Fitria Jelyta 10 februari 2016, 12:20

Mortelvrije bakstenen krijgen tweede leven

Bij de renovatie van het schoolgebouw De Mast in Enschede worden 6.300 bakstenen van bouwmateriaalproducent Daas verwijderd en hergebruikt voor de bouw van een opleidingscentrum in Doetinchem.

800 eek8132

Dat schrijft Tubantia. Met het ClickBrick-systeem verbindt producent van bouwmaterialen Daas de herbruikbare bakstenen met roestvrijstalen clips. Dit maakt het mogelijk om de bakstenen te stapelen in plaats van te metselen met metselmortel. Daarnaast zijn de bakstenen van het ClickBrick-systeem gemakkelijk uit elkaar te halen.

De ClickBrick-bakstenen zijn toegepast op het schoolgebouw De Mast in Enschede. Het schoolgebouw wordt op dit moment gerenoveerd door bouwbedrijf Stokkers, dat 18.000 bakstenen van het ClickBrick-systeem hergebruikt in het schoolgebouw en 6.300 bakstenen van het totale aantal opnieuw gebruikt voor de bouw van een opleidingscentrum in Doetinchem.

Volgens Daas maakt ClickBrick het mogelijk om het gebruik van bouwstoffen te verminderen en zijn de gevels met de circulaire bakstenen onderhoudsvrij. Doordat er geen mortel nodig is om de bakstenen met elkaar te verbinden, zegt de producent mos- en algengroei op de gevels tegen te gaan.

Cradle-to-Cradle

Voor de ClickBrick-bakstenen is Daas naar eigen zeggen als eerste productiebedrijf voor bouwmaterialen in Nederland gecertificeerd volgens het Cradle-to-Cradle-principe. Dit certificaat wordt volgens het productiebedrijf alleen uitgereikt aan producten die natuurlijk worden afgebroken en voortdurend herbruikbaar zijn in het industriële proces.

Naast het schoolgebouw in Enschede, is het ClickBrick-systeem ook toegepast op woningen en kantoorgebouwen in Nederland. 

Bron: Tubantia, Cobouw, Daas | Foto: Dean Hochman, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

ICT-sector: decentrale energieopwekking is te risicovol

Michiel Steltman, directeur van DINL, zegt dat leveringszekerheid voor ICT-ondernemingen die in Nederland zijn gevestigd, of die dat willen doen, cruciaal is. Datacenters en andere aan internet gekoppelde bedrijven dienen immers een groot economisch belang en Nederland loopt volgens de stichting het risico zijn positie als aantrekkelijke vestigingslocatie binnen Europa te verspelen.De trend om energie op een decentrale wijze, zoals met wind- en zonne-energie, op te wekken en fossiele energiecentrales te sluiten, baart Steltman zorgen: "Een transitie gaat niet vanzelf. We maken ons als ICT-sector zorgen over de ontwikkelingen. Het stroomnetwerk is momenteel niet ingericht op decentrale opwekking. Daarom moeten we andere energiebronnen niet bij voorbaat uitsluiten."Thorium is een optieSteltman erkent dat er een eind zal komen aan fossiele energieopwekking. Wel wil DINL dat omstreden alternatieven, zoals kernenergie, niet bij voorbaat taboe zijn in de publieke discussie over de toekomstige Nederlandse energievoorziening: "Sluit niet alle opties uit en kijk naar nieuwe technologie. ECN doet bijvoorbeeld onderzoek naar thorium. Dat biedt mogelijkheden, en met veel minder kernafval", aldus Steltman.Volgens de DINL-directeur is er een te groot vertrouwen dat moderne technologie decentrale opwekking stabiel en daarmee bedrijfszeker kan maken. En in de ogen van Steltman is betrouwbaarheid juist essentieel nu de maatschappij verder digitaliseert.Ook benadrukt Steltman dat de ICT-sector, met name datacenters, al flinke stappen heeft gezet om te verduurzamen. Zo nemen de datacenters van Google windstroom af en zijn de koelmethoden van rekencentra al veel efficiënter dan voorheen. Dat neemt in de ogen van Steltman echter niet weg dat de discussie over de energievoorziening snel en in volle omvang gevoerd moet worden.Foto: By LimoWreck (Own work) [CC BY-SA 3.0 or GFDL], via Wikimedia Commons