Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 26 juni 2014, 08:15

Stabiel zonne-energienet mogelijk met CSP

Een stroomnet met alleen geconcentreerde zonne-energie kan volledig stabiel zijn. Dat concluderen onderzoekers van het Internationaal Instituut voor Toegepaste Systeemanalyse (IIASA).

Masdar Official e1403706364564

Eén van de uitdagingen voor de overschakeling naar hernieuwbare energie is het garanderen van een stabiel stroomnet, zonder dat de kosten de pan uit rijzen. Dat blijkt te kunnen door middel van een netwerk van geconcentreerde zonne-energie (CSP) in de woestijn. Dat meldt het wetenschappelijk tijdschrift Nature Climate Change.

Bij geconcentreerde zonne-energie, ook wel thermische zonne-energie genoemd, verwarmen holle spiegels een buis met vloeistof, die via een stoomturbine elektriciteit opwekt. Als de centrale een deel van de hete vloeistof bewaart voor ’s nachts of tijdens een regenbui, komt de stroomproductie niet in gevaar. Ter vergelijking: zonnepanelen zetten zonlicht direct om in elektriciteit, die moet worden opgeslagen in accu's. Dat is een stuk duurder.

 

Sahara

 

De onderzoekers maakten een simulatie van elektriciteitsnetwerken gevoed door CSP-centrales, over verschillende regio’s in de wereld. Het bleek goed mogelijk om de elektriciteitsproductie te verzorgen met uitsluitend CSP.

In de Afrikaanse Sahara en de Kalahari-woestijn kon het systeem zonder verdere investeringen altijd aan de energievraag voldoen. Centrales in andere gebieden zouden moeten investeren in overcapaciteit en opslag, omdat de weersomstandigheden minder gunstig zijn. Bijvoorbeeld omdat er meer bewolking is.

 

Stabiel en goedkoop

 

Eerdere tests hebben al uitgewezen dat een stroomnet op 100 procent hernieuwbare energie stabiel kan functioneren. Uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat dit ook mogelijk is met alleen CSP, zonder dure opslagsystemen en een uitgebalanceerde mix van bronnen. De onderzoekers hopen dat de studie ertoe leidt dat er meer investeringen in CSP worden gedaan, zodat de kosten dalen. Die zijn per kilowattuur nog twee keer zo hoog als elektriciteit uit aardgas.

Bron: Gizmag | Foto: Masdar Official via Flickr

Restwarmte datacentrum duurzaam de deur uit

Dat blijkt uit een onderzoek van EnergyGo. Het adviesbureau concludeert op basis van drie praktijkvoorbeelden dat restwarmte geschikt is voor kantoorgebouwen, zwembaden, maar ook kas- en sierteelt. Verder kunnen datacentra overwegen om met kantoren in de buurt een warmte-koude opslag te bouwen. Dit gebeurt al in het Science Park in Amsterdam.In 2012 gebruikten Nederlandse datacenters 2 procent van de nationale elektriciteitsproductie. Dit is ongeveer evenveel als het elektriciteitsgebruik van 600.000 Nederlandse huishoudens. Ongeveer de helft daarvan is voor de kantoren en de koeling van serverruimtes. De verwachting is dat het energiegebruik met ongeveer 10 procent per jaar stijgt. De restwarmte die na koeling overblijft, beschouwen de meeste exploitanten als een afvalproduct dat ze zo snel mogelijk kwijt willen. Haalbaar In een business case onderzocht het bureau de mogelijke warmteoverdracht van een datacentrum naar een naastgelegen kantoorgebouw. Voor de technische realisatie was een maximale investering nodig van € 140.000, met een terugverdientijd van ongeveer zes jaar.Een haalbaarheidsonderzoek naar samenwerking tussen de Groningse algenkwekerij Algaecom en het nabijgelegen TCN Data Hotels gaf een opmerkelijk positief resultaat. Algaecom kweekt algen en eendenkroos als basis voor biomassa en diervoeders. Het toevoegen van extra warmte aan de algenzakken zorgt voor een aanzienlijk hogere opbrengst. Technisch gezien waren er geen obstakels. Beide partijen laten de financiële kant nog onderzoeken.Vermoedelijk is een warmtepomp nodig, omdat de optimale groeitemperatuur voor algen hoger is dan het datacentrum kan leveren. Ook zijn er nog onzekerheden over de economische waarde van de meeropbrengst. Warmer Restwarmte is vaak nog niet warm genoeg om bij te dragen aan energiebesparing. Mogelijk  komt daarvoor een oplossing nu datacentra hun serverruimtes bij steeds hogere temperaturen koelen. De officiële richtlijn is opgetrokken naar 27 graden Celsius. Het datacentrum van Google in België gebruikt zelfs al lucht van 32 graden. Logisch gevolg daarvan is dat de afgewerkte lucht, ICT-hardware heeft een gemiddelde werktemperatuur van 65 graden, veel warmer is. En die is wel waardevol voor andere gebruikers.Volgens EnergyGo liggen daar de grootste uitdagingen. Desondanks staan de onderzochte datacentra en bedrijven open voor het idee en zijn bereid de mogelijkheden te onderzoeken.Bron: Rapport EnergyGo | Foto: Sean Ellis, via Flickr