Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 12 mei 2015, 11:22

CO2-recycler haalt $ 40 mln op voor ethanolfabriek

De Amerikaanse start-up Joule zet water en CO2 om in hernieuwbare brandstoffen. Het bedrijf heeft al $ 200 mln aan investeringen binnengehaald en opent over twee jaar zijn eerste fabriek.

Juiste banner 2021

Na een succesvolle financieringsronde ligt Joule op schema voor de realisatie van zijn eerste productiefaciliteit op commerciële schaal. In 2017 wil de start-up een 400 hectare grote installatie bouwen waar het jaarlijks bijna 100 miljoen liter hernieuwbare ethanol kan produceren.

“Joule heeft zijn industriële haalbaarheid bewezen”, zegt Noubar Afeyan, CEO van investeerder Flagship Ventures. “Het bedrijf werkt in hoog tempo toe naar zijn commerciële marktintroductie."

Audi

De geproduceerde ethanol is te mengen met benzine en kan in sommige motoren ook puur gebruikt worden. Zo reduceert de hernieuwbare brandstof de CO2-impact van transport.

Joule heeft onder meer autoproducent Audi als ontwikkelingspartner. Reiner Mangold, hoofd duurzaamheid bij Audi: “We zijn trots samen te werken met Joule. Met technologieën als deze kunnen we blijven rijden, zonder CO2 toe te voegen aan de atmosfeer.” In thuisland Duitsland werkt Audi zelf ook aan een technologie om CO2 direct in brandstoffen om te zetten.

Levende katalysatoren

Joule pompt water, CO2 en  door doorzichtige plastic slangen. Bijzonder is dat de micro-organismen het broeikasgas met behulp van zonlicht direct omzetten in ethanol. De organismen hoeven daarom niet in extra stappen te worden verwerkt tot een biobrandstof.

Joule scheidt de geproduceerde ethanol van het water met de levende katalysatoren en voert de organismen daarna opnieuw met CO2 de doorzichtige slangen in. Ze hebben een levensduur van een paar weken en blijven continu ethanol produceren.

Bron: BNEF, Joule, Flagship Ventures

Hoe Braziliaanse inkoopkracht het regenwoud spaart

In 2009 besloten grote slachthuizen in Brazilië, onder druk van Greenpeace en de overheid, om alleen vee te kopen van fokkers die geen regenwoud kappen en zich registreren bij de Braziliaanse overheid.Uit onderzoek van de University of Wisconsin-Madison blijkt dat ontbossing in de toeleveringsketen daardoor minder voorkomt. De slachthuizen kopen geen vee meer van fokkers die recent nog regenwoud hebben gekapt. Hierdoor registreren leveranciers zich massaal bij het milieu-register en vermindert ontbossing drastisch.Ontbossing vindt nog steeds plaats in de veeteeltindustrie in Brazilië. Dat komt doordat koeien op verschillende boerderijen opgroeien. Ze worden doorverkocht. De slachthuizen controleren vaak alleen de fokkers waar ze direct koeien van kopen. De dieren kunnen geboren zijn op boerderijen die wel regenwoud kappen.OplossingenDie problemen zijn relatief gemakkelijk op te lossen, stellen de onderzoekers. Behalve aangescherpte controles, zouden slachthuizen dezelfde eisen moeten stellen voor alle veefokkers in de keten. Niet alleen van de bedrijven waar zij direct van kopen. En er moet meer controle plaatsvinden bij de leveranciers.Volgens de onderzoekers laten de resultaten zien dat grote bedrijven helpen met het beschermen van natuurgebieden door eisen te stellen aan de leveranciers. Veel grote bedrijven zoals McDonald’s, ADM en Cargill zetten stappen in de goede richting door geen ontbossing meer toe te staan in de productieketen van bepaalde producten.Bronnen: Eurekalert, University of Wisconsin-Madison | Foto: U.S. Department of Agriculture via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)