Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 17 april 2014, 18:05

Nerds verwarmen huizen met een computer

Datacentra genereren veel restwarmte om vervolgens te worden gekoeld met airco’s. Dubbele verspilling, zegt Nederlandse start-up Nerdalize. Die warmte kan ook de huiskamers in.

Nerdalize800

Datacentra zijn verantwoordelijk voor 2 tot 3 procent van het wereldwijde energieverbruik. In een gemiddeld Europees datacentrum is ongeveer de helft nodig om de warmte van servers te koelen en af te voeren. Inefficiënt en onnodig, zegt Florian Schneider van Nerdalize.

Uitbesteden

Door de warmte van de rekenkracht als het ware uit te besteden aan de huiskamer van de klant, scheelt dat de beheerder van het datacentrum in de kosten. In 2013 ontwikkelde de Nederlandse start-up het eerste werkende prototype van hun GridHeater. Een radiator met een krachtige computerserver.

Beide partijen hebben voordeel van de GridHeater, zegt Schneider. “Onze klant heeft gratis verwarming en de opdrachtgever geen bijkomende kosten voor koeling. En hij krijgt aanzienlijk goedkopere rekenkracht dan wanneer hij die zou huren bij een gewoon datacentrum. De officiële inschrijving  voor belangstellenden begon op 1 april. Inmiddels heeft het bedrijfje 150 aanmeldingen binnen van bedrijven en particulieren.

Nerd heat

Het idee ontstond op een koude winterdag toen de verwarming uitviel. Mede-oprichters Mathijs de Meijer en Boaz Leupe bedachten dat het probleem zou zijn opgelost als ze 100 Dell-laptops in de woonkamer zouden neerzetten. Die geven voldoende warmte om de kou te verdrijven.

Nadat ze waren uitgelachen, realiseerden ze zich dat die gekscherende opmerking eigenlijk helemaal geen slecht idee was. Niet lang daarna vonden ze elkaar bij de tekentafel voor een eerste opzet. Vorig jaar haalde de Nederlandse startup via Symbid ruim € 50.000 op om het concept te ontwikkelen.

Het drietal ontwikkelde een radiator met krachtige computerservers die in de huiskamer het rekenwerk uitvoeren. De server-radiator staat bij iemand thuis en is aangesloten op het elektriciteitsnet. Een bedrijf geeft deze server opdracht om berekeningen uit te voeren. De server voert deze uit en fungeert tegelijkertijd als verwarming. Nerdalize vergoedt de energierekening van de huiseigenaar, de opdrachtgever betaalt voor de rekencapaciteit en het verschil is de winst die de Nederlandse start-up hoopt te maken.

Vermogen

Voor een woonkamer van 30 vierkante meter is ongeveer 1000 watt nodig. De GridHeaters zijn er in vermogens van 500 tot 2000 watt, waardoor ze de meeste bestaande radiatoren kunnen vervangen.

Mocht er te weinig betaalde vraag naar rekencapaciteit zijn voor een aangename temperatuur, stelt Nerdalize rekenkracht beschikbaar aan goede doelen. “Dat kunnen universiteiten zijn die zich bezighouden met medicijnonderzoek. Die leveren dan de extra warmte." Klanten moeten er misschien aan wennen dat hun verwarming is aangesloten op het elektriciteitsnet, zegt Schneider. "Mensen zijn gewend aan een HR-ketel op gas, maar deze radiator presteert echt niet minder."

In de zomer, als de kachel uitstaat, wordt de server-warmte naar buiten afgevoerd. Nerdalize onderzoekt nog of de overtollige energie bij het huis is op te slaan. Hoeveel CO2-uitstoot de huiskamer-server uiteindelijk bespaart is niet duidelijk. De start-up heeft wat grove schattingen gemaakt, maar hoopt meer informatie te verzamelen als het project eenmaal gaat lopen.

Veilig opgeslagen

Nerdalize geeft de verzekering dat de gegevens veilig zijn. De computer in de radiator is alleen bezig met rekenen en slaat geen gegevens op. De data staan verspreid over een groot aantal GridHeaters. Ze zijn versleuteld en worden gewist zodra iemand probeert de radiator open te breken. Schneider: “Zelfs als iemand alle beveiligingen zou omzeilen, heeft hij slechts een klein deel te pakken. Daar heeft hij niets aan.”

Nerdalize is optimistisch over de zakelijke kansen. Inmiddels is het idee dat ontstond op een koude kamer zo'n € 2 mln tot  € 3 mln waard. De ondernemers krijgen ondersteuning van Yes!Delft dat jonge startups begeleidt met een werkruimte en contacten in het bedrijfsleven.

Over gebrek aan aandacht heeft het initiatief niet te klagen. In maart besteedde The New York Times aandacht aan het idee van de start-up en vorig jaar ontving het bedrijf de Maastricht Local Hero Award.

Foto: Nerdalize

McKinsey: Cleantech-sector is volwassen

Die vooroordelen zijn fout, schrijft onderzoeksbureau McKinsey. De sector wordt heel snel volwassen. Ondanks de tegenslagen waarmee cleantech bedrijven kampen. In 2013 leverden beleggingen in cleantech voornamelijk verliezen op. De komende revolutie is te danken aan de inzet van betere, schonere technologieën en de ontwikkeling van betere bedrijfsplannen. Hoge verwachtingen Schone technologie is niet aan de verliezende hand. Integendeel, zegt McKinsey. De sector heeft te maken met gebruikelijke ups en downs. Aan het begin van elke nieuwe ontdekking staan opwinding en (te) hoge verwachtingen, gevolgd door teleurstelling. Aan het einde van de cyclus heerst een periode van consolidatie waarna de echte doorzetters verder gaan op het ingeslagen pad.Dit fenomeen is niet nieuw. Hetzelfde gebeurde met de introductie van de auto en de spoorwegen, en de ontwikkeling van het internet. De meeste cleantech-bedrijven bevinden zich nu het tijdvak na de consolidatie. Het gaat goed met Tesla Motors. Zonnepanelenproducent SolarCity haalde $ 450 mln op. Daartegenover staan de honderden bedrijfjes die ten onder gingen. De zwakke broeders verdwenen, de industrie als geheel is er sterker uitgekomen.Om tot die conclusie te komen bekeek McKinsey zestien schone technologieën in de bouw, voedselvoorziening, auto-industrie en energie. Het adviesbureau oordeelt dat sommige bedrijfstakken sneller gaan dan anderen. Maar allemaal hebben ze in de afgelopen tien jaar significante vooruitgang geboekt. Tenminste de helft is in staat de bestaande industrie overhoop te gooien. Cleantech is geen modegril die wel weer overwaait. Vreemd dus, vindt McKinsey, dat er drie vooroordelen zijn die het vertrouwen in de industrie ondermijnen. 1. De inzet en invloed van cleantech blijft marginaal Niet waar, zegt McKinsey. Volgens het Internationaal Energieagentschap IEA dekten hernieuwbare energiebronnen in 2010 al 18 procent van de wereldwijde energievraag. De sector groeit sneller dan welke andere vorm van energie ook. De IEA voorspelt dat 60 procent van alle nieuwe investeringen in 2035 wordt gedaan in duurzame energiebronnen.De invloed verschilt per industrie en locatie. In sommige gevallen verandert cleantech de markten daadwerkelijk, zoals LED-technologie de verlichtingsindustrie veranderde. Ook in minder spectaculaire gevallen heeft een innovatie invloed op de markt. Als mensen hun eigen zonnepanelen installeren, neemt de vraag naar nutsvoorzieningen af. Nutsbedrijven reageren op die trend door zelf te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. 2. Schone technologie presteert niet naar behoren Soms dalen de winstmarges.  Soms stagneert de ontwikkeling door het wegvallen van subsidies. Goedkope Chinese zonnepanelen hebben duurdere Amerikaanse en Europese producenten uit de markt gedrukt.  Grote spelers op de markt hebben hun investeringen in cleantech afgebouwd.En toch heeft de schone technologie alle verwachtingen overtroffen. Door innovatie en verbeterde productieprocessen daalden de prijzen. Windenergie, zonnepanelen en lithium-ion accu's voor elektrische auto's zijn razendsnel goedkoper geworden. Veel sneller dan marktanalisten hadden verwacht. En de prijzen dalen nog steeds. De prijs van elektriciteit afkomstig van een windmolenpark op land is in vijftien jaar met de helft gedaald. De laatste vijf jaar gingen de kosten voor de nieuwste generatie LED-verlichting met 85 procent omlaag. 3. De sector is afhankelijk van staatssteun Een succesvol cleantech bedrijf is afhankelijk van vier factoren: kosten, toegang tot financiering, toegang tot de markt en wetgeving. Naarmate de industrie volwassener wordt, verandert het belang van die factoren. Wetgeving, al of niet ondersteunend, is minder belangrijk zodra een innovatie voet aan de grond krijgt. LED-verlichting is inmiddels zo populair dat de verkoop ook stijgt in landen waar goedkopere, gewone lampen nog vrijelijk te koop zijn.Voor zonne-energie geldt inderdaad dat het aandeel afnam op het moment dat overheden de subsidie stopzetten. Maar over het geheel genomen groeit het geïnstalleerde vermogen. Wereldwijd met 57 procent. Een van de lessen die overheden daaruit kunnen trekken is dat plotselinge wijzigingen in de wet of subsidieregels ongewenste schommelingen veroorzaken. Die verschaffen een cleantech-bedrijf niet de solide basis om de markt te veroveren. De spectaculaire groei van zonne-energie laat echter zien dat wetgeving weliswaar bijdraagt aan het succes, maar niet langer essentieel is. Samenwerking McKinsey heeft vertrouwen in de toekomst van de cleantech. Grote gevestigde spelers gaan partnerschappen aan met nieuwkomers. De samenwerking tussen autofabrikant Daimler en Tesla Motors is daarvan een goed voorbeeld. Net als het partnerschap van de Franse oliemaatschappij Total met zonnepanelenproducent SunPower.Succesvolle cleantech-bedrijven zijn competitief en besteden professionele aandacht aan hun bedrijfsvoering, marketingstrategie, verkoop en distributie. Net als ieder ander bedrijf. Cleantech is volwassen.Bron: McKinsey | Foto: SamsungTomorrow via Flickr.com