Fitria Jelyta 20 juni 2016, 09:45

Zwitsers maken techniek voor volledig ‘slim wonen’

Door alle digitale en energie-intensieve apparatuur in het huishouden met elkaar te laten ‘communiceren’, kunnen bewoners besparen op het energiegebruik en comfortabel wonen.

11386565276 ddae722c96 o

Het Internet of Things (IoT)-concept van de Zwitserse Ecole Polytechnique Federale de Lausanne (EPFL) bestaat uit kleine elektronische instrumenten die in huishoudelijke apparatuur worden verwerkt. Zo kunnen alle apparaten in een woning, die energie verbruiken met elkaar communiceren. De elektronische instrumenten zijn vervolgens op afstand te bedienen via een smartphone op tablet.

Dit maakt het mogelijk voor gebruikers om bijvoorbeeld te controleren of bepaalde apparatuur in het huis, zoals het fornuis, is uitgeschakeld wanneer ze zich niet in de woning bevinden. Wanneer blijkt dat het fornuis niet is uitgeschakeld, kan de gebruiker dat alsnog doen via zijn smartphone of tablet. Hiermee zeggen de wetenschappers de veiligheid in de woonomgeving te kunnen verhogen.

“Met de juiste instrumenten zijn we in staat om de juiste beslissingen te maken voor optimaal gebruik van energie”

Gebruikersprofiel

Naast het laten communiceren van apparatuur, houdt het systeem van EPFL het energieverbruik van de apparatuur bij. Ook monitort de techniek de frequentie waarmee verschillende apparaten in het huishouden worden gebruikt. Op basis van de verzamelde gegevens, maakt het systeem een profiel aan van de gebruiker.

Zodra de gebruiker het systeem inschakelt, worden alle apparatuur in het huis aangestuurd volgens de wensen van de gebruiker. Verder geeft het systeem inzicht in hoe het slimme huis reageert op zijn omgeving en in de belasting op het elektriciteitsnet.

Optimaal energiegebruik

Volgens de wetenschappers is het ingewikkeld om de milieu-impact van het energieverbruik voor comfortabel wonen in getallen uit te drukken. Het moet bewoners echter niet beletten om de milieu-impact te minimaliseren, vinden de onderzoekers. “Met de juiste instrumenten zijn we in staat om de juiste beslissingen te maken voor optimaal gebruik van energie”, zegt Maher Kayal, wetenschapper bij EPFL.

“Ons hoofdzakelijke doel is om de gebruiker iets bij te brengen over zijn energiegebruik en om de gebruiker actief te betrekken bij het beheren van zijn energiegebruik. Zo moeten ze afstappen van volledig geautomatiseerde systemen die menselijke interactie niet mogelijk maken.”

Duurzaamste nieuwbouw

In Nederland is een vergelijkbaar systeem al toegepast in het duurzame kantoorgebouw The Edge van Deloitte. Met het lichtsysteem van Philips kunnen medewerkers de verlichting en temperatuur van hun werkruimte via een smartphone-app regelen volgens hun persoonlijke voorkeur. Voor de slimme technologie in het Amsterdamse kantoor heeft Deloitte de internationale prijs Breeam Awards gewonnen in de categorie duurzaamste nieuwbouw. 

Bekijk hieronder meer over het slimme IoT-woonconcept van EPFL:

Bron: EPFL | Foto: mo1229, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Hoe de industrie 95 procent CO2-reductie bereikt in 2050

Dat blijkt uit een nieuw voorstel dat donderdag is aangeboden aan Mark Dierikx, directeur-generaal Energie van het ministerie van Economische Zaken. Dat gebeurde tijdens het VEMW-congres ‘Samen op weg naar minder’.In Nederland is de energie-intensieve industrie, grootgebruikers als raffinaderijen, de chemiesector, de metallurgische industrie en de papierindustrie, goed voor een kwart van het totale energiegebruik. Om hun CO2-uitstoot ingrijpend te reduceren, is optimalisatie van bestaande processen niet langer toereikend, stelt het plan.Daarvoor zijn systeeminnovaties nodig. Ook zal een aantal bedrijven hun verdienmodel op de schop moeten nemen. De industrie is naar eigen zeggen bereid om deze benodigde investeringen te doen.VoorbeeldenEen samenwerkingsverband van de chemie- en staalindustrie kijkt bijvoorbeeld naar mogelijkheden voor het bewerken van koolstofrijke restgassen, zodanig dat hieruit syngas gemaakt kan worden. Dit kan als waardevolle grondstof voor de chemische industrie dienen.Bedrijven uit de chemie- en voedingsmiddelenindustrie onderzoeken gezamenlijk hoe organische reststoffen (biomassa) fossiele brandstoffen en grondstoffen kunnen vervangen in de chemie. Toepassing van dit soort nieuwe technologieën vergt grote investeringen. Een proactief industriebeleid gericht op ondersteuning van de transitie is hierbij onontbeerlijk.Energie-efficiëntieDe eenvoudigste manier om de CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van energie te reduceren, is volgens het rapport het verbeteren van de energie-efficiëntie van de industrie. Alle energie die minder geproduceerd wordt, levert een reductie van de uitstoot op.Zo levert efficiëntieverbetering, gebaseerd op de huidige brandstofmix, ongeveer 380 kilo CO2 minder uitstoot op per megwattuur efficiëntieverbetering.PartnershipDe industrie biedt in het plan de overheid een partnership aan, waarin de industrie zich richt op het investeren, en de overheid zich richt op het faciliteren. Zo is het nodig dat wet- en regelgeving worden bijgesteld en risico’s worden beperkt.Ook is een betrouwbare energievoorziening cruciaal, net als energietarieven die internationaal concurrerend zijn. Ten slotte speelt de overheid een belangrijke rol in het bevorderen van cross-sectorale samenwerkingen die nodig zijn voor systeeminnovaties.Download het plan hierBron: VEMW | Foto: Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBV)