Thijs ten Brinck 16 februari 2015, 15:31

Bijna 10 keer zoveel laadpalen als tankstations in Nederland

Bloomberg meldde dit weekend dat in Japan het aantal laadpalen voor elektrische auto’s het aantal benzinestations voorbij is gestreefd. De verhouding in Nederland blijkt nog opvallender.

Bmw i

De ‘surprising discovery’ komt voort uit onderzoek van Nissan. Volgens de Japanse autobouwer heeft Japan inmiddels 40.000 laadpunten. Japanners met een benzine- of dieselauto kunnen op 34.000 locaties tanken. Veel internationale media namen het bericht van Bloomberg over.

Nederland

In Nederland is dezelfde mijlpaal vermoedelijk al in 2012 of 2013 bereikt, en min of meer ongemerkt voorbijgegaan. Volgens de website Tankpro daalde het aantal Nederlandse tankstations in mei vorig jaar tot onder de 4.200. Uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van januari 2015 blijkt dat het aantal volledig publieke laadstations de 5.600 is gepasseerd.

Tellen ook laadpunten die niet 24 uur per dag publiek beschikbaar zijn mee, dan ligt het totaal al boven de 12.000. De RVO schat, op basis van het aantal in Nederland geregistreerde elektrische auto’s, dat er nog eens 28.000 privélaadpunten zijn.

In totaal heeft Nederland dus ongeveer net zoveel laadpunten als Japan. En volgens de rekenmethode van Nissan ook bijna tien keer zoveel laadpunten als benzinestations. Alleen al het aantal laadpalen in Amsterdam zal voor 2025 waarschijnlijk het aantal benzinestations in het hele land overtreffen.

40.000 laadpunten

Het onderzoek van Nissan toont een mijlpaal, maar geeft vooral ook de verschillen weer tussen elektrisch rijden en conventionele mobiliteit. Omdat elektrische auto’s een relatief kleine actieradius hebben, en bij gewone laadpunten meerdere uren moeten laden, zijn er veel laadpalen nodig.

Net als in Nederland betreft een groot deel van de 40.000 laadpunten in Japan bovendien privélaadpunten. De vergelijking met publieke tankstations, met in de regel meerdere benzine en dieselpompen, is daarom misschien niet volledig passend.

Bron: Bloomberg, Tankpro, RVO | Foto: K?rlis Dambr?ns &  lynn Dombrowski via Flicker Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

 

3 Bedrijven die zich effectief inzetten tegen ontbossing

De duurzame lijst van de Britse denktank Global Canopy Programme rangschikt bedrijven, overheden, investeerders en organisaties die die zich inzetten tegen ontbossing.De ranglijst telt 250 bedrijven met een gezamenlijke omzet van $ 4.5 biljoen per jaar. De lijst telt verder 50 landen en regio's, 150 financiële instellingen en 50 andere invloedrijke partijen. De Forest 500 omvat bijna de volledige keten voor palmolie, soja, vlees, leer, hout, pulp en papier.Bij de beoordeling van bedrijven kijkt het Global Canopy Programme naar onder meer bedrijfsvoering, verslaglegging, transparantie en intern beleid. Slechts zeven daarvan halen de maximale score voor duurzaam bosgebruik. Bedrijven uit Azië en het Midden-Oosten scoorden het slechtst.De koplopers zijn zes bedrijven en de financiële instelling HSBC. Opvallend is dat de bedrijven aan de top grootverbruikers zijn van onder meer palmolie en hout. Vijf daarvan, met uitzondering van schoonmaakmiddelenfabrikant Reckitt, behoren tot de ondertekenaars van de New York Declaration on Forests. De overeenkomst voorziet in een volledige stop op ontbossing door landbouw in 2020 en een totaalverbod in 2030. In de top 6 staan Danone (Frankrijk), producent van verzorgingsproducten Kao uit Japan, Nestlé, Procter & Gamble, Reckitt en Unilever. 1. Danone Danone produceert en verwerkt diervoeders, houtpulp en palmolie voor zijn producten. Toch krijgt het bedrijf veel punten voor de hoge eisen die het concern stelt aan de toeleveranciers en de transparante bedrijfsvoering. 2. Nestlé Voedingsmiddelenproducent Nestlé gebruikte in de periode 2012-2013 zo’n 400.000 ton palmolie en afgeleide producten. De Forest 500 beloont het in 2010 ingezette duurzaamheidsprogramma van het Zwitserse bedrijf met een hoge waardering voor transparantie, verslaglegging en het algemene bedrijfsbeleid tegen ontbossing. 3. Unilever Unilever gebruikte meer dan 1,5 miljoen ton palmolie in de periode 2012-2013. Daarvan was 1,2 miljoen ton gecertificeerd via de Roundtable on Sustainable Palmoil (RSPO). Het Brits-Nederlandse concern is wereldwijd een van de grootste afnemers van palmolie. Het bedrijf maakt in november bekend dat alle palmolie in 2014 van gecertificeerde, traceerbare herkomst was.Volgens het Global Canopy Programma zijn ontbossing en landbouw in bosrijke gebieden verantwoordelijk voor zo'n 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.  De spelers in de Forest 500 hebben volgens het GCP de mogelijkheden en de middelen om ontbossing te voorkomen.Bron: Global Canopy Programme, EcoBusiness | Foto: Marufish, via Flickr (Creative Commons) (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven.nl)