Thijs ten Brinck 06 oktober 2015, 16:29

Waarom Tata twee derde van zijn verlichting uitzet

Staalbedrijf Tata Steel werkt aan een beperking van de lichtvervuiling van zijn activiteiten. Daarmee bespaart het bedrijf ook energie.

Eco0033 w cocoon 1440x773

Sinds afgelopen maand brandt op de 80 kilometer aan privéwegen op het terrein van Tata Steel in IJmuiden ‘s nachts nog maar een op de drie straatlantaarns. Tijdens de ploegwissel, tussen 21.00 en 23.00, staat de verlichting voor de veiligheid wel volledig aan. Met de maatregel bespaart Tata Steel elektriciteit, maar vermindert het bedrijf vooral zijn lichtvervuiling.

“Minder licht uitstoten bespaart energie en zorgt voor minder verstoring van de natuurlijke nachtelijke ritmes”, zegt Hans van den Berg, directeur Manufacturing Iron & Steel bij Tata Steel. “Onze inspanningen op dat gebied maken onderdeel uit van de bredere programma’s om zo veel mogelijk energie te besparen op de site van Tata Steel in IJmuiden en om de impact van onze bedrijfsprocessen op de omgeving te minimaliseren.”

Nacht van de nacht

Binnen Europa is Nederland een van de landen met de meeste lichtvervuiling. Verlichting op industriële terreinen, in de glastuinbouw en langs snelwegen die ’s nachts aanblijft, verstoort het biologische ritme van mensen, vogels en andere dieren.

Op 24 oktober, bij het ingaan van de zomertijd, vieren verschillende natuurorganisaties de Nacht van de Nacht. Bedrijven, gemeentes en huishoudens worden opgeroepen die nacht zoveel mogelijk verlichting uit te schakelen.

“Tata Steel onderschrijft het belang van het Nacht van de Nacht-initiatief”, zegt Van den Berg. “Het is voor ons een goede aanleiding om te kijken waar we staan met ons programma om nachtelijke verlichting op ons terrein structureel te verminderen.”

Tata heeft op zijn terrein een 10 meter hoge meetmast geïnstalleerd die ’s nachts de lichtintensiteit meet. De installatie is onderdeel van het Nachtmeetnet.

Bron: Tata Steel, Nachtmeetnet | Foto: momo, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

 

5 concepten voor goedkoop internet in arme landen

Om internet in continenten als Afrika te ontsluiten, zijn glasvezelverbindingen vaak te duur. Bedrijven kijken daarom naar andere kansen om het web voor de massa bereikbaar te maken. Duurzaambedrijfsleven zet vijf initiatieven op een rij.1. DronesDrones hebben de potentie om snel internet aan te bieden vanuit de lucht. Sommige ontwerpen, zoals die van Titan Aerospace, kunnen autonoom tot 5 jaar in de lucht blijven, op een hoogte van 20 kilometer. Deze autonomie is mogelijk dankzij zonnepanelen op de vleugels. Naast een internetsignaal doorgeven kunnen de drones ook weersinformatie leveren.Facebook heeft gepoogd Titan Aerospace over te nemen, maar uiteindelijk kreeg Google de dronebouwer in handen. De drones moeten nog dit jaar hun eerste proefvluchten gaan maken.2. LuchtballonnenNaast drones ziet Google ook kansen in luchtballonnen. In zijn Project Loon-initiatief experimenteert het internetbedrijf met het aanbieden van een 4g- en wifi-signaal via ballonnen. De Project Loon-ballonnen zweven gemiddeld honderd dagen in de stratosfeer op circa 20 kilometer hoogte en worden via supercomputers aangestuurd.De vuurdoop voor Project Loon zal in Sri Lanka plaatsvinden. Het gehele eiland moet met de ballonnen afgedekt gaan worden. Daarbij werkt Google samen met een aantal telecombedrijven.3. SatellietFacebook, dat via zijn Internet.org-stichting internet in armere landen wil gaan aanbieden, heeft zijn geld vooral ingezet op satellietinternet. De sociale-netwerkreus wil in 2016 samen met Eutelsat een nieuwe satelliet de lucht in brengen om zo in Afrika het internet toegankelijker te maken.Welke netwerktechnologie Facebook in de Amos 6-satelliet wil gaan gebruiken, is nog onduidelijk. Wel belooft het bedrijf dat de kosten laag liggen en dat bestaande hardware toepasbaar is.4. OuternetOuternet maakt ook gebruik van satellieten, maar hanteert een andere strategie: de organisatie stuurt in een downstream grote hoeveelheden nuttige data, zoals content van Wikipedia en vrij verspreidbare e-books van Project Gutenberg, richting de aarde.De data kan met een antenne worden ontvangen en opgeslagen, om vervolgens lokaal verspreid te worden. Ondanks dat een retoursignaal ontbreekt, is Outernet naar eigen zeggen met name nuttig in het onderwijs. Bovendien is de technologie goedkoop in te zetten, omdat er geen kosten zijn voor dataverbruik.5. Bestaande netwerken beter benuttenIn veel ontwikkelingslanden zijn al wel mobiele netwerken in de lucht, maar internetcommunicatie via 2g- of 3g-netwerken is veelal nog erg duur. De start-up LotusFlare wil via een mobiele app goedkope databundels aan te bieden. Daarmee is het in feite een virtuele provider. Het bedrijf heeft ook contacten met Google.LotusFlare bekijkt zelfs of het gratis internet aan kan bieden. Daarvoor experimenteert het bedrijf met sponsormodellen en advertenties.Bron: Facebook, Outernet | Foto: Facebook