Willemien Groot 27 mei 2015, 07:48

Amerikaanse bouwbedrijven gaan voor duurzaam

Amerikaanse bouwbedrijven stappen de komende jaren over naar gecertificeerde duurzame bouw. Het percentage gespecialiseerde bouwbedrijven verdubbelt, van 19 procent in 2014 naar 38 procent in 2018.

Juiste banner 2021

Dat verwacht de Amerikaanse verzekeringsmaatschappij Lance Surety Bonds. Door de groeimarkt verwacht het bureau dat Amerikaanse bouwondernemingen de komende jaren massaal in die nieuwe markt stappen. In 2014 was 19 procent van de ondernemingen geïnteresseerd in LEED-gecertificeerde bouw. In 2018 is dat percentage toegenomen tot 38 procent.

Het concern stelde een infographic samen over de veranderingen die duurzame bouw in de Verenigde Staten de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt. De infographic is onder meer gebaseerd op data van de Amerikaanse milieudienst EPA, jaarverslagen uit de bouwwereld en de Amerikaanse Green Building Council (USGBC).

Miljardenmarkt

In 2005 beschikte slechts 2 procent van de commerciële panden in de VS over een LEED-certificering. In 2015 is 40 tot 48 procent van de bedrijfspanden in aanbouw voorzien van certificering, of heeft een aanvraag ingediend. Daarmee vertegenwoordigt duurzame bouw in de VS een markt van $ 120 tot 145 mrd.

De groei komt vooral voor rekening van kantooroppervlak met een LEED Gold-certificaat. Kantoorpanden met die certificering verbruiken 25 procent minder energie, tot 15 procent minder water en de CO2-uitstoot is 34 procent lager. Ook het percentage gecertificeerde woningbouw neemt toe. In 2016 is dit aandeel naar verwachting 33 procent, of $ 101 mrd.

 

Bron: Lance Surety Bonds | Foto: John McStravick, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

Circulaire economie: tweedehands pacemaker redt levens

Het Engelse Pace 4 Life richt zich op het hergebruiken van pacemakers met een resterende batterijlevensduur van tenminste 70 procent. Volgens het bedrijf is er voldoende wetenschappelijk onderzoek dat de veiligheid van hergebruik aantoont. Pace 4 Life streeft ernaar een systeem te creëren waarbij patiënten gebruikte pacemakers doneren. Afhankelijk van de conditie wordt het apparaat gerecyled, of als pacemaker hergebruikt in ontwikkelingslanden.Pacemakers lopen op lithiumbatterijen. Ze bestaan uit roestvrij staal of titanium. Gemiddeld gaan de hartslag-regulerende apparaatjes zeven tot tien jaar mee. De kosten bedragen rond de £ 2,500 (€ 3,526.91). Toch wordt van veel pacemakers niet de volle levensduur benut. Bij het overlijden van de drager wordt de implantaat vaak met het lichaam begraven. Als een ziekenhuis, begrafenisondernemer of crematorium de pacemaker wel verwijdert, belandt deze bij het afval of in een opslag.  Pace 4 Life wil met het donorsysteem een oplossing te bieden voor patiënten in ontwikkelingslanden voor wie de kosten van een nieuwe pacemaker onbetaalbaar zijn. Het bedrijf hoopt binnenkort goedkeuring te krijgen van de World Health Organization voor opschaling.RecyclingHoewel het hergebruiken van pacemakers in oorspronkelijke vorm ook in Nederland nog niet voorkomt, worden ze al wel gerecycled. Het Nederlandse bedrijf Orthometals verwerkt alle metalen die overblijven na crematie. Dit ontlast het milieu en draagt bij aan een circulaire economie.Na omsmelting zijn de orthopedische implantaten niet meer als zodanig herkenbaar, schrijft het bedrijf op zijn website. De metalen dienen als grondstof voor onder andere de vliegtuigindustrie. Sinds de oprichting in 2005 is Orthometals uitgegroeid tot een internationaal bedrijf met een klantenbestand van 500 crematoria. Bron: Pace 4 Life | Foto: Library_Mistress, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)