Erik Verheggen 01 oktober 2016, 10:57

Zo geven TNO en ECN samen een impuls aan de energietransitie

Het toegepaste energieonderzoek van ’s lands bekendste instituten, ECN en TNO, worden onder één dak gebracht.

5874031354 a9fe66b3ea o

Dat heeft minister Henk Kamp van Economische Zaken vrijdag bekendgemaakt. Er komt één herkenbaar onderzoekscentrum onder de verantwoordelijkheid van TNO. Het nieuwe onderzoekscentrum Energieonderzoek Centrum Nederland moet op 1 januari 2018 van start gaan.

Paul de Krom, CEO van TNO, in een persbericht: "Deze bundeling is enorm goed nieuws, omdat het de noodzakelijke transitie naar een duurzame energievoorziening en –toepassing een grote inhoudelijke impuls geeft.”

Duurzame energie

TNO en ECN kennen al een lange en intensieve samenwerking op het gebied van duurzame energie. Zo werken beide organisaties al samen in Solliance aan de ontwikkeling van nieuwe toepassingen van zonnecel-technologie en ontwikkelen ze binnen VoltaChem systemen om duurzame energie flexibel in te zetten in de chemische industrie.

Nadat het energieonderzoek samengaat met TNO, blijven in ECN nog de nucleaire activiteiten van de Nucleair Research and Consultancy Group (NRG) en het verwerken en afvoeren van historisch radioactief afval bestaan.

NRG, dochteronderneming van ECN voor nucleair onderzoek in Petten, is Europees marktleider in de levering van medische isotopen voor geneeskundige toepassingen. Daarnaast is de onderneming verantwoordelijk voor de veilige afvoer van historisch, nucleair afval dat in Petten opgeslagen ligt.

Subsidies

Het onderzoek en advies dat ECN uitvoert als 'rekenmeester' van het kabinet op het gebied van energiesubsidies, de Nationale Energieverkenning en diverse beleidsmaatregelen, wordt ondergebracht bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Op deze manier wordt de onafhankelijkheid van het rekenmeesterschap gegarandeerd.

Ook op het gebied van food-innovaties ontstaat ook een groot Nederlands onderzoekscentrum, zegt Kamp. Wageningen Research heeft een sterke positie als onderzoeksorganisatie voor agro, biobased, natuur en voeding & gezondheid.

Door de overheveling van TNO's expertise op het gebied van voedsel naar Wageningen ontstaat 'hét Nederlandse onderzoekscentrum voor voedselinnovatie'. Dit zogenoemde Dutch Food Initiative gaat een krachtige regierol vervullen voor toegepast onderzoek naar voeding & gezondheid. De nieuwe samenstelling van beide kennisinstituten zal per 1 januari 2018 een feit zijn.

Bron: Rijksoverheid, TNO | Foto: Paulo Valdivieso, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

De ‘echte prijs’ als business case voor duurzaamheid

Elk product in de supermarkt brengt maatschappelijke kosten met zich mee, die worden gemaakt tijdens de productie, verkoop en consumptie ervan. Voorbeelden van deze ‘verborgen kosten’ zijn CO2-uitstoot, vervuiling, land- en watergebruik en de uitputting van grondstoffen. Maar ook sociale kosten, zoals onderbetaling en uitbuiting, behoren tot deze groep.Deze kosten vindt de consument in veel gevallen niet terug in de prijs. Toch betaalt die consument er uiteindelijk de prijs voor, in de vorm van belasting. En in veel gevallen worden de kosten doorgeschoven naar volgende generaties of naar mensen in ontwikkelingslanden.De sociale onderneming True Price bepaalt de echte prijs van bedrijven over de hele wereld door middel van true pricing. “True pricing is het bepalen van de externe kosten van producten”, zegt Michel Scholte, directeur externe zaken en medeoprichter van het bedrijf. “Daarbij laten we zien wat de sociale kosten en milieukosten in de gehele waardeketen zijn. Hierbij kun je denken aan onderbetaling van arbeiders, grondstoffenverbruik, watervervuiling en klimaatverandering. Doel is producten te verbeteren en te verduurzamen.”"Met true pricing kun je dus de business case voor duurzaamheid laten zien"Verborgen kostenBij het meten en waarderen van deze ‘verborgen kosten’ kijkt True Price naar alle stappen in de keten. "Over al die stappen, zoals graven, filteren, vervoeren, assembleren en verkoop, heb je output-producten, zoals olie en plastic. Al die producten hebben sociale en ecologische kosten”, legt Scholte uit. “Neem het delven van een grondstof: daarbij komen aspecten als veiligheid, gezondheid, salaris en het recht op vereniging van arbeiders kijken. Op milieugebied spelen er zaken als het onttrekken van schaarse grondstoffen en materialen, de uitstoot van CO2, watervervuiling, et cetera. Die aspecten maken we zichtbaar en we bepalen de kosten ervan.”De sociale en ecologische kosten zijn uit te rekenen per product, investering of bedrijf. Voor bedrijven als AkzoNobel, DSM, Bam en Tony’s Chocolonely maakte True Price al een dergelijke berekening.Maatschappelijke kosten terugdringenVolgens Scholte helpt de echte prijs een bedrijf om zijn maatschappelijke kosten terug te dringen. Hiervoor is het van belang om de maatschappelijke kosten naast de financiële kosten en baten te zetten. Met true pricing kun je dus de business case voor duurzaamheid laten zien, zegt Scholte. De business case kan positief uitvallen en dan is het belangrijk dat bedrijven een investering doen, die zich terugverdient. “Denk bijvoorbeeld aan minder grondstoffen en watergebruik, alternatief transport, hernieuwbare energie.”Toch is de business case voor een beter bedrijf niet altijd positief, weet Scholte. “Zo zien we dat het oplossen van onderbetaling, dus het bieden van een leefbaar loon, gewoon geld kost.”“Ons doel is niet dat de winkelprijs hoger wordt, maar dat consumenten betere keuzes kunnen maken"Tony’s ChocolonelyEen voorbeeld is de betaling van boeren en landarbeiders in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld op cacaoplantages. “Wanneer je mensen meer betaalt, gaan ze niet twee keer zo hard werken. Je weet dus dat dat een kostenpost is, en daar kun je op anticiperen”, zegt Scholte.“Stel, je hebt een chocoladereep uit Ivoorkust die € 1,20 kost (zie infographic). Als we kijken naar de echte prijs, waarbij arbeiders niet worden onderbetaald, zou de reep € 1,60 moeten kosten. Er is dus sprake van € 0,40 onderbetaling van je personeel, of je betaalt te weinig voor de grondstoffen die je gebruikt. Als je die € 0,40 wel betaalt, dan heb je een duurzaam product. Je kunt dan van alle producten die je verkoopt laten zien waarom de prijs is zoals die is en er heel rationeel je strategie omheen bouwen.”Zo nam chocoladeproducent Tony’s Chocolonely in 2014 samen met True Price zijn productieketen onder de loep. Om zijn mensen op de plantages meer te kunnen betalen, besloot het merk de prijs van zijn chocoladereep te verhogen. In een bericht aan de consument legde het bedrijf duidelijk uit waarom de prijs omhoog ging.Download de infographicNiet duurderBetekent dit dat producten duurder worden? “Ons doel is niet dat de winkelprijs hoger wordt, maar dat consumenten betere keuzes kunnen maken”, zegt Scholte. "Daarnaast helpen we bedrijven om die verborgen kosten zoveel mogelijk terug te dringen."Dat het terugdringen van die verborgen kosten een product niet per definitie duurder maakt, blijkt uit het voorbeeld van een rozenkweker in Kenia, voor wie True Price de productieketen bekeek. “Voor € 0,70 per stengel heb je een mooie roos van deze kweker. Maar daar komt eigenlijk € 0,20 aan externe kosten bij voor onderbetaling. In plaats van die kosten boven op te prijs van € 0,70 te rekenen, besloot de kweker voor een andere transportvorm te kiezen", zegt Scholte."Door van luchtvracht over te stappen op goedkopere – en duurzamere - zeevracht, kon hij besparen op financiële kosten. Daardoor ontstond ruimte om de arbeiders een leefbaar loon te betalen, zonder dat het uiteindelijke product duurder wordt. Daarnaast werd de business duurzamer. Bovendien kan de kweker de consument uitleggen waarom hij deze prijs betaalt.”Infographic: Robin de Boer, In tekst-foto: public domain