Laura Fransen 06 juli 2015, 10:30

Commerciële kansen voor duurzame werkkleding

In 2012 lanceerde Van Puijenbroek Textiel zonder veel succes Nederlands eerste recyclebare werkkledinglijn. Toch verwacht het bedrijf de omzet de komende vijf jaar te verdubbelen naar € 60 mln.

16859131196 7e232fe668 o

De omzet van de Nederlandse duurzame werkkledingproducent Van Puijenbroek moet de komende vijf jaar verdubbelen. Een nieuwe groeidoelstelling streeft naar een omzet van € 60 mln in 2020. Composteerbare werkkleding en wearables moeten hieraan bijdragen, schrijft het Financieele Dagblad (FD).

In 2012 bracht Van Puijenbroek Textiel in samenwerking met afvalverwerker Van Gansewinkel de eerste Cradle to Cradle werkkledingcollectie op de Nederlandse markt. De duurzame overalls, jassen en broeken kunnen na gebruik gerecycled worden tot nieuw garen of compost. Het succes bleef uit, omdat inkopers alleen interesse hadden in traditionele kleding tegen een zo laag mogelijke prijs.  

Toch blijft het bedrijf investeren in duurzame innovatie. “Misschien waren we te vroeg”, zegt directeur Rob Kwaspen in het FD. “Op termijn wordt dit een belangrijk issue in de sector en dan lopen wij voorop”.

Duurzame initiatieven

Een aantal recente duurzame initiatieven in de textielindustrie ondersteunt Kwaspens theorie. Zo doet Rijkswaterstaat een proef waarbij stewards volledig recyclebare bedrijfskleding dragen. Het EcoProFabrics-project moet de Europese markt voor bedrijfskleding verduurzamen.

In 2004 was Van Puijenbroek Textiel een van de eerste leden van de internationale Fair Wear Foundation. Met het lidmaatschap benadrukt het bedrijf de focus op maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Het bedrijf vierde eerder dit jaar zijn 150-jarig jubileum. 

Bron: Financieele Dagblad, Van Puijenbroek | Foto: Eric Vernier, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Zonneauto Stella Lux is ‘energiepositieve gezinsauto’

Het studententeam Solar Team Eindhoven van de Technische Universiteit Eindhoven heeft de nieuwe versie van de zonneauto vorige week gepresenteerd. Stella Lux biedt plaats aan vier personen.De auto is volgens het Solar Team energiepositief. Op een zonnige Nederlandse zomerdag bedraagt de actieradius 1.000 kilometer. In de winter kan er nog steeds 650 kilometer gereden worden met een volle batterij. Maar weinig mensen rijden dagelijks een grotere afstand. Dus de rest van de lading in de accu’s kan aan het net terug worden geleverd.De Stella Lux is een doorontwikkeling van de prijswinnende Stella. Het team heeft de aerodynamica en zonnepanelen geoptimaliseerd en combineert de technologie met lichtgewicht materialen als carbon en aluminium.GezinsautoHet studententeam neemt dit jaar opnieuw deel aan de tweejaarlijkse World Solar Challenge in Australië. Deze wedstrijd voor zonneauto’s, met een afstand van 3.000 kilometer, gaat dwars door de outback van Darwin naar Adelaide.Het Eindhovense team rijdt in de ‘Cruiser Class’, een klasse voor gezinsauto’s. Hierin ligt de nadruk op een praktische en gebruiksvriendelijke zonneauto in plaats van enkel een snelle auto. In 2013 won het team de titel in de Cruiser Class met zijn eerste auto Stella.Dit jaar weegt het aspect snelheid zwaarder in de beoordeling dan in 2013. Het team was daarom verleid om een lichtere auto te maken, met minder zitplaatsen. Toch koos het team opnieuw voor een volwaardige gezinsauto.“Met de keuze om de vierpersoons auto op zonne-energie te verbeteren, willen we wederom winnen en bewijzen dat deze energie-positieve gezinsauto een realistisch toekomstscenario is”, zegt Tom Selten, Team Manager van Solar Team Eindhoven. “We doen hiermee bewust een stap terug in de win kansen.”ToekomstNa Australië maakt het team in samenwerking met de sponsoren een tour door Nederland en China. “Met Stella Lux willen we de volgende stap zetten richting een zonneauto voor de consument. Daarom willen we Lux aan zoveel mogelijk mensen laten zien en we hopen hen te inspireren.” zegt Selten. “Wij zien een toekomst voor ons waarin iedereen een zonne auto rijdt, waarin alle auto’s meer energie opwekken dan dat ze verbruiken.”Bron: Solar Team Eindhoven | foto's: TU Eindhoven, Bart van Overbeeke