Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 07 juli 2014, 11:29

Eerste postcoderoos-project snel uitverkocht

Het eerste officiële postcoderoos-project van Nederland, zonnepark Blixembosch in Eindhoven, is binnen een week uitverkocht.

Zonneparken eindhoven

De panelen van Zonnepark Blixembosch in Eindhoven hebben sinds vorige week nieuwe eigenaren. Particulieren konden een of meer van de 228 panelen kopen via coöperatie Zonneparken Eindhoven. Daarmee profiteren bewoners van lokaal opgewekte stroom, zonder zelf de panelen te installeren. Zo wordt zonnestroom ook bereikbaar voor bewoners van bijvoorbeeld appartementen. De belangstelling was groot, binnen korte tijd was de virtuele voorraad dan ook op. Het zonnepark is overigens al sinds maart operationeel.

De administratie van de stroomlevering loopt via de Amsterdamse uitdager op de energiemarkt Qurrent. Het verdienmodel van Qurrent en coöperatie Zonneparken Eindhoven is de eerste in zijn soort. De panelen werden verkocht via de postcoderoos-regeling (uitleg in het Energieakkoord). Dit betekent dat kopers alleen stroom kunnen afnemen van een zonnepark binnen een beperkte straal rond het huis. Zo’n ‘zonnepark’ staat dan ook bij voorkeur in de bebouwde kom: Blixembosch is een wijkcentrum.

 

Voordeel

 

Duurzame energieleverancier Qurrent en Zonneparken Eindhoven werken samen om de zonnestroom tegen kostprijs naar de klant te krijgen. De verkoop gaat via energiecoöperatie  Zonneparken Eindhoven, die de stroom via Qurrent levert aan de klant. Die constructie is nodig om een belastingvoordeel van 10 eurocent per kilowattuur in de wacht te slepen. De stroomprijs ligt voor 25 jaar vast.

Met Zonnepark Blixembosch is Zonneparken Eindhoven de eerste postcoderoos-coöperatie van Nederland. Veel coöperaties halen die status niet. Initiatiefnemer Ernst van der Leij is opgelucht: “Het blijft een complexe regeling, die volgens mij makkelijker zou kunnen, maar het is desondanks gelukt”, laat hij weten op de website van Zonnepark Eindhoven.

Of de btw-constructie stand houdt weet Van der Leij echter nog niet zeker. Dat bepaalt de Belastingdienst binnenkort. “Als de uitkomst positief is, kan heel Nederland met dit model aan de slag.”

Bron: Dichtbij.nl, Zonneparken Eindhoven | Foto: Zonneparken Eindhoven

Gezocht: business case voor sloopbootjes

Deze zomer begint een onderzoek naar de ontmanteling van sloopboten en het hergebruik van onderdelen. De Nederlandse Jachtbouw Industrie (NJI) krijgt hiervoor een subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Afgedankte en half gezonken schepen in jachthavens en vaarwegen belasten de infrastructuur en het milieu, en schaden het imago van de watersport, vindt de NJI.Volgens de organisatie is de sloop van schepen, variërend van roeiboten tot zeiljachten,  niet te vergelijken met die van auto's. Het gaat om kleinere aantallen en veel verschillende materialen. Na een inventarisatie van de omvang van het wrakkenprobleem, wil de NJI kijken naar de economische haalbaarheid van regionale inname, verwerking en recycling. Ook de oprichting van een sloopfonds, betaald door overheid en scheepsbouwers, is een mogelijkheid. Want de opruimkosten kunnen flink oplopen. Kosten "Gemiddeld kost ontmanteling en recycling zo'n 250 tot 300 euro per duizend kilo", zegt directeur Hans van Smoorenburg van het jonge bedrijf Jacht Recycling uit Nieuwkoop. "Nog afgezien van de kosten voor berging en afvoeren van een schip." Hij kent het probleem en weet ook waar de oorzaak ligt.Restanten staal en brons leveren de eigenaar nog wat op, de verwerking van een polyester jacht kost alleen maar geld. Het bootje dumpen op een afgelegen plek is dan goedkoper. Gemeenten en waterschappen blijven achter met de rommel. "Dat kost de gemeenschap geld", zegt Van Smoorenburg. "De motor kan gaan lekken, soms zit er zelfs nog asbest in. Dan heb je een serieus milieuprobleem." Dumpen De overlast neemt de komende jaren verder toe. Vezelversterkte polyester jachten en sloepen die in de jaren zeventig en tachtig met tienduizenden tegelijk zijn verkocht, zijn ruim dertig jaar later toe aan vervanging. Maar er is niemand die ze wil hebben.Van Smoorenburg kent een waterschap dat de afgelopen jaren zo'n 30 scheepswrakken uit het water heeft gehaald. Die staan nu op een terrein, omdat het waterschap niet weet wat het ermee aan moet. Vernietigen mag niet, omdat de eigenaar zich nog kan melden. Hergebruik De Nederlandse Jachtbouw Industrie zoekt vooral naar praktische oplossingen voor de scheepswrakken. De herbruikbare onderdelen worden schoongemaakt, gerepareerd en verkocht. Het restafval komt zoveel mogelijk terug in de productieketen voor de bouw van nieuwe jachten. De organisatie wil via het online platform BoatDigest in Europees verband een leidende rol gaan spelen in de uitwisseling van kennis.De invoering van een registratieplicht voor schepen pakt het probleem direct bij de bron aan, vindt Van Smoorenburg. Het bestaande vaarbewijs is persoonsgebonden. "De verwerking van een autowrak is te verhalen op de eigenaar. Voor een sloopboot is dat bijna onmogelijk."Foto: Jesper2cv, via Flickr