Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 12 mei 2015, 14:05

Bam en Stedin bouwen oude huizen om tot smart grid

Bouwbedrijf Bam en netbeheerder Stedin werken samen in een Europees project. De bedrijven renoveren oude woningen tot slimme energiezuinige huizen, die het stroomnet ondersteunen.

5461109880 357acc35ee o

Bouwbedrijf Bam en netbeheerder Stedin gaan 200 nul-op-de-meter-woningen voorzien van accu’s of slimme aansturing van elektrische warmtepompen. De woningen zijn onderdeel van het REnnovates-project, waarin maatregelen worden onderzocht die in energieneutrale wijken de noodzaak om elektriciteitsnetten te verzwaren kunnen wegnemen.

Stroomversnelling

Ruim 100.000 woningen worden de komende jaren door het Stroomversnelling-consortium gerenoveerd tot Nul-op-de-meter-huizen. Deze huizen krijgen zonnepanelen, een warmtepomp en verbeterde isolatie. De gasaansluiting is daarna niet meer nodig.

De energieneutrale woningen verbruiken in een jaar evenveel elektriciteit als de zonnepanelen op het dak produceren. De stroomopwek van de zonnepanelen valt meestal niet samen met het stroomgebruik van de huishoudens. Netbeheerders moeten de lokale stroomnetwerken daarom verzwaren om alle elektriciteit heen en terug te transporteren. Naast de zonnepanelen vergen vooral ook warmtepompen en elektrische auto's veel van het stroomnet in de wijk.

Bouwbedrijf Bam is betrokken bij Stroomversnelling en ontwikkelde als uitbreiding het REnnovates-project. Hierin krijgen 200 huizen, naast de nul-op-de-meter renovatie, ook slimme software of accuopslag om de impact op het elektriciteitsnet te verlagen. In het onderzoeksconsortium werken verder ook bouwbedrijven uit Polen en Spanje, het Belgische onderzoeksinstituut VITO en enkele techbedrijven mee. 

Bron: Stedin | Foto: Wijkvereniging Tuinwijk, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

Hoe snel verdient biobrandstof zichzelf terug, in CO2?

De Radboud Universiteit in Nijmegen heeft in kaart gebracht wat het effect is van het vrijmaken van grond voor biobrandstofteelt op de broeikasgasuitstoot. Hiervoor introduceren de onderzeoekers de term greenhouse-gas payback time (GPBT). De GPBT vertelt hoeveel jaar het duurt voordat broeikasgasbesparing met biobrandstof de broeikasgasuitstoot van het weghalen van natuur compenseert.Het model laat per gewas en per gebied de GBPT zien. De gemiddelde GPBT over de hele wereld is negentien jaar. In de tropen kan dat oplopen tot meer dan 100 jaar, terwijl de terugverdientijd in Europa soms maar een paar jaar is. Het gewas met de kleinste GPBT is koolzaad. Suikerriet heeft de grootste GPBT. Het model geldt alleen voor eerste generatie biobrandstoffen.De wereld heeft steeds meer behoefte aan biobrandstoffen. Maar er zitten nadelen aan vast. Eerste generatie biobrandstoffen concurreren moet voedselgewassen, en zijn gelinkt aan ontbossing.LocatieDe Radboud Universiteit heeft voor de berekeningen meerdere factoren meegenomen, zoals het type gewas, of er irrigatie is, het bemestingsregime en de geografische locatie. Het blijkt dat de GPBT vooral bepaald wordt door de locatie van de landbouw, en dus het type originele begroeiing dat is daarvoor verwijderd.Volgens de wetenschappers is het model belangrijk om de duurzaamheid en impact van biobrandstoffen op het milieu te beoordelen. Voor vervolgonderzoek gaan de onderzoekers kijken naar het effect van biobrandstof op de terugverdientijd van biodiversiteit.Bronnen: Radboud Universiteit, Eurekalert, Nature Climate Change | Foto: Glen via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)