Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 april 2016, 07:10

'Kabinet, ga voor geothermie om duurzame doelen te halen'

Nederland loopt ver achter op de doelstellingen van 2023 om minimaal 16 procent duurzame energie te behalen. Vergeet even de korte termijn, biomassa, zon, en wind, en droom groter en innovatiever. Ga voor geothermie. Dat vindt Nils Kooijman, consultant bij Hezelburcht.

10631819213 401643c0ca o

Om de doelstelling van 16 procent alsnog te halen, wordt veel geld, tot 3,5 miljard euro, uitgetrokken voor het bijstoken van biomassa in kolencentrales. Ik vind dit jammer, er zijn veel duurzamere en ambitieuzere oplossingen waar deze subsidies beter aan besteed kunnen worden.

Het kabinet mist lef om de problematiek rondom de duurzaamheid echt aan te pakken. Ik wil daarin nog een stapje verder gaan en wijs geothermie aan als de oplossing.

Oermens

Geothermie is een duur woord voor aardwarmte. De aarde bevat van nature enorm veel energie in de kern en de aardkorst. Door platentektoniek (aardbevingen) en natuurlijk radioactief verval van zware elementen komt veel hitte vrij. In het paleolithische tijdperk wist men dit al. Althans, de oermens maakte gretig gebruik van warmwater bronnen, al denk ik niet dat men toen op de hoogte was van de processen die hier aan ten grondslag liggen.

Denk bijvoorbeeld ook aan geisers in IJsland, een gewelddadige uiting van geothermie. Oké, terug naar Nederland. Aardwarmte bevat dus veel energie en kan men gebruiken om stroom op te wekken, héél veel stroom. Een geothermiecentrale is bovendien enorm schaalbaar en kan daarom niet alleen voor kleine toepassingen ingezet worden, maar zelfs voor het genereren van elektriciteit voor grote steden.

Vangnet overbodig

Een grote centrale wekt ongeveer evenveel energie op als een gemiddelde kerncentrale. Een groot voordeel ten opzichte van andere duurzame bronnen als wind en zon is bovendien dat de energietoevoer constant is. Geomthermie is daarnaast onafhankelijk van externe factoren als windkracht en zonlicht. Een vangnet is overbodig. 

Zodra de centrale staat is geen energie van buitenaf meer nodig. De stroom je dan genereert is vanaf dat moment bijna gratis, zelfs goedkoper dan bijvoorbeeld gas en windenergie. Daarnaast kan de hitte die overblijft ingezet worden voor het opwarmen van kassen of steden.

"Hoewel een dweil altijd handig is bij waterproblemen, moet toch echt eerst de kraan dichtgedraaid worden"

Nadeel zijn de initiële investeringskosten. Hierdoor raamt men de terugverdientijd op tien tot twaalf jaar. Dat is natuurlijk veel te lang voor bedrijven. Om effectief aardwarmte om te zetten naar elektriciteit is heel veel hitte nodig.

4 kilometer

Voor deze temperaturen is het noodzakelijk om erg diep te boren, idealiter meer dan vier kilometer diep. Gevaren levert dit nauwelijks op, technische risico’s en hoge investeringskosten wel. De boorkosten beslaan vaak meer dan de helft van de totale kosten. Dergelijke projecten van de lange adem met een hoog uiteindelijk rendement zijn bij uitstek iets waar een overheid op in moet zetten. Deze constante CO2-vrije bron van goedkope energie zet Nederland amper in.

Dweil

Om de doelstellingen van duurzaamheid te halen moet Nederland in duurzame oplossingen investeren. Hoewel een dweil altijd handig is bij waterproblemen, moet toch echt eerst de kraan dichtgedraaid worden. Het tijdelijk gesubsidieerd bijstoken van biomassa is niet ambitieus en komt niet ten goede aan Nederland op de lange termijn.

"De stoute schoenen aantrekken en investeren in een duurzame CO2-vrije toekomst"

In Duitsland is bewezen dat geothermie een oplossing is. Sinds de overheid daar geothermie steunt, is de verwachting dat het de gehele energievoorziening op termijn kan voorzien. In Nederland is amper geld beschikbaar voor deze prachtige technologie, doodzonde.

Een onlangs verschenen onderzoek van de TU Delft laat zien dat het ook in Nederland kan. Laten we niet altijd achterop lopen, maar eens de stoute schoenen aantrekken en investeren in een duurzame CO2-vrije toekomst.

Nils Kooijman is consultant bij adviesbureau Hezelburcht

Bron: Ingezonde artikel | Foto: Nils Kooijman

Wegenwacht test waterstofauto met omgebouwde Renault Kangoo

Het nieuwe duurzame voertuig heeft Rhoon, in de buurt van Rotterdam, als thuisbasis gekregen. Het wegenwachtvoertuig is ook op deze lokatie officieel in gebruik genomen, tijdens een viering van 70 jaar Wegenwacht in Nederland.De auto, een Kangoo ZE, is gebouwd door Renault. De aandrijflijn op waterstof inclusief de brandstofcel is echter afkomstig van de eveneens Franse firma Symbio Fcell.De auto heeft een laadvermogen van 500 kilogram. Doordat de Wegenwacht dit laadvermogen nodig heeft om vrijwel alle benodigdheden mee te nemen om zijn klanten te kunnen jelpen, daalt wel de actieradius van het voertuig. Toch zegt Ad Vonk, woordvoerder bij de ANWB, dat de waterstofauto nog steeds een afstand van 300 kilometer kan overbruggen, voldoende om de regio Rotterdam te kunnen bedienen en daarna weer te tanken bij een van weinige waterstoftankpunten in Nederland.Meerdere redenen voor uitrol waterstofDe ANWB wil volgens Vonk om meerdere redenen inzetten op emmisievrij vervoer: "de omstandigheden dwingen ons daar ook toe", zegt hij. Naast motivaties van de ANWB op het gebied van een effectief en zorgvuldig MVO-beleid, moeten wegenwachters ook met nieuwe technologie overweg kunnen. Daaronder vallen naast geheel elektrische auto's ook voertuigen met een brandstofcel. Ook moet blijken of waterstofvoertuigen in de praktijk 'lekker werken', aldus Vonk.Rondom Schiphol experimenteert de Wegenwacht al sinds 2011 met een geheel elektrisch aangedreven wegenwachtauto. De pechdienst gebruikt op het luchthaventerrein een Volkswagen e-Caddy. Volgens Volk heeft dit duurzame voertuig vooral auto's op de diverse parkeerplaatsen rondom Schiphol weer op weg geholpen. Het gaat daarbij vooral om accuproblemen.Bron: ANWB | Foto: ANWB