Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 25 juli 2014, 16:00

Ikea streeft naar 100 procent duurzamer katoen in 2015

Ikea heeft in 2013 weer meer duurzamer geproduceerd katoen gebruikt dat het jaar daarvoor. Eind 2015 moet dit 100 procent zijn.

Katoenveld800 2

Meer dan tweederde van de verwerkte katoen was van duurzame herkomst. Zo'n 50 procent is geproduceerd door boeren die werken volgens de standaarden van het Better Cotton Initiative, tegen 34 procent in 2012. In 2013 was 57.000 ton katoen afkomstig van Better Cotton-gecertificeerde boeren en nog eens 17.000 ton van boeren die het certificaat bijna hebben behaald. Dat blijkt uit het jongste verslag van het BCI.

 

Standaarden

 

Het Better Cotton Initiative is in 2005 opgericht door Ikea en het World Wildlife Fund (WWF) om de katoenteelt te verduurzamen. De organisatie begon met 500 boeren in India en Pakistan. Inmiddels zijn meer dan 43.000 boeren aangesloten bij de BCI. Zij gebruiken minder water, pesticiden en kunstmest en krijgen ondersteuning bij de omschakeling naar nieuwe landbouwtechnieken. De BCI-standaarden zijn minder streng dan die voor biologische katoen, maar leveren wel een enorme milieuwinst op.

Katoen is een van de belangrijkste gewassen ter wereld. Bijna de helft van de wereldwijde textielproductie draait om katoen. De teelt van het gewas is heel intensief. Gemiddeld is 10.000 liter water nodig om een kilo katoen te verbouwen, bij minder effectieve productie kan dat zelfs drie keer zoveel zijn. De katoenteelt is verantwoordelijk voor 10 procent van het wereldwijde pesticidengebruik.

 

Groei

 

Better Cotton heeft een aandeel van slechts 2 procent in de totale productie. Maar de organisatie streeft ernaar dat duurzame katoen in 2020 voor iedereen beschikbaar en betaalbaar is. Het aandeel moet dan zijn gegroeid naar 30 procent. Daarvoor zijn tenminste 5 miljoen boeren nodig. Vooral in China en de VS is voldoende ruimte voor groei.

Bron: Verslag Better Cotton Initiative, edieWater, TriplePundit | Foto: Mike Beauregard, via Flickr

Verbruik biobrandstof neemt onverwacht af

Het verbruik van alle biobrandstoffen in Nederland – bestaande uit bio-ethanol, biodiesel en biogas – daalde in 2013 van 334.790 toe (ton olie-equivalent) naar 319.528 toe. Dat is een daling van 4,6 procent. In heel Europa nam het gebruik met 6,8 procent af.Dat blijkt uit een rapport van EurObserv’ER, een Frans onderzoeksbureau voor hernieuwbare energie, op basis van cijfers van Eurostat. Europees beleid De daling is de eerste sinds de start van Europees beleid in 2003 om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren. In 2020 moet 10 procent van alle energie in de Europese transportsector duurzaam zijn. Hoewel elektrisch vervoer een middel is om dit doel in te vullen, zullen biobrandstoffen het leeuwendeel voor hun rekening moeten nemen.Het totale aandeel van hernieuwbare bronnen in de Europese transportbrandstoffen was 5,1 procent in 2012. Eerste, tweede en derde generatie Politieke onzekerheid is de voornaamste oorzaak van de daling. Al ruim twee jaar debatteren Europese lidstaten over de bijeffecten van biobrandstoffen en het aanpassen van beleid daarop.Een belangrijk knelpunt in de productie van biobrandstoffen is indirect land use change (ILUC). Dat betekent dat gebruik van land wordt veranderd ten gunste van gewassen die dienen als biobrandstof. Denk aan regenwoud dat wordt gekapt voor de teelt van soja of suikerriet. Door ILUC kunnen er juist meer broeikasgassen vrijkomen. In bomen zit veel CO2 opgeslagen.Een ander risico schuilt in de zogeheten eerste generatie biobrandstoffen. Eerste generatie biobrandstoffen, zoals mais en suikerriet, concurreren met de wereldwijde voedselvoorziening.Tweede en derde generatie biobrandstoffen zijn in ontwikkeling om deze problemen te ondervangen. Deze brandstoffen gebruiken bijvoorbeeld algen of het oneetbare afval van gewassen – grondstoffen die niet concurreren met bestaande landbouwgrond en voedsel. Nog geen oplossing Brussel debatteert intussen over de juiste definitie van ILUC, over minimum en maximum percentages van eerste generatie biobrandstoffen in de totale mix, en het juiste beleid om de ontwikkeling van de tweede en derde generatie te stimuleren.Voorlopig is een oplossing nog niet in zicht. De Europese Raad wil in ieder geval een limiet van 7 procent op het gebruik van eerste generatie biobrandstoffen. Het nieuwe Europese Parlement moet nog stemmen over het voorstel.Foto: Gordon Robertson via Flickr