Chris Thijssen 24 september 2015, 14:59

Scania claimt primeur met schone motoren in hybride truck

Scania claimt als eerste ter wereld een hybride-truck te presenteren waarbij een Euro 6-dieselmotor wordt gekoppeld aan een elektromotor.

Juiste banner 2021

De Zweedse voertuigenfabrikant lanceert het model tijdens de BedrijfsautoRai, die eind oktober plaatsvindt. Scania zegt tijdens de vakbeurs in te zetten op duurzaamheid in innovatie. Met de koppeling van een Euro 6-dieselmotor met een elektromotor in een P320 hybride-truck heeft de fabrikant naar eigen zeggen een wereldprimeur.

Scania ziet voor deze truck veel mogelijkheden voor distributie buiten de venstertijden in milieuzones. Venstertijden zijn door de gemeente bepaalde tijdstippen waarop vrachtwagens winkels in een bepaald gebied mogen bevoorraden.

Scania kondigt de nieuwe hybride groots aan, maar geeft nog niet alle details van de nieuwe truck prijs. Die worden volgens een woordvoerder pas onthuld tijdens de presentatie op de BedrijfsautoRai.

 Zo is het nog onduidelijk of de truck een plug-inhybride is of een truck die zijn eigen stroom opwekt. Daarnaast is nog onbekend of de hybride met een uitgeschakelde dieselmotor ook volledig elektrisch kan rijden.

Duurzame trucks

In lijn met de presentatie van de duurzame hybride-truck, presenteert Scania tijdens de beurs ook de Scania G340 LNG-trekker. Dat is een truck die door het gebruik van LNG schoner en stiller is. Dit voertuig kan bovendien op biogas rijden.

Eerder kondigde de fabrikant al aan in Zweden te experimenteren met een elektrische vrachtwagen. Een bovenleiding boven een gedeelte van de weg, voorziet de truck tijdens het experiment van stroom.

Bron: Scania | Foto: Scania (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Adviesraad: CO2-wet nodig voor trendbreuk

Hoewel Nederland al jaren klimaatbeleid voert, is de CO2-emissie van de energievoorziening nog steeds niet gedaald. Dat concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in zijn advies ‘Rijk zonder CO2: naar een duurzame energievoorziening in 2050’ dat vandaag aan minister Henk Kamp van Economische Zaken is aangeboden.De raad pleit ervoor om in het energiebeleid de CO2-reductie als doel te stellen en om het doel wettelijk vast te leggen. De Rli adviseert om het energiebeleid zo in te richten dat in 2050 80 tot 95 procent minder broeikasgassen worden uitgestoten dan in 1990.De raad pleit ervoor om in het energiebeleid de CO2-reductie als doel te stellen en om het doel wettelijk vast te leggen. In het huidige beleid is CO2-reductie slechts een van de doelen, naast energiebesparing en duurzame energie. De Rli pleit ervoor om in het energiebeleid juist niet langer te sturen op de toepassing van bepaalde technologieën of energiedragers.In plaats van een beleidsagenda die routes uitstippelt voor bijvoorbeeld ‘zon’, ‘wind’, ‘gas’ of ‘biomassa’, stelt de Rli voor om transitiepaden in te richten voor de vier fundamentele maatschappelijke behoeften aan energie: lage temperatuurwarmte, hoge temperatuurwarmte, transport en mobiliteit, en licht en apparaten.Door het beleid te richten op de behoefte aan duurzame energie en niet op energiedragers of -bronnen, kan volgens de raad in de komende decennia maximaal rekening worden gehouden met sociale, technologische, geopolitieke en economische veranderingen.Maatschappelijke energiebehoeftenDe raad bepleit een specifiek transitiepad voor elke energiebehoefte, met elk zijn eigen tempo en eigen kansen en belemmeringen. De specifieke invulling van elk transitiepad is aan bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen zelf.De rol van de overheid is in het beeld van de Rli om de juiste condities te scheppen met onder meer internationale en Europese afspraken over CO2-reductie, fiscale prikkels, het wegnemen van belemmeringen en het faciliteren van nieuwe initiatieven.De Rli adviseert een paar honderd miljoen euro extra vrij te maken voor langlopende innovatieprogramma’s, omdat nieuwe manieren van werken, kennis en technieken nodig zijn om de energietransitie succesvol te kunnen afronden.Flexibel en adaptief beleidFlexibiliteit en aanpasbaarheid van het beleid staan in het advies centraal, maar dit beleid is zeker niet vrijblijvend. De te behalen CO2-reductiedoelstelling is hard en moet door middel van overeenkomsten tussen overheid en tussen CO2-uitstotende partijen worden gerealiseerd. Wanneer de afgesproken tussendoelen onverhoopt niet worden gehaald, zal de overheid deze in laatste instantie afdwingen via wet- en regelgeving.Tussendoelen borgen volgens de Rli het tempo van de energietransitie. De raad meent dat in het tempo van de transitie voor de vier energiebehoeften rekening moet worden gehouden met de mate waarin het beleid nationaal of internationaal gemaakt wordt.Ook moet een Europees level playing field worden geborgd. Zo pleit de raad er in het transitiepad 'lage temperatuurwarmte’ voor dat de bestaande gebouwde omgeving uiterlijk in 2035 CO2-neutraal is.RegeringscommissarisDe raad vindt dat het doel en de aanpak van de energietransitie wettelijk vastgelegd moeten worden. Daarnaast is de Rli van mening dat de energietransitie moet worden bewaakt door een onafhankelijke instantie die op afstand staat van politieke en sectorale belangen.De raad pleit daarom voor een regeringscommissaris die als een onafhankelijke persoon de transitie aanjaagt, bewaakt en langjarig, los van kabinetswisselingen waarmaakt.Bron: RLI | Foto: David Evers, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)