Fitria Jelyta 03 oktober 2016, 12:05

S&P: ‘Nieuwe evaluatiemethodes voor duurzame bedrijven’

Standard & Poor’s ontwikkelt twee nieuwe evaluatiemethodes voor de uitgifte van green bonds en het beoordelen van de duurzame bedrijfsvoering van organisaties.

6355318323 dc829c9599 o

De zogeheten Green Bond Evaluation Tool moet een schatting geven van de milieu-impact van projecten, die door groene obligaties worden gefinancierd. Doel van de evaluatiemethode is om projecten te beoordelen die klimaatverandering tegengaan. Deze projecten verminderen broeikasgasemissies en ontwikkelen klimaatadaptatie om de invloed van natuurlijke rampen te verminderen.

‘Duurzame beleggers willen meer inzicht’

Daarnaast wil de kredietbeoordelaar bedrijven die groene obligaties uitgeven beoordelen op basis van de toepassing van ESG-data (Environmental, Social, Governance). “In reactie op de groeiende interesse vanuit de markt, geloven wij dat onze voorgestelde instrumenten een unieke beoordeling van de risico’s bieden, die verbonden zijn aan duurzaamheid op de middellange tot lange termijn”, zegt Michael Wilkins, head of environmental & climate risk research, in een persbericht.

“Beleggers hebben ons verteld dat ze meer zinvol inzicht willen ontwikkelen in de ESG-kenmerken van schuldbewijzen en rechtspersonen. Wij geloven dat deze twee methodes zullen helpen bij het bereiken van deze doelstelling.”

Volgens S&P meet het ESG-toetsingskader de invloed van een bedrijf op zijn natuurlijke en sociale omgeving en de duurzame maatregelen die het toepast om negatieve invloeden van de bedrijfsvoering op het milieu te verminderen. Daarnaast geeft de ESG-evaluatiemethode inzicht in de mogelijke verliezen die een bedrijf lijdt bij gebrek aan duurzaamheidsmaatregelen.

Duurzaamheid en kredietwaardigheid

De twee beoordelingsmethodes zijn echter niet bedoeld om de kredietwaardigheid van organisaties te beoordelen. “Met kredietwaardigheid kijken we naar het vermogen van een bedrijf om zijn schulden volledig en op de afgesproken termijnen te kunnen aflossen”, zei Wilkins eerder in een interview met DuurzaamBedrijfsleven Media.

“Het is goed mogelijk dat hoe groener een bedrijf is, des te beter het zijn leningen kan terugbetalen en risico’s kan verminderen, maar er is meer bewijs nodig om dit hard te maken. Wanneer een organisatie in duurzaamheid investeert en daarmee een hogere cash flow genereert, dan draagt dat direct bij aan de kredietwaardigheid van de organisatie.”

Met de ontwikkeling van de nieuwe beoordelingsmethodes streeft de kredietbeoordelaar naar de toepassing van ESG-data om de gevolgen van zowel duurzame als niet-duurzame praktijken te kunnen aantonen en vervolgens mee te nemen in de kredietanalyse. 

Bron: S&P | Foto: 401(K)2012 via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

FrieslandCampina wil weidegangtoeslag met € 0,50 verhogen

Dat meldt FrieslandCampina in een persbericht. De verhoging van € 0,50 wordt door de onderneming gefinancierd. Het zuivelconcern wil de weidegangtoeslag verhogen om weidegang bij zijn leden-melkveehouders verder te stimuleren.Weidegang zou zowel voordelen opleveren voor koeien als voor de melkhouder en het milieu. Zo zou de koe in de wei minder angst en pijn ervaren en minder antibiotica nodig hebben. Daarnaast kan weidegang een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit en aan de aanwezigheid van weidevogels. In 2015 paste 77,9 procent van de 12.618 leden-melkveehouders van FrieslandCampina een vorm van weidegang toe. In 2014 lag dat aandeel op 77,2 procent. Doel is dat in 2020 weer 81,2 procent van de leden-melkveebedrijven weidemelk leveren, op het niveau van 2012.Duurzaamheid en weidegangPiet Boer, voorzitter Zuivelcoöperatie FrieslandCampina, in het persbericht: “Voor het succes en de continuïteit van de leden-melkveebedrijven, de coöperatie en de onderneming is het van belang om continu te blijven presteren en verbeteren op ketenkwaliteit, transparantie, duurzaamheid en weidegang.”FrieslandCampina evalueert zijn melkgeldreglement en de winstverdeling elke drie jaar, waarna deze voor een periode van drie jaar opnieuw worden vastgesteld. De aanpassingen worden de komende periode tijdens ledenbijeenkomsten in de loop van 2016 besproken.Bron: FrieslandCampina | Foto: FrieslandCampina