Fitria Jelyta 09 februari 2016, 14:45

Van oud industriële stad tot groen schiereiland

Nederlandse architecten hebben een masterplan ontwikkeld om een voormalig industriële stad in Frankrijk te verduurzamen door de realisatie van beplanting, nieuwe woningen, faciliteiten en transportmogelijkheden.

Prime air high resolution011

Het Nederlandse architectenbureau MVRDV heeft twee jaar onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het masterplan voor de Franse plaats Caen in de regio Normandië. De lokale ecologie van deze stad is volgens de architecten vervuild door de industriële activiteiten die tot de jaren zeventig en tachtig plaatsvonden.

Met het masterplan La Grande Mosaïque  zegt MVRDV 600 hectare van de voormalige industriële stad te verduurzamen door nieuwe woningen, kantoren, faciliteiten en transportmogelijkheden te realiseren. In dit plan houden de architecten rekening met de lokale ecologie door de plaatsing van bomen en planten om de CO2-uitstoot te absorberen.

Oud en nieuw

Voor de ontwikkeling van La Grande Mosaïque maakt MVRDV gebruik van een speciaal ontwikkelde methode voor ruimtelijke ordening. Hiermee maken de architecten secundaire straatnetwerken en openbare ruimtes die bestaande constructies met elkaar moeten verbinden.

Daarnaast moet de methode de historische gebouwen van de stad behouden en combineren met nieuwe elementen. De architecten zijn al begonnen met bouwprojecten binnen het masterplan, zoals de bouw van een nieuwe bibliotheek en een gerechtsgebouw. Zo wordt het plan in drie verschillende fases uitgevoerd.

Multifunctioneel gebouw

In Nederland heeft de gemeente Amsterdam de bedrijven MVRDV en OVG Real Estate geselecteerd voor de ontwikkeling van de zogeheten kavel P15 Ravel op de Zuidas. Dit multifunctionele gebouw krijgt onder meer ruime balkons met veel beplanting.

“Wij combineren de kwaliteit van wonen in het groen met de centrale locatie en de spanning van een stedelijke omgeving op deze bijzondere locatie”, zegt Winny Maas, architect en medeoprichter van MVRDV. 

Bron: Dezeen, Designboom, MVRDV | Foto: MVRDV (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Luchtvaartsector sluit akkoord over verminderen CO2-emissies

De partijen hebben tijdens een bijeenkomst van ICAO in Montreal afgesproken dat nieuwe vliegtuigtypes vanaf 2020 hun CO2-uitstoot tot 36 procent moeten verminderen. Toestellen die al in productie zijn, moeten volgens het akkoord vanaf 2023 ongeveer 33 procent minder CO2 uitstoten. De regels gelden niet voor toestellen die al in gebruik zijn.Volgens ICAO, een organisatie die onder de VN valt, zijn de regels vooral streng voor grote vliegtuigen met een gewicht van 60 ton of meer. Omdat deze toestellen de meeste milieu-impact hebben - zij genereren 90 procent van de CO2-uitstoot in de burgerluchtvaart - kunnen de nieuwe regels hier ook de meeste impact hebben. Bovendien stelt ICAO dat bedrijven als Airbus en Boeing toegang hebben tot de meeste innovaties om het brandstofverbruik verder te verminderen.Over het akkoord voor de strengere emissienormen is zes jaar onderhandeld. De leden van de ICAO moeten nog wel formeel instemmen met de maatregelen. Uiteindelijk hopen de ondertekenaars tot 650 miljoen ton aan CO2-emissies te voorkomen tussen 2020 en 2040.Boeing positief, milieugroeperingen nietHet akkoord kan de goedkeuring wegdragen van Boeing. Geheel verwonderlijk is dat niet: toestellen als de Dreamliner voldoen al aan de gestelde emissienormen. Ook toestellen uit de neo-serie van concurrent Airbus leveren een aanzienlijke brandstofbesparing op. De twee partijen moeten mogelijk wel toestellen als de Boeing 747 en de Airbus A380 aanpassen, met als deadline 2028.Milieugroeperingen noemen tegenover Reuters het akkoord onvoldoende. De International Council on Clean Transportation stelt dat de ICAO-regels een CO2-reductie van slechts 4 procent oplevert voor de komende twaalf jaar. Volgens de organisatie denken Boeing en Airbus al dat CO2-besparingen tot minimaal 10 procent haalbaar zijn.Bron: ICAO, Boeing, Reuters | Foto: By sebastien lebrigand from crépy en valois, FRANCE (airliner vueling) [CC BY-SA 2.0], via Wikimedia Commons