'

Lang niet alle beursgenoteerde bedrijven in Nederland maken gebruik van de Oeso-richtlijnen om duurzaam te ondernemen. Deze richtlijnen beschrijven de verwachtingen van de Nederlandse overheid op het gebied van internationaal zakendoen en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

2710933334 5ae6a48a6b o

Dat blijkt uit onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). De richtlijnen van de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) bieden Nederlandse multinationals handvatten om met kwesties als ketenverantwoordelijkheid, mensenrechten, kinderarbeid en corruptie om te gaan.

Duurzaam ondernemen en transparantie

De Oeso-richtlijnen vormen volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken het uitgangspunt voor het Nederlandse internationale MVO-beleid. De richtlijnen zijn aangepast aan het internationale MVO-beleid, zoals de UN Guiding Principles, en worden door 46 landen onderschreven.

Volgens de Nederlandse overheid zijn bedrijven die de Oeso-richtlijnen hanteren transparanter en minder risicovol. Daarnaast krijgen de bedrijven gemakkelijker financiering en zijn ze minder gevoelig voor maatschappelijke druk.

Duurzame multinationals

In zijn onlangs gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Commitment to OECD Guidelines for Multinational Enterprises by Dutch stock listed companies’ beschrijft VBDO dat 30 procent van de zestig ondervraagde beursgenoteerde bedrijven volgens de Oeso-richtlijnen werkt. De Nederlandse overheid wil echter dat 90 procent van de Nederlandse multinationals bij internationaal zakendoen aan de Oeso-richtlijnen voldoet.

Zo roept het Nationaal Contactpunt voor de Oeso-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (NCP), dat onder andere toepassing van de richtlijnen bevordert, CEO’s van Nederlandse multinationals op om de richtlijnen publiekelijk te hanteren als referentiekader voor hun MVO-beleid. Multinationals kunnen bijvoorbeeld in hun jaarverslag aantonen dat zij de Oeso-richtlijnen volgen.

Bewustzijn vergroten

Uit het onderzoek van VBDO blijkt dat de ondervraagde bedrijven zich nog niet allemaal bewust zijn van de toegevoegde waarde van de Oeso-richtlijnen. Na het onderzoek stelt VBDO dat negen van de zestig ondervraagde bedrijven de richtlijnen daadwerkelijk zal toepassen.

Vijftien bedrijven zeggen dit in de toekomst te doen. Om de toepassing van de Oeso-richtlijnen te bevorderen, adviseert VBDO dat implementatie van de richtlijnen zo praktisch mogelijk moet zijn voor de bedrijven.

Duurzame bedrijven

Daarnaast zou het NCP een belangrijke rol kunnen spelen door bijvoorbeeld goede voorbeelden van andere bedrijven te delen en praktische implementatiehandvatten te bieden die aansluiten op de kernactiviteiten van de betreffende bedrijven.

In zijn oproep aan multinationals die de Oeso-richtlijnen nog niet hebben toegepast, noemt het NCP onder andere AkzoNobel, KPN, Rabobank en Unilever als succesvolle bedrijven die aan de richtlijnen voldoen. 

Bron: VBDO, NCP | Foto: Seattle Municipal Archives via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

100.000 hectare nieuw bos tegen klimaatverandering

Dat stelt de Nederlandse bos- en houtsector in het Actieplan Bos en Hout. Nederland heeft nu 356.000 hectare boslandschap, dat is 9 procent van de oppervlakte van het land. Door zowel bosuitbreiding als een productiever en duurzamer beheer van huidige en nieuwe bossen, kan de productie van Nederlands hout worden verhoogd, stelt de sector.Door het hout vervolgens slimmer te gebruiken in hoogwaardige toepassingen, houdt het materiaal gedurende een lange periode CO2 vast, zo is in het actieplan te lezen. De bos- en houtsector verwacht dat het Nederlandse bos met deze acties in 2050 4 megaton per jaar kan opslaan.Daarnaast biedt investeren in bos economische kansen voor de houtsector. Ook leveren investeringen een “mooi bos met grotere biodiversiteit en recreatiemogelijkheden” op.Duurzame energieIn het actieplan doen de initiatiefnemers een voorstel voor een mogelijke verhouding van de aanleg van nieuw bos. Zo zou 20.000 hectare bos kunnen worden geplant op bestaande natuur- en recreatieterreinen, zoals areaal dat nu nog grasland is. 5.000 hectare kan op nieuwe natuur- en recreatieterreinen worden gepland.Daarnaast zien de initiatiefnemers mogelijkheden voor de aanleg van 20.000 hectare energiebossen en -landschappen, waarin verschillende functies worden gecombineerd. Zo zijn de bossen geschikt voor zowel houtproductie als voor energieopwekking, recreatie en biodiversiteit.Duurzame landbouwVerder kan 25.000 hectare nieuw bos dienen als gebied voor agroforestry - gecombineerde land- en bosbouw. Deze grootte komt neer op 1 procent van het Nederlandse landbouwareaal en betreft terreinen die minder geschikt zijn voor landbouw en veeteelt. Tot slot is in het plan 30.000 hectare aan tijdelijke natuur gereserveerd op landbouwgronden, industrieterreinen en bouwgrond.De initiatiefnemers benadrukken dat voor bosuitbreiding ter plekke een afweging moet worden gemaakt tussen economische, sociale en natuurwaarde van het bestaande landgebruik ten opzichte van het bos dat daarvoor in de plaats komt. In de verdere uitwerking van het plan zal dat volgens hen zorgvuldig worden beoordeeld.  Ondertekening intentieovereenkomstDe bos- en houtsector overhandigt het plan woensdag tijdens de Nederlandse Klimaattop aan staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu. De staatssecretaris tekent de intentieovereenkomst om het plan de komende decennia uit te voeren.Ondertekenaars van het plan zijn de Nederlandse bos- en houtsector, bestaande uit onder meer boseigenaren, bosbeheerders, houtproducenten en de houtverwerkende industrie. Daarnaast zetten natuur- en milieuorganisaties, zoals Natuur & Milieu en het platform Bio-Energie, hun handtekening.Bron: Staatsbosbeheer | Foto: public domain