Thijs ten Brinck 30 april 2015, 08:20

Enorme lasers persen energie uit minibolletje

Amerikaanse onderzoekers hebben een nieuwe stap gezet om kernfusie, het proces dat de zon laat schijnen, na te bootsen op aarde. Kernfusie is al decennialang een veelbelovende energiebron.

Teslastuur

De National Ignition Facility (NIF) is een complex in Californië waar wetenschappers met 192 gigantische lasers tegelijkertijd minuscule bolletjes waterstof beschieten. Het waterstof wordt daarbij zover samengeperst dat de atomen samensmelten tot het zwaardere element helium. In dit kernfusieproces komt energie vrij.

De onderzoekers werkten voorheen met waterstofbolletjes van 195 micrometer in doorsnee maar testten recent kleinere bolletjes van 175 en 165 micrometer. Ter vergelijking, aluminiumfolie is ongeveer 12 micrometer dik.

Vorig jaar gaf een imploderend waterstofbolletje in de Amerikaanse installatie voor het eerst meer fusie-energie af dan het laserlicht bevatte dat het bolletje bescheen. Een doorbraak in het kernfusie-onderzoek. De iets kleinere bolletjes smelten sneller en gelijkmatiger samen. Dat maakt het proces, dat voor een bruikbare energiecentrale continu en zeer snel achterelkaar herhaald moet worden, beter controleerbaar. 

Kernfusie

Kernfusie is een veilige, schone vorm van kernenergie. Waar bekende kerncentrales energie opwekken uit het splitsen van zware elementen, laten fusiereactoren zeer lichte elementen samensmelten. Hetzelfde proces vindt plaats in de zon en andere sterren.

Kernfusie-onderzoekers werken al tientallen jaren aan een manier om het fusieproces te controleren en op gang te houden. Als dat lukt dan is kernfusie een schone en vrijwel onuitputtelijke energiebron. In de Zuid-Franse plaats Cadarache wordt gebouwd aan een andere installatie om kernfusie mogelijk te maken. Het internationale ITER-project perst waterstofisotopen samen onder hoge temperatuur en met behulp van zeer sterke magneten. 

Bron: Lawrence Livermore National Laboratory | Douglas Muth, via Flickr Creative Commons (Creative Commons)

Circulaire werkkleding voor sluisstewards

Vanaf half mei dragen de zestig stewards, die Rijkswaterstaat inzet om de sluizen voor de pleziervaart te begeleiden, recyclebare kleding. De overheid werkt voor de proef samen met leverancier Dutch aWEARness. Het bedrijf vervezelt de kleding en spint er nieuwe garens van.“Dat is mogelijk dankzij de 100 procent recyclebare polyesterstof die we gebruiken”, legt directeur Rien Otto van Dutch aWEARness uit.RecyclingVolgens adviseur Afval en Materialen van Rijkswaterstaat Emile Bruls is het project een signaal van het Rijk dat zij recycling serieus neemt. “Zo willen we aantonen dat het niet nodig is om kleding in te kopen. De leverancier blijft verantwoordelijk en zorgt dat de werkkleding op een milieuvriendelijke manier in de cyclus blijft.”De jaarlijkse recycling van de stewardkleding roept ook vragen op. Bruls: “Het is inderdaad duurzamer om de kleding langer te dragen dan een seizoen. Maar zelfs als we daarvoor kiezen, is die kleding na verloop van tijd niet meer draagbaar. Wat doe je dan? Daarom experimenteren we in deze pilot met recycling.”Hoge eisenBedrijfskleding is moeilijk te recyclen door de hoge eisen. Kleding is het visitekaartje van een bedrijf, waardoor hergebruik en recycling gevoelig liggen. Bovendien staat de sorteertechniek voor textiel nog in de kinderschoenen. De tweejarige pilot maakt deel uit van het Rebusproject. Binnen dit project werkt Rijkswaterstaat samen met de markt aan businessmodellen om efficiënt om te gaan met grondstoffen. Het is voor Rijkswaterstaat en de Rijksoverheid de eerste keer dat een dergelijk contract wordt afgesloten. In een ander project onder de paraplu van Rebus werken Alliander, Dura Vermeer en TBI samen voor het circulair inkopen van bedrijfskleding.Dutch aWEARness is ook betrokken bij EcoProFabrics, waarbinnen een aantal grote bedrijven zich inzetten voor volledig recyclebare bedrijfskleding. Volkswagen, Royal HaskoningDHV, Desso en het Nederlandse ministerie van Defensie maken deel uit van de negen koplopers die aan dat project meedoen.Bron: Rijkswaterstaat | foto: David van der Mark, creative commons (cropped by DuurzaamBedrijfsleven)